Verzet u tegen statistisch gelul

Onze enige zorgplicht: Shell en Exxon eruit schoppen
Onze zorgplicht = onze levens

Het plaatje hiernaast komt uit de Risicomethodiek van NAM. NAM heeft bedacht dat wij, als eigenaar / beheerder van onze huizen, zorgplicht hebben, en vult dat namens ons in met ‘achterstallig onderhoud’. Uiteraard neemt NCG die terminologie braaf over. (Good dog!) Maar onze zorgplicht ligt heel ergens anders. Ik leg het aan u uit aan de hand van het recent verschenen Winningsplan en het Meet- en Regelprotocol.

Aardbevingsrisico

In beide documenten wordt gesproken over het zogenaamde ‘aardbevingsrisico’. Dat is niet, zoals je zou verwachten, het risico dat er aardbevingen plaats zullen vinden in Groningen. (Dat risico is namelijk 100%, en als je dat als basis neemt, moet je gewoon stoppen met winnen. Dat willen Shell en Exxon niet. En ‘onze’ overheid wil het ook niet.)

Nee, het aardbevingsrisico is een door de Commissie Meijdam in opdracht van EZ geformuleerd sadistisch statistisch dingetje. Het is de kans dat iemand in de periode van één jaar komt te overlijden als gevolg van een aardbeving.

Meer specifiek heet dit het ‘Objectgebonden Individuele Aardbevingsrisico (OIA)’, en daar schreef ik eerder dit artikel over.

Op dit afgebakende risico is nogal wat aan te merken. Dat het alle andere mijnbouwschade uitsluit bijvoorbeeld. De geïnduceerde bevingen in Groningen vinden heus niet plaats in een vacuüm. Gaswinning heeft nog veel meer (ernstige) gevolgen, en al die gevolgen werken in op elkaar, op ons, en op onze huizen.

Daarnaast is het OIA doortrokken van de aannames over hoe Groningers wonen, werken en leven. Onze kans op overlijden door één van de gevolgen van gaswinning, hangt in de visie van NAM sterk samen met waar wij onze tijd doorbrengen. Maar dat kán helemaal niet in kaart worden gebracht. (Ook niet met de infraroodcamera’s op die zogenaamde aardbevingsauto.) Het gaat om vele tienduizenden mensen, verspreid over een gebied van wel 900 km2!

Kansen verkleinen

In het Meet- en Regelprotocol ratelt NAM:

Het aardbevingsrisico is niet statisch maar verandert voortdurend. Bovengrondse maatregelen zoals het versterken van gebouwen, maar ook informatie uit schadeafhandeling en preventieve inspectie van gebouwen heeft invloed op de inschatting van het aardbevingsrisico.

Kijk, en dáár zit ‘m de kneep.

De kans dat we als gevolg van de gaswinning (blijvend) lichamelijk of psychisch letsel oplopen, wordt nergens vermeld. De kans dat we voor het leven geruïneerd én getraumatiseerd zijn, wordt ook nergens vermeld. De kans dat we er ZELF maar een eind aan maken, omdat we het getreiter van Shell, Exxon en overheid niet meer aan kunnen, wordt zéker niet vermeld.

NAM doet er ondertussen alles aan om die statistische kans op overlijden door een beving op papier nog wat verder te verkleinen.

‘Bouwkundige versterking’ is hierbij het toverwoord. Om tempo te maken, wordt vooral ingezet op het versterken van rijtjeswoningen, bij voorkeur corporatiewoningen, want met één eigenaar is het makkelijker onderhandelen dan met vele duizenden. Of die duizenden particuliere eigenaren überhaupt ‘mogen’ versterken, bepaalt NAM met behulp van door NAM ingehuurde bedrijven. (En NCG helpt hen daar enthousiast bij. Nogmaals: Good dog!)

Of het versterken ooit verder zal gaan dan ‘kooiconstructie-maar-na-zware-beving-total-loss’, tja… In het Winningsplan wordt niks gezegd over funderingen, en dat is niet voor niets. Wie naar funderingen kijkt, komt tot schokkende en verstrekkende conclusies over écht bouwkundig versterken.

De aandacht gaat daarom bij voorkeur uit naar de scheuren in onze muren, en die vallen (aldus NAM) onder de lichte categorieën DS 1 en DS 2. Daarbij komt het goed uit dat NAM een particulier schademeldclubje CVW heeft, dat keurig volgens de NAM-regels schade vaststelt (= afwijst). Dat schiet lekker op.

Kortom: het aardbevingsrisico wordt op papier kleiner doordat er ‘bouwkundig versterkt’ wordt. Ook wordt het kleiner door ‘betere schade-afhandeling’. En tot slot wordt het kleiner omdat er meer ‘informatie uit preventieve inspecties’ is. (Vooralsnog met name de straatfoto’s door ARUP, eventueel gevolgd door miezerige schoorsteen-eraf-adviesjes.)

En zo kan het gebeuren dat we straks helemaal geen ‘aardbevingsrisico’ in Groningen meer hebben, terwijl er wel degelijk aardbevingen zijn. En die veroorzaken wel degelijk schade, zeker in combinatie met alle andere gevolgen van de gaswinning. Maar ja, over de kans op beschadigde, onverkoopbare huizen die langzaam maar zeker met depressieve bewoners en al de grond in zakken gaan de berekeningen van NAM helemaal niet.

Ondertussen baselt NAM nog wat over het ‘te verwachten’ aantal bevingen bij een bepaald productieniveau, en wordt er wat gerommeld met grenswaarden. Denk maar niet dat NAM minder gaat pompen als die zelfbedachte grenswaarden overschreden worden. Nee hoor, dan wordt er volgens goed NAM-gebruik van alles onderzocht en geanalyseerd en gerapporteerd.

Heel misschien wordt er daarna wat aan het ‘aardbevingsrisico’ gemorreld. (“Nou vooruit, misschien toch 0,00005% kans op overlijden.”)

En dat is het dan wel zo’n beetje.

Weiger alle medewerking

De kans op bevingen wordt als een ‘fact of life’ beschouwd en doet er niet toe. De kans op doden wordt op papier tot een minimum beperkt met allemaal statistisch gelul, ondersteund met onderzoeken die nergens op slaan. (Zoals het testen van een nagelnieuw minihuisje zonder binnenmuren, uitbouw of dakkapel op een trilplaat in Italië.)

Shell en Exxon hebben zich samen met ‘onze’ overheid losgerukt van de werkelijkheid. En dus nadert de kans op burgerlijke ongehoorzaamheid de 100%.

We moeten protesteren. Heel veel protesteren. Gigantisch veel protesteren. Ja, we hebben een zorgplicht. Wij zijn de hoeders van ons leven. En dat gaat verder dan die kans op overlijden. Veel verder.

Dat protest kan vele vormen aannemen. Ik noem er hieronder één.

NAM geeft in het Meet- en Regelprotocol aan onder andere in de volgende situatie minder gas te zullen produceren dan het aangegeven jaarvolume:

Als de voortgang van het versterkingsprogramma zodanig achterblijft dat de versterkingsopgave redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd binnen de voorgeschreven termijn van 5 jaar.

U wilt invloed uitoefenen op het achterlijke gaswinningsbeleid? U voelt zich gepiepeld als statistisch ingekaderde Groninger?

Weiger die ‘bouwkundige versterking’. Massaal. Zo wordt binnen de kortste tijd duidelijk dat de voorgeschreven termijn van 5 jaar niet gehaald wordt.

Eerst dat jaarvolume naar 12 miljard kuub of minder. Daarna gaan we wel eens praten over ingrepen in onze huizen.

Als dat dan nog nodig is.

 

De kloof tussen theorie en praktijk

KloofHet gasdebat van vandaag zal over vele dingen gaan, maar niet of nauwelijks over Winningsplan 2016. Dat is namelijk nog niet af. En omdat Winningsplan 2013 inclusief wijziging is vernietigd door de Raad van State (waarvoor dank), is er op dit moment geen up to date winningsplan.

NAM pompt dus min of meer in een beleidsmatig vacuüm.

De vernietiging van Winningsplan 2013 was een gevoelige nederlaag voor Shell en Exxon. Het hing vooral op de inschatting van de risico’s. Zij zullen er dus alles aan doen om dat onderdeel in Winningsplan 2016 stevig af te dekken. Letten ze bij Groninger huizen niet of nauwelijks op funderingsschade, hun eigen winningsplan bouwen ze het liefst op een fundering die de kritiek van de Raad van State moeiteloos kan doorstaan.

Het gaat er dit keer niet alleen om de risicobeoordeling deugdelijk te laten lijken. Het ding moet ook nog deugdelijk zijn – binnen de kaders die de overheid daarvoor schept. (Addertje onder het gras!)

Namens Kamp heeft een wetenschappelijke adviescommissie, bestaande uit mensen die veelal een link met Shell hebben (dus niet onafhankelijk), de modellen van NAM tegen het licht gehouden. Die commissie heeft onlangs een tussenrapport gepubliceerd – in het Engels.

Erg technisch allemaal. Ik heb het document vertaald in het Nederlands, en probeer hieronder de dingen die ik enigszins snapte in eenvoudige taal te duiden.

  • NAM sorteert voor op ‘veilig produceren’ bij 33 miljard kuub per jaar. De politieke realiteit is echter dat we nooit meer boven de 27 miljard van de Raad van State uit zullen komen. Sterker nog, de maatschappelijke druk om de productie verder te verlagen neemt met de dag toe. Ook tijdens het gasdebat vandaag zal er in enige mate bingo gespeeld worden.
  • In de risicomodellen wordt wél rekening gehouden met instortende gebouwen, maar niet met de externe risico’s en gevaren, zoals industrie, infrastructuur en overstromingen.
  • Ook aan niet-levensbedreigende schade aan gebouwen wordt in de modellen van NAM relatief weinig aandacht besteed. En dat terwijl het aantal beschadigde huizen in Groningen jaar op jaar exponentieel toeneemt.
  • De verdeling van de productie over het veld wordt gebaseerd op operationele beperkingen. Naar risico’s wordt hierbij niet of nauwelijks gekeken. NAM-logica dicteert dat er in de productiemodellen in gebieden met weinig seismiciteit weinig wordt gewonnen, maar in het zuiden en zuidwesten, waar de seismiciteit toeneemt, juist meer.
  • Het “regeldeel” van het Meet- en Regelprotocol is gehuld in nevelen. In dit deel zou NAM concreet kunnen ingaan op twee oplossingen die vanuit de maatschappij worden aangedragen: productietempo omlaag, en injectie van stikstof of water om de druk in het veld op peil te houden. Maar dat doet NAM dus niet – of althans niet openlijk, zodat de adviescommissie er ook naar kan kijken.
  • NAM heeft nog erg veel aannames, en die zijn vooral ‘conservatief’. Ze doen een beetje alsof het knap van ze is dat ze in hun modellen met het allerergste rekening houden, maar aannames, conservatief of niet, vertekenen het beeld. Hoe minder aannames, hoe beter.
  • Een goede simulatie is niet-stationair, dat wil zeggen dat iedere verandering wordt meegenomen in de simulatie vanaf het moment van de verandering. NAM vindt zelf dat hun model niet-stationair is. Maar in de simulatie van de kwetsbaarheid van gebouwen wordt totaal geen rekening gehouden met de effecten van beving op beving op beving. Het is alsof na iedere beving beschadigde of zelfs ingestorte gebouwen direct weer hersteld worden. (Kaboutertjes?)
  • Ook kunnen Groningers in de simulatie van NAM meerdere keren doodgaan. (Dat is de Grunneger wilskracht. We laten ons niet kisten!)
  • In het totaalplaatje zouden álle risico’s moeten worden gesimuleerd, zodanig dat ook de effecten van die risico’s op elkaar zichtbaar worden. Maar dat gebeurt niet. Het risico van vallende objecten wordt bijvoorbeeld apart gemodelleerd.
  • Het effect van versterking op de kwetsbaarheid van gebouwen wordt met de natte vinger ingeschat. Komt onder meer doordat er ruim drie jaar na de Huizinge-beving nog nauwelijks gebouwen versterkt zijn. En dat komt weer doordat er eerst onderzoek moest worden gedaan. Heel veel onderzoek.
  • Het wordt een hele toer om alle huizen te vinden die versterkt moeten worden. De catalogusaanpak (ook een soort natte vinger) moet dat probleem deels ondervangen, maar iedereen is het er over eens dat er een zekere mate van overkill in de versterking zal moeten zitten. Die overkill schat NAM zelf veel te laag in.

En, last but not least, even terug naar het addertje onder het gras:

  • De risico’s worden beoordeeld op basis van criteria die door Commissie Meijdam zijn vastgesteld. Dit is een bestuurlijke commissie, die de opdracht heeft gekregen om te komen tot een ‘maatschappelijk aanvaard risicobeleid’. Dat is een zelfbedachte term. Risico is risico, en wetenschappelijk onderzoek hoort niet beperkt te worden tot iets wat de partijen van de Maatschap Groningen het beste uitkomt, alleen omdat het minder kost.
  • Zie in dit verband ook deze lezenswaardige column van emeritus hoogleraar Veiligheid & Rampenbestrijding Ben Ale, in het tijdschrift Ruimtelijke veiligheid en risicobeleid: ‘Er komt geen redelijk aardgasbeleid‘.

Conclusie

NAM en Kamp moeten nog heel wat rimpeltjes glad strijken voor het gasdebat van komend najaar, als Winningsplan 2016 op de rol staat.

Ik hoop dat de belangrijkste documenten tegen die tijd keurig in het Nederlands vertaald worden, en van een leeswijzer worden voorzien. Het wetenschappelijke jargon maakt dat het zelfs mij soms moeite kost om te zien hoe we nou weer verneukt worden, in de kloof tussen theorie en praktijk.

PS Op- en aanvullingen zijn altijd welkom.

Groningers strikken, zo doe je dat

strikjeInmiddels heb ik het langverwachte antwoord van Ben van Beurden binnen, op mijn vragen tijdens de aandeelhoudersvergadering op 19 mei j.l., én op de brief die ik erachteraan had gestuurd.

Of nou ja, antwoord…

Van NAM kwam er een lange brief met het obligate praatje over veiligheid, en enkele nader te analyseren antwoorden op mijn vragen over de tanks met aardgascondensaat in Farmsum.

Van Shell kwam er een eenvoudig briefje, waarin Michiel Brandjes, Company Secretary en General Counsel Corporate, het volgende verklaarde:

* Royal Dutch Shell heeft geen aansprakelijkheidsverklaring afgegeven voor NAM BV, maar Shell Nederland BV wél.

Onze Michiel wijst er fijntjes op dat die informatie ook in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te vinden is. Dat klopt.

Over NAM BV heeft de KVK niet veel te vertellen, maar over Shell Nederland BV kan ik tegen betaling een schat aan informatie krijgen. Zoals jaarrekeningen.

Uit de jaarrekening van 2013 blijkt dat deze overkoepelende holding een netto-resultaat van ca. 1,2 miljard euro boekte.

Hm, bekend cijfertje…

Kosten bestuurlijk akkoord provincie Groningen: 1,2 miljard euro.

Derving inkomsten staat door verlaging productieplafond Groningenveld 2015 naar 30 miljard kuub:  1,2 miljard euro.

Verder verklaarde onze Michiel het volgende:

* Shell maatschappijen zijn geen partij bij het Mijnbouwschadefonds. Voor vragen met betrekking tot het fonds moet ik u verwijzen naar het Ministerie van Economische Zaken, of het secretariaat van de Technische Commissie Bodembeweging.

Dat klinkt alsof Shell / NAM geen flauw benul heeft van het belang van dat fonds.

Ik kan u vertellen: dat is niet het geval. Men weet het donders goed.

We gaan strikken!

In december 2013 heeft NAM op verzoek van EZ het gewijzigde winningsplan 2013 toegelicht, onder meer met een bijlage genaamd ‘Risicobenadering seismisch risico Groningen‘.

In die bijlage vinden we de onderstaande Bow-Tie. (Ik heb hem voor ’t gemak in het Nederlands vertaald):

bowtie-nam
Klik op het schema om vergroot weer te geven

In een Bow-Tie (‘vlinderstrikje’, een opvallend zwierig woord voor zo’n droge risico-analyse) staat altijd een ongewenste gebeurtenis centraal.

Die gebeurtenis heeft een oorzaak of aanleiding die vaak ook al niet zo gewenst is. Daarnaast heeft de gebeurtenis gevolgen die doorgaans nóg ongewenster zijn dan de gebeurtenis zelf.

Nu kun je proberen, zo leert de Bow-Tie-theorie ons, om de gebeurtenis te voorkomen door tussen oorzaak/aanleiding en gebeurtenis barrières op te werpen.

Tegelijkertijd kun je maatregelen nemen om de kwalijke gevolgen van de gebeurtenis zoveel mogelijk te beperken.

Heel logisch allemaal, en als we de Bow-Tie van NAM / Shell bekijken, dan zien we aan de kant van risicobeperkende maatregelen een zekere overlap met de dagelijkse praktijk anno 2015.

Mensen: er is een risicowijzer, er worden dorpenrondes en RIG-bijeenkomsten gehouden. Ook wordt er gedialoogtafeld bij het leven, en de lokale kranten staan vol met reclame uitleg van onder meer Centrum Veilig Wonen.

De ‘mentale impact’ van de (dreiging van zwaardere) bevingen is helaas onverminderd. Het vlinderstrikje is ter rechterzijde blijvend gekreukeld door het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Tegen onomstotelijk bewijs dat de veiligheid van burgers jarenlang geen prioriteit had, kan zelfs deze goedbedoelde folder van GGD Groningen niet op.

Gebouwen: er wordt schade hersteld en met de fameuze ‘versterking’ is inmiddels op kleine schaal begonnen, ook al is er nog geen bouwnorm. Ondertussen wordt er zo hier en daar een huis gesloopt, en investeert men er lustig op los om de leefbaarheid boven NAP te houden. Veel veiliger wordt het er voorlopig niet van.

En wat schetst onze verbazing? In het kader van maatregelen ter leniging van schade aan gebouwen (en dus de portemonnee van NAM / Shell), wordt in de Bow-Tie verwezen naar… het Waarborgfonds Mijnbouwschade.

Als uw maatschappij geen partij is bij dit fonds, mijnheer Brandjes, waarom dan ernaar verwijzen in een toch vrij kritieke grafische weergave van de wijze waarop NAM / Shell denkt het brandje in Groningen te blussen?

Milieu: ook hier hapert het. Er is bijvoorbeeld nog altijd geen risicoanalyse van Chemiepark Delfzijl. In de brief die Kamp vandaag aan de Tweede Kamer stuurde over het gasbesluit voor de tweede helft van 2015, schrijft hij:

De werkgroep onder leiding van Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE) heeft op mijn verzoek inmiddels nog meer vaart en focus in dit proces gebracht. Bijvoorbeeld door een complete lijst met Groningse BRZO-bedrijven op te stellen op volgorde van potentieel risico en volgens die lijst de verdere onderzoeken op te starten. SBE heeft de provincie Groningen bereid gevonden om de niet-SBE leden aan te sporen om aan de onderzoeken mee te doen. Daarmee wordt in belangrijke mate invulling gegeven aan het advies van SodM om inrichtingen die vallen onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen hun bestaande kwantitatieve risicoanalyses te laten uitbreiden met scenario’s voor aardbevingen en faalkansen van insluitsystemen onder aardbevingen.

Chemiepark Delfzijl staat op bedrijventerrein Oosterhorn. De tanks met aardgascondensaat (officiële benaming: OSF, Opslag- en ScheidingsFaciliteiten) staan naast Chemiepark Delfzijl, op een stukje van het terrein dat ‘De Zeesluizen’ heet.

De gemeente Delfzijl is in 2005 gestart met een MER-procedure, en nu, anno 2015, is er een voorontwerpbestemmingsplan.

In dat voorontwerpbestemmingsplan wordt ‘De Zeesluizen’ als volgt  omschreven:

Dit is een bedrijventerrein voor het midden- en kleinbedrijf, gekenmerkt door scheepsbouw- en reparatie, opslagbedrijven en kleinere dienstverleners. Direct naast het bedrijventerrein liggen de zeesluizen, waaraan het terrein haar naam dankt.

In feite is er voor alle bedrijven binnen de onderstaande contouren op dit moment GEEN GELDEND BESTEMMINGSPLAN

chemiepark-binnen-oosterhorn
Contouren voorontwerpbestemmingsplan Oosterhorn. Klik op de kaart voor grotere weergave. Groen omlijnd: Chemiepark Delfzijl. OSF bevindt zich bij nr. 102, onder “Farmsum”

Uit het antwoord dat NAM gaf op één van mijn vragen over de OSF blijkt dat deze tanks niet onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen vallen. Dat betekent dat NAM op dit moment geen wettelijke verplichting heeft om een rampenbestrijdingsplan te maken voor de mogelijke uitkomst van het sommetje [zware beving + tanks aardgascondensaat].

En als iets wettelijk gezien niet hoeft, doet NAM het niet. Zoals Gerald Schotman, CEO NAM BV én bestuurder Shell Nederland BV, op 21 april 2015 tijdens een hoorzitting van de vaste TK-commissie EZ stelde:

Willen is iets anders dan moeten

Ook Staatstoezicht op de Mijnen is opgevallen dat een en ander nog wat te wensen overlaat bij Chemiepark Delfzijl. In het gisteren uitgebrachte Advies Seismisch Risico Groningen stelt SodM:

De risicoanalyses van NAM gaan over woningen. Bedrijven die vallen onder het Besluit Externe Veiligheid (bijvoorbeeld op het Chemiepark Delfzijl) zijn nog niet in de berekeningen meegenomen. Ook ontbreekt nog een beschouwing van het groepsrisico.

Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond zo’n bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico).

Het bevoegd gezag inzake de OSF is het ministerie van EZ. Ik vermoed dat dat ministerie al jaren te weinig doet om plaatsgebonden risico’s en groepsrisico’s in kaart te brengen én maatregelen af te dwingen.

Hoe anders is te verklaren dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu op 4 juni jongstleden een wijziging van de Regeling externe veiligheid inrichtingen heeft aangekondigd?

In deze wijziging wordt speciale aandacht besteed aan koppeling van het BEVI aan bepaalde mijnbouwwerken – onder andere die voor opslag van gevaarlijke stoffen. Me dunkt dat de OSF daar ook onder valt.

Waarom krijg ik toch de indruk dat de meest basale dingen (een beetje adequate wetgeving ten aanzien van zoiets gevaarlijks als een cluster tanks van NAM, met gemiddeld 20.000 m3 zwaar giftig, licht ontvlambaar én explosief aardgascondensaat op enkele honderden meters afstand van een woonwijk) pas ná de beving bij Huizinge op 16 augustus 2012 serieus zijn genomen?

Reputatie: is het te begrijpen dat iets als ‘reputatie’ als kwalijk gevolg van een zware beving in Groningen wordt neergezet in een analyse van een situatie die grote risico’s voor de VEILIGHEID VAN MENSEN met zich meebrengt?

Ik zeg: NEE. En daarom is het maar goed dat er van de reputatie van NAM weinig overblijft. Problemen in Twente, problemen in Drenthe, nieuwe problemen in Groningen.

Terug naar de basis

Nu we de rechterhelft van de strik hebben besproken, kunnen we naar de linkerhelft gaan kijken. De oorzaak/aanleiding voor de onwelkome gebeurtenis wordt omschreven als ‘opbouw van seismische energie als gevolg van reservoirdepletie’.

NAM / Shell heeft bedacht dat er twee manieren zijn om te voorkomen dat die opgebouwde energie vrijkomt als (zware) beving. Deze ‘barrières’ zijn:

Drukegalisatie: door ervoor te zorgen dat de druk in het Groningenveld zo gelijkmatig mogelijk afneemt, hoopt NAM te voorkomen dat er breuken getriggerd worden of op andere wijze bevingen geïnduceerd worden. (Dit is een grove versimpeling van het technische verhaal.)

Het is mij al een tijdje een raadsel waarom er in cluster Oost (waar ik woon) in de loop der jaren steeds meer gewonnen wordt, terwijl in cluster Loppersum (op last van de rechter) de kraan is dichtgedraaid.

Daarnaast lijkt het mij vanuit oogpunt van veiligheid beter om per maand een vaste hoeveelheid uit de grond te halen, in plaats van als een kip zonder kop achter het weer aan te hollen, zodat er in koude winters pieken ontstaan.

Ook SodM denkt in die lijn, getuige de aanbeveling in het hierboven genoemde advies om op korte termijn te onderzoeken wat het effect is van kortdurende, sterke productiefluctuaties in de verschillende regio’s van het Groningenveld op de seismiciteit.

Het is toch gek dat dit anno 2015 nog aanbevolen moet worden, terwijl NAM / Shell drukegalisatie al in 2013 in die Bow-Tie noemt? Of valt deze barrière ook onder ‘willen is iets anders dan moeten’?

Stikstofinjectie: de druk op peil houden met behulp van stikstof is een idee dat al heel lang in Groningen rondwaart. NAM / Shell heeft het, naar ik begrepen heb, altijd afgewezen, omdat het te duur zou zijn.

SodM stelt dat deze tweede barrière alleen op lange termijn te realiseren is. Voor nu hebben we er dus weinig aan. Het is wel opmerkelijk dat er over een tijdje in Zuidbroek flinke capaciteit is voor stikstofconversie.

Dat stikstof is nu nog bedoeld om hoogcalorisch gas om te zetten in pseudo-Gronings gas. Wanneer we ons gebruik van gas drastisch beperken, kan die capaciteit over een jaar of tien, vijftien mogelijk worden ingezet om de druk in het Groningenveld op peil te houden.

Dat kost wel klauwen met geld – en de vraag is of het effect zal hebben. (Kamp: dat gaan we onderzoeken…)

Meer vragen dan antwoorden

Er is nog niks gedaan om ons te helpen. Het is fluisterstil van de zijde van de Commissie (op wat damage control na). Ook op mijn klacht heb ik nog geen reactie – niet eens een ontvangstbevestiging, wat toch netjes zou zijn geweest.

Ook nemen mijn zorgen alleen maar toe naarmate ik meer lees.

Om toch wat houvast te krijgen, heb ik geprobeerd om aan de hand van de Bow-Tie van NAM / Shell te inventariseren wat de stand van zaken is.

Ik had gehoopt wat helderheid te verschaffen (en misschien gemoedsrust), maar zo teruglezend roept het hele verhaal alleen maar meer vragen op.

En dat is dan weer typerend voor de gaswinningsellende. Aan de onzekerheid komt geen eind. We zijn omgeven door een wolk van vraagtekens. Dat is slopend.

Tegen beter weten in hoop ik dat onze overheid NAM / Shell dwingt een Bow-Tie te implementeren met een vakje ‘mensen’ dat twee keer zo groot is als de andere vakjes.

Gewoon, omdat we het waard zijn.