Over olifanten en (onbenutte) kansen

leeuwin-olifant-vlagGisteren was ik in ’t Zandt, op een informatiebijeenkomst georganiseerd door de Dialoogtafel Groningen.

Voor degenen die daar ook aanwezig waren: mijn excuses voor de interrupties, zeker in het begin. Dat was irritant, ik geef het toe.

Waarom deed ik er dan aan mee?

Omdat ik bij mijn favoriete natuurdocumentaire ook altijd ben vóór de oude, verzwakte olifant die nooit een vlieg kwaad zou doen, en dus tègen de leeuwin die haar brutale, al best wel zelfstandige en weldoorvoede welpen wat extra vlees wil toestoppen.

Vooral het feit dat het grote logge beest niet lijkt te beseffen hoe sterk hij is, grijpt me aan.

Tijdens het kijken word ik iedere keer weer een beetje wee van binnen. Wee en plaatsvervangend opstandig.

Enfin, na een berisping van de sprookjesvertellers voorlichters heb ik me beperkt tot het maken van aantekeningen. Uit die aantekeningen deel ik met u de volgende notities over kansen.

Kans dat Kamp erkent dat de woningmarkt op z’n gat ligt

Bij het onderdeel ‘Waardevermeerderingsregeling’ werd terecht opgemerkt dat die 4000 euro niet opweegt tegen de waardevermindering van onze huizen. Gezien de totaal verkrampte woningmarkt in het bevingsgebied is het bijkans onmogelijk om te verkopen zonder persoonlijk faillissement.

Daarop kwam het gesprek op het woningmarktonderzoek dat de Dialoogtafel laat uitvoeren door Prof. Peter Boelhouwer van de TU Delft.

Wij achten de kans groot dat minister Kamp na ontvangst van onze eigen onderzoeksgegevens zal erkennen dat er echt een woningmarktprobleem is, en daarnaar zal handelen.

Hm… Minister Kamp, dat is toch de man die wél sorry kan zeggen, maar niet adequaat kan/wil handelen naar aanleiding van de erkenning dat er een grote kans is op bevingen met vérstrekkende gevolgen?

We zijn halverwege de aanval. De leeuwin hangt aan één van de voorpoten van de olifant. Hij bloedt. Hij trompettert luid. Hij schudt heen en weer. Maar hij trapt niet.

Kans dat gewone burgers doordringen tot Den Haag

Gelukkig snapte Jan Boer, voormalig VVD-wethouder te Loppersum en namens Groninger Dorpen lid van de Dialoogtafel Groningen, dat ik me vanwege mijn grote zorgen zo irritant opstelde. Omdat hij mij, en alle andere aanwezigen, graag wilde geruststellen, vertelde hij dat het vast en zeker beter zal gaan wanneer de Nationale Coördinator Groningen eenmaal is geïnstalleerd.

Want ondanks het feit dat Mark Dierikx, de rechterhand van VVD-minister Kamp, deelneemt aan de Dialoogtafel, lukt het maar niet om écht tot diezelfde minister door te dringen.

In plaats van zich af te vragen hoe dat nou komt, heeft de Dialoogtafel alle hoop gevestigd op een toeschietelijke en gulle Coördinator die al onze wensen zal vervullen.

Ze verlangen dus naar een soort Sinterklaas. Ik heb daar alle begrip voor. Ik vond het ook niet leuk om te horen dat de NAM die rol niet wilde vervullen. En daar was ik beslist niet de enige in, getuige deze ingezonden brief.

Het is de olifant gelukt om de leeuwin van zich af te schudden. Ze blijft echter om hem heen cirkelen. Hij ziet haar niet, verward, afgeleid door de pijn. “Leeuwin op vijf voor twaalf!” roep ik. “Trap dan!”

Kans dat het bevingsgebied alsnog perspectief biedt

Het Centrum Veilig Wonen hield een gloedvol praatje over de erkenningsregeling voor vaklieden. De redenering was deze: met de juiste competenties en wat extra communicatietraining kunnen we het schadeherstel, de bouwkundige inspecties én de preventieve versterking snel in goede banen leiden.

Dat de bevingen zwaarder worden, en de problemen groter, moesten we niet zien als een domper op ons bestaan.

Integendeel. Jan Emmo Hut stelde:

Het gaat om de kans die erin zit om te kijken om datgene wat er gebeuren moet te combineren met economisch perspectief, zodat zich uiteindelijk zelfs méér mensen hier willen vestigen.

Had de olifant nou maar die trap gegeven. Nu heeft de leeuwin er haar jongere zus bij gehaald! Ik zit op het puntje van mijn stoel. “Twee tegen één, durven jullie wel!”

Kans dat Veiligheidsregio Groningen juist handelt

Toen ik de mevrouw van de Veiligheidsregio Groningen onderbrak om aan te geven dat er in het Incidentbestrijdingsplan Aardbevingen een verkeerd uitgangspunt wordt gehanteerd, viel dat niet in goede aarde.

Ietwat verbolgen merkte ze op dat er naast het criterium ‘doden’ nog vele andere criteria meewegen bij het opstellen van een risicoprofiel, en dat er op basis van al die criteria bij elkaar een plan is opgesteld.

Dat een risicoprofiel niet afhangt van één enkel criterium snap ik wel.

Maar het lijkt mij dat een juiste inschatting van het aantal te verwachten doden nogal essentieel is – al was het maar omdat je dan een beetje weet hoeveel bodybags je op voorraad moet hebben.

De olifant siddert. Aan iedere achterpoot hangt een leeuwin. Een oor is gescheurd, en zie ik daar een beetwond op zijn slurf? “Hou vol,” gil ik, “hou vol!”

Kans dat we een veel groter risico lopen dan gedacht

Tot slot het verhaal van mijnheer De Haan (NAM). Hij zei trots dat er steeds meer en beter wordt gemeten. En al die meetgegevens worden door wetenschappers uit de hele wereld onderzocht. De bedoeling is om te komen tot een nauwkeuriger inschatting van de risico’s.

Want, aldus mijnheer de Haan:

De kans op een beving van 4,8 zoals we die nu hebben berekend, is gebaseerd op een model met veel onzekere factoren, en daarom is deze berekening aan de conservatieve kant.

O-kee…

Sinds de risicoanalyse van Staatstoezicht op de Mijnen weten we dat er bij een zwaardere beving in één klap meer slachtoffers kunnen vallen dan bij bijvoorbeeld een ramp bij Schiphol. Het groepsrisico in het gebied beïnvloed door de Huizinge-beving is volgens het SodM zelfs vergelijkbaar met het landelijk groepsrisico bij overstromingen.

Maar blijkbaar is dat achterhaalde informatie. De kans dat we dat groepsrisico in de praktijk gaan ervaren, is onmetelijk groot.

Terwijl de doden zich in mijn hoofd opstapelden, sprak mijnheer de Haan de volgende cryptische woorden:

U moet niet de werkelijkheid omdraaien naar wat u wilt zien.

De olifant is moe, doodmoe. Terwijl hij kreunend in elkaar zakt, nog vóór de eerste stukken van zijn lijf worden gescheurd, zet ik de DVD-speler uit. Hoe vaak ik deze documentaire ook kijk, ik haal nooit de aftiteling. Dat trek ik niet.

Nee, dat trek ik niet.

Veiligheidsregio Groningen hanteert verkeerd uitgangspunt

je hebt meer in huis dan je denktOp de site van Veiligheidsregio Groningen staat het Incidentbestrijdingsplan Aardbevingen (februari 2014), hierna te noemen IBP.

Dat is mooi, want in Groningen worden steeds zwaardere geïnduceerde bevingen verwacht. En bij zwaardere bevingen zijn “incidenten” zoals instortende huizen, wegvallende nutsvoorzieningen, industriële ongelukken en andere rampspoed niet uitgesloten.

Veiligheidsregio Groningen hanteert volgens mij een scenario dat op de verkeerde leest is geschoeid. Ik leg hieronder uit hoe ik tot die conclusie ben gekomen.

Grondversnelling (PGA-waarden)

De versnelling is de mate waarin de grond tijdens een beving heen en weer beweegt. Veiligheidsregio Groningen meldt dat er bevingen met een kracht tot 4,1 op de schaal van Richter kunnen plaatsvinden, met een berekende grondversnelling van 0,12 g (oftewel 120 cm/s2).

Dat is informatie die minister Kamp in januari 2014 naar buiten heeft gebracht.

Vanuit de gedachte “better safe than sorry” heeft Veiligheidsregio Groningen zich voorbereid op een nóg forsere beving: 5,0 op de schaal van Richter.

Over de grondversnelling die bij een dergelijke beving hoort, wordt in het document met geen woord gerept.

Wel verwijst Veiligheidsregio Groningen indirect naar de risico-analyse die SodM in januari 2013 publiceerde.

Deze analyse bevat de volgende berekende PGA-waarden voor een zware beving bij Huizinge (epicentrum van de beving op 16 augustus 2012):

PGA + Doden Huizinge

Zoals u ziet, varieert de berekende grondversnelling van 0,08 tot 0,49 g (oftewel 80 tot 490 cm/s2).

Intensiteit

De schaal van Richter zegt alleen iets over de vrijgekomen energie bij een beving. Het is de intensiteit die aangeeft welke schade er aan de oppervlakte ontstaat.

Intensiteit kun je bepalen door na iedere beving te inventariseren wat mensen precies ervaren hebben en welke schade er is ontstaan. Voor zover mij bekend stelt het KNMI de intensiteit vast op basis van meldingen (telefonisch en via hun website).

Veiligheidsregio Groningen gaat voor het geschetste scenario uit van intensiteit VII op de Europese Macroseismische Schaal (EMS).

Daar horen de onderstaande gevolgen bij:

“Veel mensen zijn geschrokken en rennen naar buiten. Velen hebben moeite om zich staande te houden. Meubilair verschuift en topzwaar meubilair kan omvallen. Voorwerpen vallen van schappen, water spoelt over uit vaten, tanks en zwembaden. Gebouwen vertonen aanzienlijke tot zware schade, van scheuren in muren, dakpannen die wegglijden tot schoorstenen die afbreken en in een enkel geval (gedeeltelijke) instorting/bezwijken van constructies.”

Koppeling intensiteit en grondversnelling

In onderstaand grafiekje van de RUG wordt de EMS-intensiteit gekoppeld aan de grondversnelling:

EMS en PGA

Bij de grondversnellingen zoals berekend door SodM komen we uit op intensiteit VIII tot IX – wat gepaard gaat met dramatisch forsere schade!

Zouden we dat terugvertalen naar de schaal van Richter, dan komt dit overeen met een beving met een kracht van 6,0 – 7,0:

Relatie EMS en Richter

PGA-waarden tijdens de Huizinge-beving

De beving bij Huizinge had volgens het KNMI een kracht van 3,6 op de schaal van Richter en een EMS-intensiteit van VI.

Die intensiteit valt niet te rijmen met de PGA-waarden van de versnellingsmeters in het betreffende gebied:

Relatie EMS en Richter

(Bron: KNMI, via website NAM)

Uitgaande van een PGA-waarde van 17,7 tot 85 cm/s2 komen we met behulp van het grafiekje van de RUG voor het gebied het dichtst bij het epicentrum uit op een intensiteit van VI tot VIII.

Dat klopt aardig met de ervaringen in en rond Huizinge. Woningen golfden en schokten op en neer en heen en weer, diverse kanten op. Mensen konden zich niet goed staande houden. Sommigen renden geschrokken naar buiten. Meer dan de helft van de gemetselde woningen in Middelstum (grootste plaats in het gebied) raakte beschadigd.

Kans op doden

Voor het scenario met een beving van 5,0 op de schaal van Richter komt Veiligheidsregio Groningen uit op score B (= “onwaarschijnlijk”) voor het criterium “Doden”:

Criteria IBP "Doden"

Dat lijkt mij iets te optimistisch ingeschat in het licht van de berekende aantallen doden in de tabel van het SodM (scroll naar boven).

Het maximale aantal doden bij een beving van 5,0 op de schaal van Richter is voor een gebied tot 15 km afstand van Huizinge berekend op 118. Wat zou het zijn voor een gebied tot 15 km afstand van Groningen, of tot 15 km afstand van Delfzijl + Chemiepark?

Samenvatting en conclusie

De Veiligheidsregio Groningen gaat in het IBP uit van een beving van 5,0 op de schaal van Richter, met een EMS-intensiteit van VII.

Dat is een onrealistisch scenario. Voor de beving bij Huizinge (“slechts” 3,6 op de schaal van Richter) is al een EMS-intensiteit van VI-VIII aannemelijk gemaakt.

Bovendien heeft het SodM voor een zware beving een bandbreedte met vrij hoge PGA-waarden berekend.

Baseert Veiligheidsregio Groningen zich op de risico-analyse van het SodM, dan moet men bij een beving van 5,0 op de schaal van Richter uitgaan van EMS-intensiteit VIII tot IX.

En daar horen hele andere scores op het risicoprofiel bij…

(Voor opmerkingen bij en aanvullingen op dit verhaal houd ik mij aanbevolen. Zie Contact voor mijn gegevens.)