Mijnbouwschade en het Burgerlijk Wetboek

wetboekSinds afgelopen zomer zijn we in Groningen twee bestuurlijke instanties rijker: de Nationaal Coördinator Groningen én de Commissie Meijdam. Beiden hebben het voornamelijk over ‘aardbevingen’, en daarmee spelen zij NAM (Shell en Exxon) in de kaart. Ik leg hieronder uit hoe ik tot die conclusie kom.

Burgerlijk Wetboek 6, Artikel 177, Lid 1

In de meeste uitlatingen van minister Kamp en de heren Alders en Meijdam komt het woordje ‘aardbevingsschade’ voor.

In het Tweede Advies van de Commissie Meijdam (dat als basis dient voor de plannen van NCG), wordt zelfs gesteld:

Daarnaast moet alle schade die ontstaat als gevolg van aardbevingen worden vergoed. Dat is een onomstreden en wettelijk bepaald gegeven.

Dat klopt. Maar tegelijkertijd geeft de Commissie hiermee een te beperkte voorstelling van zaken.

Hier volgt de letterlijke tekst van de wet:

BW 6 artikel 177 lid 1

De bodem in Groningen is voortdurend in beweging als gevolg van de gaswinning – op allerlei manieren. En al die bewegingen hebben effect op bijvoorbeeld het grondwaterpeil. Daarnaast is er ook nog wisselwerking tussen de bewegingen van de bodem en het type ondergrond (wat in extreme gevallen tot liquefactie leidt. Dit kan bij de dijken een probleem zijn.)

Iedere dag, ook als er géén beving heeft plaatsgevonden, ondergaan onze huizen de gevolgen van bewegingen in de bodem door exploitatie van de vele mijnbouwwerken die hier al ruim vijftig jaar het gigantische gasveld onder onze voeten leegzuigen.

En dat geeft iedere dag weer een beetje meer schade, want daar zijn onze huizen nooit op gebouwd. Zelfs als er in een straal van 20 km geen krachtige beving heeft plaatsgevonden, kan een huis na verloop van jaren ernstig beschadigd raken door beweging van de bodem als gevolg van mijnbouwexploitatie.

Niet-bevingsgerelateerd? Niet bij NAM/CVW

Een flinke scheur direct na een aardbeving wordt door NAM/CVW nog wel eens als A-schade gezien (‘bevingsgerelateerde schade’).

Maar als je hele huis langzaam wegzakt en scheurt, omdat het door de voortdurende beweging van de bodem uit z’n verband is getrokken, wordt het een ander verhaal.

Dan heet het al gauw een ‘complex geval’, met onder meer ‘zettingsschade’. En daar gaat NAM/CVW niet over.

Hans Alders ook niet, trouwens.

In een artikel in de Groninger Krant wordt dit nader verklaard:

Voor wat betreft zettingsschade, bodemdaling of peilwijzigingen ligt er geen rol voor de NCG. Wordt onomstootbaar vastgesteld dat schade is ontstaan door een van deze oorzaken is er een partij die verantwoordelijk kan worden gehouden. De huiseigenaren zullen dit zelf moeten opnemen en afhandelen.

NCG gaat dus écht enkel en alleen over ‘aardbevingsschade’. Het NCG-plan heet daarom ook ‘Aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen’, en niet ‘Mijnbouwschadebestendig en kansrijk Groningen’.

Bij wie moet je dan wél zijn?

Wijst NAM/CVW de schade aan je huis af, dan kun je proberen je recht te halen bij de Commissie Bodemdaling Groningen.

Deze Commissie is, in tegenstelling tot NCG (die geheel onder EZ valt), een lekker ouderwetse publiek-private samenwerking tussen het Rijk en de provincie Groningen enerzijds, en NAM anderzijds.

NAM/Commissie Bodemdaling Groningen baseert zich op bodemdalingsmodellen van NAM, en heeft als taak vast te stellen:

  • Welke handelingen, werken of werkzaamheden zijn aan te merken als maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn ter voorkoming, beperking of herstel van schade ten gevolge van bodemdaling door aardgaswinning.
  • Welke kosten, hetzij van vorenbedoelde maatregelen, hetzij anderszins (compensaties) zijn aan te merken als kosten welke de NAM overeenkomstig de regels van de bodemdalingsovereenkomst zal vergoeden.

In 2014 heeft de provincie Groningen van NAM/Commissie Bodemdaling Groningen voor ingediende claims een vergoeding van 4 miljoen euro ontvangen. (Het gaat daarbij vooral om kosten voor gemalen en de waterhuishouding.)

Het Rijk heeft geen claim ingediend in dat jaar, en dus ook niets vergoed gekregen.

Negentig particulieren dienden wél een claim in, maar kregen ook niks vergoed, want:

De Commissie is van mening dat er geen causaal verband is tussen de opgetreden bodemdaling en de gemelde schade aan de woningen.

Tja. Dat krijg je als de helft van de leden van zo’n Commissie is benoemd door het bedrijf dat de ellende veroorzaakt. Als NAM/CVW al niet wil vergoeden, dan NAM/Commissie Bodemdaling Groningen ook niet.

Addertjes onder het gras

NAM zou NAM niet zijn, als er niet wat extra schotten tussen Groningers en BW 6 Artikel 177 lid 1 waren geplaatst.

Hier volgt het huidige, zeer ontmoedigende NAM-protocol:

Stap 1: Schademelding NAM/CVW

Je meldt je schade bij NAM/CVW, de VEROORZAKER van de schade.

NAM/CVW stuurt eigen inspecteurs om poolshoogte nemen. Die constateren: de schade is ‘niet-bevingsgerelateerd’.

Er komen andere oorzaken op tafel, zoals ‘zetting’, ‘slappe bodem’, ‘constructiefouten’, ‘achterstallig onderhoud’ en ‘ouderdom’.

Je huurt eventueel nog een contra-expert in, op kosten van NAM/CVW. Die krijgt veel minder uren vergoed dan de expert van NAM/CVW, maar doet toch zijn best.

Er volgt een verbeten gevecht.

NAM/CVW houdt voet bij stuk. De schade is en blijft ‘niet-bevingsgerelateerd’.

Stap 1a: Naar de rechter

De gang naar de rechter is voor mensen in Groningen vrijwel onmogelijk. Het gemiddelde inkomen in Groningen is niet zo hoog, en een rechtsbijstandsverzekering afsluiten is er ook niet meer bij. Staatssecretaris Dijkhof wil bovendien geen apart fonds hiervoor instellen.

De facto is Stap 1a voor het merendeel van de gedupeerden niet haalbaar.

Stap 2: Voorlopige uitspraak NAM/Commissie Bodemdaling Groningen

NAM/CVW verwijst je naar NAM/Commissie Bodemdaling Groningen. Daar klop je aan, en je vraagt om een onderzoek.

Uit dat onderzoek blijkt, hoe verrassend, dat de schade niet het gevolg is van bodemdaling. De voorlopige uitspraak luidt: claim afgewezen.

Stap 3: Naar de TCBB (Technische Commissie BodemBeweging)

Helaas heeft de TCBB slechts een adviserende functie. Bovendien zijn die adviezen niet bindend voor NAM/Commissie Bodemdaling Groningen.

Je gaat dus naar de TCBB, die geeft advies, en dat advies wordt genegeerd. Einde stap 3.

(Het lijkt misschien alsof dit allemaal in moordend tempo gebeurt, maar in werkelijkheid is een gedupeerde die bij stap 3 is aanbeland, al een paar jaar bezig.)

Stap 4: Definitieve beslissing NAM/Commissie Bodemdaling Groningen

Je zet dóór en vraagt om een definitieve beslissing van de NAM/Commissie Bodemdaling Groningen. Dat wil de Commissie je wel geven, maar dan moet je eerst “toetreden tot de Overeenkomst Groningen – NAM”.

In artikel 10 van die overeenkomst staat dat je afstand doet van het recht om op een andere wijze vergoeding van NAM te verlangen.

Je tekent bij het kruisje, NAM/Commissie Bodemdaling Groningen wijst je claim definitief af, en dat is dat.

Geen vergoeding, geen rechten. Zo doen we dat, in wingewest Groningen.

Dankzij NCG beter toegang tot het recht?

Ik heb een paar hele magere bewegingen in de goede richting bespeurd in het conceptvoorstel van NCG, dat vandaag online is verschenen:

De NCG vindt het belangrijk dat aardbevingsgedupeerden op adequate wijze hun schade kunnen verhalen. Daarom zal de NCG in overleg met betrokken partijen bekijken op welke wijze voorzien kan worden in adequate juridische bijstand ter aanvulling op de bestaande mogelijkheden en de reeds ontwikkelde protocollen bij schade en preventie.

En:

De Tcbb is een onafhankelijke commissie die adviseert over het verband tussen opsporing, winning van delfstoffen en bodembeweging. Wanneer schademelders bij de Commissie Bodemdaling geen positieve uitspraak krijgt over de connectie tussen schade en bodemdaling door gaswinning, kunnen ze zich wenden tot de Tcbb. De Arbiter aardbevingsschade kan uitspraken van de Tcbb betrekken in de uitspraak.

Blijkbaar ziet NCG in dat stap 1a (de gang naar de rechter) een volwaardige stap moet zijn. Dat is fijn, al wil ik wel graag weten wie de betrokken partijen zijn waarmee NCG gaat praten over juridische bijstand. Want als een van die partijen toevallig NAM heet, dan houdt het op.

Wat mij niks zint is dat er geen enkele inclinatie bij NCG is om het schadeprotocol uit de handen van NAM/CVW en NAM/Commissie Bodemdaling Groningen te rukken. Een schadeprotocol onder leiding van onafhankelijke (écht onafhankelijke, dus niet ‘Gronings’ onafhankelijke) instanties zou het aantal ‘complexe gevallen’ aanzienlijk verminderen.

Wel voegt NCG een ‘arbiter aardbevingsschade’ toe. (Let op, deze had dus ‘arbiter mijnbouwschade’ moeten heten.)

Met de instelling van een arbiter hebben NAM en CVW al ingestemd. Ons is weer eens niks gevraagd.

Maar, belooft NCG: de uitspraak van zo’n arbiter zal voor NAM bindend zijn, en voor particulieren niet.

Dat is NCG geraden ook.

Een bindende uitspraak van een arbiter zou betekenen dat er een extra schot tussen ons en Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 177 lid 1 wordt geplaatst.

Dat zou heel raar en misschien ook illegaal zijn. Tussen ons en het Burgerlijk Wetboek mogen zelfs Kamp en zijn kornuiten niet komen. (Nog niet.)