De ene achtertuin is de andere niet

nimby-groningenOmdat ik weet dat er vroeg of laat zelfs aan mijn incasseringsvermogen een eind komt, ben ik dezer dagen aan het nadenken over plan B.

Plan B treedt meestal in werking als plan A mislukt. Dat is bij mij nog niet het geval, maar ik ben dan ook nog niet zo lang bezig (anderhalf jaar).

Er zijn heel wat Groningers die na vele jaren vechten tegen de NAM hun plan A aan het afronden zijn. Het resultaat is zelden bevredigend.

De meesten hebben er een behoorlijk zwartgallige kijk op de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven aan overgehouden.

Maar er zijn ook mazzelaars, die de dans leuk ontsprongen zijn.

Maatjes die wat voor elkaar over hebben

Onlangs kwam naar buiten dat boerderij de Haver in Onderdendam in 2013 niet is gekocht door de NAM, maar door de NAM en EBN, precies in de verhoudingen van de Maatschap Groningen (60% NAM, 40% EBN). Het monumentale pand zou zwaar beschadigd zijn.

Over die transactie wil ik het nu niet hebben. Interessanter vind ik de Maatschap Groningen, die bepaalt waar en hoe er gas wordt gewonnen in het Groningenveld.

Maatje NAM (aandeelhouders: Shell en Exxon) verkoopt al het Groningse gas aan GasTerra (aandeelhouders: Nederlandse Staat, maatje EBN, Shell en Exxon). Dat gaat via een constructie die verdacht veel lijkt op kartelvorming, zoals blijkt uit onderstaand citaat uit GasTerra’s jaarverslag 2014:

“De aandeelhouders van GasTerra hebben een overeenkomst gesloten betrekking hebbende op de door GasTerra te behalen winst na belasting.

Op grond daarvan wordt de prijs van het gedurende het jaar door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. aan GasTerra verkochte Gronings aardgas zodanig vastgesteld, dat voor GasTerra de door aandeelhouders voor dat jaar vastgestelde winst na belasting overblijft.”

Wie wil dit nu niet, als enige afnemer van een uniek product ZELF de hoogte van de winst bepalen, omdat de producent zo aardig is om de prijs daarop aan te passen?

Het lijkt een knap staaltje zakendoen van GasTerra, maar het kan ook ordinaire handjeklap van de maatjes zijn.

Want zowel bij de Maatschap Groningen als bij GasTerra schuiven grotendeels dezelfde mannen aan tafel. Bekijk het onderstaande plaatje uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid maar eens:

maatschap-groningen

Ik heb de namen erbij gezocht, dan maakt het nog wat duidelijker:

maatschap-gasterra

(Voor zover ik heb kunnen nagaan, is Stan Dessens niet actief bij EBN, vandaar dat ik “vertegenwoordiger EBN” open laat. Nadere info is altijd fijn.)

Applaus voor onze Mark en onze Gerald (en diens voorganger Bart van der Leemput, die in 2013 nog aan het roer stond bij de NAM), die naast hun drukke werk bij respectievelijk EZ en de NAM, en zoals u kunt zien dus ook bij Maatschap Groningen en GasTerra, tijd hebben gevonden om aan te schuiven bij de Dialoogtafel Groningen.

Zeker als je bedenkt dat de vergaderdruk sinds 2013 binnen de Maatschap Groningen is toegenomen. Naast de 11 vergaderingen bij GasTerra moesten de heren maar liefst 27 keer op komen draven voor de Maatschap Groningen, terwijl dat voorheen maar een keer of vier per jaar was.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid schrijft over die vergaderingen:

In deze overleggen bespreken de deelnemers het aardbevingsrisico. De meeste aandacht gaat uit naar de proportionaliteit van een besluit zoals het beperken van het geproduceerde volume: hoe verhoudt het besluit zich tot de belangen van de Maatschap, de belangen van NAM, de belangen van EBN als staatsvertegenwoordiger en ook aan de publieke aspecten mede door de toehoorder van EZ.

Proportionaliteit & profilering

Minder aardgas winnen betekent minder bevingen, althans meer tijd tussen de bevingen. Dat effect zie je in Loppersum, waar de bodem de laatste tijd een stuk minder actief is. Daarmee zijn de problemen nog niet opgelost, maar het is beter dan de oude situatie.

In cluster Oost wordt bijvoorbeeld nog wél flink gewonnen. Een risico-analyse voor onder meer het Chemiepark is er niet. Het komt er dus op neer dat staat, Shell en Exxon gokken met de levens van de inwoners van Delfzijl en wijde omgeving. Oh, en met het voortbestaan van 15-25% van de Nederlandse chemiesector. En met het imago van Nederland. (Een grote milieuramp voeg je niet graag toe aan je palmares.)

Betekent minder aardgas winnen ook minder winst maken?

Niet per se. GasTerra verkeert in de riante positie om gewoon hetzelfde bedrag als altijd af te romen, no matter what. De winst kan dus in theorie op peil blijven, al zullen eindgebruikers zoals huishoudens en industrie wel morren als de prijs van het gas opeens omhoog schiet.

Dat die eindgebruikers nauwelijks een andere keus hebben, komt doordat Nederland na de ontdekking van het Groningenveld razendsnel van stookolie en kolen op aardgas is overgeschakeld. Kom tegenwoordig maar eens om zo’n snelle en complete energietransitie.

De olie- en gasboeren is er alles aan gelegen om de klimaattechnisch broodnodige overstap op duurzame brandstoffen te vertragen. Zo wordt aardgas onder meer door Shell handig geprofileerd als onderdeel van de oplossing.

Heeft dan niet één van de hierboven genoemde mannen een reden om vóór productieverlaging te zijn?

Not In My Backyard

In zijn hoedanigheid van voorzitter van de Vereniging tot behoud van Oud, Groen en Leefbaar Voorschoten sprak Stan Dessens op 27 juni 2012 de volgende bevlogen woorden tegenover de Provinciale Staten van Zuid-Holland:

Er zijn alternatieven die geen natuur vernietigen, beter voor het milieu zijn en geen dorpen en stadsdelen verminken.

Met zijn vereniging vecht onze Stan onder meer tegen de RijnlandRoute, een nieuwe provinciale wegverbinding tussen de kust bij Katwijk en de A4 bij Leiden.

In de laatste nieuwsbrief vertelt hij dat er een beroepschrift is ingediend, en dat hij hoopt dat de Raad van State er alsnog een stokje voor steekt. Hij toont zich goed op de hoogte van juridische ins en outs: de RvS moet volgens de Crisis- en Herstelwet binnen een half jaar uitspraak doen.

Ergens hoop ik dat onze Stan de kennis en ervaring die hij als verenigingsvoorzitter heeft opgedaan met verzet tegen ongewenst ingrijpen in zijn leefomgeving meeneemt in zijn werk als voorzitter van het College van Gedelegeerde Commissarissen van GasTerra – dat hij méédenkt met de arme Groningers, wiens woongenot danig is aangetast. (Understatement of the year.)

Maar als ik lees dat hij ook voorzitter is geweest van de commissie die in 2013 adviseerde om de AIVD meer bevoegdheden te geven, en de burger tegen misbruik dacht te kunnen beschermen door een beter systeem van sturing, toezicht en transparantie, dan twijfel ik weer.

Zeker als ik bij Bits of Freedom lees dat onze Stan nogal slecht geïnformeerd is over de dagelijkse praktijk bij inlichtingendiensten.

Iemand die zich zo slecht verdiept in de kwesties van algemeen belang waarover hij mee moet denken, is misschien ook wel van mening dat oud, groen en leefbaar Groningen minder belangrijk is dan oud, groen en leefbaar Voorschoten.

Nee, mijn plan A, een combinatie van eigenbelang (fatsoenlijke compensatie) en algemeen belang (Groningen, en daarmee Nederland, van de ondergang behoeden door het huidige systeem te kraken), is en blijft een lastige dobber.

Het is lastig varen op steeds woeliger baren

Vennen-blog
Koers2022 op de te slopen Vennenflat, geflankeerd door Shell.
Foto door Bram Reinders.

De gemeente Delfzijl (hierna te noemen: de rederij) houdt graag het maritieme karakter van de havenplaats hoog in het vaandel, en heeft daarom een koers naar het jaar 2022 uitgestippeld. De bijbehorende missie is als volgt verwoord:

Sinds enkele jaren is Delfzijl de snelst krimpende gemeente van Nederland, maar dat mag niet leiden tot leegstand en achteruitgang of verloedering maar moet juist uitdagen om met minder mensen beter te wonen, werken en recreëren.

Een nieuw tijdperk, een nieuwe vloot

Begin jaren zestig sloot het concern waar de rederij deel van uitmaakt een lucratief contract met enkele in nevelen gehulde figuren (hierna te noemen: de NAM). Een paar jaar later verkondigde de rederij de blijde boodschap dat het aantal passagiers in Delfzijl en aanpalende zompen dankzij de vestiging van allerhande (zware) industrie zou toenemen tot 100.000 in het jaar 2000.

In die periode verrees onder meer de hierboven afgebeelde Vennenflat. Een tien verdiepingen tellend monument voor vernieuwingsdrang, lelijk in al zijn windbrekende kracht.

Om allerlei redenen was de bezettingsgraad van de vloot niet optimaal. In het jaar 2000 telde Delfzijl nog niet eens één-derde van de gedroomde 100.000 passagiers. Sindsdien loopt het aantal gestaag terug.

Aanleiding voor de rederij om een heel nieuw blik subsidies open te trekken, dit keer niet om het tij te keren, maar om het in het niet te doen vallen tegen de achtergrond van een felblauwe hemel en zachtgeel zonnetje. Op de voorgrond denke men er zelf een mollig kindje in matrozenpakje bij, emmertje en schepje in de hand.

De boodschap is duidelijk: ook eb biedt kansen, al vaart het een stuk lastiger!

De oude vloot is aan vervanging toe

In haar afstudeerscriptie ‘Naar een aardbevingsbestendig sloopbeleid’ betoogt Michelle Hu, studente Aarde en Economie aan de VU, dat een sloopscenario waarbij 10% vaker aardbevingen per jaar plaatsvinden en slechts 50% van de woningen wordt teruggebouwd het meest gunstig is, zowel voor de NAM als voor woningcorporaties.

In het kader van Koers2022 werd in 2012 een actieplan opgesteld, en ja hoor, de Vennenflat moest eraan geloven. Vervelend was wel dat bewoners het eerste bericht over de sloop van de flat moesten vernemen via de pers. Wat communicatie betreft kan de rederij nog wel een tandje bij zetten.

Inmiddels is er een datum geprikt: in 2019 is het zover.

Stel nou dat zich vóór die tijd een geïnduceerde beving met een flinke grondversnelling voordoet, precies onder de Vennenflat.

Hoe gunstig zou dát sloopscenario zijn voor de NAM?

Omdat een dergelijke sloopactie onder het kopje “Nationale Ramp” valt, rukt ongetwijfeld het leger uit. Als Groningen dan toch wemelt van de militairen, kunnen ze gelijk even het puin afvoeren. Dat doen zij vast sneller, efficiënter en goedkoper dan een gelegenheidssyndicaat van commerciële bedrijven.

De beving scoort ongetwijfeld 4,5 of hoger op de schaal van Richter, en dus treedt de Rampenwet in werking. Dat betekent dat minister Plasterk van Binnenlandse Zaken de kosten voor de NAM kan dempen door een maximum voor de vergoeding aan gedupeerde bewoners vast te stellen.

Tot slot zullen er na deze bijzonder effectieve sloopactie vermoedelijk niet zo veel bewoners overblijven om te herhuisvesten.

U ziet: dit scenario heeft zo zijn voordelen.

(Vergeeft u me dat ik menselijk leed bij mijn nare hersenspinsels even buiten beschouwing laat. Dat doen de NAM en de Nederlandse staat met hun “pappen en nathouden”-regime tenslotte ook.)

Recht zo die gaat!

De rederij gooit het roer om: op de plek van de Vennenflat moet iets anders komen. (Wat mij betreft liefst iets wat minstens even goed de wind afvangt.)

Omdat bekend is dat er zwaardere bevingen kunnen plaatsvinden, moet daar bij de bouw natuurlijk rekening mee worden gehouden.

In Nederland is alles omtrent bouwen geregeld in Bouwbesluit 2012. Hoewel er sinds 23 april 2004 een Europese norm voor bevingsbestendig bouwen is (Eurocode 8, EN 1998), wordt over juist die norm in het bouwbesluit niks gezegd.

Wel wordt er keurig verwezen naar Eurocodes 1 t/m 7 en 9.

Gebruik van Eurocode 8 is uit hoofde van het bouwbesluit in Nederland nog niet verplicht, al mogen partijen onderling best afspreken dat ze iets bouwen conform Eurocode 8.

Dat staat haaks op het feit dat landen Eurocode 8 moeten vertalen naar een eigen nationale norm voor veiligheidsniveaus en waarden voor aardbevingsbelasting.

Duitsland en België hebben dat al gedaan. Nederland niet – minpuntje voor het braafste kapiteintje van de zeevaartschool.

Waarom eigenlijk niet?

Al tijden is de noodzaak bekend. In 2010 is het expliciet benoemd in deze paper. De auteurs maken zich hard voor het omzetten van Eurocode 8 in richtlijnen voor bevingsbestendig bouwen ten bate van onder meer Groningen, waar zich immers geïnduceerde bevingen met een kortdurende, maar pittige grondversnelling voordoen.

Twee van die auteurs, te weten mijnheer Van Eck van het KNMI en mijnheer Vrouwenvelder van de TU Delft/TNO, waren in 2011 betrokken bij een rapport over maximale schade door geïnduceerde bevingen (toegespitst op Bergermeer). Daarin wordt wél genoemd dat er in Nederland geen bouwvoorschriften zijn voor belasting van trillingen buiten een gebouw, maar over Eurocode 8 wordt niks gezegd.

In 2012, na de beving bij Huizinge, was de radiostilte niet meer houdbaar. Eindelijk werd besloten vaart te zetten achter het verwerken van de (relatief strenge) Eurocode 8 in een nationale norm.

Omdat zulks een paar jaar duurt, besloot minister Kamp in 2014 een tijdelijke Nederlandse Praktijk Richtlijn te laten ontwikkelen. Ondertussen, zo meende hij, moest men maar bouwen conform Eurocode 8. Die raad is bij mijn weten door niemand in het bevingsgebied opgevolgd.

En nu wreekt het zich dat men zo lang heeft gewacht. Gezien de ernst van de situatie moet er haast worden gemaakt met de pogingen tot bouwkundig versterken. De stuurgroep NPR (waartoe ook mijnheer Vrouwenvelder behoort) hanteert daarom voor bestaande bouw de helft van de NPR-sterkte-eis die geldt voor nieuwbouw.

Pure rechtsongelijkheid dus.

Dit alles kunt u nalezen in het rapport Impact Assessment Nederlandse Praktijk Richtlijn – Aardbevingsbestendig bouwen, dat begin februari 2015 verscheen. De beloofde tijdelijke richtlijn is nog altijd niet definitief.

Voor de bewoners van de Vennenflat is het misschien wel een bof dat hun woning wordt gesloopt. Als er geen zware beving tussendoor komt, krijgen zij straks wellicht een schip dat speciaal voor de meest woelige baren is gebouwd.

Maar voor eigenaren van een bestaande woning in Delfzijl, en voor huurders van een woning die niet op de nominatie staat om gesloopt te worden, is het zuur. Zonder dat ze erom gevraagd hebben, zijn zij veroordeeld tot een slordig opgelapte sloep.

Zij zullen het emmertje van dat schattige matroosje nog hard nodig hebben.

Negatief reisadvies

Bij de koers die de rederij aanhoudt om in 2022 tot “beter wonen, werken en recreëren” te komen, komt de vloot mogelijkerwijs in aanraking met steeds woeliger baren. Het is zéér de vraag of de gehele vloot daar in 2022 tegen bestand zal zijn.

Daarom raad ik mijn medepassagiers aan om bij de eerste de beste gelegenheid van boord te gaan en een dikke claim in te dienen bij het concern waartoe de rederij behoort. Zij hadden beter moeten weten, en zich nooit voor onbeperkte tijd mogen inlaten met de in nevelen gehulde figuren.

En verder hoop ik vurig dat het Shell-tankstation niet terugkeert in het straatbeeld van Delfzijl. Dat zou een fijn symbolisch statement zijn, een opmaat voor een cruise in de verre toekomst, die wellicht wél de gewenste ontspanning brengt.

(Het verhaal van de NPR gaat uiteraard op voor alle gemeenten waar zich bevingen voordoen. Ik heb Delfzijl als voorbeeld gebruikt.)

Achter iedere topsector schuilt een topteam

globe-topperEr is de laatste tijd veel gedoe over nevenfuncties van politici. Begrijpelijk, want die lui zijn verkozen om het volk te vertegenwoordigen, en dat gaat wat lastig als ze regelmatig een vorkje meeprikken bij bedrijven waar ze met een kritische blik naar moeten kijken.

Geen mens kan zichzelf in tweeën splitsen. Dus als een VVD-er roept dat-ie zijn persoonlijke contacten met een captain of industry heus wel kan scheiden van zijn portemonnee politieke verantwoordelijkheden, dan concludeer ik dat we met een buitenaards wezen te maken hebben.

Maar over de aliens among us wilde ik het vandaag niet hebben.

Interessanter dan bijklussende politici zijn de ambtenaren die het beleid bepalen. Die hebben pas verantwoordelijkheden!

Mark Dierikx

Neem bijvoorbeeld Mark Dierikx, die bij de Dialoogtafel Groningen het Ministerie van Economische Zaken vertegenwoordigt.

Na een studie organische scheikunde en twee jaar marketing bij Esso Chemie (het huidige ExxonMobil), maakte Mark in 1981 de overstap naar de overheid.

De afgelopen 33 jaar is hij in wisselende functies bij het directoraat-generaal van diverse ministeries betrokken geweest.

Sinds 1 juli 2011 is hij directeur-generaal  Energie, Telecom en Mededinging bij EZ.

Met recht een topambtenaar dus.

Heeft Mark nevenfuncties?

Ja, maar alles in het nette. Als directeur-generaal staat hij mijlenver boven het schnabbelcircuit.

Helaas heeft hij het wel hartstikke druk. Want onze Mark schuift naast zijn werk als DG niet alleen aan bij de Dialoogtafel Groningen, hij is ook lid van het Topteam dat het dagelijks bestuur vormt van de Topsector Energie. (De BV Nederland is onderverdeeld in 9 topsectoren.)

Waar staat die topsector voor?

Schone en efficiënt opgewekte energie, die Nederland economisch sterker maakt.

En hoe doet die topsector dat?

Door nauwe samenwerking tussen bedrijven, wetenschappers en de overheid.

Naast topambtenaar Mark bevat het Topteam ook een duurzaamheidsadviseur van Ecofys, een hoogleraar van TU Delft en een bestuurder van Inventum, producent van onder meer (gasgestookte) boilers.

Kortom, de crème de la crème uit de mapjes ‘Overheid’, ‘Duurzaamheid’, ‘Wetenschap’ en ‘Bedrijfsleven’.

Toch zullen deze toppers het nog best lastig vinden om met z’n vieren “de economische kansen voor Nederlandse bedrijven te vergroten, waardoor onze concurrentiekracht, werkgelegenheid en welvaart toenemen”.

Gelukkig laat het Topteam zich bijstaan door het Regieteam.

Dit team van regisseurs, stuk voor stuk “vooraanstaande stakeholders uit de energiesector”, adviseert over inhoudelijke keuzes en strategie.

Een denktank dus. Voor onze Mark is dat wel prettig, want hij draagt als DG Energie de verantwoordelijkheid voor heel veel centjes, en heel veel levens.

Immers, om het klimaat te redden, en dus onszelf (want: No Man Is An Island), moeten we zo gauw mogelijk van fossiele energie overstappen op duurzame energie.

En dan doet Mark er ook nog eens Telecom en Mededinging bij. Ga er maar aan staan. Zonder die denktank was de beste man nergens.

Nu maar hopen dat er een beetje toekomstgerichte mensen in dat Regieteam zitten. Mensen die de Topsector Energie de juiste kant op kunnen sturen.
regieteam-topsector-energie

De verder best wel duidelijke site van Topsector Energie geeft bij de leden van het Regieteam niet aan wat zij náást hun regievoerende activiteiten allemaal uitspoken. (Bij het Topteam is dat wel gedaan. Beetje inconsequent dus.)

Maar goed, ik ben de beroerdste niet, ik loop ze hieronder in vogelvlucht met u door.

Michiel Boersma (energiereus nr. 1)

Met kleine onderbrekingen heeft Michiel zo’n 30 jaar bij Shell rondgehangen. Daarna heeft hij iets topperigs gedaan bij Essent. Momenteel is hij lekker druk met een handjevol commissariaten.

Jeroen de Haas (energiereus nr. 2)

Jeroen doet iets topperigs bij Eneco, en is heel nederig, al zijn er mensen die hem God noemen.

Jos Keurentjes (duurzame chemische man)

Onze Jos heeft een dubbele pet, hij adviseert namelijk ook bij de Topsector Chemie. Tot vorig jaar deed hij iets in de top van AkzoNobel. Sinds kort doet hij iets topperigs bij TNO. Verder geeft hij les.

Ik vind het heel verstandig van Jos dat hij bij AkzoNobel is weggegaan. Er is een kans op een flinke ramp door een gescheurde chloorleiding of andere bevingsellende op Chemiepark Delfzijl, waar AkzoNobel ook een stekkie heeft. Dat zal het imago van AkzoNobel vast geen goed doen.

Paul Korting (duurzame onderzoeksman)

Omdat Paul gek is op onderzoek, doet hij iets topperigs bij ECN. In een interview in Shell-venster (november 2013) vertelt hij dat Energieonderzoek Centrum Nederland minder overheidssubsidie ontvangt, en dus meer moet samenwerken met bedrijven.

Gevraagd naar het functioneren van het topsectorenbeleid van de overheid, zegt Paul:

De hele grote bedrijven, waaronder Shell, doen helaas beperkt mee in de topsector energie. Dat is jammer. Kunnen we ze niet bieden wat ze nodig hebben, hebben wij niet de juiste kennis? Ik zou het graag willen weten.

Ik hoop dat onze Paul van zijn mederegisseurs inmiddels antwoord heeft gekregen op deze prangende vragen.

Gert Jan Lankhorst (gasdealer)

Oh, boy, oh boy. Gert Jan is wel echt de max. In 2004-2005 was hij directeur-generaal Energie bij EZ. Hij wéét dus hoe zwaar onze Mark het heeft.

Op dit moment doet Gert Jan iets topperigs bij GasTerra (50% overheid, 25% Shell, 25% Exxon). Sinds 2014 regisseert hij ook in Europees verband op hoog niveau, bij belangenbehartiger Eurogas.

Gert Jan kent onze Jeroen trouwens goed, ze zitten samen in het bestuur van de branche-organisatie voor Nederlandse energiebedrijven Energie-Nederland.

Verder ondersteunt onze Gert Jan de maatschappij in allerlei interessante en goedbetaalde nevenfuncties. (Gert Jan doet niet aan politiek en is inmiddels geen topambtenaar meer. Dan mág het.)

In 2009 was Gert Jan namens GasTerra ‘gasgebouwman‘. Hij weet precies wat het betekent om van elkaar afhankelijk te zijn:

De staat heeft 50 procent van GasTerra, niet 51 procent. Dat is een groot blijk van vertrouwen. Als het 51-49 zou zijn geweest, lagen de verhoudingen toch anders. Nu kan de een de ander nooit in de hoek zetten. Met andere woorden: je hebt elkaar nodig.

Coby van der Linde (‘onafhankelijke’ onderzoeksvrouw)

De enige vrouwelijke regisseur is iets topperigs bij Clingendael International Energy Programme. Coby kent Gert Jan goed, want ook bij Clingendael geeft hij adviezen.

(Echt. Zo’n behulpzame man. Net als mede-gasgebouwman Joost van Roost, die iets topperigs doet bij ExxonMobil. Die helpt niet alleen mee bij Gert Jans bedrijf GasTerra, maar ook bij Coby’s club.)

Peter Molengraaf (energiereus nr. 3)

In 2005 is Peter, na bijna 15 jaar Shell, naar Nuon overgestapt. Inmiddels doet hij bij energienetwerkbedrijf Liander iets topperigs dat uiterst goed betaalt.

Dat onze Peter ook regisseur is, lijkt me vooral leuk voor Michiel. Die twee kunnen in de rookpauze tussen al dat regisseren door verhalen over die goeie ouwe tijd bij Shell ophalen. En bankrekeningen vergelijken natuurlijk.

Wim van Saarloos (onderzoeksman pur sang)

De reden dat Wim graag meeregisseert bij Topsector Energie is dat het energieprobleem voor fysici dé maatschappelijke uitdaging van deze tijd is.

Over de wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven zegt onze Wim:

Van onze wetenschappers bestond te vaak het beeld dat ze vooral onderzoek deden naar esoterische onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de oerknal. Veel Nederlanders zagen niet in hoe groot het belang is van wetenschappelijk onderzoek voor onze economische welvaart.

Wim doet iets topperigs bij de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM). In Netherlands Energy Research Alliance werkt hij onder andere samen met Jos en Paul.

Gerald Schotman (gasproducent)

Over dat energieprobleem en die maatschappelijke uitdaging ben ik het, als gedupeerde Groninger, roerend met Wim eens. Daarom is het zo tof dat ook Gerald, sinds 1985 bij Shell, in 2014 nog Innovator of The Year en nu directeur NAM (50% Shell, 50% Exxon), de regie voert bij Topsector Energie.

Onze Gerald moet Wim maar gauw inhuren om handige natuurkundige foefjes te bedenken waarmee Groningen van de ondergang kan worden gered. Uiteraard zonder dat er ook maar één kuub gas minder hoeft te worden geproduceerd.

Als dat eens kon! Wat zou dat een bof zijn voor Geralds baas, tevens de ex-baas van mederegisseurs Michiel en Peter, en aandeelhouder van Gert Jans bedrijf.

Bernard Fortuyn (toeleverancier olie- en gasindustrie)

Onze Bernard doet iets topperigs bij Siemens. Dat stelt Gerald zeer op prijs, want de producten van Bernards bedrijf maken het makkelijker de laatste resten gas uit het Groningenveld te halen.

Naast elektromotoren levert Siemens ook compressoren en transformators aan de onderneming die Gerald voor Shell runt.

Tjerk Wagenaar (milieuman)

Na een paar jaar bij Eneco heeft Tjerk zijn hart gevolgd en is hij iets topperigs gaan doen bij Natuur & Milieu.

Onder zijn bezielende leiding protesteert N&M samen met Greenpeace krachtig tegen de milieuvervuilende kolencentrale van RWE/Essent in de Eemshaven.

Gelukkig zit Michiel niet meer bij Essent – ruziënde regisseurs kan de Topsector Energie niet gebruiken. Dan verovert de BV Nederland nooit die felbegeerde “leidende positie in de wereldwijde nieuwe economie”.

Verder heeft N&M een superlieve actie bedacht om Gronings gas te besparen. (Wij hartje N&M.)

Persoonlijk vind ik het wel een tikje jammer dat N&M niet heeft meegedaan met het beroepschrift gaswinning dat de Groninger Bodem Beweging samen met meerdere milieu-organisaties heeft opgesteld.

Slagkracht

Uit het Jaarbericht van de Topsector Energie blijkt dat het Topteam er samen met het Regieteam uitstekend in is geslaagd om er iets van te maken. Tussen 2010 en 2012 steeg de productie met 3,6 miljard euro. De arbeidsproductiviteit in de sector is zelfs 5x hoger dan het landelijke gemiddelde.

Helemaal toppie dus!

Terug naar de man met wie dit lange en met vele nuttige linkjes opgesierde stuk begon: Mark Dierikx.

Onze Mark vraagt zich ongetwijfeld af waarom de Topsector Energie wél lekker loopt, terwijl het met de Dialoogtafel Groningen maar niet wil vlotten.

Ik denk dat dat komt doordat er iets te veel zeurende bewoners aan die Dialoogtafel zitten, en iets te weinig topregisseurs.

(Eentje maar: Gerald Schotman.)

Want échte slagkracht bereik je in de BV Nederland pas bij een bepaald percentage old boys in de club.

Wat wellicht ook niet helpt is dat onze Mark als commissaris aan Gert Jans bedrijf verbonden is. Want Gert Jan moet wel winst maken, natuurlijk. En dat gaat beter als er veel gas uit de grond gehaald wordt. Maar dat willen die zeurende bewoners dus niet.