De Haagse variant van de Ziekte van Lekker

slaap-lekker copyAfgelopen weekend viel mijn blik op pagina 3 van het katern O&D van het NRC Handelsblad.

Boven de vouw stond een tekening van Siegfried Woldhek, van een blozend-roze minister Kamp, met daarnaast wat uitleg over gasboringen bij Schiermonnikoog, het ‘debat Groningen’, en de NAM – altijd maar weer die kut-NAM.

Onder de vouw stond een column van Rosanne Hertzberger. Die was na een paar jaar in de Verenigde Staten terug verhuisd naar Nederland, en verbaasde zich in haar nieuwe woonst, zo te lezen een wat yuppig gedeelte van de Randstad, over de Ziekte van Lekker.

(Lees de column hier na.)

De combinatie van de gaswinningsellende boven de vouw en de afsluitende zinnen van Hertzberger onder de vouw (Er is niets om voor te vechten. Niets om over te schrijven. Dit land is af”) schoot mij in het verkeerde keelgat.

Dus klom ik in de pen en schreef de opiniechef van het NRC een mailtje:

Op 8 november 2014 publiceerde u van mij een paginagroot opiniestuk over de gaswinning in wingewest Groningen (“Pech? De Staat deed ons dit aan“). Zoals dit weekend op pagina 3 van het katern O&D bij de karikatuur van Henk Kamp al beschreven, houdt de gaswinningsellende niet alleen ons, gedupeerde Groningers, maar ook de Tweede Kamer nog altijd flink bezig. De ramp is inmiddels niet meer te overzien, met uithuiszettingen en ‘aardbevingsdaklozen’ tot gevolg.

Het heeft me als bijzonder pijnlijk getroffen om na het stukje over Kamp op dezelfde pagina de column van Rosanne Hertzberger te lezen (‘Hier in Holland heerst de Ziekte van Lekker’).

Ongetwijfeld beschikt een groot deel van de (hoogopgeleide) bewoners van de Randstad over de verworvenheden die zij met verve beschrijft. Maar in het gaswingebied, decennialang leverancier van de pecunia waarop die lekkere welvaart is gebouwd, ziet de Ziekte van Lekker er toch echt anders uit.

Lekker bakkeleien over de reparatie en versterking van je kapotte huis met lekker kille mannen van NAM / Centrum Veilig Wonen. Lekker honderden bladzijden taaie kost lezen om bezwaar aan te tekenen tegen een krankjorem gaswinningsbesluit waarmee je veiligheid nog altijd niet gegarandeerd is. Lekker met de afdeling Intensief Beheer van je bank bellen omdat ze willen dat je geld bijstort nu je huis onder water staat door de forse waardedaling. Lekker niet slapen, nacht na nacht na nacht. Lekker stutten plaatsen in je woonkamer. Lekker huilen omdat een medegedupeerde uit huis dreigt te worden gezet. Lekker demonstreren omdat je rechten aan alle kanten met voeten getreden worden. Lekker wegzakken in een depressie. Meerdere malen per dag denken: Ik maak er lekker een eind aan. En dan laat ik op mijn grafsteen zetten: ‘Leefde een lekker leventje – tot Shell, Exxon en minister Kamp daar wreed een eind aan maakten’.

Als mevrouw Hertzberger nog eens iets zoekt om over te schrijven, laat haar dan lekker naar Groningen komen. Hier is nog genoeg om voor te vechten.

De mail is gelezen. Er is verder niet op gereageerd.

Natuurlijk realiseer ik me dat het cynisch bedoeld was van mevrouw Hertzberger. Ze heeft een grappig en scherp portret willen schrijven van de welvarende minderheid waartussen zij zich bevindt in Den Haag. Een minderheid die op een goedverzorgde roze wolk leeft. Een minderheid die de klappen het laatst zal krijgen – if ever.

Onder Haagse politici heerst een bijzondere variant van de Ziekte van Lekker. Het belangrijkste symptoom: lekker doen alsof ‘Groningen’ geen gevalletje FUBAR is (Fucked Up Beyond Any Recognition). Lekker in de aanloop naar de verkiezingen scoren met loze moties die Kamp toch niet uitvoert. Lekker geen steun geven voor een parlementaire enquête, omdat je niet wilt weten over hoeveel Groningse lijken de toko waarvoor je werkt eigenlijk gaat.

Een enkeling is immuun, maar loopt juist daardoor een grotere kans op andere ziektes. Burn-out, depressie – een Haagse politicus die onder ogen ziet wat wij hier in Groningen allang weten, krijgt vanzelf ook onze klachten.

Enfin. Het was humor, die column. En wie het laatst lacht, lacht het best. Ik oefen nog even:

Ha. Haha. Hahaha (= de schorre, geknepen lach van ’n boer met zielepijn om de teloorgang van het prachtige Grunneger laand…)

UPDATE: de redactie van NRC heeft een iets ingekorte versie van mijn mail op de brievenpagina van de krant van zaterdag 25 juni geplaatst.

Verzet u tegen statistisch gelul

Onze enige zorgplicht: Shell en Exxon eruit schoppen
Onze zorgplicht = onze levens

Het plaatje hiernaast komt uit de Risicomethodiek van NAM. NAM heeft bedacht dat wij, als eigenaar / beheerder van onze huizen, zorgplicht hebben, en vult dat namens ons in met ‘achterstallig onderhoud’. Uiteraard neemt NCG die terminologie braaf over. (Good dog!) Maar onze zorgplicht ligt heel ergens anders. Ik leg het aan u uit aan de hand van het recent verschenen Winningsplan en het Meet- en Regelprotocol.

Aardbevingsrisico

In beide documenten wordt gesproken over het zogenaamde ‘aardbevingsrisico’. Dat is niet, zoals je zou verwachten, het risico dat er aardbevingen plaats zullen vinden in Groningen. (Dat risico is namelijk 100%, en als je dat als basis neemt, moet je gewoon stoppen met winnen. Dat willen Shell en Exxon niet. En ‘onze’ overheid wil het ook niet.)

Nee, het aardbevingsrisico is een door de Commissie Meijdam in opdracht van EZ geformuleerd sadistisch statistisch dingetje. Het is de kans dat iemand in de periode van één jaar komt te overlijden als gevolg van een aardbeving.

Meer specifiek heet dit het ‘Objectgebonden Individuele Aardbevingsrisico (OIA)’, en daar schreef ik eerder dit artikel over.

Op dit afgebakende risico is nogal wat aan te merken. Dat het alle andere mijnbouwschade uitsluit bijvoorbeeld. De geïnduceerde bevingen in Groningen vinden heus niet plaats in een vacuüm. Gaswinning heeft nog veel meer (ernstige) gevolgen, en al die gevolgen werken in op elkaar, op ons, en op onze huizen.

Daarnaast is het OIA doortrokken van de aannames over hoe Groningers wonen, werken en leven. Onze kans op overlijden door één van de gevolgen van gaswinning, hangt in de visie van NAM sterk samen met waar wij onze tijd doorbrengen. Maar dat kán helemaal niet in kaart worden gebracht. (Ook niet met de infraroodcamera’s op die zogenaamde aardbevingsauto.) Het gaat om vele tienduizenden mensen, verspreid over een gebied van wel 900 km2!

Kansen verkleinen

In het Meet- en Regelprotocol ratelt NAM:

Het aardbevingsrisico is niet statisch maar verandert voortdurend. Bovengrondse maatregelen zoals het versterken van gebouwen, maar ook informatie uit schadeafhandeling en preventieve inspectie van gebouwen heeft invloed op de inschatting van het aardbevingsrisico.

Kijk, en dáár zit ‘m de kneep.

De kans dat we als gevolg van de gaswinning (blijvend) lichamelijk of psychisch letsel oplopen, wordt nergens vermeld. De kans dat we voor het leven geruïneerd én getraumatiseerd zijn, wordt ook nergens vermeld. De kans dat we er ZELF maar een eind aan maken, omdat we het getreiter van Shell, Exxon en overheid niet meer aan kunnen, wordt zéker niet vermeld.

NAM doet er ondertussen alles aan om die statistische kans op overlijden door een beving op papier nog wat verder te verkleinen.

‘Bouwkundige versterking’ is hierbij het toverwoord. Om tempo te maken, wordt vooral ingezet op het versterken van rijtjeswoningen, bij voorkeur corporatiewoningen, want met één eigenaar is het makkelijker onderhandelen dan met vele duizenden. Of die duizenden particuliere eigenaren überhaupt ‘mogen’ versterken, bepaalt NAM met behulp van door NAM ingehuurde bedrijven. (En NCG helpt hen daar enthousiast bij. Nogmaals: Good dog!)

Of het versterken ooit verder zal gaan dan ‘kooiconstructie-maar-na-zware-beving-total-loss’, tja… In het Winningsplan wordt niks gezegd over funderingen, en dat is niet voor niets. Wie naar funderingen kijkt, komt tot schokkende en verstrekkende conclusies over écht bouwkundig versterken.

De aandacht gaat daarom bij voorkeur uit naar de scheuren in onze muren, en die vallen (aldus NAM) onder de lichte categorieën DS 1 en DS 2. Daarbij komt het goed uit dat NAM een particulier schademeldclubje CVW heeft, dat keurig volgens de NAM-regels schade vaststelt (= afwijst). Dat schiet lekker op.

Kortom: het aardbevingsrisico wordt op papier kleiner doordat er ‘bouwkundig versterkt’ wordt. Ook wordt het kleiner door ‘betere schade-afhandeling’. En tot slot wordt het kleiner omdat er meer ‘informatie uit preventieve inspecties’ is. (Vooralsnog met name de straatfoto’s door ARUP, eventueel gevolgd door miezerige schoorsteen-eraf-adviesjes.)

En zo kan het gebeuren dat we straks helemaal geen ‘aardbevingsrisico’ in Groningen meer hebben, terwijl er wel degelijk aardbevingen zijn. En die veroorzaken wel degelijk schade, zeker in combinatie met alle andere gevolgen van de gaswinning. Maar ja, over de kans op beschadigde, onverkoopbare huizen die langzaam maar zeker met depressieve bewoners en al de grond in zakken gaan de berekeningen van NAM helemaal niet.

Ondertussen baselt NAM nog wat over het ‘te verwachten’ aantal bevingen bij een bepaald productieniveau, en wordt er wat gerommeld met grenswaarden. Denk maar niet dat NAM minder gaat pompen als die zelfbedachte grenswaarden overschreden worden. Nee hoor, dan wordt er volgens goed NAM-gebruik van alles onderzocht en geanalyseerd en gerapporteerd.

Heel misschien wordt er daarna wat aan het ‘aardbevingsrisico’ gemorreld. (“Nou vooruit, misschien toch 0,00005% kans op overlijden.”)

En dat is het dan wel zo’n beetje.

Weiger alle medewerking

De kans op bevingen wordt als een ‘fact of life’ beschouwd en doet er niet toe. De kans op doden wordt op papier tot een minimum beperkt met allemaal statistisch gelul, ondersteund met onderzoeken die nergens op slaan. (Zoals het testen van een nagelnieuw minihuisje zonder binnenmuren, uitbouw of dakkapel op een trilplaat in Italië.)

Shell en Exxon hebben zich samen met ‘onze’ overheid losgerukt van de werkelijkheid. En dus nadert de kans op burgerlijke ongehoorzaamheid de 100%.

We moeten protesteren. Heel veel protesteren. Gigantisch veel protesteren. Ja, we hebben een zorgplicht. Wij zijn de hoeders van ons leven. En dat gaat verder dan die kans op overlijden. Veel verder.

Dat protest kan vele vormen aannemen. Ik noem er hieronder één.

NAM geeft in het Meet- en Regelprotocol aan onder andere in de volgende situatie minder gas te zullen produceren dan het aangegeven jaarvolume:

Als de voortgang van het versterkingsprogramma zodanig achterblijft dat de versterkingsopgave redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd binnen de voorgeschreven termijn van 5 jaar.

U wilt invloed uitoefenen op het achterlijke gaswinningsbeleid? U voelt zich gepiepeld als statistisch ingekaderde Groninger?

Weiger die ‘bouwkundige versterking’. Massaal. Zo wordt binnen de kortste tijd duidelijk dat de voorgeschreven termijn van 5 jaar niet gehaald wordt.

Eerst dat jaarvolume naar 12 miljard kuub of minder. Daarna gaan we wel eens praten over ingrepen in onze huizen.

Als dat dan nog nodig is.

 

In bijna alles het tegenovergestelde

home bitter homeHenk Kamp, Hans Alders, Gerald Schotman en hun vele bestuurlijke vazallen strooien graag met one-liners die hen een invoelend en meelevend aura geven.

“De burger staat centraal, het is tenslotte ingrijpend, het gaat wel om hun huis, hun thuis.”

Zulk soort zinnetjes.

 

Tegelijkertijd doen ze alsof wij in wingewest Groningen slechts last hebben van emoties, door ons een “gevoel van onveiligheid” toe te dichten, in plaats van klip en klaar te zeggen dat we in een onveilige situatie verkeren.

Een onveilige situatie die mogelijk nog decennia zal aanhouden.

Wat er uit de monden van die mensen komt, is eigenlijk één groot PR-praatje. Ik liet het recente RTV Noord-interview met NAM-baas Gerald Schotman daarom zien aan een kennis die goed is in psychologie en weet welke retorische trucjes er in de wereld van PR gebruikt worden.

Het commentaar was niet mals:

* Aardbevingsuitdaging – dat hoort natuurlijk aardbevingsgevaar te zijn. Uitdaging is een eufemisme, en bovendien omzeilt Schotman zo de schuldvraag.

* De uitdaging is zo groot dat er veel partijen nodig zijn, we moeten het met z’n allen doen – zo maakt Schotman andere partijen medeverantwoordelijk voor het abstracte “vooruitgang”.

* Het gaat niet om vertrouwen in NAM, maar om vertrouwen in de toekomst – weer schuld verleggen, door te doen alsof de statistieken niet op de gevolgen van de gaswinning slaan, maar op gevoelens en angsten die bij mensen leven.

* Wat mensen zelf nou eigenlijk willen – ook bij de moeizame afhandeling van de 195 complexe gevallen legt Schotman de schuld buiten zichzelf. In feite zegt hij dat het door de bewoners komt dat er geen voortgang in die gevallen is.

Het PR-praatje lijkt dus vooral bedoeld om de schuld af te schuiven, een beetje op die andere partner in de Maatschap Groningen (de Nederlandse staat, die veel extra partijen heeft gecreëerd om zich tegen Groningen aan te bemoeien), en nogal veel op de gedupeerden. En dat terwijl zich in Groningen toch echt een industriële ramp voltrekt, die voorzien en voorkomen had kunnen worden.

Dat de trukendoos van de veroorzakers niet toereikend is voor het afdekken van deze ramp, blijkt wel uit dit citaat uit een interview met Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders in het ledenblaadje van de Vereniging Eigen Huis:

Ik wil realistisch zijn: dit kan wel eens 10 jaar gaan kosten.

En dat terwijl Alders nog niet eens echt begonnen is.

De door Kamp ingestelde Commissie Meijdam stelt overigens dat iedere Groninger over maximaal 5 jaar even veilig zou moeten kunnen wonen als andere inwoners van Nederland.

Je zou zeggen, dat is een bindend advies, maar nee, de Commissie voegt er gauw aan toe dat dit behoort tot de beleidsruimte van de verantwoordelijke overheden en van de ruimte van de Nationaal Coördinator Groningen.

En die laatste telt er dus bij aanvang van zijn Meerjarenprogramma alvast vijf jaar bij op. Maar, voegt Alders er invoelend aan toe:

Het gaat om schade aan je thuis. Dat is heel ingrijpend.

Wat hebben wij Groningers eigenlijk aan die uitgekauwde invoelendheid? Daarmee krijgen wij toch echt niet terug wat de gaswinners van ons hebben afgepakt: ons thuis.

Ik vroeg medegedupeerden om te beschrijven wat “thuis” voor hen betekent:

  • Thuis staat gelijk aan innerlijke rust. Het is voor velen moeilijk om angst, woede, verdriet en verbolgenheid opzij te schuiven. De nachtrust lijdt eronder. Er is een eindeloze zoektocht naar vrede in het hart. (Denk aan Lao Tse: Om thuis vrede te hebben, moet je hem vinden in je hart.)
  • Thuis is een plek waar je geen gevaar voelt. Je moet je kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden in huis kunnen ontvangen zonder dat deze gevaar lopen voor een gasbeving.
  • Thuis is een plek waar je geen moeite hoeft te doen voor de meest vanzelfsprekende dingen, nauwelijks ergens bij stil hoeft te staan.
  • Thuis is waar je helemaal je eigen leven kunt leiden, in plaats van dat je geleefd wordt. Een plek waar je door normale zaken ziek kan en mag worden, niet door alle gaswinningsellende.
  • Thuis is een plek waar je graag naar toe gaat, niet een plek die je zoveel mogelijk probeert te ontvluchten.
  • Thuis is een plek die je steeds weer naar je eigen zin kunt inrichten, waar je lekker kunt rommelen. Niet een plek waar alles stil staat, omdat je weet dat er moet worden versterkt en/of omdat er van alles gesloopt moest worden om schade te herstellen.

En, als uitsmijter, neem ik hier integraal de uitleg over van een Groninger in hart en nieren:

Thuis is voor mij de regio waar mijn grootouders en voorvaderen woonden. Het gebied waar mijn verleden ligt en mijn heden onzeker is en mijn toekomst uitzichtloos is. Mijn huis, mijn thuis. Mijn veilige haven zou een plek moeten zijn van geborgenheid en rust, een oase in onze drukke wereld. Maar door de schoften uit Den Haag is het een ketting aan mijn been en een steen om mijn nek. En geeft meestal een gevoel van rusteloosheid en bitterheid. Het is bijna in alles het tegenovergestelde van wat het zou moeten zijn.

Oh, hoe bitter.

Hoe de gaswinners omgaan met de gevolgen van de industriële ramp die zij hebben veroorzaakt is in bijna alles het tegenovergestelde van hoe het zou moeten.

En dat is precies de reden dat ook het “thuis” van duizenden Groningers in bijna alles het tegenovergestelde is van wat het zou moeten zijn.