“Omstandigheden? Ik bepaal de omstandigheden!”

Napoleon BorstbeeldOmdat geen mens zonder toekomstperspectief kan, en het onze danig is aangetast door de Nederlandse staat, Shell en Exxon, fietste ik gisteren naar Loppersum.

Daar spraken vertegenwoordigers van centrale en regionale overheden, belangenbehartigers van uiteenlopende stichtingen, bedrijven en groepen en overige belangstellenden met elkaar over de ruimtelijke toekomst van Nederland, en meer specifiek Groningen.

Daarbij werd het jaar 2040 als stip aan de horizon gebruikt.

 

Waar staat Groningen over 25 jaar?

Hoe is de provincie dan ingedeeld, welke concrete antwoorden hebben we gegeven op de Grote Vraagstukken, zoals de energietransitie, de krimp op het platteland en de groei van de stad, het watermanagement, onze gezondheid en veiligheid, en bovenal: onze kwaliteit van leven?

Er werd levendig gediscussieerd, en ik heb er oprecht van genoten om een hele dag in het gezelschap te vertoeven van mensen die menen dat ijzer met handen gebroken kan worden.

Het is fijn om voor de verandering eens niet cynisch en wanhopig te zijn, en te sparren over bottom-up initiatieven. Het is leuk om je voor te stellen dat je het als burger voor het zeggen hebt, terwijl de overheid over zichzelf heen buitelt van bestuurlijke vernieuwingsdrang.

Interessant is ook om dat allemaal te plaatsen tegen de achtergrond van het feit dat Groningen bij de laatste verkiezingen een dappere en min of meer geslaagde poging heeft gedaan zich te ontworstelen aan een eeuwigheid cliëntelistische sociaal-democratie. (Lees: de PvdA een schop onder de kont heeft gegeven.)

Toch kriebelde er iets.

’s Avonds laat bladerde ik nog eens door mijn aantekeningen en de uitgedeelde documenten.

Toen ik de eerste oogst van het Jaar van de Ruimte bestudeerde, begon het te jeuken. Niet lang daarna welde de wanhoop weer in volle hevigheid op.

“Urgentie. Solidariteit. Versnelling,” mompelde ik, “Jaja, maar vooralsnog is de praktijk hier in Groningen héél anders. Mensen gaan kapot, door de bestuurlijke chaos die bijna met opzet lijkt te zijn gecreëerd.”

Ik surfte naar de website en merkte op dat Hans Alders vanuit het Comité van Aanbeveling meekeek naar de ruimte.

Prompt kreeg ik overal rode vlekken.

Want onze Hans is nogal van de old boys methode (top-down), getuige dit overzicht van alle potjes waar deze PvdA-er en ex-gasgebouwman in roert.

Bovendien is hij de naamgever van de Alderstafel, een vorm van nep-democratie die model heeft gestaan voor de Dialoogtafel Groningen.

En over die Dialoogtafel ben ik niet zo te spreken. Het is een overlegorgaan zonder enige beslissingsbevoegdheid, waar een handjevol vertegenwoordigers van goedbedoelende en vaak withete belangengroeperingen het onder leiding van nog meer old boys à la Hans moet opnemen tegen het grove geschut van EZ en de NAM.

Dat werkt niet, en daar schreef ik eerder dit en dit over.

Terwijl ik met alle macht het cynisme over zoveel toevalligheid de kop in probeerde te drukken, kwam mijn man binnen. Bezorgd vroeg hij waarom ik zo moeilijk keek.

Ik vertelde hem over de kernvraag die eerder die dag gesteld was (‘Wie maakt Nederland?’) en over het antwoord van waaruit gewerkt werd (‘Wij maken Nederland’) om de immense opgave in Groningen te lijf te gaan.

“Aha,” zei mijn man, “maar dan vergeten ze die goeie ouwe Napoleon.”

En hij zette een 10 cm hoog borstbeeld van zijn grote liefde – ik ken mijn plek – voor me op tafel. Geprint met zijn eigen 3D-printer, een zelfbouwpakket dat hij met groot technisch vernuft en minimale middelen zó heeft aangepast dat er hele behoorlijke resultaten mee kunnen worden geboekt.

Niet het minste stukje van de opgave

Napoleon was niet alleen een briljante man die hard werkte aan vooruitgang en verandering – hij was ook tuk op oorlog. Dat hij het metrisch stelsel heeft ingevoerd, en de basis heeft gelegd voor gelijke rechten en plichten voor alle burgers (nou ja, alle gegoede burgers), doet daar niks aan af.

Wat deze verlichte despoot betrof heiligde het doel de middelen. Om zijn snel uitdijende rijk een beetje onder de duim te houden, koos Napoleon voor uniformiteit. Binnen zijn leger was die erop gericht iedereen gelijke kansen te bieden. Uitgaan van individuele capaciteiten – weliswaar een nobel streven, maar het resulteerde er voornamelijk in dat de man snel en effectief oorlog kon voeren.

“Als Napoleon nu, in deze tijd, Groningen had ingelijfd in zijn rijk,” aldus mijn man, “had hij er zo snel mogelijk een florerend gebied van willen maken. Dan had hij niet gepiept over kansen creëren terwijl er een tikkende tijdbom onder de grond op hem wachtte. Nee, hij had heel pragmatisch alle voor- en nadelen op een rijtje gezet, en daarna had hij een keuze gemaakt. Of alles platgooien en heel misschien herbouwen, daarbij zodanig compenserend dat het volk zich niet tegen hem zou keren en productief en dienstbaar zou blijven. Of de gaswinners met harde hand de deur uit, en alles op alles zetten om het gebied aan toekomstbestendige inkomstenbronnen te helpen.”

Ik pakte het geprinte borstbeeldje op. De mini-Napoleon woog bijna niks. Onder zijn neus hing een aandoenlijke plastic druppel.

Wat wij in Groningen nodig hebben, is inderdaad een moderne Napoleon, en dan niet de light versie.

Welnee. Ouderwets de beuk erin!

We hebben ons eigen tweekoppige monster nodig. Iemand die zich volledig inzet voor grote veranderingen en daarbij een vleugje berekenend idealisme op z’n tijd niet schuwt. Tegelijkertijd moet het een eersteklas schurk zijn, een man (of vrouw!) die zich met veel strategisch vernuft en een flinke portie koppigheid te buiten gaat aan een stevig potje knokken met de Heilige Drie-eenheid van staat, Shell en Exxon.

Wat me na een dag lang praten over toekomstperspectief voor Groningen uiteindelijk het meest heeft geërgerd, is dit:

Iedereen was het erover eens dat de kraan fors dichter moest om het risico op zware bevingen drastisch te beperken, en dat zowel NAM als EZ nodig een toontje lager moesten zingen.

Maar geen van de aanwezigen beschikte over de middelen om dat doel op korte termijn te verwezenlijken.

Aan grote veranderingen hebben we in Groningen helaas niks zolang dát stukje van de opgave niet gedekt is.

Gastblog: Over schadeloosstelling Groningers

rechtsstaat vs gaswinningOp dit moment zijn er nog steeds partijen die ons willen doen geloven dat de door de aardbevingen beschadigde huizen in Groningen hersteld kunnen worden op een zodanige wijze dat ze veilig en bruikbaar blijven zonder kwaliteitsverlies en dat ze ook nog verkoopbaar zijn zonder financiële schade voor de bewoners. Hennie Kokkeler uit Hengelo stelt dat dat niet kan.

De kwaliteit van de rechtsstaat en aardbevingsbestendige bouw in Groningen

Op 7 januari 2014 stuurde ik een brief aan de minister van Economische Zaken Henk Kamp. Kern van mijn schrijven: het is zinloos te proberen de bestaande woningen te herstellen. De enige verantwoorde aanpak, technisch en financieel, is vervangende nieuwbouw, aardbevingsbestendig wel te verstaan. De tot nu toe meestal gehanteerde bouwwijze, stapelbouw, is dat niet en kan ook niet op een acceptabele manier aardbevingsbestendig gemaakt worden.

Het duurde tot 17 juli 2014 voor er een reactie kwam van EZ, echter pas nadat de Nationale Ombudsman hierover was benaderd.

Hieronder duid ik enkele onderdelen van de reactie van het ministerie van EZ:

Norm voor aardbevingsbestendige nieuwbouw

“Er zijn op dit moment geen normen in Nederland voor aardbevingsbestendig bouwen, de minister vindt het belangrijk dat er hiervoor een norm komt.” – uit de reactie van EZ

Er was op dat moment al wel het op 15 mei 2014 gepubliceerde NEN-interim-advies, ‘Voorlopige ontwerpuitgangspunten voor nieuwbouw en verbouw onder aardbevingsbelasting ten gevolge van de gaswinning in het Groningenveld’. Dat onderscheidt drie grenstoestanden:

  1. de bouwconstructie staat op instorten (NC, near collapse)
  2. significante beschadiging (SD, significant damage)
  3. schadebeperking (DL, damage limitation)

In het advies staat dat alleen grenstoestand NC altijd behoort te worden beschouwd, de andere twee kunnen optioneel worden meegenomen. Over SD zegt het advies: “Bij overschrijden van deze grenstoestand loont het waarschijnlijk vanuit economisch perspectief niet de moeite over te gaan tot herstel.” En over DL zegt het advies: “Deze grenstoestand kan gezien worden als een BruikbaarheidsGrensToestand. Beschouwing hiervan is niet noodzakelijk, maar kan overeengekomen worden tussen opdrachtnemer en opdrachtgever ingeval van een ontwerp waarbij een zeer beperkte schade van het bouwwerk gewenst is onder aardbevingsbelasting.”

Dus alleen instortingsgevaar moet worden voorkomen, het voorkomen van schade, ten gevolge van de aardbevingen, is ‘niet de moeite waard’ of een zaak van betrokkenen zelf, als die bijvoorbeeld beperking van de schade van het nieuw te bouwen bouwwerk wensen. (Wie wil dat nu niet?)

Duurzaam herstel van bestaande bouw

“Voor de bestaande bouw wordt gewerkt aan een nieuwe Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR)” – uit de reactie van EZ

Het concept van de NPR is inmiddels gepubliceerd (op 8 januari 2015).

In dat concept wordt aangetekend: “De stuurgroep vindt het belangrijk om op te merken dat de richtlijnen uit de NPR niet gaan over het voorkomen van schade aan gebouwen door aardbevingen, maar over het beperken van het risico op persoonlijk en/of dodelijk letsel als gevolg van het instorten van gebouwen of afvallende elementen van gebouwen. Dit betekent dat door toepassing van de NPR niet alle schade wordt voorkomen.”

De NPR gaat verder in de lijn van het NEN-advies van 15 mei 2014, zonder hier echter naar te verwijzen, en kiest opnieuw als standpunt dat er alleen gewerkt hoeft te worden aan richtlijnen die persoonlijk letsel of dodelijke ongevallen moeten voorkomen (grenstoestand NC).

Duidelijk is dat (dodelijk) letsel de opstellers van de NPR een brug te ver gaat. Maar andere schade als gevolg van bedrijfsmatig handelen van de NAM (met vergunning van de staat) moeten inwoners van Groningen blijkbaar voor lief nemen.

In de stuurgroep NPR zitten naast deskundigen van ingenieursbureaus en TNO ook burgemeesters. Geconsulteerd zijn: de NAM, alle burgemeesters uit het gebied, de Dialoogtafel en de Groninger Bodem Beweging.

Opmerkelijk is in dat licht de volgende passage over afdwingbaarheid van de NPR: “Op basis van de Woningwet heeft de eigenaar van de woning primair zeggenschap over zijn woning en de verantwoordelijkheid voor het onderhoud om daarmee te voldoen aan de bestaande normen (zoals windbelasting). Daarnaast heeft de gemeente een verantwoordelijkheid waar het gaat over de veiligheid van haar inwoners.”

Hoe is het mogelijk dat bestuurders en getroffenen uit het rampgebied hieraan meewerken?

Uit alle officiële stukken blijkt de krampachtige houding waarmee voorkomen moet worden dat de staat en de NAM aansprakelijk gesteld kunnen worden voor alle schade die in Groningen veroorzaakt wordt door de gaswinning. Rechtsstatelijk is dat zeer te betreuren.

De bewoners in Groningen hebben recht op een overheid die volledige aansprakelijkheid aanvaardt voor ALLE veroorzaakte schade door de gaswinning, niet alleen schade die tot (dodelijk) letsel kan leiden. Zelfs het College voor de Rechten van de Mens stelt vast dat “in Groningen de fysieke en psychische gezondheid van de mensen wordt aangetast”.

Al in november 2013 stuurde het College een brief naar minister Henk Kamp om hem te wijzen op het belang van de mensenrechten: “Het is vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat omgevingsfactoren, die een negatieve invloed hebben op de gezondheid en/of het ongestoord woongenot, een schending van artikel 8 – het eerbiediging van het privéleven, gezins- en familieleven en woning – kunnen opleveren.”

Over de NAM stelt het College in een recente brief aan de Tweede Kamer (10 februari 2015): “De NAM heeft een eigen verplichting om de mensenrechten te respecteren. Dat moet leiden tot een eigen afweging welke winning nog verenigbaar is met de mensenrechten van de bewoners. Dat stelt ook eisen aan de wijze waarop schade wordt hersteld. De lasten daarvan kunnen niet op de bewoners worden afgewenteld.”

En toch is dat waar met het NEN interim-advies én met het concept-NPR op aangestuurd wordt.

Bestaande bouw vervangen door aardbevingsbestendige nieuwbouw

“De bestaande bebouwing maakt (grotendeels) een belangrijk onderdeel uit van het landschap en de cultuur van Groningen en is moeilijk vervangbaar voor nieuwbouw.” – uit de reactie van EZ

Dit lijkt een valide argument, maar dat gaat in mijn ogen alleen op als bewoners er zelf voor kiezen om hun woning alleen van binnenuit zo te versterken dat persoonlijke ongelukken ten gevolge van aardbevingen in de toekomst worden voorkomen. Het beeld aan de buitenzijde zal dan slechts beperkt worden aangetast voor herstel, maar de binnenzijde van de woning zal aanzienlijk en blijvend zichtbaar worden aangetast. Tevens zal er na nieuwe aardschokken steeds opnieuw aanvullend herstel moeten worden uitgevoerd.

Hoe staat het met de verkoopkansen van zo’n woning? En mocht het tot een opkoopregeling komen: zullen NAM of de staat zo’n woning overnemen voor een bedrag dat de bewoner volledig schadeloos stelt?

Vervangende nieuwbouw direct ook energieneutraal en levensloopbestendig

EZ gaat in de reactie op mijn brief niet in op de mogelijkheid om over te gaan tot vervangende nieuwbouw, die én aardbevingsbestendig, én energieneutraal, én, indien gewenst, levensloopbestendig is. Groningen zou hiermee het eerste gebied zijn dat CO2-neutraal wordt en geen fossiele energie meer nodig heeft voor de woningen. Ook zouden voorzieningen in de krimpgemeentes op kleinschalig niveau behouden kunnen blijven.

Alles overziend ben ik van mening dat de rechtsstaat Nederland volledige aansprakelijkheid moet aanvaarden voor de schade als gevolg van gaswinning in Groningen.

Ook denk ik dat échte schadeloosstelling voor de inwoners van Groningen alleen mogelijk is middels vervangende nieuwbouw. De beperkte uitgangspunten van het NEN interim-advies en de concept-NPR bevorderen de kwaliteit van de rechtsstaat niet.