Gek van papieren parallelle werkelijkheid

arghEerder deze week stonden in de rechtbank te Assen Groningse gedupeerden tegenover de Staat en de NAM, inzake immateriële schade en vermogensschade door de gaswinning. De landsadvocate stelde dat de Staat er alles aan deed om de Groningers zo goed mogelijk te beschermen. Daarom is er volgens haar van onrechtmatig handelen geen sprake. De advocaten van de NAM gooiden het over een andere boeg. Eisers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht hadden op vergoeding van smartengeld dan wel vermogensschade door derving van woongenot.

Tijdens de zitting werd verwezen naar alle maatregelen die de Staat en de NAM hadden getroffen. Maar uit het enkele feit dat er (op papier) maatregelen zijn getroffen, kun je niet afleiden dat onze veiligheid gewaarborgd is, noch dat onze rechten voldoende gerespecteerd worden.

Ik kan met gemak een juridisch sluitend betoog houden waaruit blijkt dat het kul is wat de Staat en de NAM beweren. Dat is echter iets voor rechtbanken. In dit artikel zoom ik in op de tekentafelwerkelijkheid waarmee Haagse beleidsmakers en hun ingehuurde knechten zich hebben losgezongen van de realiteit in Groningen.

Versterken

In november 2015 stelde de Raad van State dat niet was gebleken dat het versterkingsprogramma zoals vermeld in het winningsplan onuitvoerbaar zou zijn.

Op een paar dromers ten burele van de NCG na, wist iedereen in Groningen wel beter. En we kregen gelijk. Een jaar later is er nauwelijks versterkt, de inspectie van alle woningen in ‘de kern van het gebied’ is nog niet eens rond. Nu de bevingen zich verplaatsen naar het zuidoosten, reist het circus van Hans Alders mee. Nieuwe plannen, nieuwe inspecties, dit keer in Appingedam en Delfzijl. En weer roeptoetert de man willekeurige cijfers over te inspecteren en versterken woningen.

Bij dit alles grijpt de NCG steevast terug op ‘de norm’. Dat is een door de Commissie Meijdam op verzoek van EZ bekokstoofd allegaartje van risico-wensdenken. Ik schreef daar al eerder over, hier en hier. Die norm past binnen de papieren werkelijkheid waarmee ‘Den Haag’ de ramp terugbrengt tot hanteerbare proporties. (De basis klopt niet, en de uitwerking ervan al helemaal niet.)

In de Commissie Meijdam zat onder andere professor Helsloot. Die schreef onlangs op eigen titel het stuk Aardgas: is het echt onaanvaardbaar dat burgers risico lopen omwille van het algemeen belang? De professor heeft een enorm relativerende helikopterview, getuige dit citaat:

Uitgaande van de huidige inzichten gaat het bij een aardbeving van 5 schaal op de schaal van Richter om mogelijk enkele doden en tientallen gewonden door het instorten van oudere, veelal onverstevigde bouwwerken. Aangenomen dat er elk jaar een zware aardbeving plaatsvindt, dan hebben we het per jaar over een verlies van maximaal honderd levensjaren en enkele honderden miljoenen euro’s aan gebouwen en infrastructuur, wat is dan een redelijke beslissing?

In het rapport Van Rossum ging het nog om 170.000 wooneenheden, de NCG heeft het over 22.000 woningen in ‘de kern van het gebied’, en recent zijn daar dus Appingedam en Delfzijl bij gekomen. Wanneer de bevingen de tekentafelwerkelijkheid achterhalen, komt vanzelf ook de stad Groningen bij, en zijn we weer terug bij de conclusie van het rapport Van Rossum. Dat zijn heus niet allemaal oude gebouwen. Wel zijn ze allemaal onverstevigd. Dat krijg je ervan als de Staat en de NAM decennialang de andere kant op kijken en de vingers in de oren stoppen.

Nationale ramp

In zijn helikopter gaat professor Helsloot eraan voorbij dat er bij een beving van 5.0 op de Schaal van Richter in Groningen nog veel meer aan de hand is dan wat colleteral damage, zoals een paar dooie Groningers en het instorten van wat ouwe meuk in deze met kranten dichtgeplakte uithoek van het land. (Sorry voor mijn cynische weergave van zijn uitspraak. Ik ben een van de mensen wiens levensjaren op het spel staan, daar komt het door.)

Onlangs is in de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen het deeltje PGS6: Aanwijzingen voor de implementatie van het BRZO 2015 verschenen. Daarin is een heel hoofdstuk gewijd aan aardbevingen. En dit is de werkelijkheid die daaruit naar voren komt (cursivering door mij):

Door het ontbreken van een eenduidig landelijk beleidskader ten aanzien van aardbevingen kan van de bevoegde gezagen en van inrichtingen op dit moment geen uitspraak worden verlangd of de risico’s afdoende zijn beheerst. Daarnaast is het zo dat ook openbare voorzieningen zoals stroom- en gasvoorzieningen, dijken door aardbevingen geraakt kunnen worden. Aannemelijk is dat bij een zware aardbeving sprake is van een nationale ramp. De mogelijkheden van inrichtingen om zich voor te bereiden op een algemene uitval van openbare voorzieningen zijn vaak beperkt.

Wat staat hier eigenlijk? Dat er, vier jaar na Huizinge, geen regels zijn waarbinnen de ramp in Groningen te vatten is. Eerlijk gezegd denk ik ook niet dat dat ooit zal gebeuren. Het IS namelijk niet in regels te vatten. Alle risicomodellen ten spijt, is de werkelijkheid in Groningen gewoon te weerbarstig. De onzekerheid is groot en zal nog jaren groot blijven.

Wanneer zich een zwaardere beving voordoet, moeten wij het maar uitzoeken met z’n allen. De enkeling met een versterkte woning kan dan wellicht levend het pand verlaten – om er vervolgens niet in terug te kunnen keren, want de woning zelf is total loss. Mogelijk laat deze bofkont alsnog het leven als gevolg van dijkdoorbraken, kapotte buisleidingen, ellende op Chemiepark Delfzijl en ga zo maar door. Blijft-ie in leven, dan is het maar de vraag of de gedupeerde Groninger ooit fatsoenlijk gecompenseerd zal worden.

Dagelijkse ramp

Want naast deze Ramp der Rampen is er nog de dagelijkse ramp van de loopgravenoorlog waarin steeds meer Groningers verzeild zijn geraakt. Alleen al de afhandeling van de HUIDIGE SCHADE (ruim 77.000 schademeldingen, and counting) verloopt zo ongelooflijk traag en onrechtvaardig dat we er met z’n allen aan onderdoor gaan. Combineer dat met het Zwaard van Damocles dat ons boven het hoofd hangt, en je krijgt een verpletterende realiteit. Gecreëerd en in stand gehouden door de Nederlandse Staat en de NAM (Shell en Exxon).

Katherine Stroebe, hoofddocente Sociale Psychologie aan de RUG, omschrijft de situatie als “een zich langzaam voltrekkende ramp”. In haar artikel Gaswinning schaadt de gezondheid stelt ze:

De schade die de gaswinning veroorzaakt, vormt een groot risico voor de psychische en lichamelijke gezondheid, juist ómdat ze een menselijke oorzaak heeft.

Conclusie

Mevrouw Stroebe heeft het over “gevoel van onveiligheid”, “gevoel van onrecht” en “gevoel de controle over het leven kwijt te zijn”.
Schrap dat woordje gevoel maar. Er is concreet sprake van onveiligheid, onrecht en verlies van controle over ons leven.

Daar komt bij dat de gaswinning, alle excuses ten spijt, door beleidsmakers nog steeds niet gezien wordt als een nationale ramp, maar als een ‘maatschappelijke discussie’, een kille afweging van belangen, waarmee voorbij gegaan wordt aan basale rechten.

Wat wij vinden van het verschuilen van de Staat en de NAM achter hun eigen papieren parallelle werkelijkheid, wordt door Folkert Buiter prima verwoord in zijn stuk Schaamteloze hebberigheid:

Doof, blind en gevoelloos zijn de exploitanten en profiteurs van de gaswinning en met hen, hun woordvoerders en advocaten. De Staat en de NAM zijn verworden tot schaamteloze hebberige hooligans, die dag in dag uit Groningen en de Groningers molesteren.

Universele verlichting op z’n Gronings

comeniusAls u al eerder stukken van mij gelezen hebt, weet u dat ik het niet zo heb op het publiek-private handjeklap hier in wingewest Groningen.

Door ‘een weeffout’ zijn zowel het gasgebouw als het daaruit geboren governance gebouw doordesemd van de samenwerkingsafspraken. Shell en Exxon aanvaarden de aansprakelijkheid, in ruil voor flinke bemoeienis met zaken die in het publieke domein thuishoren. En dus is de praktische invulling van die aansprakelijkheid nogal magertjes.

Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid was niet ‘vernietigend’ genoeg: het gasgebouw is sindsdien verder uitgebreid. Om de schijn hoog te houden, wordt er, in het governance gebouw, meer dan ooit tevoren geouwehoerd over ‘Groningen’. Want hoe meer er gepraat wordt, hoe minder handen er uit de mouwen worden gestoken. En het is natuurlijk ook een heerlijke exercitie voor het brein, al dat praten. Zeker als je op het snijvlak met allerlei andere vakgebieden kunt opereren.

Sinds 1996 is aan de RijksUniversiteit Groningen het instituut Comenius Leergangen verbonden. Daar worden in samenwerking met internationale academische partners verdiepingsprogramma’s ontwikkeld voor executives. Dat zijn, ik citeer: ‘ervaren bestuurders en managers uit de publieke en private sector zoals algemeen directeuren en leden van raden van bestuur, toezichthouders, (staf) directeuren en senior partners en businessunit managers.’

Comenius (1592-1670) was een theoloog, pedagoog, filosoof en politicus. Een breed georiënteerd mens, iets wat tegenwoordig niet meer zo makkelijk kan. De moderne mens moet zich zo vroeg mogelijk specialiseren. Liefst al in de kleuterklas moeten kinderen ‘iets met techniek’ gaan doen. Techniek heeft immers de toekomst. Dat vindt ook NAM-moedertje Shell, die een grootse wervingscampagne heeft opgezet voor techneuten-in-de-dop die Shells goede werk in verband met het kapotmaken van de aarde moeten gaan voortzetten: Generation Discover.

Op Filosofie.nl lezen we over Comenius:

Hij vond de menselijke rede een mooi ding, maar er was zoveel meer. Je moest uitgaan van de hele mens, ook van het menselijk gemoed, het gevoel, en vooral ook de zintuigen. En je kon niet bij analyse blijven staan. Ook niet bij synthese trouwens. Je moest bovenal de synkritische methode hanteren. Dat wilde zeggen dat je heel verschillende dingen of werkelijkheidsgebieden met elkaar vergeleek, zodat je tot dieper inzicht in de samenhang van de gehele werkelijkheid kon komen.

Ah, de holistische benadering. Daar ontbreekt het in dit neo-liberale tijdsgewricht nogal aan. Goed dat die executives daar een beetje van meekrijgen. Hup, Comenius Leergangen, hup! Breng die ervaren bestuurders zoveel mogelijk in contact met hoofd én hart, zodat ze in verwondering en reflectie tot rust en balans kunnen komen. Misschien dat ze dan in staat zijn uit de box te kruipen en de ketenen van het fnuikende economische-groeimodel met hechte publiek-private samenwerking van zich af te werpen.

Nou wil het geval dat die Leergangen dit jaar 20 jaar bestaan, dus: lustrum (= duur woord voor feestje). Tijd om de executives van Nederland eens te verwennen met een weldadig filosofisch badje. Vooral in Groningen is dat hard nodig. Met de gaswinning als compromitterende factor die een gemene wig drijft tussen hoofd en hart, is gewetensvolle besluitvorming voor Groningse bestuurders bepaald geen klein bier. Gelukkig is het thema van het lustrumprogramma in Groningen ‘goed en wijs bestuur’.

Vandaag, 30 september, staan er boardrooms op het programma. Dat is een duur woord voor ‘informele praatsessies onder genot van een hapje en een drankje’. Ze hadden het voor mijn part ook ‘theekransjes’ kunnen noemen, maar dat is natuurlijk niet chique en des bestuurders.

Wat lezen we op de lustrumsite?

Hoofdrolspelers in de gasproblematiek gaan vertrouwelijk in gesprek.

En wie zijn die hoofdrolspelers?

Nou, onder anderen Lex de Boer, directeur-bestuurder wooncorporatie Lefier, Philip Wagner, hoogleraar Global Economy & Governance (ICUC), Albert Roodenboog, burgemeester gemeente Loppersum en Gerald Schotman, directeur van de NAM. Die laatste wordt bijgestaan door Thijs Jurgens, ‘Directeur Aardbevingen’ bij de NAM. (Dhr. Jurgens neemt niet eens de moeite zijn rijkgeschakeerde Shell-biografie te laten vertalen naar het Nederlands, maar dat terzijde.)

Laat ik nou in de waan verkeren dat wij, de Groningers, met onze kapotte huizen en onze gebroken levens en het gapende gat in ons hart waar ooit onze gevoelens van veiligheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid zetelden – dat *wij* de hoofdrolspelers zijn in de ramp die zich in slow motion in Noord-Nederland voltrekt. De ramp die gewoon doordendert, hoeveel extra vergaderingen de bobo’s ook inlassen om voorstellen te bespreken voor nog meer onderzoek naar hoe, wat en waarom.

Het enige lichtpuntje is dat ook Annemarie Heite is uitgenodigd om mee te praten. Die heeft ruime ervaring in de ongelooflijk treurige praktijk. In d’r uppie staat zij tijdens dit lustrumevenement symbool voor de 450.000 mensen die wonen en werken bovenop het 900 km2 grote Groningenveld.

Verder vermeldt de lustrumsite dat Hans Alders een van de sleutelpersonen is in het gesprek over de toekomst van de gaswinning. Da’s vast een filosofisch-Freudiaans verschrijvinkje. Want waar die man ook over gaat, het is NIET de gaswinning. In zijn hoedanigheid van Nationaal Coördinator Groningen heeft-ie niks te zeggen over de gaskraan, alleen over het aardbevingsbestendige en kansrijke Groningen van de verre, veel te verre toekomst.

Dhr. Alders houdt niet alleen een keynote (= duur woord voor presentatie), maar doet zo te zien ook mee aan de theekransjes en socratische reflectiesessies (= dure woorden voor gesprekken waarin mensen vanuit hun eigen ervaring gezamenlijk in alle eerlijkheid en openheid proberen antwoord te geven op fundamentele vragen).

Belangrijk is natuurlijk welke fundamentele vragen er gesteld worden. Ik lees op de lustrumsite van Comenius Leergangen iets over een ‘gascrisis’, en over ‘oorzaken en scenario’s richting ontknoping’.

Ik zal wel weer een eigenwijze betweter zijn (niet van het type dat Shell wil inzetten om de door hen verpeste toekomst op orde te krijgen, zie dit stuitende filmpje), maar executives in gesprek met oneigenlijke ‘hoofdrolspelers’ (Schotman en Jurgens, namens Shell en Exxon, en Alders, namens Staat-EZ-NCG) oplossingen laten bedenken voor de crisis die Shell, Exxon en Staat met het onwankelbare gasgebouw hebben uitgelokt en via het governance gebouw tot op heden in stand weten te houden…

Dat vind ik niet echt van verlichting getuigen. En Comenius, God hebbe zijn ziel, streefde met al zijn Renaissance Man-achtige kwaliteiten oprecht naar universele verlichting van de menselijke geest.

Vandaag is de laatste dag van het Groningse lustrumevenement. Na afloop van alle praatsessies krijgt Hans Alders van de deelnemers een maxime aangereikt (= duur woord voor principe dat de basis voor je dagelijks handelen vormt). Gezien het thema is het waarschijnlijk de bedoeling dat-ie daarmee tot goed en wijs bestuur inzake de gaswinning komt. (Waarmee indirect gezegd wordt dat het daar nogal aan schort. Hetgeen klopt als een bus.)

Goed en wijs bestuur inzake gaswinning lijkt mij voor een ambtenaar in dienst van EZ, via EBN partner in zowel de Maatschap Groningen als GasTerra, een contradictio in terminis. Jaja, ook ik kan smijten met dure woorden. Deze drie betekenen ‘iets wat onmogelijk is’, bijvoorbeeld een rond vierkant, koud vuur of veilige gaswinning waarbij de bewoners centraal staan.

Maar de wonderen zijn de wereld niet uit.

Als er uit verdiepingsgesprekken met onder meer poppetjes uit het gasgebouw en het governance gebouw een filosofisch getint principe komt dat de Groningers écht recht doet – en als Hans Alders daar ook écht naar handelt – nu meteen, niet over tien jaar…

Nou eh… dan ga ik te voet naar Naarden, waar Comenius begraven ligt. En bij zijn graf eet ik mijn spreekwoordelijke hoed op.

Wat is nou eigenlijk de bedoeling?

bedoelingEen tijdlang heb ik me verdiept in het zogenaamde ‘governance gebouw’. Dat is het op de bewoners van Groningen gerichte broertje van het ‘gasgebouw’.

Het governance gebouw leunt, net als het gasgebouw, op samenwerkingsafspraken tussen de overheid en de NAM. Bij het gasgebouw gaat het om afspraken over winstmaximalisatie. Bij het governance gebouw gaat het om afspraken die burgers Vertrouwen moeten geven. Met een hoofdletter.

(Daar begint het gedonder al. “In vertrouwen kun je niet wonen,” zou ik Jan Schaefer willen parafraseren, een nogal atypische PvdA-er met een zekere mate van lef.)

Voor het herwinnen van dat vertrouwen doen bestuurders enorm hun best. Op allerlei manieren wordt de thermometer zo diep mogelijk in de levens van de bewoners van het gaswingebied gestoken. Soms helpen onderzoekers van universiteiten en andere instituten daarbij. De gemeten waarden worden keurig gerangschikt en becommentarieerd in (half-) jaarverslagen en rapporten.

Met die verslagen en rapporten slaat ‘de politiek’ vervolgens op tafel bij de minister van Economische Zaken. Een delegatie van EZ (onder wie ook Hans Alders) gaat dan in conclaaf met de NAM. Daar rolt een miljoentje of wat extra uit. Of dat miljoen daadwerkelijk bij de bethermometerde bewoners terecht komt, lijkt niet van belang. Er is resultaat geboekt. Door naar de volgende ronde.

Bijzonder is dit allemaal niet. Zo opereren bestuurders in heel Nederland, en in allerlei sectoren. Problemen zijn er niet om op te lossen, maar om gezellig te managen, het liefst in het schemergebied tussen ongeschreven wetten en het Burgerlijk Wetboek. En passant maken die bestuurders de boel graag wat complexer, zodat hun bemoeienis essentieel lijkt om er enige chocola van te kunnen maken.

(Lees over ‘complex maken’ ook dit artikel over Jos de Blok van Buurtzorg Nederland. Die heeft een verfrissend eenvoudige kijk op de dingen. Té eenvoudig voor menig bestuurder wellicht…)

Wat de governance in Groningen wél bijzonder maakt, is dat de bestuurlijke drang om zonder juridisering in dialoog met de belangrijkste stakeholders te komen tot een win-winsituatie ruim vier jaar na Huizinge het leven van vele duizenden gedupeerden in overdreven mate beheerst. En telkens is daar weer die thermometer. In plaats van korte metten te maken met de bron van ellende, hullen bestuurders de murw gebeukte burgers en hun ‘gevoel van onveiligheid’ uiterst vriendelijk en voorkomend in een cocon van onderzoeken – met de belofte van een bevrijdende oplossing.

Wat ‘Groningen’ ook zo bijzonder maakt, is dat het governance gebouw wordt bestierd door medewerkers van een wel heel ambivalente stakeholder: de Nederlandse overheid. Het leeuwendeel van de gasbaten verdween de afgelopen decennia in de schatkist. Daar staat tegenover dat de overheid ook zo’n 64% van de gaslasten (=kosten voor de schade als gevolg van bodembeweging door mijnbouwexploitatie) voor z’n rekening neemt. De BV Nederland streeft, net als iedere andere vanuit winst en verlies gerunde onderneming, naar zoveel mogelijk winst. Dat betekent dat aan EZ de schone taak is gedelegeerd om de gaslasten zoveel mogelijk te beperken.

Vervelende aspecten van de Groningse bestuurlijke oplossing

Het eerste vervelende aspect is de van iedere persoonlijke verantwoordelijkheid vrijpleitende taakverdeling. Ik maak even een zijsprongetje om mijn gedachtegang daarover uit te leggen.

In verband met een hoorzitting over ons WOZ-bezwaar zat ik een hele tijd terug tegenover een allervriendelijkste ambtenaar van de gemeente Groningen (die voert deze procedures uit namens Delfzijl). De ambtenaar hoorde mijn verhaal aan, gaf me groot gelijk, en noteerde ijverig al mijn aanvullende gaswinningsgerelateerde bezwaargronden.

Toen ik na het gesprek vroeg hoe de procedure nu verder ging, zei de ambtenaar: “Nou, deze aantekeningen gaan naar mijn collega, en die beslist.”

“Lekker makkelijk,” flapte ik eruit, “de één luistert naar het verhaal, maar beslist niet. De ander beslist, zonder ooit de bezwaarhebbende in de ogen te hebben gekeken. Zo helpen jullie elkaar om niet met een schuldgevoel naar huis te gaan.”

De ambtenaar keek me ietwat beteuterd aan. “Eh… tja, als u het zó stelt…”

Een dergelijke taakverdeling is ook ingebed in het Groningse governance gebouw. Tijdens keukentafelgesprekken over bouwkundige versterking worden notities gemaakt en beloftes gegeven. Dat wordt vervolgens langs getrapte lijnen gecommuniceerd met alle samenwerkende partijen (NCG/CVW/NAM). Daar worden de beloftes vakkundig langs de meetlat van vooraf bedachte oplossingen, met vooraf begrensde budgetten, gehouden. Het eindresultaat is een ambtelijk mede te delen compromis. Dit systeem stelt iedereen in staat zijn handen te wassen in onschuld. De keukentafelgesprekkenvoerder hakt geen knopen door, de knopendoorhakker kijkt de getergde Groningers niet in de ogen. De bouwbedrijven voeren enkel uit wat hen opgedragen wordt, en NAM/CVW vinkt af: Groningen is weer een stoute schoorsteen armer en dus een ‘veilige’ woning rijker. (Om maar een van de vele voorbeelden te noemen.)

Die ontduiking van verantwoordelijkheden komt overal in bestuurlijk Nederland voor, maar in Groningen gáát het wel ergens over. De vraag wie waarvoor verantwoordelijk is wat betreft de veiligheid van tienduizenden Groningers kun je niet onbeantwoord laten.

Het tweede vervelende aspect van de Groningse bestuurlijke oplossing is dat men krampachtig vasthoudt aan de box.

Meerdere malen heb ik ten overstaan van bestuurders een uiteenzetting gegeven over het naar mijn smaak nogal wiebelige ‘governance gebouw’. Men vroeg me wat dan wél zou helpen. “Jurisprudentie,” was steevast mijn antwoord. “Richt een fonds op, zodat mensen kunnen procederen. Zorg dat álle Groningers recht wordt gedaan.”

De meesten vonden dat nogal ‘out of the box’. Sommigen spraken dat ook letterlijk uit.

“Maar IN DE BOX helpt niet,” ging ik daar dan op in. “Want die box wordt volledig bepaald door de NAM en de overheid, in casu EZ. En hoe je het ook wendt of keert, dat zijn partijen die vooral vanuit hun positie in het gasgebouw denken en opereren.”

Dat drong heus wel door tot die bestuurders, maar vervolgens gingen ze weer vergaderen, en dan kwam vanzelf het poldermodel bovendrijven, en de ‘complexe materie’. Al gauw was men het er weer over eens dat juridisering voorkomen moest worden. En dan daarbij: de Arbiters Aardbevingsschade waren nog maar net begonnen. Eerst maar even afwachten wat dát ging opleveren, aldus de bestuurders. (Afwachten is het stelen van tijd van getergde Groningers. Je moet maar durven…)

De oplossing: meer bevoegdheden?

Feitelijke aanpak van de mijnbouwproblematiek kan alleen door de mijnbouwexploitant aansprakelijk te stellen en ertegen te procederen. Een rechtsbijstandsverzekering afsluiten lukt helaas niet meer. Daarnaast kosten procedures veel geld en tijd. Dat eerste hoeft geen argument te zijn (stort wat in een fonds voor rechtsbijstand!), dat tweede is een argument aan het worden, omdat veel Groningers al jaren aan het lijntje worden gehouden en zich in gelatenheid van de ellende afwenden.

Emotionele aanpak van de mijnbouwproblematiek wordt gekanaliseerd via het ‘governance gebouw’. Zoals ik hierboven heb betoogd, zijn goedbedoelende bestuurders al dan niet bewust doktertje aan het spelen. Met de thermometer in de hand gaan ze liever nog een keertje extra door het Groninger land, dan over te gaan tot feitelijke aanpak van de problemen.

De laatste tijd klinkt de roep om meer bevoegdheden voor de NCG steeds luider. De gedachte lijkt te zijn dat het dan wél gaat lukken. Ik geloof daar niet zo in. Bestuurders gonna be bestuurders. Bovendien is er geen bestuurder zo gepokt en gemazeld in het polderen als Hans Alders. En vergeet niet dat de NCG een apparaat is in de prettigste traditie van regelneverij, een warm bed voor ambtelijk Nederland. Goede salarissen, leuke carrièreperspectieven, raakvlak met de meest uiteenlopende sectoren, werkzaamheden met een humanitair randje. Als je daar bevoegdheden bovenop gooit, is dat geen enkele garantie dat het recht zal zegevieren. Wel krijgt dat pruttige polderen in de schaduw van het Burgerlijk Wetboek dan een officiële status. Maar ten koste van wat?

Wat weinigen hardop durven te zeggen, is dat het ‘governance gebouw’ de traumatisering van de Groningers in de hand werkt. In het oerwoud van nogal knullig uitgevoerde bestuurlijke regelingen wordt sinds Huizinge de ene na de andere onrechtmatige (overheids-) daad op elkaar gestapeld. Het is gissen hoe dat nou kan, met zoveel ervaren bestuurders bij elkaar. Zelfoverschatting? Prestatiedrang? Desinteresse?

Tot slot ben ik van mening dat ‘Groningen’ te groot en te ingrijpend is om te misbruiken voor de instandhouding van een comfortabele bestuurlijke biotoop. Je kunt wel met bevoegdheden strooien, maar als bestuurders verantwoordelijkheden blijven ontduiken via een getrapte taakverdeling en weigeren uit hun box te stappen, heeft dat voor de Groningers geen positief effect. Wat je dan krijgt, is een topzwaar instituut onder de vleugels van stakeholder EZ, dat alleen tussen de Groningers in staat om hen nog eens lekker te temperaturen. Voor al het overige zal de NCG verder dan ooit bóven de burgers staan.

De meeste bestuurders zijn niet dom. Ze weten heus wel dat ze op die manier niet alleen de autonomie van de Groningers, maar ook de rechtsstaat nog meer geweld aan doen dan nu al het geval is.

Vandaar mijn vraag: Wat is nou eigenlijk de bedoeling?