Mijnbouwschade en het Burgerlijk Wetboek

wetboekSinds afgelopen zomer zijn we in Groningen twee bestuurlijke instanties rijker: de Nationaal Coördinator Groningen én de Commissie Meijdam. Beiden hebben het voornamelijk over ‘aardbevingen’, en daarmee spelen zij NAM (Shell en Exxon) in de kaart. Ik leg hieronder uit hoe ik tot die conclusie kom.

Burgerlijk Wetboek 6, Artikel 177, Lid 1

In de meeste uitlatingen van minister Kamp en de heren Alders en Meijdam komt het woordje ‘aardbevingsschade’ voor.

In het Tweede Advies van de Commissie Meijdam (dat als basis dient voor de plannen van NCG), wordt zelfs gesteld:

Daarnaast moet alle schade die ontstaat als gevolg van aardbevingen worden vergoed. Dat is een onomstreden en wettelijk bepaald gegeven.

Dat klopt. Maar tegelijkertijd geeft de Commissie hiermee een te beperkte voorstelling van zaken.

Hier volgt de letterlijke tekst van de wet:

BW 6 artikel 177 lid 1

De bodem in Groningen is voortdurend in beweging als gevolg van de gaswinning – op allerlei manieren. En al die bewegingen hebben effect op bijvoorbeeld het grondwaterpeil. Daarnaast is er ook nog wisselwerking tussen de bewegingen van de bodem en het type ondergrond (wat in extreme gevallen tot liquefactie leidt. Dit kan bij de dijken een probleem zijn.)

Iedere dag, ook als er géén beving heeft plaatsgevonden, ondergaan onze huizen de gevolgen van bewegingen in de bodem door exploitatie van de vele mijnbouwwerken die hier al ruim vijftig jaar het gigantische gasveld onder onze voeten leegzuigen.

En dat geeft iedere dag weer een beetje meer schade, want daar zijn onze huizen nooit op gebouwd. Zelfs als er in een straal van 20 km geen krachtige beving heeft plaatsgevonden, kan een huis na verloop van jaren ernstig beschadigd raken door beweging van de bodem als gevolg van mijnbouwexploitatie.

Niet-bevingsgerelateerd? Niet bij NAM/CVW

Een flinke scheur direct na een aardbeving wordt door NAM/CVW nog wel eens als A-schade gezien (‘bevingsgerelateerde schade’).

Maar als je hele huis langzaam wegzakt en scheurt, omdat het door de voortdurende beweging van de bodem uit z’n verband is getrokken, wordt het een ander verhaal.

Dan heet het al gauw een ‘complex geval’, met onder meer ‘zettingsschade’. En daar gaat NAM/CVW niet over.

Hans Alders ook niet, trouwens.

In een artikel in de Groninger Krant wordt dit nader verklaard:

Voor wat betreft zettingsschade, bodemdaling of peilwijzigingen ligt er geen rol voor de NCG. Wordt onomstootbaar vastgesteld dat schade is ontstaan door een van deze oorzaken is er een partij die verantwoordelijk kan worden gehouden. De huiseigenaren zullen dit zelf moeten opnemen en afhandelen.

NCG gaat dus écht enkel en alleen over ‘aardbevingsschade’. Het NCG-plan heet daarom ook ‘Aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen’, en niet ‘Mijnbouwschadebestendig en kansrijk Groningen’.

Bij wie moet je dan wél zijn?

Wijst NAM/CVW de schade aan je huis af, dan kun je proberen je recht te halen bij de Commissie Bodemdaling Groningen.

Deze Commissie is, in tegenstelling tot NCG (die geheel onder EZ valt), een lekker ouderwetse publiek-private samenwerking tussen het Rijk en de provincie Groningen enerzijds, en NAM anderzijds.

NAM/Commissie Bodemdaling Groningen baseert zich op bodemdalingsmodellen van NAM, en heeft als taak vast te stellen:

  • Welke handelingen, werken of werkzaamheden zijn aan te merken als maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn ter voorkoming, beperking of herstel van schade ten gevolge van bodemdaling door aardgaswinning.
  • Welke kosten, hetzij van vorenbedoelde maatregelen, hetzij anderszins (compensaties) zijn aan te merken als kosten welke de NAM overeenkomstig de regels van de bodemdalingsovereenkomst zal vergoeden.

In 2014 heeft de provincie Groningen van NAM/Commissie Bodemdaling Groningen voor ingediende claims een vergoeding van 4 miljoen euro ontvangen. (Het gaat daarbij vooral om kosten voor gemalen en de waterhuishouding.)

Het Rijk heeft geen claim ingediend in dat jaar, en dus ook niets vergoed gekregen.

Negentig particulieren dienden wél een claim in, maar kregen ook niks vergoed, want:

De Commissie is van mening dat er geen causaal verband is tussen de opgetreden bodemdaling en de gemelde schade aan de woningen.

Tja. Dat krijg je als de helft van de leden van zo’n Commissie is benoemd door het bedrijf dat de ellende veroorzaakt. Als NAM/CVW al niet wil vergoeden, dan NAM/Commissie Bodemdaling Groningen ook niet.

Addertjes onder het gras

NAM zou NAM niet zijn, als er niet wat extra schotten tussen Groningers en BW 6 Artikel 177 lid 1 waren geplaatst.

Hier volgt het huidige, zeer ontmoedigende NAM-protocol:

Stap 1: Schademelding NAM/CVW

Je meldt je schade bij NAM/CVW, de VEROORZAKER van de schade.

NAM/CVW stuurt eigen inspecteurs om poolshoogte nemen. Die constateren: de schade is ‘niet-bevingsgerelateerd’.

Er komen andere oorzaken op tafel, zoals ‘zetting’, ‘slappe bodem’, ‘constructiefouten’, ‘achterstallig onderhoud’ en ‘ouderdom’.

Je huurt eventueel nog een contra-expert in, op kosten van NAM/CVW. Die krijgt veel minder uren vergoed dan de expert van NAM/CVW, maar doet toch zijn best.

Er volgt een verbeten gevecht.

NAM/CVW houdt voet bij stuk. De schade is en blijft ‘niet-bevingsgerelateerd’.

Stap 1a: Naar de rechter

De gang naar de rechter is voor mensen in Groningen vrijwel onmogelijk. Het gemiddelde inkomen in Groningen is niet zo hoog, en een rechtsbijstandsverzekering afsluiten is er ook niet meer bij. Staatssecretaris Dijkhof wil bovendien geen apart fonds hiervoor instellen.

De facto is Stap 1a voor het merendeel van de gedupeerden niet haalbaar.

Stap 2: Voorlopige uitspraak NAM/Commissie Bodemdaling Groningen

NAM/CVW verwijst je naar NAM/Commissie Bodemdaling Groningen. Daar klop je aan, en je vraagt om een onderzoek.

Uit dat onderzoek blijkt, hoe verrassend, dat de schade niet het gevolg is van bodemdaling. De voorlopige uitspraak luidt: claim afgewezen.

Stap 3: Naar de TCBB (Technische Commissie BodemBeweging)

Helaas heeft de TCBB slechts een adviserende functie. Bovendien zijn die adviezen niet bindend voor NAM/Commissie Bodemdaling Groningen.

Je gaat dus naar de TCBB, die geeft advies, en dat advies wordt genegeerd. Einde stap 3.

(Het lijkt misschien alsof dit allemaal in moordend tempo gebeurt, maar in werkelijkheid is een gedupeerde die bij stap 3 is aanbeland, al een paar jaar bezig.)

Stap 4: Definitieve beslissing NAM/Commissie Bodemdaling Groningen

Je zet dóór en vraagt om een definitieve beslissing van de NAM/Commissie Bodemdaling Groningen. Dat wil de Commissie je wel geven, maar dan moet je eerst “toetreden tot de Overeenkomst Groningen – NAM”.

In artikel 10 van die overeenkomst staat dat je afstand doet van het recht om op een andere wijze vergoeding van NAM te verlangen.

Je tekent bij het kruisje, NAM/Commissie Bodemdaling Groningen wijst je claim definitief af, en dat is dat.

Geen vergoeding, geen rechten. Zo doen we dat, in wingewest Groningen.

Dankzij NCG beter toegang tot het recht?

Ik heb een paar hele magere bewegingen in de goede richting bespeurd in het conceptvoorstel van NCG, dat vandaag online is verschenen:

De NCG vindt het belangrijk dat aardbevingsgedupeerden op adequate wijze hun schade kunnen verhalen. Daarom zal de NCG in overleg met betrokken partijen bekijken op welke wijze voorzien kan worden in adequate juridische bijstand ter aanvulling op de bestaande mogelijkheden en de reeds ontwikkelde protocollen bij schade en preventie.

En:

De Tcbb is een onafhankelijke commissie die adviseert over het verband tussen opsporing, winning van delfstoffen en bodembeweging. Wanneer schademelders bij de Commissie Bodemdaling geen positieve uitspraak krijgt over de connectie tussen schade en bodemdaling door gaswinning, kunnen ze zich wenden tot de Tcbb. De Arbiter aardbevingsschade kan uitspraken van de Tcbb betrekken in de uitspraak.

Blijkbaar ziet NCG in dat stap 1a (de gang naar de rechter) een volwaardige stap moet zijn. Dat is fijn, al wil ik wel graag weten wie de betrokken partijen zijn waarmee NCG gaat praten over juridische bijstand. Want als een van die partijen toevallig NAM heet, dan houdt het op.

Wat mij niks zint is dat er geen enkele inclinatie bij NCG is om het schadeprotocol uit de handen van NAM/CVW en NAM/Commissie Bodemdaling Groningen te rukken. Een schadeprotocol onder leiding van onafhankelijke (écht onafhankelijke, dus niet ‘Gronings’ onafhankelijke) instanties zou het aantal ‘complexe gevallen’ aanzienlijk verminderen.

Wel voegt NCG een ‘arbiter aardbevingsschade’ toe. (Let op, deze had dus ‘arbiter mijnbouwschade’ moeten heten.)

Met de instelling van een arbiter hebben NAM en CVW al ingestemd. Ons is weer eens niks gevraagd.

Maar, belooft NCG: de uitspraak van zo’n arbiter zal voor NAM bindend zijn, en voor particulieren niet.

Dat is NCG geraden ook.

Een bindende uitspraak van een arbiter zou betekenen dat er een extra schot tussen ons en Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 177 lid 1 wordt geplaatst.

Dat zou heel raar en misschien ook illegaal zijn. Tussen ons en het Burgerlijk Wetboek mogen zelfs Kamp en zijn kornuiten niet komen. (Nog niet.)

Wie betaalt, bepaalt

vangnet-gatVoor de zoveelste keer neem ik u mee in onze Kafkaiaanse strijd om duidelijkheid te krijgen over de Commissie Bijzondere Situaties. Sinds mijn vorige blogartikel over dit uiterst grofmazige vangnet is er namelijk wel een en ander gebeurd. En omdat u altijd mee hebt gelezen en mee hebt geleefd, hebt u recht op een update.

Vorige keer vertelde ik dat de Commissie het dossier zou sluiten als wij niet op tijd op het aanbod zouden reageren – en dat terwijl onze klacht nog liep.

Ik had u graag willen melden dat ik heb kunnen afdwingen dat het dossier open blijft VANWEGE de klacht. Maar nee. Het dossier blijft weliswaar open, maar alleen omdat de Commissie toch per 1 januari 2016 wordt opgeheven.

We krijgen, zeer genereus, tot die datum de tijd om nog wat na te denken over het aanbod.

Wat gebeurt er na 1 januari met ons dossier?

Dat kan ik u niet vertellen. Vraag het maar aan Hans Alders. U kunt dat doen op woensdag 4 november, als hij zijn plannen presenteert in Loppersum.

Doe hem van mij de onvriendelijke groeten.

Zeg maar dat het fijn was nooit meer wat van hem te horen na de e-mail die ik hem op 25 juni over het Commissie-gedonder stuurde (met CC naar enkele van zijn PvdA-partijgenoten, zoals Tjeerd van Dekken en Jan Vos).

Vraag hem wat “zeer grote spoed en voortvarendheid bij de afhandeling van alle bij de Commissie voorliggende gevallen” inhoudt. (Daar zou hij samen met de provincie Groningen op aangedrongen hebben.)

Vraag hem ook of hij het verschil kan uitleggen tussen “een standpunt bepalen” en mensen compleet negeren.

En tot slot, vraag hem hoe de provincie Groningen erbij komt dat “de zaak ter afhandeling is overgedragen aan de Nationaal Coördinator Groningen”.

Want nogmaals, ik heb van die hele Alders sinds juni dit jaar NIETS meer vernomen. (Van zijn partijgenoten overigens ook niet.)

Nou ja, op de automatische ontvangstbevestiging van die ene e-mail na dan. Met een veelzeggende voetnoot:

Let op: Dit bevestigt alleen dat uw bericht bij de geadresseerde is
weergegeven. Er is geen garantie dat de geadresseerde het bericht
daadwerkelijk heeft gelezen of de inhoud ervan heeft begrepen.

Zijn gemeente, provincie en EZ verantwoordelijk?

Nee. Althans, dat vinden zij zelf van niet. Ik citeer uit een brief van de afdeling Rechtsbescherming van de provincie Groningen:

De Commissie Bijzondere Situaties is een onafhankelijke instantie, ingesteld op verzoek van de minister van Economische Zaken door de NAM in overleg met de provincie Groningen. Zij behoeft over haar werkzaamheden geen verantwoording af te leggen aan de provincie.

Over dit antwoord deed de provincie bijna 16 weken.

Da’s netjes, vergeleken met het ministerie van Economische Zaken, of liever gezegd: de Haagse tak van de Overheidsdienst Groningen. Ondanks vele excuses van de behulpzame ambtenaar die ik bijna wekelijks hierover spreek, is de beantwoording van onze klacht nog altijd niet afgerond. (We zitten nu in week 21.)

Wel is mij telefonisch medegedeeld dat ook EZ de Commissie niet erkent als een regeling die valt onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan. De klacht wordt daarom behandeld als een burgerbrief.

Wie is er dan wél verantwoordelijk?

Dat vroeg ook de Tweede Kamer zich af. Begin dit jaar werd er een Kamervraag over gesteld.

Uit documenten in deze bijlage bij een WOB-besluit over de Commissie Bijzondere Situaties blijkt dat de Kamervraag door EZ is doorgestuurd naar de Commissie.

Kennelijk wist EZ na bijna een jaar nog niet helemaal hoe het zat.

Het antwoord van de Commissie vindt u in document 20 in de WOB-bijlage:

De Commissie is ingesteld op basis van de brief van minister Kamp van 22 januari 2014. De leden van de Commissie zijn door het openbaar bestuur aangezocht. De Commissie is als onafhankelijke instantie werkzaam. De besluiten die de Commissie neemt zijn voor de NAM bindend.

In het officiële antwoord van Kamp maakte EZ daar het volgende van:

De Commissie is als onafhankelijke instantie werkzaam. De besluiten die de Commissie neemt zijn voor NAM bindend. Uiteindelijk ben ik eindverantwoordelijk voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek in Groningen.

En nu moeten meelezende Kamerleden even goed opletten. Er is namelijk een belangrijke zin weggelaten in het officiële antwoord van minister Kamp. Ik herhaal hem hier even:

De leden van de Commissie zijn door het openbaar bestuur aangezocht.

De reden dat deze zin is weggelaten? Het is hoogstwaarschijnlijk een leugen.

Wie betaalt, bepaalt?

Een belangrijk document in de WOB-bijlage is de zogenaamde Factsheet Schrijnende Gevallen.

Dit is, blijkens de correspondentie hierover tussen twee EZ-ambtenaren, een ‘aangepaste versie’. Waarom de WOB-bijlage alle eerdere versies van deze factsheet niet bevat, weet ik niet. Maar dat terzijde.

De factsheet staat bol van de zinnetjes die het aloude gezegde ‘Wie betaalt, bepaalt’ perfect illustreren.

NAM stelt een fonds in voor speciale situaties.

Het geld, 15 miljoen voor een periode van 5 jaar, komt dus van NAM.

Het fonds zal worden beheerd door een onafhankelijke instantie.

Dit is een leugen. Op pagina 8 van deze zelf-evaluatie geeft de Commissie aan dat ze niet over een eigen bankrekening beschikken. Het budget is in beheer bij NAM.

… is NAM gevraagd om, als interim oplossing in overleg met de Provincie, een drietal deskundigen aan te stellen…

Niet EZ, niet de provincie, niet de gemeenten, maar NAM heeft de Commissie aangesteld.

Voor deze interim Commissie heeft NAM de volgende personen benaderd en bereid gevonden:

Waarna een opsomming volgt van de mensen die later inderdaad de Commissie hebben gevormd.

Een beetje ruimer, of een beetje krapper?

In document 13 in de WOB-bijlage geeft een EZ-ambtenaar aan dat een burgemeester zich zorgen maakt over het functioneren van de Commissie. Ze zouden onvoldoende gebruikmaken van hun mandaat.

Iemand van NAM is het daar volgens de ambtenaar roerend mee eens. Maar er komt een oplossing:

Ze zouden beide het gesprek aangaan dat commissie meer gebruik zou moeten maken van hun ‘discretionaire ruimte’. Dit zijn in principe twee opdrachtgevers, dus ik neem aan dat dit gesprek wel wat zal moeten opleveren.

Discretionaire ruimte is ambtenarentaal voor “de vrijheid nemen om zelfstandig te oordelen”.

Ten eerste staat dat dubbele opdrachtgeverschap haaks op de stelling van gemeente Delfzijl, provincie Groningen én EZ dat zij niet verantwoordelijk zijn.

Wie niet verantwoordelijk is, is ook geen opdrachtgever – tenzij de opdracht luidt:

Hé NAM, hier is onze kwetsbaarste groep burgers. Ze hebben financiële problemen, medisch/psychische problemen én een beschadigd huis. Wij trekken onze handen ervan af. Zie maar wat je ermee doet. Doei!

In dat geval heeft degene die over zichzelf zegt dat hij vanuit de overheid eindverantwoordelijk is voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek een probleem. (En wie was dat ook al weer? Oh ja, minister Kamp!)

Ten tweede vraag ik me af of dat gesprek tussen burgemeester(s), NAM en Commissie wel heeft plaatsgevonden. Zo ja, dan heeft het niet veel ‘ruimte’ opgeleverd.

Over het starre handelen van de Commissie is eind november 2014 door RTVNoord-journalist Goos de Boer de rapportage Hulp schrijnende gevallen aardbevingsgebied faalt gemaakt.

Dat is aan bod gekomen tijdens een gesprek tussen de Dialoogtafel en de voorzitter van de Commissie, dhr. Aartsen. In document 15 in de WOB-bijlage toont hij zich verbaasd over de wijze waarop de Commissie in de media is geportretteerd.

Over de RTVNoord-rapportage zegt hij dat daarbij is gewerkt op basis van informatie van een voormalig casemanager van de Commissie. (Daarmee lijkt hij te impliceren dat voormalige casemanagers altijd de feiten verdraaien.)

Op de datum van de uitzending antwoordde Goos de Boer op Twitter op een vraag van Mirjam Wulfse van VVD Groningen echter dat hij met 15 gedupeerden, casemanagers en burgemeesters had gesproken:

goos-mirjam

Ook zei Goos dat de Commissie in een groot deel van de afgesloten zaken niets of weinig voor de mensen heeft gedaan, en weigert commentaar te geven.

Dat de Commissie zich niet in het geschetste beeld herkent, heeft waarschijnlijk vooral te maken met oogkleppen, wensdenken en wegmasseren van ongemakkelijke feiten. (De Dialoogtafel heeft er niet op doorgevraagd. Logisch, want ook daar zaten de ‘opdrachtgevers’ aan tafel.)

Dan is er nog het kostenplaatje, dat ook al weinig ‘ruimte’ uitstraalt.

Uit de zelf-evaluatie van de Commissie maak ik op dat er inmiddels zo’n 3,5 miljoen euro is besteed, aan 131 zaken, waarvan 84 afgehandeld.

Onder ‘afgehandeld’ valt ook ‘afgewezen’, en daar heb ik geen data van kunnen vinden, dus het is een beetje gokken hoeveel er gemiddeld per zaak is besteed. Ervan uitgaande dat de helft uit afwijzingen bestaat (een nogal forse aanname, al zou het me niet verbazen), is er zo’n EUR 83.000 per niet-afgewezen afgehandelde zaak uitgegeven.

Da’s geen vetpot, als je bedenkt dat mensen naast fysieke schade aan het huis ook waardedaling en restschuld bij eventuele (gedwongen) verkoop hebben, en inkomensverlies, en kosten voor psychologische hulp, en nog heel veel meer. Bovendien heeft de Commissie 10 woningen opgekocht – en niet de minste ook. Haal je die kosten eraf, dan zakt het gemiddelde bedrag per afgehandelde zaak aanzienlijk.

Tot slot bevat document 15 nog een curieuze aanwijzing dat de Commissie, of althans dhr. Aartsen, meer op heeft met ‘krapper’ dan met ‘ruimer’.

In een gesprek met de burgemeesters blijkt hij namelijk te hebben aangegeven dat zij hun poortwachtersfunctie wel eens wat kritischer zouden mogen uitvoeren.

De problemen in Groningen stapelen zich huizenhoog op, steeds meer mensen komen in financiële en medisch/psychische nood door de gaswinningsellende, en dus moet er aan de poort meer worden afgewezen, uit budgettaire overwegingen.

Zou dat de gedachte zijn geweest?

Overigens is mij niet duidelijk of Aartsen c.s. betaald worden voor deze geldbesparende tactieken ten faveure van hun opdrachtgevers.

In documenten 8 en 9 in de WOB-bijlage vraagt NAM aan EZ of ze de Commissie niet net zo’n vergoeding moeten aanbieden als Onafhankelijk Raadsman Klaassen. Het is dan april 2014, de Commissie is nog maar net van start.

De NAM-medewerker stelt dat Aartsen er niet zo’n problemen mee heeft om onbezoldigd te werken, maar wie weet is dat sindsdien wel veranderd en heeft deze Wijze van het Noorden toch nog lekker kunnen cashen op het spelletje ‘van ruim naar krap’.

Opvallend is natuurlijk ook dat NAM over die vergoeding met EZ overlegt. Als EZ niet (mede-) verantwoordelijk is voor de Commissie, hoeft EZ toch ook niet om raad te worden gevraagd?

Conclusie

Wie betaalt, bepaalt. Dat geldt al sinds 1963 in Groningen, en niets duidt erop dat dit intussen is veranderd.

Maar dat gemeenten, provincie en EZ zich niet verantwoordelijk achten voor de gedragingen van deze Commissie, is een gotspe. Zij zijn in ieder geval medeplichtig. Ze hebben hun zorgplicht verzaakt. En dat is een zeer ernstige zaak.

Dat, en het feit dat er met de privacy van de gedupeerden van deze Commissie op ronduit schandalige wijze is omgesprongen, is mogelijk de reden waarom de behulpzame EZ-ambtenaar flink wat juristen heeft moeten raadplegen tijdens het verzamelen van informatie voor de beantwoording van onze klacht (pardon, ‘burgerbrief’).

Opdringerige, onhebberige mensen*

kafkaU heeft lang niet van me gehoord (en dat terwijl sommigen van u herhaaldelijk om een nieuw stuk vroegen – kennelijk voegt het iets toe, wat ik op dit hoekje van internet doe).

Mijn ‘stilte’ had redenen.

De belangrijkste reden is deze: een mens kan maar een bepaalde mate van samenloop van ongunstige omstandigheden verdragen. Gaat er langere tijd op veel fronten iets mis, dan kan zelfs iemand met jarenlange ervaring in het relativeren van de dingen des levens, daar aan onderdoor gaan.

Om dat te voorkomen, moest ik even pas op de plaats maken.

Helaas is de bezinning deels weer tenietgedaan door de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Ik zal proberen er genoeg humor in te stoppen om het verteerbaar te maken. (Humor verkóópt, al weet ik niet wat ik zou willen verkopen. Ja, een optater, aan de meelezende bestuurlijke bobo’s en NAM-directeuren. Maar dat terzijde.)

Gezelligheid kent geen tijd

Op zondag 16 augustus toog ik naar Zeerijp, waar op de openbare weg bij de boorlocatie een bijeenkomst was georganiseerd om de beving bij Huizinge te herdenken.

Ik was van plan een uurtje of wat bij te kletsen met andere gedupeerden, en dan huiswaarts te keren om de zomervakantie samen met mijn gezin in alle rust af te sluiten. Het liep anders: een beveiliger reed een medegedupeerde aan.

Omdat er een en ander moest worden geregeld voor het slachtoffer (familie inlichten, ziekenhuis) was ik al met al pas ’s avonds laat weer thuis.

Ik was doodmoe, Twitter en Facebook explodeerden van terechte verontwaardiging, onze kinderen lagen al op bed (dus geen gezamenlijke afsluiting), en de volgende dag moest ik vroeg op, want school zou weer beginnen.

Leuk is anders. (Leuk was op die dag al drie volle jaren anders.)

Wie zullen we nu weer eens bellen?

Afgelopen zomer hebben we veel geluisterd naar podcasts van oude uitzendingen van Ronflonflon (weergaloos goede VPRO-radioproductie uit de jaren tachtig, met Wim T. Schippers).

Terwijl ik aan het begin van het nieuwe schooljaar bij EZ, provincie Groningen en gemeente Delfzijl informeerde wanneer er nou eens antwoord kwam op onze klacht over de Commissie Bijzondere Situaties d.d. 11 juni 2015, moest ik in eerste instantie denken aan de absurdistische sketches uit Schippers’ programma. In tweede (en derde, en vierde) instantie dacht ik enkel nog aan Kafka.

Een en ander staat in dit online krantenartikel beschreven.

Er werden niet alleen bestuurswettelijke termijnen overschreden en verbindingen verbroken omdat ik zou schelden (quod non), er werd ook ambtelijk geklaagd over ‘complexe materie’, en er werd moederlijk met me meegedacht (“Natuurlijk wilt u zich veilig kunnen voelen in uw eigen huis”).

Dit alles zonder dat daar een CONCLUSIE of RESULTAAT aan werd verbonden.

Al met al was het een potje verantwoordelijkheid afschuiven waar ik niet goed van werd.

Tel daar eens bij op dat de Commissie ons eind vorige week per brief eraan herinnerde dat het dossier woensdag 26 augustus 2015 (morgen dus) gesloten zou worden als wij niet akkoord gingen met het aanbod.

Da’s geen onschuldig spelletje Kafka meer. Da’s openlijk treiteren.

Een handjevol individuen, door overheidsinstanties gevraagd om een bestuurlijke regeling uit te voeren, sluit een dossier, eenzijdig, zonder hoor en wederhoor te hebben toegepast, terwijl er een officiële klacht loopt bij diezelfde overheidsinstanties.

En het dossier blijft alleen open als wij in onze wanhoop met dat idiote voorstel akkoord gaan. (Durf ik het te zeggen? Ja, ik durf het te zeggen: dat zou CHANTAGE zijn.)

Zoals alle brieven die wij van de Commissie krijgen, was de opsteller ervan dhr. Benus. Hij hangt in zijn vrije tijd de secretaris uit bij die Commissie, maar verder doet hij iets betaalds bij de GGD. Daarom heb ik hem telefonisch bij de GGD proberen te bereiken.

Dat WIL ik overigens helemaal niet (de GGD bellen). Met die hele GGD heb ik niks te maken. Ik wil de mensen spreken die verantwoordelijk zijn voor de regeling schrijnende gevallen. Ik wil dat ze me persoonlijk uitleggen waarom échte hulp in ons geval niet geboden wordt, en in andere gevallen wél. (Ik spreek wel eens iemand…)

Ook wil ik weten wat nu de status is van die schimmige Commissie. Ruim een jaar na het instellen van deze ‘tijdelijke oplossing’ zitten daar nog altijd dezelfde poppetjes in. Hebben ze nou al eens een rechtspositie? Is er een toezichthouder? Waarom is die Commissie voor de provincie volgens zeggen ‘een groot zwart gat’? Bij wie kunnen Groningers terecht als ze er met die Commissie niet uit komen?

(En zeg nou niet: bij de Onafhankelijk Raadsman, want die is adviserend lid van die Commissie. En zeg ook niet: bij Hans Alders, want die kent Jos Aartsen, prominent lid van de Commissie én bestuursvoorzitter UMCG, nog uit zijn tijd als voorzitter Raad van Toezicht UMCG – en met ouwe-jongens-krentenbrood zijn we in Groningen niet geholpen.)

Het zou allemaal niet zo erg zijn, als je die Commissie maar links kon laten liggen. Helaas is het de énige bestuurlijke regeling waar Groningers terecht kunnen als ze het allemaal niet meer kunt bolwerken: ziekte, werkloosheid, echtscheiding, een kapot huis dat niemand koopt voor een fatsoenlijke prijs, de dreiging van zwaardere bevingen, geïnstitutionaliseerde terreur in landsbelang.

Enfin, dhr. Benus bleek op vakantie, en wat de telefoniste van de GGD ook probeerde, ze kreeg niemand “van zijn afdeling” te pakken.

Ik stuurde daarom een mail naar maar liefst DRIE verschillende e-mailadressen. Enkele dagen later ontving ik, voor het eerst dit jaar, zowaar de gevraagde ontvangstbevestiging via een van die adressen (overigens niet het mailadres dat onderaan de brief stond, en waarvandaan ik al eens een foutmelding heb ontvangen).

Of daarmee de kous af is, en dat dossier dus open blijft: ik heb geen idee.

Zelfs de contactpersoon van de Nationale Ombudsman, aan wie ik na wat soebatten en Twitteren alles rondom de klacht heb mogen sturen, merkte op dat die laatste brief van de Commissie ‘wel érg bijzonder’ is.

Binnenkort ook bij u in het theater

Eens zien, wat heb ik verder nog voor grappigs meegemaakt?

Oh ja, op 19 augustus woonde ik met enkele medegedupeerden de theatervoorstelling van de Nationaal Coördinator Groningen in het Provinciehuis bij.

We vonden het een zeer meeslepende voorstelling (wat kan die Hans Alders goed acteren zeg, die heeft echt zijn roeping gemist). We leefden ons helemaal in, met een lach, een kuch, zo af en toe een uitroep.

Ik heb zelf die middag naar voren gebracht dat burgers die bij de Nationale Ombudsman klagen over de bestuurlijke spaghetti rondom de gaswinning, daar in eerste instantie te horen krijgen dat ze met die klacht naar dhr. Alders moeten gaan. Naar een acteur! Dat kán toch niet, in een rechtsstaat?

Het leek me dat de andere bezoekers van het theater dat wel een nuttige inhoudelijke aanvulling op het stuk zouden vinden. Want hoewel vermakelijk, dreigde het geheel na verloop van tijd te verzanden in abstracties over “objecten” uit de “bestaande voorraad” die moeten worden getoetst aan de “witte versie van de NPR” (of was het nu de groene versie?), en semantisch geneuzel over het woordje “slechts”.

(Tip voor de acteurs: pas als jullie de tekst he-le-maal uitonderhandeld hebben met de regisseur, beginnen aan de opvoering. Niet op het toneel nog kissebissen over woordjes, dat staat niet professioneel.)

Jammer genoeg werd onze belangstellende participatie niet op prijs gesteld. Toen het publiek op de eerste rang (of waren dat ook acteurs?) ons “te rumoerig” vond, werden we prompt van de publieke tribune verwijderd.

Slachtofferhulp

De laatste anekdote uit mijn turbulente leventje betreft een brief van Slachtofferhulp Nederland. Zij bleken van de politie te hebben vernomen dat ik onlangs betrokken ben geraakt bij een ingrijpende gebeurtenis.

Even dacht ik dat er een kentering had plaatsgevonden. De directie van Shell en Exxon (deel van de kleptokratische criminele organisatie die wereldwijd hele grote brokken maakt) was eindelijk opgepakt. De overheid was tot inkeer gekomen en zag in dat het dagelijks leven voor mijn man en mij, en voor vele medegedupeerden, los van de gaswinningsellende al één lange reeks kleine en grote crises is.

Iemand had gesnapt dat de dagdagelijkse kleine en grote crises extra op scherp worden gezet door het feit dat veiligheid en zekerheid ons in Groningen in landsbelang zijn ontnomen.

Ja, ik dagdroomde werkelijk dat Slachtofferhulp ons met eindeloos veel liefde en geduld zou bijstaan om ons recht te halen.

Kosteloze hulp, stond er immers in de brief, en voor mijn geestesoog zag ik al een dik rapport van een onafhankelijke bouwkundige verschijnen, waarin exact stond vermeld hoe het met de fundering en constructie van ons huis is gesteld. (Dat is de Heilige Graal voor veel Groningers die in gevecht met de NAM verwikkeld zijn.)

Op praktisch gebied, zo beloofde Slachtofferhulp, konden ze ons helpen met het invullen van formulieren van externe instanties.

Handig, mijmerde ik, want hoewel mijn man en ik ons best doen om het hoofd boven water te houden, komt er een tijd dat het geld óp is, en dan is het wel fijn om te weten dat er iemand is die voor ons de bijstandsformulieren wil invullen.

Dat kunnen wij zelf namelijk niet. Wij zijn daar nooit mee in aanraking gekomen, wij hebben geen verstand van dat soort zaken. Wij hebben sowieso geen verstand.

Als we dat wél hadden, was dit alles niet gebeurd. Dan zaten we niet muurvast in een beschadigd, onverkoopbaar huis in het economisch zwakste deel van de BV Nederland. Dan hadden wij óók ‘maatschappelijke relevantie’.

En toen sloegen zomaar eventjes de stoppen door, en tot grote schrik van de poes rolde er een woedende tirade uit mijn mond:

“Dat is toch wat jullie willen horen, bestuurlijke bobo’s en NAM-directeuren – dat het ONZE SCHULD is? Dat het instorten van het kaartenhuis niet komt door falend overheidstoezicht en buitenproportionele invloed van multinationals op datgene wat in dit achterlijke land doorgaat voor ‘visie’, maar door ons, de miertjes van mensen die toevallig bovenop het Groningenveld leven? Dat alles wat hier gebeurt ‘eigen schuld, dikke bult’ is. Toch? Toch?”

Pas later, toen de poes weer gekalmeerd was (en ik ook), begreep ik de werkelijke reden waarom Slachtofferhulp contact had gezocht:

Ik was getuige geweest van de aanrijding bij Zeerijp.

Zucht.

Ik geef toe, dat was een ingrijpende gebeurtenis. Al twijfel ik wat ik erger vind, de beveiliger die een dot gas gaf, of de politie die deze zaak steevast duidt als een ‘verkeersongeluk’.

 

* “Opdringerige, onhebberige mensen” is een van de vele wanhoopskreten van de getergde hoofdpersoon K. in “Het Proces”, van Franz Kafka. Volgens een ambtenaar van EZ / Overheidsdienst Groningen is dit boek ‘standaardkost voor ambtenaren – want zo moet het niet’. Waarvan akte.