Wie, Wat, Waar, Hoe lang en Waarom?

gebroken-vraagteken copyIk hou het kort vandaag, want schrijven met een verdrietig hart lukt niet zo goed. Laat staan werken of leven met een verdrietig hart. En toch moet het.

Van wie moet dat eigenlijk?

Van wie moet ik met mijn man en kinderen tegen onze wil blijven in wingewest Groningen, waar overheid en bedrijfsleven zich alleen aan de wet houden indien daartoe gedwongen door de rechter?

Van wie moeten wij lijdzaam toezien hoe ons huis langzaam maar zeker uit elkaar valt? Hoe ook de mensen hier langzaam maar zeker uit elkaar vallen onder de onophoudelijke psychische marteling?

Van wie moeten wij de vernedering ondergaan van een eindeloos Kafkaiaans gevecht tegen het publiek-private bolwerk?

Wie heeft de opdracht gegeven ons gevangen te houden?

Wat was onze misdaad?

Waar is de gerechtelijke uitspraak inzake onze misdaad terug te vinden?

Hoe lang moeten we nog zitten, en is er een kans dat we wegens ‘goed gedrag’ vervroegd vrij worden gelaten?

Op sombere dagen troost ik me met de onderstaande gedachte.

De gesprekken over leefbaarheid die ons in de openluchtgevangenis bij wijze van therapie worden aangeboden, zijn niet verplicht. We mogen – klein geluk – onze eigen bezigheidstherapie samenstellen.

Voor mij houdt dat onder meer in dat ik ingewikkelde dingen uitzoek en daar dan een stuk over schrijf. Omdat dat zeer geconcentreerd hersenwerk is, lukt het me redelijk om het altijd aanwezige verdriet over het steeds verder afbrokkelen van ons leven buiten die stukken te houden.

Maar gisteren was er op RTV Noord een uitzending van Cunera, over de Rijksmonumenten in het gaswingebied.

In die uitzending zei Frans Stokman, ‘manager complexe gevallen’ bij NAM, het volgende:

Panden moeten bestand worden gemaakt tegen schade.

Die uitspraak maakt me enorm verdrietig. Want het moet wel, maar het gebeurt niet.

De Nederlandse praktijkrichtlijn voor aardbevingsbestendig bouwen (NPR 9998) gaat uit van Near Collapse. Dat wil zeggen dat een gebouw na een zware beving nét niet mag instorten, zodat je op tijd veilig je huis kun verlaten. Het gebouw is dan echter duurzaam ontwricht en moet de zoveelste langdurige hersteloperatie ondergaan, of alsnog worden gesloopt.

Near Collapse is dus heel wat anders dan ‘panden bestand maken tegen schade’. Dat laatste gaat NAM dan ook niet doen. Het kán voor de meeste bestaande panden niet eens.

Heb ik nog een laatste vraag:

Waarom mag NAM ongestoord van die halve waarheden en hele leugens vertellen?

Zeer omvattend en zeer ambitieus

risico negerenHet is januari, en dus tijd voor een paar gasgerelateerde activiteiten, bedoeld om de Tweede Kamer bij de pinken te houden. Aan hen de taak om eind deze maand NIET de gênante gasbingo van vorig jaar te herhalen.

De leden van de vaste Kamercommissie EZ hebben inmiddels 419 schriftelijke vragen aan Kamp gesteld (en antwoord gekregen), een besloten technische briefing gehad en een werkbezoek aan Groningen gebracht.

Morgen, maandag 18 januari, volgt een rondetafelgesprek met allerlei genodigden.

Van enkele genodigden heb ik de inbreng onder ogen gekregen, en daaruit licht ik vandaag een paar interessante aspecten toe.

Individueel risico

De commissie Meijdam geeft in haar eindadvies een voorbeeld van het risicobudget van één enkele Groninger (helaas alleen voor aardbevingsschade, de commissie is nog niet overgestapt op de term mijnbouwschade):

risicobudget

In theorie breng je in Groningen 60% van de tijd thuis door, 25% op het werk of op school, en slechts 1% in andere gebouwen met een hoog plaatsgebonden risico. Dan rest er nog 1% tijd met een kans op een schoorsteen op je kop, en de rest van de tijd ben je veilig, want buiten bereik van gebouwen.

Er is echter een categorie gebouwen die stelselmatig genegeerd wordt. Blijkens het antwoord op Kamervraag 331 vindt Kamp het niet nodig om het overlijdensrisico voor de 110.000 schuren en bijgebouwen in Groningen te laten onderzoeken. In dat soort gebouwen verblijven de mensen toch niet zo vaak, verdraait de minister de praktijk in het voordeel van NAM.

LTO Noord plaatst in de eigen inbreng terecht kanttekens bij prioritering op basis van functie en verblijftijd.

Neem boer Klaas. Hij zit in de aardappelen. Er zijn perioden dat hij en zijn medewerkers bijna al hun tijd doorbrengen in de grote schuur behorende bij de oude boerderij van zijn ouders. Zelf woont hij met zijn gezin in een relatief moderne woning iets verderop op het land.

Die schuur is zo’n gebouw dat Kamp niet wil onderzoeken. Ook het woongedeelte van de boerderij is nog niet onderzocht. In het risicobudget van de commissie Meijdam telt de schuur bovendien nauwelijks mee. In theorie is Klaas daar namelijk bijna nooit.

Maar nu komt de praktijk. Zowel de schuur als het woongedeelte van de boerderij zijn niet versterkt, en storten na een zware beving in. Dag boer Klaas, dag boerenbedrijf.

De woning van boer Klaas past keurig binnen de catalogusaanpak, en heeft dus wel prioriteit gekregen tijdens de versterkingsoperatie. Daar zit Klaas’ vrouw Gea dan met de kinders in relatieve veiligheid boven de stamppot mous te huilen om papa, opa en oma (excuus voor het stereotype beeld).

Ditzelfde gaat op voor een kunstenares die vaker in haar atelier is dan in huis, of een gepensioneerde ambtenaar die al zijn tijd doorbrengt bij zijn grote hobby, de miniatuurspoorbaan die hij heeft opgesteld in een verbouwde schuur achterin de tuin.

Kortom: het theoretische risicobudget laat zich maar moeilijk vertalen naar de praktijk.

Groepsrisico

Het gekke is dat juist om die reden (“theorie is niet te vertalen naar praktijk”) het groepsrisico ten onrechte opzij is geschoven door SodM en de commissie Meijdam.

De officiële definitie van groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt:

De cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.

Het groepsrisico is geen norm, maar er geldt wel een verantwoordingsplicht.

Volgens mij bevindt iedereen die bovenop het Groningerveld woont zich binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Ga maar na, van de NAM zijn er de verspreid over het veld geplaatste productielocaties, de vele gas- en aardgascondensaatleidingen en het tankenpark aardgascondensaat in Farmsum. Van andere bedrijven zijn er honderden, zo niet duizenden locaties waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, bewerkt of opgeslagen. De cumulatieve gevolgen van bodembeweging door gaswinning leveren extra risico op voor al die locaties.

En dus zul je voor iedere plaats in het gaswingebied, van gehucht via dorp tot stad, het groepsrisico moeten berekenen.

Dat kan prima – voor Loppersum is het namelijk al gedaan. Dat heeft ertoe geleid dat de productie in Loppersum sterk werd beperkt, en later zelfs is gestopt.

Tweede Kamer-leden hebben Kamp er wel over doorgezaagd, maar er is nooit een meerderheid geweest om hem via een motie te dwingen tot berekening van de groepsrisico’s van bijvoorbeeld Appingedam, Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer of de stad Groningen. En uit de antwoorden op Kamervragen 134 en 135 maak ik op dat Kamp nog altijd geen zin heeft om daartoe over te gaan.

EZ stelt: “In theorie kan het, maar bij toepassing op het gehele Groningenveld geeft de berekening problemen”. Er wordt echter helemaal niet gevraagd om het groepsrisico voor het HELE veld te berekenen. Doe het gewoon voor ieder gehucht, ieder dorp en iedere stad apart. Dat kan in theorie én in de praktijk.

Maatschappelijk risico

Inmiddels stoeien SodM en commissie Meijdam met een nieuw begrip, het ‘maatschappelijk risico’.

Voormalig inspecteur-generaal Jan de Jong, die morgen ook zijn visie op het geheel zal geven, is daar terecht kritisch over:

SodM heeft samen met het expertise centrum van de overheid, het RIVM, in januari 2014, voor de regio Loppersum het groepsrisico bepaald. Daarmee kon dan ook het risico voor de mensen in Loppersum worden vergeleken met het risico voor mensen elders boven het gasveld en met mensen elders in het land die aan andere risico’s worden bloot gesteld. Het is vreemd dat het RIVM niet langer betrokken is bij het in kaart brengen van de risico’s. De introductie van “maatschappelijk risico” brengt opnieuw meer onduidelijkheid in het geheel.

Nou, het is mij anders héél duidelijk hoor.

Tegen de tijd dat het maatschappelijk risico in een modelletje is gepropt en door Hoge Omes in de onderzoekswereld voor veel geld is getest en goedgekeurd, zijn we weer een jaar verder.

Ondertussen begint Hans Alders aan zijn klus. Van binnen naar buiten maakt hij de regio Loppersum veiliger – toevallig de enige regio waarvoor een duidelijk groepsrisico is berekend…

Dit staaltje probleemverkleining doet Gert Jan Lankhorst, baas van GasTerra, uiteraard veel genoegen.

Op 13 januari jongstleden introduceerde Gert Jan zijn goede vrind Hans tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst van de Koninklijke Vereniging van Gasfabrikanten in Nederland als volgt:

Om weer geloofwaardig te kunnen spreken over de merites van gas, moet er natuurlijk eerst wel een begin van herstel van vertrouwen zijn in Groningen (…) Ik ben heel blij dat we Hans Alders vandaag in ons midden hebben. Want ik kan u verzekeren dat zijn inzet in het Groningse fenomenaal groot is. In zeer korte tijd heeft hij als Nationaal Coordinator Groningen een  programma opgesteld dat zeer omvattend en zeer ambitieus is.

Conclusie

Mocht u morgen tijd hebben, kijkt en luistert u dan tijdens het rondetafelgesprek naar de diverse experts. Het belooft interessant te worden.

Zo zijn de heren Van der Gaag en Sintubin in hun bijdragen onder andere ingegaan op de berekening van PGA-waarden (waarom wordt de verticale grondversnelling niet meegenomen?) en de PGA-kaart (het belang daarvan moet sterk gerelativeerd worden).

Ook stelt bouwkundige Theo Elsing dat er een steunfonds moet komen waarop gedupeerden een beroep kunnen doen om strikt onafhankelijke bouwkundige en juridische expertise naar eigen keuze – zonder voorwaarden van de NCG, de NAM of het CVW, in te huren.

Mij lijkt dat een goed idee. Misschien dat dan de forse toename van door Onafhankelijk Raadsman Klaassen gerapporteerde klachten zal afnemen…

Tweede-Kamerleden moeten vooral zelf hun conclusies trekken en dan naar eer en geweten handelen (écht handelen, dat wapperen met halfslachtige moties moet eens afgelopen zijn).

Mijn eigen conclusie na het lezen van de inbreng voor het rondetafelgesprek is deze:

De halve waarheden en het theoretische geouwehoer van EZ en NAM zijn ‘zeer omvattend en zeer ambitieus’.

UPDATE: tijdens de hoorzitting hoorde ik vanochtend dat het maatschappelijk risico berekend zal worden voor het HELE veld. Dat lijkt mij alleen al om die reden geen goede vervanging van het groepsrisico.

Opdringerige, onhebberige mensen*

kafkaU heeft lang niet van me gehoord (en dat terwijl sommigen van u herhaaldelijk om een nieuw stuk vroegen – kennelijk voegt het iets toe, wat ik op dit hoekje van internet doe).

Mijn ‘stilte’ had redenen.

De belangrijkste reden is deze: een mens kan maar een bepaalde mate van samenloop van ongunstige omstandigheden verdragen. Gaat er langere tijd op veel fronten iets mis, dan kan zelfs iemand met jarenlange ervaring in het relativeren van de dingen des levens, daar aan onderdoor gaan.

Om dat te voorkomen, moest ik even pas op de plaats maken.

Helaas is de bezinning deels weer tenietgedaan door de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Ik zal proberen er genoeg humor in te stoppen om het verteerbaar te maken. (Humor verkóópt, al weet ik niet wat ik zou willen verkopen. Ja, een optater, aan de meelezende bestuurlijke bobo’s en NAM-directeuren. Maar dat terzijde.)

Gezelligheid kent geen tijd

Op zondag 16 augustus toog ik naar Zeerijp, waar op de openbare weg bij de boorlocatie een bijeenkomst was georganiseerd om de beving bij Huizinge te herdenken.

Ik was van plan een uurtje of wat bij te kletsen met andere gedupeerden, en dan huiswaarts te keren om de zomervakantie samen met mijn gezin in alle rust af te sluiten. Het liep anders: een beveiliger reed een medegedupeerde aan.

Omdat er een en ander moest worden geregeld voor het slachtoffer (familie inlichten, ziekenhuis) was ik al met al pas ’s avonds laat weer thuis.

Ik was doodmoe, Twitter en Facebook explodeerden van terechte verontwaardiging, onze kinderen lagen al op bed (dus geen gezamenlijke afsluiting), en de volgende dag moest ik vroeg op, want school zou weer beginnen.

Leuk is anders. (Leuk was op die dag al drie volle jaren anders.)

Wie zullen we nu weer eens bellen?

Afgelopen zomer hebben we veel geluisterd naar podcasts van oude uitzendingen van Ronflonflon (weergaloos goede VPRO-radioproductie uit de jaren tachtig, met Wim T. Schippers).

Terwijl ik aan het begin van het nieuwe schooljaar bij EZ, provincie Groningen en gemeente Delfzijl informeerde wanneer er nou eens antwoord kwam op onze klacht over de Commissie Bijzondere Situaties d.d. 11 juni 2015, moest ik in eerste instantie denken aan de absurdistische sketches uit Schippers’ programma. In tweede (en derde, en vierde) instantie dacht ik enkel nog aan Kafka.

Een en ander staat in dit online krantenartikel beschreven.

Er werden niet alleen bestuurswettelijke termijnen overschreden en verbindingen verbroken omdat ik zou schelden (quod non), er werd ook ambtelijk geklaagd over ‘complexe materie’, en er werd moederlijk met me meegedacht (“Natuurlijk wilt u zich veilig kunnen voelen in uw eigen huis”).

Dit alles zonder dat daar een CONCLUSIE of RESULTAAT aan werd verbonden.

Al met al was het een potje verantwoordelijkheid afschuiven waar ik niet goed van werd.

Tel daar eens bij op dat de Commissie ons eind vorige week per brief eraan herinnerde dat het dossier woensdag 26 augustus 2015 (morgen dus) gesloten zou worden als wij niet akkoord gingen met het aanbod.

Da’s geen onschuldig spelletje Kafka meer. Da’s openlijk treiteren.

Een handjevol individuen, door overheidsinstanties gevraagd om een bestuurlijke regeling uit te voeren, sluit een dossier, eenzijdig, zonder hoor en wederhoor te hebben toegepast, terwijl er een officiële klacht loopt bij diezelfde overheidsinstanties.

En het dossier blijft alleen open als wij in onze wanhoop met dat idiote voorstel akkoord gaan. (Durf ik het te zeggen? Ja, ik durf het te zeggen: dat zou CHANTAGE zijn.)

Zoals alle brieven die wij van de Commissie krijgen, was de opsteller ervan dhr. Benus. Hij hangt in zijn vrije tijd de secretaris uit bij die Commissie, maar verder doet hij iets betaalds bij de GGD. Daarom heb ik hem telefonisch bij de GGD proberen te bereiken.

Dat WIL ik overigens helemaal niet (de GGD bellen). Met die hele GGD heb ik niks te maken. Ik wil de mensen spreken die verantwoordelijk zijn voor de regeling schrijnende gevallen. Ik wil dat ze me persoonlijk uitleggen waarom échte hulp in ons geval niet geboden wordt, en in andere gevallen wél. (Ik spreek wel eens iemand…)

Ook wil ik weten wat nu de status is van die schimmige Commissie. Ruim een jaar na het instellen van deze ‘tijdelijke oplossing’ zitten daar nog altijd dezelfde poppetjes in. Hebben ze nou al eens een rechtspositie? Is er een toezichthouder? Waarom is die Commissie voor de provincie volgens zeggen ‘een groot zwart gat’? Bij wie kunnen Groningers terecht als ze er met die Commissie niet uit komen?

(En zeg nou niet: bij de Onafhankelijk Raadsman, want die is adviserend lid van die Commissie. En zeg ook niet: bij Hans Alders, want die kent Jos Aartsen, prominent lid van de Commissie én bestuursvoorzitter UMCG, nog uit zijn tijd als voorzitter Raad van Toezicht UMCG – en met ouwe-jongens-krentenbrood zijn we in Groningen niet geholpen.)

Het zou allemaal niet zo erg zijn, als je die Commissie maar links kon laten liggen. Helaas is het de énige bestuurlijke regeling waar Groningers terecht kunnen als ze het allemaal niet meer kunt bolwerken: ziekte, werkloosheid, echtscheiding, een kapot huis dat niemand koopt voor een fatsoenlijke prijs, de dreiging van zwaardere bevingen, geïnstitutionaliseerde terreur in landsbelang.

Enfin, dhr. Benus bleek op vakantie, en wat de telefoniste van de GGD ook probeerde, ze kreeg niemand “van zijn afdeling” te pakken.

Ik stuurde daarom een mail naar maar liefst DRIE verschillende e-mailadressen. Enkele dagen later ontving ik, voor het eerst dit jaar, zowaar de gevraagde ontvangstbevestiging via een van die adressen (overigens niet het mailadres dat onderaan de brief stond, en waarvandaan ik al eens een foutmelding heb ontvangen).

Of daarmee de kous af is, en dat dossier dus open blijft: ik heb geen idee.

Zelfs de contactpersoon van de Nationale Ombudsman, aan wie ik na wat soebatten en Twitteren alles rondom de klacht heb mogen sturen, merkte op dat die laatste brief van de Commissie ‘wel érg bijzonder’ is.

Binnenkort ook bij u in het theater

Eens zien, wat heb ik verder nog voor grappigs meegemaakt?

Oh ja, op 19 augustus woonde ik met enkele medegedupeerden de theatervoorstelling van de Nationaal Coördinator Groningen in het Provinciehuis bij.

We vonden het een zeer meeslepende voorstelling (wat kan die Hans Alders goed acteren zeg, die heeft echt zijn roeping gemist). We leefden ons helemaal in, met een lach, een kuch, zo af en toe een uitroep.

Ik heb zelf die middag naar voren gebracht dat burgers die bij de Nationale Ombudsman klagen over de bestuurlijke spaghetti rondom de gaswinning, daar in eerste instantie te horen krijgen dat ze met die klacht naar dhr. Alders moeten gaan. Naar een acteur! Dat kán toch niet, in een rechtsstaat?

Het leek me dat de andere bezoekers van het theater dat wel een nuttige inhoudelijke aanvulling op het stuk zouden vinden. Want hoewel vermakelijk, dreigde het geheel na verloop van tijd te verzanden in abstracties over “objecten” uit de “bestaande voorraad” die moeten worden getoetst aan de “witte versie van de NPR” (of was het nu de groene versie?), en semantisch geneuzel over het woordje “slechts”.

(Tip voor de acteurs: pas als jullie de tekst he-le-maal uitonderhandeld hebben met de regisseur, beginnen aan de opvoering. Niet op het toneel nog kissebissen over woordjes, dat staat niet professioneel.)

Jammer genoeg werd onze belangstellende participatie niet op prijs gesteld. Toen het publiek op de eerste rang (of waren dat ook acteurs?) ons “te rumoerig” vond, werden we prompt van de publieke tribune verwijderd.

Slachtofferhulp

De laatste anekdote uit mijn turbulente leventje betreft een brief van Slachtofferhulp Nederland. Zij bleken van de politie te hebben vernomen dat ik onlangs betrokken ben geraakt bij een ingrijpende gebeurtenis.

Even dacht ik dat er een kentering had plaatsgevonden. De directie van Shell en Exxon (deel van de kleptokratische criminele organisatie die wereldwijd hele grote brokken maakt) was eindelijk opgepakt. De overheid was tot inkeer gekomen en zag in dat het dagelijks leven voor mijn man en mij, en voor vele medegedupeerden, los van de gaswinningsellende al één lange reeks kleine en grote crises is.

Iemand had gesnapt dat de dagdagelijkse kleine en grote crises extra op scherp worden gezet door het feit dat veiligheid en zekerheid ons in Groningen in landsbelang zijn ontnomen.

Ja, ik dagdroomde werkelijk dat Slachtofferhulp ons met eindeloos veel liefde en geduld zou bijstaan om ons recht te halen.

Kosteloze hulp, stond er immers in de brief, en voor mijn geestesoog zag ik al een dik rapport van een onafhankelijke bouwkundige verschijnen, waarin exact stond vermeld hoe het met de fundering en constructie van ons huis is gesteld. (Dat is de Heilige Graal voor veel Groningers die in gevecht met de NAM verwikkeld zijn.)

Op praktisch gebied, zo beloofde Slachtofferhulp, konden ze ons helpen met het invullen van formulieren van externe instanties.

Handig, mijmerde ik, want hoewel mijn man en ik ons best doen om het hoofd boven water te houden, komt er een tijd dat het geld óp is, en dan is het wel fijn om te weten dat er iemand is die voor ons de bijstandsformulieren wil invullen.

Dat kunnen wij zelf namelijk niet. Wij zijn daar nooit mee in aanraking gekomen, wij hebben geen verstand van dat soort zaken. Wij hebben sowieso geen verstand.

Als we dat wél hadden, was dit alles niet gebeurd. Dan zaten we niet muurvast in een beschadigd, onverkoopbaar huis in het economisch zwakste deel van de BV Nederland. Dan hadden wij óók ‘maatschappelijke relevantie’.

En toen sloegen zomaar eventjes de stoppen door, en tot grote schrik van de poes rolde er een woedende tirade uit mijn mond:

“Dat is toch wat jullie willen horen, bestuurlijke bobo’s en NAM-directeuren – dat het ONZE SCHULD is? Dat het instorten van het kaartenhuis niet komt door falend overheidstoezicht en buitenproportionele invloed van multinationals op datgene wat in dit achterlijke land doorgaat voor ‘visie’, maar door ons, de miertjes van mensen die toevallig bovenop het Groningenveld leven? Dat alles wat hier gebeurt ‘eigen schuld, dikke bult’ is. Toch? Toch?”

Pas later, toen de poes weer gekalmeerd was (en ik ook), begreep ik de werkelijke reden waarom Slachtofferhulp contact had gezocht:

Ik was getuige geweest van de aanrijding bij Zeerijp.

Zucht.

Ik geef toe, dat was een ingrijpende gebeurtenis. Al twijfel ik wat ik erger vind, de beveiliger die een dot gas gaf, of de politie die deze zaak steevast duidt als een ‘verkeersongeluk’.

 

* “Opdringerige, onhebberige mensen” is een van de vele wanhoopskreten van de getergde hoofdpersoon K. in “Het Proces”, van Franz Kafka. Volgens een ambtenaar van EZ / Overheidsdienst Groningen is dit boek ‘standaardkost voor ambtenaren – want zo moet het niet’. Waarvan akte.