Governance is niet de ‘bevrijding’

Dit artikel publiceerde ik eerder vandaag op de Facebook-pagina van Houd Groningen Overeind (informatie- en actieplatform gaswinning), waar ik binnenkort stop als hoofdredactrice. Er zit een fantastisch team waar ik alle vertrouwen in heb. Vanaf nu richt ik me op leven ondanks de gaswinningsellende. Het kan zijn dat ik daar in de toekomst nog over schrijf op dit blog.

 

PS Teken en deel deze petitie: Laat Groningen Niet Zakken

************************************************

U kent ons bij HGO als ondersteuners van alle acties die er maar zijn. (Hoewel… acties waarbij direct of indirect de NAM betrokken is, ondersteunen wij niet.)

De fakkeltocht vonden we gewéldig. Duizenden mensen. Groot protest. En zelfs de burgemeesters liepen mee. Niet achter de mensen aan, maar voorop. Dat gaf het beeld dat zij ons zouden leiden in de strijd tegen het grote onrecht.

Wat velen niet weten, is dat de burgemeesters stevig beveiligd werden. Waarom? Omdat er veel onrust is in Groningen.

Die onrust wordt niet alleen veroorzaakt door het gerommel in de bodem. Dat is de ‘ramp in slow motion’, waardoor het Groninger land langzaam kapot gaat.

Nee, de onrust komt vooral door het bovengrondse gerommel. De burgemeesters hebben, net als de Commissaris der Koning (toentertijd Max van den Berg) het ‘pact met de duivel’ gesloten.

Ik doel daarmee op het publiek-private bestuursakkoord ‘Vertrouwen op Herstel. Herstel van Vertrouwen’, in de volksmond ‘het Miljard van Max’.

Dat akkoord is de basis geweest voor heel veel verdeel-en-heers. Gedupeerden worden overstelpt met loketten. Niet het Burgerlijk Wetboek, de Mijnbouwwet, de grondwet, het Europese Verdrag van de Rechten voor de Mens of de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur zijn leidend. Nee. GELD is leidend. De redding van Groningen kost heel veel geld. Wie gaat dat betalen?

De NAM niet, want de NAM is Sinterklaas niet. De gasbel is van de NAM, en dikke pech voor de mensen die erbovenop wonen.

De overheid niet, want Groningen is bedoeld als pinautomaat. Dat systeem kun je niet zomaar omkeren. Stel je voor zeg.

Ik ben aan het afbouwen als hoofdredactrice bij HGO. Binnenkort draag ik het stokje voorgoed over. Mijn gezin en ik zijn namelijk in een rechtszaak verwikkeld. Ook wij staan, net als Sijbrand Nijhoff, lijnrecht tegenover de dure advocaten van de Staat, de NAM en EBN. Een andere uitweg is er niet. Dat is schrijnend, dat is pijnlijk. Ik heb na ruim 4 jaar geen tranen meer over, anders huilde ik erom.

Daar hoef ik geen aandacht voor. Het gaat niet om mij.

Nee, wat mij betreft komt er in de media nu eens echte aandacht voor de ramp in de ramp. We moeten los komen van ‘emo-televisie’. Groningen zit tjokvol tot op het bot gefileerde gedupeerden. Mensen van vlees en bloed, die stuk gaan, dag in dag uit. Mensen die stuk opstaan, en stuk de dag doorbrengen, en stuk gaan slapen. Als ze al kunnen slapen…

Wat steekt is dat burgemeesters hun eigen ingezetenen blijven uitleveren aan de ramp in de ramp. Er is een koers ingezet waardoor uiteindelijk de NCG als een soort onderkoning van Groningen over verregaande bevoegdheden beschikt.

Dat is lekker makkelijk voor burgemeesters. Zij gaan over de veiligheid van hun ingezetenen. De realiteit is dat ze mensen uit laten zetten, zonder hen te helpen in het eindeloze gevecht tegen de NAM. Ze staan niet naast burgers, maar procederen, zoals vorige week in het nieuws kwam met het scheve huis in Overschild.

Of neem nou Marijke van Beek, van de gemeente Eemsmond. Wat voegt een Stutstee toe, Marijke? (Ik zeg het maar hier, want op Twitter heb je me al twee jaar geleden geblokt. Terwijl iedereen weet dat ik niet scheld. Ik ben scherp, en kritisch, maar ik scheld niet.)

Via loket Stutstee kom je, na een lekker bakkie koffie, terecht bij een van de 1001 loketten in het Kafka-circus van NAM en NCG. Waar ook lekkere bakkies worden geschonken. Maar waar de wet niet of nauwelijks telt, en jij als gedupeerde gewoon in de wachtkamer komt te zitten.

Ondertussen staat het leven van gedupeerden van het eerste uur, zoals John Lanting, Hiltje Zwarberg, Annemarie de Haan (leeft nog in de keet bij haar onveilige huis in Onderdendam, ook te zien in ‘De Stille Beving‘) en vele anderen ‘on hold’. Zij troffen geen vriendelijke burgemeesters die naast hen stonden. Geen enkele toeschietelijkheid. Ongelooflijk, dat dit kan in Nederland.

Burgemeesters worden beveiligd bij de fakkeltocht. Dat is toch ongelooflijk, dat het zó moet, omdat geen bestuurder het lef heeft om een daad te stellen?

De ramp in de ramp is dat de bestuurders allemaal boter op hun hoofd hebben, en meegaan in het systeem dat al direct na de beving bij Huizinge is uitgerold. Commissie Meijer, Dialoogtafel, NCG en straks een onderkoning.

Ik schrijf dit stuk op persoonlijke titel. Na bijna 3 jaar, eerst bij Aardbevingen Groningen, en nu bij Houd Groningen Overeind, neem ik die ruimte. Want ik ben dit gekonkel echt spuugzat.

Samen sterk, dat betekent voor mij dat bestuurders breken met het bestuursakkoord en met de NCG. Terug naar de tekentafel.

Doorgaan met het uitrollen van dit bespottelijke systeem, dat van autonomie en democratie een lachterje maakt, betekent de voltooiing van wingewest Groningen – niet de bevrijding.

Nicolette Marié
scheidend hoofdredactrice HGO

Wat is nou eigenlijk de bedoeling?

bedoelingEen tijdlang heb ik me verdiept in het zogenaamde ‘governance gebouw’. Dat is het op de bewoners van Groningen gerichte broertje van het ‘gasgebouw’.

Het governance gebouw leunt, net als het gasgebouw, op samenwerkingsafspraken tussen de overheid en de NAM. Bij het gasgebouw gaat het om afspraken over winstmaximalisatie. Bij het governance gebouw gaat het om afspraken die burgers Vertrouwen moeten geven. Met een hoofdletter.

(Daar begint het gedonder al. “In vertrouwen kun je niet wonen,” zou ik Jan Schaefer willen parafraseren, een nogal atypische PvdA-er met een zekere mate van lef.)

Voor het herwinnen van dat vertrouwen doen bestuurders enorm hun best. Op allerlei manieren wordt de thermometer zo diep mogelijk in de levens van de bewoners van het gaswingebied gestoken. Soms helpen onderzoekers van universiteiten en andere instituten daarbij. De gemeten waarden worden keurig gerangschikt en becommentarieerd in (half-) jaarverslagen en rapporten.

Met die verslagen en rapporten slaat ‘de politiek’ vervolgens op tafel bij de minister van Economische Zaken. Een delegatie van EZ (onder wie ook Hans Alders) gaat dan in conclaaf met de NAM. Daar rolt een miljoentje of wat extra uit. Of dat miljoen daadwerkelijk bij de bethermometerde bewoners terecht komt, lijkt niet van belang. Er is resultaat geboekt. Door naar de volgende ronde.

Bijzonder is dit allemaal niet. Zo opereren bestuurders in heel Nederland, en in allerlei sectoren. Problemen zijn er niet om op te lossen, maar om gezellig te managen, het liefst in het schemergebied tussen ongeschreven wetten en het Burgerlijk Wetboek. En passant maken die bestuurders de boel graag wat complexer, zodat hun bemoeienis essentieel lijkt om er enige chocola van te kunnen maken.

(Lees over ‘complex maken’ ook dit artikel over Jos de Blok van Buurtzorg Nederland. Die heeft een verfrissend eenvoudige kijk op de dingen. Té eenvoudig voor menig bestuurder wellicht…)

Wat de governance in Groningen wél bijzonder maakt, is dat de bestuurlijke drang om zonder juridisering in dialoog met de belangrijkste stakeholders te komen tot een win-winsituatie ruim vier jaar na Huizinge het leven van vele duizenden gedupeerden in overdreven mate beheerst. En telkens is daar weer die thermometer. In plaats van korte metten te maken met de bron van ellende, hullen bestuurders de murw gebeukte burgers en hun ‘gevoel van onveiligheid’ uiterst vriendelijk en voorkomend in een cocon van onderzoeken – met de belofte van een bevrijdende oplossing.

Wat ‘Groningen’ ook zo bijzonder maakt, is dat het governance gebouw wordt bestierd door medewerkers van een wel heel ambivalente stakeholder: de Nederlandse overheid. Het leeuwendeel van de gasbaten verdween de afgelopen decennia in de schatkist. Daar staat tegenover dat de overheid ook zo’n 64% van de gaslasten (=kosten voor de schade als gevolg van bodembeweging door mijnbouwexploitatie) voor z’n rekening neemt. De BV Nederland streeft, net als iedere andere vanuit winst en verlies gerunde onderneming, naar zoveel mogelijk winst. Dat betekent dat aan EZ de schone taak is gedelegeerd om de gaslasten zoveel mogelijk te beperken.

Vervelende aspecten van de Groningse bestuurlijke oplossing

Het eerste vervelende aspect is de van iedere persoonlijke verantwoordelijkheid vrijpleitende taakverdeling. Ik maak even een zijsprongetje om mijn gedachtegang daarover uit te leggen.

In verband met een hoorzitting over ons WOZ-bezwaar zat ik een hele tijd terug tegenover een allervriendelijkste ambtenaar van de gemeente Groningen (die voert deze procedures uit namens Delfzijl). De ambtenaar hoorde mijn verhaal aan, gaf me groot gelijk, en noteerde ijverig al mijn aanvullende gaswinningsgerelateerde bezwaargronden.

Toen ik na het gesprek vroeg hoe de procedure nu verder ging, zei de ambtenaar: “Nou, deze aantekeningen gaan naar mijn collega, en die beslist.”

“Lekker makkelijk,” flapte ik eruit, “de één luistert naar het verhaal, maar beslist niet. De ander beslist, zonder ooit de bezwaarhebbende in de ogen te hebben gekeken. Zo helpen jullie elkaar om niet met een schuldgevoel naar huis te gaan.”

De ambtenaar keek me ietwat beteuterd aan. “Eh… tja, als u het zó stelt…”

Een dergelijke taakverdeling is ook ingebed in het Groningse governance gebouw. Tijdens keukentafelgesprekken over bouwkundige versterking worden notities gemaakt en beloftes gegeven. Dat wordt vervolgens langs getrapte lijnen gecommuniceerd met alle samenwerkende partijen (NCG/CVW/NAM). Daar worden de beloftes vakkundig langs de meetlat van vooraf bedachte oplossingen, met vooraf begrensde budgetten, gehouden. Het eindresultaat is een ambtelijk mede te delen compromis. Dit systeem stelt iedereen in staat zijn handen te wassen in onschuld. De keukentafelgesprekkenvoerder hakt geen knopen door, de knopendoorhakker kijkt de getergde Groningers niet in de ogen. De bouwbedrijven voeren enkel uit wat hen opgedragen wordt, en NAM/CVW vinkt af: Groningen is weer een stoute schoorsteen armer en dus een ‘veilige’ woning rijker. (Om maar een van de vele voorbeelden te noemen.)

Die ontduiking van verantwoordelijkheden komt overal in bestuurlijk Nederland voor, maar in Groningen gáát het wel ergens over. De vraag wie waarvoor verantwoordelijk is wat betreft de veiligheid van tienduizenden Groningers kun je niet onbeantwoord laten.

Het tweede vervelende aspect van de Groningse bestuurlijke oplossing is dat men krampachtig vasthoudt aan de box.

Meerdere malen heb ik ten overstaan van bestuurders een uiteenzetting gegeven over het naar mijn smaak nogal wiebelige ‘governance gebouw’. Men vroeg me wat dan wél zou helpen. “Jurisprudentie,” was steevast mijn antwoord. “Richt een fonds op, zodat mensen kunnen procederen. Zorg dat álle Groningers recht wordt gedaan.”

De meesten vonden dat nogal ‘out of the box’. Sommigen spraken dat ook letterlijk uit.

“Maar IN DE BOX helpt niet,” ging ik daar dan op in. “Want die box wordt volledig bepaald door de NAM en de overheid, in casu EZ. En hoe je het ook wendt of keert, dat zijn partijen die vooral vanuit hun positie in het gasgebouw denken en opereren.”

Dat drong heus wel door tot die bestuurders, maar vervolgens gingen ze weer vergaderen, en dan kwam vanzelf het poldermodel bovendrijven, en de ‘complexe materie’. Al gauw was men het er weer over eens dat juridisering voorkomen moest worden. En dan daarbij: de Arbiters Aardbevingsschade waren nog maar net begonnen. Eerst maar even afwachten wat dát ging opleveren, aldus de bestuurders. (Afwachten is het stelen van tijd van getergde Groningers. Je moet maar durven…)

De oplossing: meer bevoegdheden?

Feitelijke aanpak van de mijnbouwproblematiek kan alleen door de mijnbouwexploitant aansprakelijk te stellen en ertegen te procederen. Een rechtsbijstandsverzekering afsluiten lukt helaas niet meer. Daarnaast kosten procedures veel geld en tijd. Dat eerste hoeft geen argument te zijn (stort wat in een fonds voor rechtsbijstand!), dat tweede is een argument aan het worden, omdat veel Groningers al jaren aan het lijntje worden gehouden en zich in gelatenheid van de ellende afwenden.

Emotionele aanpak van de mijnbouwproblematiek wordt gekanaliseerd via het ‘governance gebouw’. Zoals ik hierboven heb betoogd, zijn goedbedoelende bestuurders al dan niet bewust doktertje aan het spelen. Met de thermometer in de hand gaan ze liever nog een keertje extra door het Groninger land, dan over te gaan tot feitelijke aanpak van de problemen.

De laatste tijd klinkt de roep om meer bevoegdheden voor de NCG steeds luider. De gedachte lijkt te zijn dat het dan wél gaat lukken. Ik geloof daar niet zo in. Bestuurders gonna be bestuurders. Bovendien is er geen bestuurder zo gepokt en gemazeld in het polderen als Hans Alders. En vergeet niet dat de NCG een apparaat is in de prettigste traditie van regelneverij, een warm bed voor ambtelijk Nederland. Goede salarissen, leuke carrièreperspectieven, raakvlak met de meest uiteenlopende sectoren, werkzaamheden met een humanitair randje. Als je daar bevoegdheden bovenop gooit, is dat geen enkele garantie dat het recht zal zegevieren. Wel krijgt dat pruttige polderen in de schaduw van het Burgerlijk Wetboek dan een officiële status. Maar ten koste van wat?

Wat weinigen hardop durven te zeggen, is dat het ‘governance gebouw’ de traumatisering van de Groningers in de hand werkt. In het oerwoud van nogal knullig uitgevoerde bestuurlijke regelingen wordt sinds Huizinge de ene na de andere onrechtmatige (overheids-) daad op elkaar gestapeld. Het is gissen hoe dat nou kan, met zoveel ervaren bestuurders bij elkaar. Zelfoverschatting? Prestatiedrang? Desinteresse?

Tot slot ben ik van mening dat ‘Groningen’ te groot en te ingrijpend is om te misbruiken voor de instandhouding van een comfortabele bestuurlijke biotoop. Je kunt wel met bevoegdheden strooien, maar als bestuurders verantwoordelijkheden blijven ontduiken via een getrapte taakverdeling en weigeren uit hun box te stappen, heeft dat voor de Groningers geen positief effect. Wat je dan krijgt, is een topzwaar instituut onder de vleugels van stakeholder EZ, dat alleen tussen de Groningers in staat om hen nog eens lekker te temperaturen. Voor al het overige zal de NCG verder dan ooit bóven de burgers staan.

De meeste bestuurders zijn niet dom. Ze weten heus wel dat ze op die manier niet alleen de autonomie van de Groningers, maar ook de rechtsstaat nog meer geweld aan doen dan nu al het geval is.

Vandaar mijn vraag: Wat is nou eigenlijk de bedoeling?

Onder het puin ligt de burger, met bloedend hart

“Men zou een pleister op vele wonden willen zijn” – Etty Hillesum

Een buitenlandse vriend vroeg me laatst hoe ik het toch allemaal klaar speelde, “working fulltime AND taking care of your family AND fighting for justice”.

Nou, eh… met hangen en wurgen.

Op sommige dagen ontdek ik zoveel nieuwe scheuren in het warme nest waar mijn man en ik ons gezin stichtten, dat ik even niet meer weet hoe ik verder moet.

Dan trek ik mezelf aan de haren omhoog, en ga een ommetje fietsen. Helaas helpt dat niet altijd.

Zo zag ik laatst dat er op een van de ‘gesloten’ productielocaties rondom Loppersum afgefakkeld werd – een ruwe confrontatie met het feit dat de bezetting zelfs daar, in het hart van het bevingsgebied, niet echt voorbij is.

En hoewel ik van nature een mild, nieuwsgierig en speels karakter heb, betrap ik mezelf op steeds groter cynisme. Dan kijk ik bijvoorbeeld recht in de gapende muil van een met stempels gestut bijgebouw van een keuterboerderij, en denk: “Och, wat leuk, er wordt een nieuwe muur gemetseld. Nog drie te gaan…”

“Cynisme is de kwaal van het gekwetste hart, sarcasme de kwaal van het gekwetste verstand,” schijnt Tommy Wieringa ergens gezegd of geschreven te hebben. Die uitspraak onderbouwde hij onlangs met een treffend stukje in de Gelderlander over het eindeloze loopgravengevecht tussen gedupeerden en NAM.

Het klopt: mijn hart is diep gekwetst. Ik houd van het leven, werkelijk waar, maar ik kan niet meer houden van alles wat leeft. (Dat heb ik een tijdlang gekund, nadat ik me erin geoefend had. Echt. Op die jaren van naïef-realisme kijk ik terug met grote weemoed.)

Hoe liefde – een warm wij-gevoel – te voelen voor mensen die zich lenen voor het murw treiteren van gedupeerde (mede-) Groningers? Of voor mensen die keer op keer laten zien dat zij mededogen ontberen, dat zij het Kleine (Geluk) negeren om het Grote (Geld) te eren?

Hoe zachtheid te betrachten jegens Dikke Ikken, die hun ten dode opgeschreven imperium stutten met de pijlers Tijdrekken, Doodzwijgen en Verhullend Lullen?

Voor de goede orde: het gaat me allang niet meer om het geld. Het geld staat symbool voor vrijheid – voor zover we in deze door en door verrotte maatschappij van Echte Vrijheid kunnen spreken.

Een fatsoenlijke schadevergoeding stelt ons Groningers in staat de finaal uit elkaar getrokken draad van ons leven weer een beetje op te pakken, autonome keuzes te maken die ons een stapje verder brengen op ons bochtige levenspad.

Zonder deze compensatie staan we vroeg of laat allemaal aan de rand van de afgrond, met achter ons de ruïnes waarvoor ooit in onze harten een teder vuurtje brandde, en vóór ons de ‘definitieve oplossing’.

Overdrijf ik? Is er dan echt geen andere uitweg?

Tuurlijk wel. De overheid schenkt ons de Verlosser van Groningen, zoals Hans Alders onlangs in de Volkskrant werd genoemd. Hoewel hij nog maar net in functie is, heeft hij toch al een groot aantal gesprekken gevoerd, met de gemeenten, de provincie, de NAM, de Groninger BodemBeweging, de Dialoogtafel Groningen en woningbouwcorporaties.

Vergeef me dat ik daar geen warm wij-gevoel van krijg. Wat die hele Commissie Bijzondere Situaties-saga heeft aangetoond, is dat geen van deze gesprekspartners grip heeft op de écht urgente zaken.

Ook is mij nu wel duidelijk dat niemand verantwoordelijkheid durft te nemen. De Commissie vloeit voort uit het bestuurlijk akkoord dat door onder andere de gemeenten en de provincie ondertekend is – en toch heb ik uit beide hoeken meermaals het signaal gekregen dat dat gedrocht voor hen “een groot Zwart Gat” is.

(Durf dat eens met droge ogen te zeggen, als ambtenaar die in de verwoestende mallemolen meedraait, tegen een gedupeerde die midden in dat Zwarte Gat terecht is gekomen.)

De Verlosser gaat ons, verdwaasde en verdwaalde schapen, samen met de Overheidsdienst Groningen in de juiste richting duwen. Daarbij krijgt hij hulp van ‘lokale stuurgroepen’, ‘generieke onderdelen’ en een ‘gebiedsteam’:

Het ‘governance gebouw’, sierlijk in al zijn daadkrachtige eenvoud

Wij, de mensen wiens leven op het spel wordt gezet, dag in dag uit, op onrechtmatige wijze, door een rücksichtlos bedrijf, bungelen er maar een beetje bij. We mogen deelnemen aan ‘lokale adviesgroepen’, vormgegeven op basis van adviezen van de Dialoogtafel Groningen.

Noem het cynisme, noem het doemdenken, noem het ‘ongefundeerd wantrouwen van hillbillies’ (<= kwam ik ooit tegen in een Westerse reactie op een online artikeltje over Groningen. Sindsdien is mijn verstand diep gekwetst).

Noem het voor mijn part kinnesinne van een gefrustreerde ‘emotionele Groningse’.

Maar een geïnstitutionaliseerd kletstafeltje dat zich vooral heeft bekwaamd in spiegeltjes en kraaltjes, dat nooit enige beslissingsbevoegdheid heeft gehad, dat geen enkele ECHTE oplossing heeft weten te realiseren – zo’n onding mede laten bepalen hoe de ruim 400.000 mensen die met hun hele hebben en houden langzaam maar zeker KAPOT trillen hun stem mogen laten horen?

Au, mijn hart. Mijn driedubbelgescheurde hart, dat ooit vol liefde klopte voor alles wat leeft.

“I take it one step at the time,” antwoordde ik mijn buitenlandse vriend. “And I keep saying to myself: ‘It can’t possibly get worse than this.’ And then of course, it DOES get worse, but perhaps that’s the essence of life. It defies you, just like you try and defy the finality of it all.” *

* “Ik doe het stapje voor stapje. En ik zeg steeds tegen mezelf: ‘Erger kan het niet worden.’ Dat wordt het dan toch, uiteraard, maar misschien is dat de essentie van het leven. Het trotseert je, net zoals jij de eindigheid ervan trotseert.”