Geluk in wingewest Groningen?

De blauwe zone waarin we tegen onze wil gedropt zijn

We willen hier in Noord-Nederland gelukkig worden, zie ik voorbij flitsen op social media. Een beetje een open deur, want wie wil dat nou niet? Je bent gelukkig, en dan wil je dat blijven. Of je bent niet gelukkig, en dan wil je dat worden. Of althans, een beetje gelukkig. 100% gelukkig is ook weer niet goed, dan heb je niks om over te zeuren. Zonder Zwart geen Wit, enzovoorts.

Nou blijkt het ietsjes anders te liggen dan de clickbait-titel suggereert.

Het geluk is vooral bedoeld voor een netwerk van ondernemers, onderzoekers en ambtenaren. Zij denken dat geluk binnen te slepen door veel werk voor zichzelf te creëren met wat in de basis niets meer is dan Rust, Reinheid en Regelmaat.

We moeten een blauwe zone worden, is het motto van het gelegenheidsconsortium. Blauwe zones zijn gebieden in de wereld waar de bevolking aantoonbaar langer leeft. Afgelegen regio’s waar in de loop der jaren, min of meer spontaan, iets is ontstaan wat zich laat samenvatten als een ‘duurzame leefstijl’.

Tot op heden is het nog nooit gelukt om met voorbedachte rade een blauwe zone te maken (of je moet het spiegelend oppervlak van mega-fiasco Blauwestad meetellen), maar met de juiste hoeveelheid subsidie en een uitgekiende PR-strategie zal het vast lukken om ons naast de Bevingsapp ook een of andere handige Gezondheidsapp aan te smeren. En dat geeft de app-ontwikkelaars vast een gelukkig gevoel.

Helaas voor de economische kansenpakkers ben ik smartphoneloos en dat wil ik graag zo houden. Maar misschien kan ik wel iets met de tips van de blauwe-zone-goeroes die in een apart kadertje bij het artikel gegeven worden. ‘ns Kijken… gezond eten, voldoende bewegen, mediteren, stoppen met klagen en zelf in actie komen…

Nou ja, zeg, DAT DOE IK ALLEMAAL AL!*

Zal ik die mensen van HANNN een mailtje sturen en aanbieden om tegen mijn reguliere uurvergoeding in een helder betoog uiteen te zetten hoe ik dag in dag uit voldoende groente en fruit naar binnen weet te werken, hoe ik op allerlei manieren de spieren weet te trainen en wat een keur aan mogelijkheden ik heb ontdekt om iets meer tot rust te komen? Terwijl ik ook nog probeer om via de rechter mijn leven terug te krijgen?

Dan kunnen al die plotseling werkloos en ongelukkig geraakte maakbaarheidsidealisten zich richten op die ene concrete gezondheidsbedreiging die niemand, ook ik niet met mijn dagelijkse routine, in wingewest Groningen weet te vermijden: de gaswinning.

Want zolang NAM en Staat niet aan banden worden gelegd, zullen huizen, scholen en gebouwen in dit gebied nooit gaan ‘bijdragen aan het welbevinden en de kwaliteit van leven’. We worden tegen onze wil gedropt in een heel andere blauwe zone, en de boete voor langparkeren is geheel en al voor onze eigen rekening…

Zelfs een mensenrechtencommissie van de VN vindt het nu welletjes met dat gas-gesodemieter. En die heeft best een aardige kijk op wat je zoal nodig hebt om gelukkig te zijn.

* Om zo goed mogelijk overeind te blijven, hetgeen het maximale is wat ik kan bereiken in mijn huidige situatie.

Gek van papieren parallelle werkelijkheid

arghEerder deze week stonden in de rechtbank te Assen Groningse gedupeerden tegenover de Staat en de NAM, inzake immateriële schade en vermogensschade door de gaswinning. De landsadvocate stelde dat de Staat er alles aan deed om de Groningers zo goed mogelijk te beschermen. Daarom is er volgens haar van onrechtmatig handelen geen sprake. De advocaten van de NAM gooiden het over een andere boeg. Eisers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht hadden op vergoeding van smartengeld dan wel vermogensschade door derving van woongenot.

Tijdens de zitting werd verwezen naar alle maatregelen die de Staat en de NAM hadden getroffen. Maar uit het enkele feit dat er (op papier) maatregelen zijn getroffen, kun je niet afleiden dat onze veiligheid gewaarborgd is, noch dat onze rechten voldoende gerespecteerd worden.

Ik kan met gemak een juridisch sluitend betoog houden waaruit blijkt dat het kul is wat de Staat en de NAM beweren. Dat is echter iets voor rechtbanken. In dit artikel zoom ik in op de tekentafelwerkelijkheid waarmee Haagse beleidsmakers en hun ingehuurde knechten zich hebben losgezongen van de realiteit in Groningen.

Versterken

In november 2015 stelde de Raad van State dat niet was gebleken dat het versterkingsprogramma zoals vermeld in het winningsplan onuitvoerbaar zou zijn.

Op een paar dromers ten burele van de NCG na, wist iedereen in Groningen wel beter. En we kregen gelijk. Een jaar later is er nauwelijks versterkt, de inspectie van alle woningen in ‘de kern van het gebied’ is nog niet eens rond. Nu de bevingen zich verplaatsen naar het zuidoosten, reist het circus van Hans Alders mee. Nieuwe plannen, nieuwe inspecties, dit keer in Appingedam en Delfzijl. En weer roeptoetert de man willekeurige cijfers over te inspecteren en versterken woningen.

Bij dit alles grijpt de NCG steevast terug op ‘de norm’. Dat is een door de Commissie Meijdam op verzoek van EZ bekokstoofd allegaartje van risico-wensdenken. Ik schreef daar al eerder over, hier en hier. Die norm past binnen de papieren werkelijkheid waarmee ‘Den Haag’ de ramp terugbrengt tot hanteerbare proporties. (De basis klopt niet, en de uitwerking ervan al helemaal niet.)

In de Commissie Meijdam zat onder andere professor Helsloot. Die schreef onlangs op eigen titel het stuk Aardgas: is het echt onaanvaardbaar dat burgers risico lopen omwille van het algemeen belang? De professor heeft een enorm relativerende helikopterview, getuige dit citaat:

Uitgaande van de huidige inzichten gaat het bij een aardbeving van 5 schaal op de schaal van Richter om mogelijk enkele doden en tientallen gewonden door het instorten van oudere, veelal onverstevigde bouwwerken. Aangenomen dat er elk jaar een zware aardbeving plaatsvindt, dan hebben we het per jaar over een verlies van maximaal honderd levensjaren en enkele honderden miljoenen euro’s aan gebouwen en infrastructuur, wat is dan een redelijke beslissing?

In het rapport Van Rossum ging het nog om 170.000 wooneenheden, de NCG heeft het over 22.000 woningen in ‘de kern van het gebied’, en recent zijn daar dus Appingedam en Delfzijl bij gekomen. Wanneer de bevingen de tekentafelwerkelijkheid achterhalen, komt vanzelf ook de stad Groningen bij, en zijn we weer terug bij de conclusie van het rapport Van Rossum. Dat zijn heus niet allemaal oude gebouwen. Wel zijn ze allemaal onverstevigd. Dat krijg je ervan als de Staat en de NAM decennialang de andere kant op kijken en de vingers in de oren stoppen.

Nationale ramp

In zijn helikopter gaat professor Helsloot eraan voorbij dat er bij een beving van 5.0 op de Schaal van Richter in Groningen nog veel meer aan de hand is dan wat colleteral damage, zoals een paar dooie Groningers en het instorten van wat ouwe meuk in deze met kranten dichtgeplakte uithoek van het land. (Sorry voor mijn cynische weergave van zijn uitspraak. Ik ben een van de mensen wiens levensjaren op het spel staan, daar komt het door.)

Onlangs is in de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen het deeltje PGS6: Aanwijzingen voor de implementatie van het BRZO 2015 verschenen. Daarin is een heel hoofdstuk gewijd aan aardbevingen. En dit is de werkelijkheid die daaruit naar voren komt (cursivering door mij):

Door het ontbreken van een eenduidig landelijk beleidskader ten aanzien van aardbevingen kan van de bevoegde gezagen en van inrichtingen op dit moment geen uitspraak worden verlangd of de risico’s afdoende zijn beheerst. Daarnaast is het zo dat ook openbare voorzieningen zoals stroom- en gasvoorzieningen, dijken door aardbevingen geraakt kunnen worden. Aannemelijk is dat bij een zware aardbeving sprake is van een nationale ramp. De mogelijkheden van inrichtingen om zich voor te bereiden op een algemene uitval van openbare voorzieningen zijn vaak beperkt.

Wat staat hier eigenlijk? Dat er, vier jaar na Huizinge, geen regels zijn waarbinnen de ramp in Groningen te vatten is. Eerlijk gezegd denk ik ook niet dat dat ooit zal gebeuren. Het IS namelijk niet in regels te vatten. Alle risicomodellen ten spijt, is de werkelijkheid in Groningen gewoon te weerbarstig. De onzekerheid is groot en zal nog jaren groot blijven.

Wanneer zich een zwaardere beving voordoet, moeten wij het maar uitzoeken met z’n allen. De enkeling met een versterkte woning kan dan wellicht levend het pand verlaten – om er vervolgens niet in terug te kunnen keren, want de woning zelf is total loss. Mogelijk laat deze bofkont alsnog het leven als gevolg van dijkdoorbraken, kapotte buisleidingen, ellende op Chemiepark Delfzijl en ga zo maar door. Blijft-ie in leven, dan is het maar de vraag of de gedupeerde Groninger ooit fatsoenlijk gecompenseerd zal worden.

Dagelijkse ramp

Want naast deze Ramp der Rampen is er nog de dagelijkse ramp van de loopgravenoorlog waarin steeds meer Groningers verzeild zijn geraakt. Alleen al de afhandeling van de HUIDIGE SCHADE (ruim 77.000 schademeldingen, and counting) verloopt zo ongelooflijk traag en onrechtvaardig dat we er met z’n allen aan onderdoor gaan. Combineer dat met het Zwaard van Damocles dat ons boven het hoofd hangt, en je krijgt een verpletterende realiteit. Gecreëerd en in stand gehouden door de Nederlandse Staat en de NAM (Shell en Exxon).

Katherine Stroebe, hoofddocente Sociale Psychologie aan de RUG, omschrijft de situatie als “een zich langzaam voltrekkende ramp”. In haar artikel Gaswinning schaadt de gezondheid stelt ze:

De schade die de gaswinning veroorzaakt, vormt een groot risico voor de psychische en lichamelijke gezondheid, juist ómdat ze een menselijke oorzaak heeft.

Conclusie

Mevrouw Stroebe heeft het over “gevoel van onveiligheid”, “gevoel van onrecht” en “gevoel de controle over het leven kwijt te zijn”.
Schrap dat woordje gevoel maar. Er is concreet sprake van onveiligheid, onrecht en verlies van controle over ons leven.

Daar komt bij dat de gaswinning, alle excuses ten spijt, door beleidsmakers nog steeds niet gezien wordt als een nationale ramp, maar als een ‘maatschappelijke discussie’, een kille afweging van belangen, waarmee voorbij gegaan wordt aan basale rechten.

Wat wij vinden van het verschuilen van de Staat en de NAM achter hun eigen papieren parallelle werkelijkheid, wordt door Folkert Buiter prima verwoord in zijn stuk Schaamteloze hebberigheid:

Doof, blind en gevoelloos zijn de exploitanten en profiteurs van de gaswinning en met hen, hun woordvoerders en advocaten. De Staat en de NAM zijn verworden tot schaamteloze hebberige hooligans, die dag in dag uit Groningen en de Groningers molesteren.