Zeer omvattend en zeer ambitieus

risico negerenHet is januari, en dus tijd voor een paar gasgerelateerde activiteiten, bedoeld om de Tweede Kamer bij de pinken te houden. Aan hen de taak om eind deze maand NIET de gênante gasbingo van vorig jaar te herhalen.

De leden van de vaste Kamercommissie EZ hebben inmiddels 419 schriftelijke vragen aan Kamp gesteld (en antwoord gekregen), een besloten technische briefing gehad en een werkbezoek aan Groningen gebracht.

Morgen, maandag 18 januari, volgt een rondetafelgesprek met allerlei genodigden.

Van enkele genodigden heb ik de inbreng onder ogen gekregen, en daaruit licht ik vandaag een paar interessante aspecten toe.

Individueel risico

De commissie Meijdam geeft in haar eindadvies een voorbeeld van het risicobudget van één enkele Groninger (helaas alleen voor aardbevingsschade, de commissie is nog niet overgestapt op de term mijnbouwschade):

risicobudget

In theorie breng je in Groningen 60% van de tijd thuis door, 25% op het werk of op school, en slechts 1% in andere gebouwen met een hoog plaatsgebonden risico. Dan rest er nog 1% tijd met een kans op een schoorsteen op je kop, en de rest van de tijd ben je veilig, want buiten bereik van gebouwen.

Er is echter een categorie gebouwen die stelselmatig genegeerd wordt. Blijkens het antwoord op Kamervraag 331 vindt Kamp het niet nodig om het overlijdensrisico voor de 110.000 schuren en bijgebouwen in Groningen te laten onderzoeken. In dat soort gebouwen verblijven de mensen toch niet zo vaak, verdraait de minister de praktijk in het voordeel van NAM.

LTO Noord plaatst in de eigen inbreng terecht kanttekens bij prioritering op basis van functie en verblijftijd.

Neem boer Klaas. Hij zit in de aardappelen. Er zijn perioden dat hij en zijn medewerkers bijna al hun tijd doorbrengen in de grote schuur behorende bij de oude boerderij van zijn ouders. Zelf woont hij met zijn gezin in een relatief moderne woning iets verderop op het land.

Die schuur is zo’n gebouw dat Kamp niet wil onderzoeken. Ook het woongedeelte van de boerderij is nog niet onderzocht. In het risicobudget van de commissie Meijdam telt de schuur bovendien nauwelijks mee. In theorie is Klaas daar namelijk bijna nooit.

Maar nu komt de praktijk. Zowel de schuur als het woongedeelte van de boerderij zijn niet versterkt, en storten na een zware beving in. Dag boer Klaas, dag boerenbedrijf.

De woning van boer Klaas past keurig binnen de catalogusaanpak, en heeft dus wel prioriteit gekregen tijdens de versterkingsoperatie. Daar zit Klaas’ vrouw Gea dan met de kinders in relatieve veiligheid boven de stamppot mous te huilen om papa, opa en oma (excuus voor het stereotype beeld).

Ditzelfde gaat op voor een kunstenares die vaker in haar atelier is dan in huis, of een gepensioneerde ambtenaar die al zijn tijd doorbrengt bij zijn grote hobby, de miniatuurspoorbaan die hij heeft opgesteld in een verbouwde schuur achterin de tuin.

Kortom: het theoretische risicobudget laat zich maar moeilijk vertalen naar de praktijk.

Groepsrisico

Het gekke is dat juist om die reden (“theorie is niet te vertalen naar praktijk”) het groepsrisico ten onrechte opzij is geschoven door SodM en de commissie Meijdam.

De officiële definitie van groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt:

De cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.

Het groepsrisico is geen norm, maar er geldt wel een verantwoordingsplicht.

Volgens mij bevindt iedereen die bovenop het Groningerveld woont zich binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Ga maar na, van de NAM zijn er de verspreid over het veld geplaatste productielocaties, de vele gas- en aardgascondensaatleidingen en het tankenpark aardgascondensaat in Farmsum. Van andere bedrijven zijn er honderden, zo niet duizenden locaties waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, bewerkt of opgeslagen. De cumulatieve gevolgen van bodembeweging door gaswinning leveren extra risico op voor al die locaties.

En dus zul je voor iedere plaats in het gaswingebied, van gehucht via dorp tot stad, het groepsrisico moeten berekenen.

Dat kan prima – voor Loppersum is het namelijk al gedaan. Dat heeft ertoe geleid dat de productie in Loppersum sterk werd beperkt, en later zelfs is gestopt.

Tweede Kamer-leden hebben Kamp er wel over doorgezaagd, maar er is nooit een meerderheid geweest om hem via een motie te dwingen tot berekening van de groepsrisico’s van bijvoorbeeld Appingedam, Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer of de stad Groningen. En uit de antwoorden op Kamervragen 134 en 135 maak ik op dat Kamp nog altijd geen zin heeft om daartoe over te gaan.

EZ stelt: “In theorie kan het, maar bij toepassing op het gehele Groningenveld geeft de berekening problemen”. Er wordt echter helemaal niet gevraagd om het groepsrisico voor het HELE veld te berekenen. Doe het gewoon voor ieder gehucht, ieder dorp en iedere stad apart. Dat kan in theorie én in de praktijk.

Maatschappelijk risico

Inmiddels stoeien SodM en commissie Meijdam met een nieuw begrip, het ‘maatschappelijk risico’.

Voormalig inspecteur-generaal Jan de Jong, die morgen ook zijn visie op het geheel zal geven, is daar terecht kritisch over:

SodM heeft samen met het expertise centrum van de overheid, het RIVM, in januari 2014, voor de regio Loppersum het groepsrisico bepaald. Daarmee kon dan ook het risico voor de mensen in Loppersum worden vergeleken met het risico voor mensen elders boven het gasveld en met mensen elders in het land die aan andere risico’s worden bloot gesteld. Het is vreemd dat het RIVM niet langer betrokken is bij het in kaart brengen van de risico’s. De introductie van “maatschappelijk risico” brengt opnieuw meer onduidelijkheid in het geheel.

Nou, het is mij anders héél duidelijk hoor.

Tegen de tijd dat het maatschappelijk risico in een modelletje is gepropt en door Hoge Omes in de onderzoekswereld voor veel geld is getest en goedgekeurd, zijn we weer een jaar verder.

Ondertussen begint Hans Alders aan zijn klus. Van binnen naar buiten maakt hij de regio Loppersum veiliger – toevallig de enige regio waarvoor een duidelijk groepsrisico is berekend…

Dit staaltje probleemverkleining doet Gert Jan Lankhorst, baas van GasTerra, uiteraard veel genoegen.

Op 13 januari jongstleden introduceerde Gert Jan zijn goede vrind Hans tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst van de Koninklijke Vereniging van Gasfabrikanten in Nederland als volgt:

Om weer geloofwaardig te kunnen spreken over de merites van gas, moet er natuurlijk eerst wel een begin van herstel van vertrouwen zijn in Groningen (…) Ik ben heel blij dat we Hans Alders vandaag in ons midden hebben. Want ik kan u verzekeren dat zijn inzet in het Groningse fenomenaal groot is. In zeer korte tijd heeft hij als Nationaal Coordinator Groningen een  programma opgesteld dat zeer omvattend en zeer ambitieus is.

Conclusie

Mocht u morgen tijd hebben, kijkt en luistert u dan tijdens het rondetafelgesprek naar de diverse experts. Het belooft interessant te worden.

Zo zijn de heren Van der Gaag en Sintubin in hun bijdragen onder andere ingegaan op de berekening van PGA-waarden (waarom wordt de verticale grondversnelling niet meegenomen?) en de PGA-kaart (het belang daarvan moet sterk gerelativeerd worden).

Ook stelt bouwkundige Theo Elsing dat er een steunfonds moet komen waarop gedupeerden een beroep kunnen doen om strikt onafhankelijke bouwkundige en juridische expertise naar eigen keuze – zonder voorwaarden van de NCG, de NAM of het CVW, in te huren.

Mij lijkt dat een goed idee. Misschien dat dan de forse toename van door Onafhankelijk Raadsman Klaassen gerapporteerde klachten zal afnemen…

Tweede-Kamerleden moeten vooral zelf hun conclusies trekken en dan naar eer en geweten handelen (écht handelen, dat wapperen met halfslachtige moties moet eens afgelopen zijn).

Mijn eigen conclusie na het lezen van de inbreng voor het rondetafelgesprek is deze:

De halve waarheden en het theoretische geouwehoer van EZ en NAM zijn ‘zeer omvattend en zeer ambitieus’.

UPDATE: tijdens de hoorzitting hoorde ik vanochtend dat het maatschappelijk risico berekend zal worden voor het HELE veld. Dat lijkt mij alleen al om die reden geen goede vervanging van het groepsrisico.

Samen Groningen naar de kloten helpen

spin-aldersDe onderstaande tekst sprak ik op 1 mei 2015 uit tijdens het 1 mei Solidariteitsfestival op het Spuiplein te Den Haag. (Check ook de andere sprekers – wij vechten tegen dezelfde partijen en bedrijven!!!)

Ik heb er wat linkjes in gezet om een en ander te verduidelijken.

Op 2 juli 2014 bestond het Shell Technology Centre in Amsterdam een volle eeuw. Bij die gelegenheid hield Ben van Beurden, de hoogste baas van Shell, ten overstaan van vele Invloedrijke Omes en Tantes, onder wie Koning (en vermoedelijk aandeelhouder) Willem-Alexander, een gloedvolle speech over de afgelopen honderd jaar.

Volgens hem waren het jaren waarin de mensheid door de technologie en techniek van Shell grote hoogtes heeft bereikt.

Volgens mij waren het ook jaren waarin wereldwijd vele oorlogen en conflicten zijn uitgevochten, mede omwille van de fossiele brandstoffen die Shell en soortgelijke bedrijven uit de grond halen.

Gewone burgers worden daar nogal eens de dupe van, maar een multinational als Shell weet altijd wel te profiteren van hoogoplopende ruzies tussen twee of meer landen.

In Nederland ontdekte Shell tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Drentse Schoonebeek een groot olieveld. Op dat moment was exploitatie wat lastig, om het eufemistisch uit te drukken. Maar na de oorlog stond de Nederlandse regering te popelen om met Shell en het Amerikaanse Exxon in zee te gaan. En dus was de Nederlandse Aardolie Maatschappij in 1947 een feit.

Enkele jaren later ontdekte de NAM het Groningenveld – een van de grootste gasvelden ter wereld. Een megavondst! Om de exploitatie daarvan in goede banen te leiden, werd de publiek-private samenwerking tussen de Nederlandse staat en de multinationals vastgelegd in het zogenaamde gasgebouw, dat deels buiten de wet staat en waar een klein groepje old boys tot op heden de dienst uit maakt.

De exploitatie verliep jarenlang probleemloos, en heeft van Nederland een ‘welvarend en sociaal land’ gemaakt.

Zonder de inkomsten uit aardgas hadden we de afgelopen decennia niet van die mooie regelingen kunnen opzetten voor iedereen die om wat voor reden dan ook niet kon werken. Zonder dat geld hadden we nooit zoveel kunnen investeren in onderwijs. Dan hadden we geen hoogwaardige kenniseconomie gehad, en ook geen stabiele middenklasse die zich kan wentelen in méér luxe dan alle generaties hiervoor.

Zonder aardgasbaten was Nederland waarschijnlijk lang een suf aardappel- en knollenland gebleven.

Er zitten echter altijd meerdere kanten aan een verhaal, al willen old boys zoals Ben van Beurden daar niet van horen. Feiten die hem niet goed uitkomen, laat hij gewoon weg.

In zijn speech van juli 2014 wijst hij bijvoorbeeld op enkele grote problemen van onze tijd, zoals armoede, klimaatverandering en luchtvervuiling.

Hij vertelt er niet bij dat armoede in grote delen van de wereld het bijproduct is van de eerder genoemde oorlogen en conflicten over fossiele brandstoffen. Ook omzeilt hij handig het gegeven dat klimaatverandering en luchtvervuiling voor een belangrijk deel te wijten zijn aan de verbranding van de fossiele brandstoffen die hij in zijn toko verkoopt.

Wel praat hij graag over de oplossing die Shell voor al die problemen heeft. En dat is, je raadt het al: aardgas.

Want aardgas is nét een tikkeltje schoner dan kolen en olie, de brandstoffen die de afgelopen honderd jaar het meest in trek waren. En toevallig kan Shell heel veel aardgas leveren. Een afzetmarkt vinden is geen punt. Shell heeft een groot netwerk binnen politiek, overheid en wetenschap. Die zullen dat aardgas wel eventjes bij boeren, burgers en buitenlui door de strot duwen.

Making a Difference

Voor Ben valt dit allemaal onder de noemer ‘Making a Difference’.

Of aardgas het verschil maakt, betwijfel ik, maar het pro-gaswinningsnetwerk van de old boys… nou en of! Daar weten wij in Groningen alles van!

Kijk, we hebben in Groningen te maken met een industriële ramp. De gaswinning veroorzaakt ondiepe bevingen, die door de complexe samenstelling van de Groningse bodem een opmerkelijk schadelijk effect hebben.

Tienduizenden huizen zijn reeds beschadigd, sommige zijn zelfs gesloopt. Eeuwenoude monumenten staan in de stutten. Het toekomstperspectief van honderdduizenden Groningers is voorgoed veranderd.

Bij gelijkblijvende winning is er een grote kans op bevingen met hele stevige grondversnellingen. Daar zijn de huizen, flats, scholen, ziekenhuizen, kerken, kantoorgebouwen en fabrieken in Noordoost-Groningen en een flink deel van de stad Groningen niet op gebouwd.

Als zo’n stevige beving zich voordoet in de buurt van een plaats als Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer of Groningen, zullen heel veel gebouwen instorten, met doden en gewonden als gevolg.

Om te voorkomen dat dat gebeurt, moeten 152.000 huizen en 18.000 overige gebouwen worden versterkt. Op basis van de huidige conceptnorm voor bevingsbestendig bouwen kost dat zo’n 30 miljard euro. Dat is een hoop geld, voor een handjevol ouwe bakstenen. Daar kun je beter een bank mee redden. Dan heb je namelijk gelijk een plek waar je weer wat old boys kunt stallen.

Regeren is vooruitzien, dat weet elke multinational

Hoe kunnen de Nederlandse staat, Shell en Exxon onder dat immense bedrag uit komen? Nou, bijvoorbeeld door die bouwnorm naar beneden bij te stellen – dan hoeft er voor de wet minder drastisch te worden versterkt.

Een andere optie is om huizen op te kopen op basis van de WOZ-waarde, die in het bevingsgebied de afgelopen jaren sterk is gedaald. Opgekochte huizen kun je leeg laten staan, en dan hoef je niet te versterken. Dat scheelt weer.

Een derde optie is om de gaskraan fors dichter te draaien. Volgens Staatstoezicht op de Mijnen neemt de kans op zwaardere bevingen in dat geval snel af, al zal de bodem nog lang onrustig blijven:

12 miljard

Bron: Reassessment of the probability of higher magnitude earthquakes in the Groningen field, SodM, januari 2013 – een onderzoek waarover voormalig inspecteur-generaal Jan de Jong in dit van harte aanbevolen stuk in het Financieele Dagblad zegt:

Als wij dat onderzoek niet zelf hadden gedaan dan was waarschijnlijk nu nog altijd niet duidelijk geworden hoeveel gevaar de gaswinning veroorzaakt.

Jan de Jong is overigens in 2014 vervangen door old boy Harry van der Meijden, die ruim 30 jaar bij Shell heeft rondgehangen, onder andere in Nigeria.

Het dichtdraaien van de kraan heeft grote gevolgen voor de Nederlandse schatkist, en voor de Nederlandse energiehuishouding. Onze overheid loopt al jaren aan de leiband van Shell en Exxon. Er zijn nauwelijks duurzame energiebronnen ontwikkeld. Wel is er een gasrotonde gebouwd, zodat we aardgas kunnen blijven importeren en exporteren, lang nadat ons eigen aardgas op is.

Kortom: Nederland is met behulp van aardgas klem gezet, en daar betaalt Groningen het volle pond voor.

Tot slot nog een opmerking over solidariteit – ik ben hier tenslotte op een Solidariteitsfestival.

In het meest ideale geval betekent solidariteit dat je elkaar in staat stelt om van het verblijf op aarde een leerzame ervaring te maken, met meer ups dan downs, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties om hetzelfde te doen.

In het slechtste geval betekent solidariteit dat de ene old boy de andere old boys te hulp snelt als zij in de problemen raken. En daarom verbaast het mij niet dat PvdA-er Hans Alders, die als Commissaris der Koningin nog in het gasgebouw gezeten heeft en zich tegenwoordig actief bezighoudt met het lobbyen voor de belangen van de gasindustrie, is benoemd tot Nationaal Coördinator Groningen.

Waar Hans Alders zijn energie in stopt

In zijn hoedanigheid van Nationaal Coördinator Groningen mag Hans straks fijn knopen doorhakken. Daartoe krijgt hij alle ruimte, want het herstel van Groningen is opgenomen in de Crisis- en Herstelwet. Dat betekent in theorie dat Hans als een soort onderkoning mensen uit hun huis kan laten zetten, om vervolgens te bepalen of hun huis gesloopt wordt, of van een stalen kooiconstructie wordt voorzien.

Ik denk dat Ben erg blij is met de benoeming van old boy Hans. Ook PvdA-er Dick Benschop, die als president-directeur van Shell Nederland binnen het gasgebouw op ten minste twee plekken aanschuift, namelijk de Maatschap Groningen en GasTerra, zal zijn partijgenoot met open armen ontvangen.

Samen Groningen naar de kloten helpen, zodat de laatste druppels aardgas uit de grond kunnen worden gepompt – dat schept immers een band!

Maar voor gedupeerde Groningers is dit de zoveelste klap in het gezicht. Dachten we bij de recente provinciale verkiezingen eindelijk afgerekend te hebben met de PvdA, komen die doorgedraaide sociaal-democraten er via de achterdeur gewoon weer in, met méér zeggenschap dan ooit.

ECHTE solidariteit en de Partij van de Arbeid: het blijft vloeken in de kerk.

De ene achtertuin is de andere niet

nimby-groningenOmdat ik weet dat er vroeg of laat zelfs aan mijn incasseringsvermogen een eind komt, ben ik dezer dagen aan het nadenken over plan B.

Plan B treedt meestal in werking als plan A mislukt. Dat is bij mij nog niet het geval, maar ik ben dan ook nog niet zo lang bezig (anderhalf jaar).

Er zijn heel wat Groningers die na vele jaren vechten tegen de NAM hun plan A aan het afronden zijn. Het resultaat is zelden bevredigend.

De meesten hebben er een behoorlijk zwartgallige kijk op de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven aan overgehouden.

Maar er zijn ook mazzelaars, die de dans leuk ontsprongen zijn.

Maatjes die wat voor elkaar over hebben

Onlangs kwam naar buiten dat boerderij de Haver in Onderdendam in 2013 niet is gekocht door de NAM, maar door de NAM en EBN, precies in de verhoudingen van de Maatschap Groningen (60% NAM, 40% EBN). Het monumentale pand zou zwaar beschadigd zijn.

Over die transactie wil ik het nu niet hebben. Interessanter vind ik de Maatschap Groningen, die bepaalt waar en hoe er gas wordt gewonnen in het Groningenveld.

Maatje NAM (aandeelhouders: Shell en Exxon) verkoopt al het Groningse gas aan GasTerra (aandeelhouders: Nederlandse Staat, maatje EBN, Shell en Exxon). Dat gaat via een constructie die verdacht veel lijkt op kartelvorming, zoals blijkt uit onderstaand citaat uit GasTerra’s jaarverslag 2014:

“De aandeelhouders van GasTerra hebben een overeenkomst gesloten betrekking hebbende op de door GasTerra te behalen winst na belasting.

Op grond daarvan wordt de prijs van het gedurende het jaar door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. aan GasTerra verkochte Gronings aardgas zodanig vastgesteld, dat voor GasTerra de door aandeelhouders voor dat jaar vastgestelde winst na belasting overblijft.”

Wie wil dit nu niet, als enige afnemer van een uniek product ZELF de hoogte van de winst bepalen, omdat de producent zo aardig is om de prijs daarop aan te passen?

Het lijkt een knap staaltje zakendoen van GasTerra, maar het kan ook ordinaire handjeklap van de maatjes zijn.

Want zowel bij de Maatschap Groningen als bij GasTerra schuiven grotendeels dezelfde mannen aan tafel. Bekijk het onderstaande plaatje uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid maar eens:

maatschap-groningen

Ik heb de namen erbij gezocht, dan maakt het nog wat duidelijker:

maatschap-gasterra

(Voor zover ik heb kunnen nagaan, is Stan Dessens niet actief bij EBN, vandaar dat ik “vertegenwoordiger EBN” open laat. Nadere info is altijd fijn.)

Applaus voor onze Mark en onze Gerald (en diens voorganger Bart van der Leemput, die in 2013 nog aan het roer stond bij de NAM), die naast hun drukke werk bij respectievelijk EZ en de NAM, en zoals u kunt zien dus ook bij Maatschap Groningen en GasTerra, tijd hebben gevonden om aan te schuiven bij de Dialoogtafel Groningen.

Zeker als je bedenkt dat de vergaderdruk sinds 2013 binnen de Maatschap Groningen is toegenomen. Naast de 11 vergaderingen bij GasTerra moesten de heren maar liefst 27 keer op komen draven voor de Maatschap Groningen, terwijl dat voorheen maar een keer of vier per jaar was.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid schrijft over die vergaderingen:

In deze overleggen bespreken de deelnemers het aardbevingsrisico. De meeste aandacht gaat uit naar de proportionaliteit van een besluit zoals het beperken van het geproduceerde volume: hoe verhoudt het besluit zich tot de belangen van de Maatschap, de belangen van NAM, de belangen van EBN als staatsvertegenwoordiger en ook aan de publieke aspecten mede door de toehoorder van EZ.

Proportionaliteit & profilering

Minder aardgas winnen betekent minder bevingen, althans meer tijd tussen de bevingen. Dat effect zie je in Loppersum, waar de bodem de laatste tijd een stuk minder actief is. Daarmee zijn de problemen nog niet opgelost, maar het is beter dan de oude situatie.

In cluster Oost wordt bijvoorbeeld nog wél flink gewonnen. Een risico-analyse voor onder meer het Chemiepark is er niet. Het komt er dus op neer dat staat, Shell en Exxon gokken met de levens van de inwoners van Delfzijl en wijde omgeving. Oh, en met het voortbestaan van 15-25% van de Nederlandse chemiesector. En met het imago van Nederland. (Een grote milieuramp voeg je niet graag toe aan je palmares.)

Betekent minder aardgas winnen ook minder winst maken?

Niet per se. GasTerra verkeert in de riante positie om gewoon hetzelfde bedrag als altijd af te romen, no matter what. De winst kan dus in theorie op peil blijven, al zullen eindgebruikers zoals huishoudens en industrie wel morren als de prijs van het gas opeens omhoog schiet.

Dat die eindgebruikers nauwelijks een andere keus hebben, komt doordat Nederland na de ontdekking van het Groningenveld razendsnel van stookolie en kolen op aardgas is overgeschakeld. Kom tegenwoordig maar eens om zo’n snelle en complete energietransitie.

De olie- en gasboeren is er alles aan gelegen om de klimaattechnisch broodnodige overstap op duurzame brandstoffen te vertragen. Zo wordt aardgas onder meer door Shell handig geprofileerd als onderdeel van de oplossing.

Heeft dan niet één van de hierboven genoemde mannen een reden om vóór productieverlaging te zijn?

Not In My Backyard

In zijn hoedanigheid van voorzitter van de Vereniging tot behoud van Oud, Groen en Leefbaar Voorschoten sprak Stan Dessens op 27 juni 2012 de volgende bevlogen woorden tegenover de Provinciale Staten van Zuid-Holland:

Er zijn alternatieven die geen natuur vernietigen, beter voor het milieu zijn en geen dorpen en stadsdelen verminken.

Met zijn vereniging vecht onze Stan onder meer tegen de RijnlandRoute, een nieuwe provinciale wegverbinding tussen de kust bij Katwijk en de A4 bij Leiden.

In de laatste nieuwsbrief vertelt hij dat er een beroepschrift is ingediend, en dat hij hoopt dat de Raad van State er alsnog een stokje voor steekt. Hij toont zich goed op de hoogte van juridische ins en outs: de RvS moet volgens de Crisis- en Herstelwet binnen een half jaar uitspraak doen.

Ergens hoop ik dat onze Stan de kennis en ervaring die hij als verenigingsvoorzitter heeft opgedaan met verzet tegen ongewenst ingrijpen in zijn leefomgeving meeneemt in zijn werk als voorzitter van het College van Gedelegeerde Commissarissen van GasTerra – dat hij méédenkt met de arme Groningers, wiens woongenot danig is aangetast. (Understatement of the year.)

Maar als ik lees dat hij ook voorzitter is geweest van de commissie die in 2013 adviseerde om de AIVD meer bevoegdheden te geven, en de burger tegen misbruik dacht te kunnen beschermen door een beter systeem van sturing, toezicht en transparantie, dan twijfel ik weer.

Zeker als ik bij Bits of Freedom lees dat onze Stan nogal slecht geïnformeerd is over de dagelijkse praktijk bij inlichtingendiensten.

Iemand die zich zo slecht verdiept in de kwesties van algemeen belang waarover hij mee moet denken, is misschien ook wel van mening dat oud, groen en leefbaar Groningen minder belangrijk is dan oud, groen en leefbaar Voorschoten.

Nee, mijn plan A, een combinatie van eigenbelang (fatsoenlijke compensatie) en algemeen belang (Groningen, en daarmee Nederland, van de ondergang behoeden door het huidige systeem te kraken), is en blijft een lastige dobber.