Samen Groningen naar de kloten helpen

spin-aldersDe onderstaande tekst sprak ik op 1 mei 2015 uit tijdens het 1 mei Solidariteitsfestival op het Spuiplein te Den Haag. (Check ook de andere sprekers – wij vechten tegen dezelfde partijen en bedrijven!!!)

Ik heb er wat linkjes in gezet om een en ander te verduidelijken.

Op 2 juli 2014 bestond het Shell Technology Centre in Amsterdam een volle eeuw. Bij die gelegenheid hield Ben van Beurden, de hoogste baas van Shell, ten overstaan van vele Invloedrijke Omes en Tantes, onder wie Koning (en vermoedelijk aandeelhouder) Willem-Alexander, een gloedvolle speech over de afgelopen honderd jaar.

Volgens hem waren het jaren waarin de mensheid door de technologie en techniek van Shell grote hoogtes heeft bereikt.

Volgens mij waren het ook jaren waarin wereldwijd vele oorlogen en conflicten zijn uitgevochten, mede omwille van de fossiele brandstoffen die Shell en soortgelijke bedrijven uit de grond halen.

Gewone burgers worden daar nogal eens de dupe van, maar een multinational als Shell weet altijd wel te profiteren van hoogoplopende ruzies tussen twee of meer landen.

In Nederland ontdekte Shell tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Drentse Schoonebeek een groot olieveld. Op dat moment was exploitatie wat lastig, om het eufemistisch uit te drukken. Maar na de oorlog stond de Nederlandse regering te popelen om met Shell en het Amerikaanse Exxon in zee te gaan. En dus was de Nederlandse Aardolie Maatschappij in 1947 een feit.

Enkele jaren later ontdekte de NAM het Groningenveld – een van de grootste gasvelden ter wereld. Een megavondst! Om de exploitatie daarvan in goede banen te leiden, werd de publiek-private samenwerking tussen de Nederlandse staat en de multinationals vastgelegd in het zogenaamde gasgebouw, dat deels buiten de wet staat en waar een klein groepje old boys tot op heden de dienst uit maakt.

De exploitatie verliep jarenlang probleemloos, en heeft van Nederland een ‘welvarend en sociaal land’ gemaakt.

Zonder de inkomsten uit aardgas hadden we de afgelopen decennia niet van die mooie regelingen kunnen opzetten voor iedereen die om wat voor reden dan ook niet kon werken. Zonder dat geld hadden we nooit zoveel kunnen investeren in onderwijs. Dan hadden we geen hoogwaardige kenniseconomie gehad, en ook geen stabiele middenklasse die zich kan wentelen in méér luxe dan alle generaties hiervoor.

Zonder aardgasbaten was Nederland waarschijnlijk lang een suf aardappel- en knollenland gebleven.

Er zitten echter altijd meerdere kanten aan een verhaal, al willen old boys zoals Ben van Beurden daar niet van horen. Feiten die hem niet goed uitkomen, laat hij gewoon weg.

In zijn speech van juli 2014 wijst hij bijvoorbeeld op enkele grote problemen van onze tijd, zoals armoede, klimaatverandering en luchtvervuiling.

Hij vertelt er niet bij dat armoede in grote delen van de wereld het bijproduct is van de eerder genoemde oorlogen en conflicten over fossiele brandstoffen. Ook omzeilt hij handig het gegeven dat klimaatverandering en luchtvervuiling voor een belangrijk deel te wijten zijn aan de verbranding van de fossiele brandstoffen die hij in zijn toko verkoopt.

Wel praat hij graag over de oplossing die Shell voor al die problemen heeft. En dat is, je raadt het al: aardgas.

Want aardgas is nét een tikkeltje schoner dan kolen en olie, de brandstoffen die de afgelopen honderd jaar het meest in trek waren. En toevallig kan Shell heel veel aardgas leveren. Een afzetmarkt vinden is geen punt. Shell heeft een groot netwerk binnen politiek, overheid en wetenschap. Die zullen dat aardgas wel eventjes bij boeren, burgers en buitenlui door de strot duwen.

Making a Difference

Voor Ben valt dit allemaal onder de noemer ‘Making a Difference’.

Of aardgas het verschil maakt, betwijfel ik, maar het pro-gaswinningsnetwerk van de old boys… nou en of! Daar weten wij in Groningen alles van!

Kijk, we hebben in Groningen te maken met een industriële ramp. De gaswinning veroorzaakt ondiepe bevingen, die door de complexe samenstelling van de Groningse bodem een opmerkelijk schadelijk effect hebben.

Tienduizenden huizen zijn reeds beschadigd, sommige zijn zelfs gesloopt. Eeuwenoude monumenten staan in de stutten. Het toekomstperspectief van honderdduizenden Groningers is voorgoed veranderd.

Bij gelijkblijvende winning is er een grote kans op bevingen met hele stevige grondversnellingen. Daar zijn de huizen, flats, scholen, ziekenhuizen, kerken, kantoorgebouwen en fabrieken in Noordoost-Groningen en een flink deel van de stad Groningen niet op gebouwd.

Als zo’n stevige beving zich voordoet in de buurt van een plaats als Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer of Groningen, zullen heel veel gebouwen instorten, met doden en gewonden als gevolg.

Om te voorkomen dat dat gebeurt, moeten 152.000 huizen en 18.000 overige gebouwen worden versterkt. Op basis van de huidige conceptnorm voor bevingsbestendig bouwen kost dat zo’n 30 miljard euro. Dat is een hoop geld, voor een handjevol ouwe bakstenen. Daar kun je beter een bank mee redden. Dan heb je namelijk gelijk een plek waar je weer wat old boys kunt stallen.

Regeren is vooruitzien, dat weet elke multinational

Hoe kunnen de Nederlandse staat, Shell en Exxon onder dat immense bedrag uit komen? Nou, bijvoorbeeld door die bouwnorm naar beneden bij te stellen – dan hoeft er voor de wet minder drastisch te worden versterkt.

Een andere optie is om huizen op te kopen op basis van de WOZ-waarde, die in het bevingsgebied de afgelopen jaren sterk is gedaald. Opgekochte huizen kun je leeg laten staan, en dan hoef je niet te versterken. Dat scheelt weer.

Een derde optie is om de gaskraan fors dichter te draaien. Volgens Staatstoezicht op de Mijnen neemt de kans op zwaardere bevingen in dat geval snel af, al zal de bodem nog lang onrustig blijven:

12 miljard

Bron: Reassessment of the probability of higher magnitude earthquakes in the Groningen field, SodM, januari 2013 – een onderzoek waarover voormalig inspecteur-generaal Jan de Jong in dit van harte aanbevolen stuk in het Financieele Dagblad zegt:

Als wij dat onderzoek niet zelf hadden gedaan dan was waarschijnlijk nu nog altijd niet duidelijk geworden hoeveel gevaar de gaswinning veroorzaakt.

Jan de Jong is overigens in 2014 vervangen door old boy Harry van der Meijden, die ruim 30 jaar bij Shell heeft rondgehangen, onder andere in Nigeria.

Het dichtdraaien van de kraan heeft grote gevolgen voor de Nederlandse schatkist, en voor de Nederlandse energiehuishouding. Onze overheid loopt al jaren aan de leiband van Shell en Exxon. Er zijn nauwelijks duurzame energiebronnen ontwikkeld. Wel is er een gasrotonde gebouwd, zodat we aardgas kunnen blijven importeren en exporteren, lang nadat ons eigen aardgas op is.

Kortom: Nederland is met behulp van aardgas klem gezet, en daar betaalt Groningen het volle pond voor.

Tot slot nog een opmerking over solidariteit – ik ben hier tenslotte op een Solidariteitsfestival.

In het meest ideale geval betekent solidariteit dat je elkaar in staat stelt om van het verblijf op aarde een leerzame ervaring te maken, met meer ups dan downs, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties om hetzelfde te doen.

In het slechtste geval betekent solidariteit dat de ene old boy de andere old boys te hulp snelt als zij in de problemen raken. En daarom verbaast het mij niet dat PvdA-er Hans Alders, die als Commissaris der Koningin nog in het gasgebouw gezeten heeft en zich tegenwoordig actief bezighoudt met het lobbyen voor de belangen van de gasindustrie, is benoemd tot Nationaal Coördinator Groningen.

Waar Hans Alders zijn energie in stopt

In zijn hoedanigheid van Nationaal Coördinator Groningen mag Hans straks fijn knopen doorhakken. Daartoe krijgt hij alle ruimte, want het herstel van Groningen is opgenomen in de Crisis- en Herstelwet. Dat betekent in theorie dat Hans als een soort onderkoning mensen uit hun huis kan laten zetten, om vervolgens te bepalen of hun huis gesloopt wordt, of van een stalen kooiconstructie wordt voorzien.

Ik denk dat Ben erg blij is met de benoeming van old boy Hans. Ook PvdA-er Dick Benschop, die als president-directeur van Shell Nederland binnen het gasgebouw op ten minste twee plekken aanschuift, namelijk de Maatschap Groningen en GasTerra, zal zijn partijgenoot met open armen ontvangen.

Samen Groningen naar de kloten helpen, zodat de laatste druppels aardgas uit de grond kunnen worden gepompt – dat schept immers een band!

Maar voor gedupeerde Groningers is dit de zoveelste klap in het gezicht. Dachten we bij de recente provinciale verkiezingen eindelijk afgerekend te hebben met de PvdA, komen die doorgedraaide sociaal-democraten er via de achterdeur gewoon weer in, met méér zeggenschap dan ooit.

ECHTE solidariteit en de Partij van de Arbeid: het blijft vloeken in de kerk.

“Omstandigheden? Ik bepaal de omstandigheden!”

Napoleon BorstbeeldOmdat geen mens zonder toekomstperspectief kan, en het onze danig is aangetast door de Nederlandse staat, Shell en Exxon, fietste ik gisteren naar Loppersum.

Daar spraken vertegenwoordigers van centrale en regionale overheden, belangenbehartigers van uiteenlopende stichtingen, bedrijven en groepen en overige belangstellenden met elkaar over de ruimtelijke toekomst van Nederland, en meer specifiek Groningen.

Daarbij werd het jaar 2040 als stip aan de horizon gebruikt.

 

Waar staat Groningen over 25 jaar?

Hoe is de provincie dan ingedeeld, welke concrete antwoorden hebben we gegeven op de Grote Vraagstukken, zoals de energietransitie, de krimp op het platteland en de groei van de stad, het watermanagement, onze gezondheid en veiligheid, en bovenal: onze kwaliteit van leven?

Er werd levendig gediscussieerd, en ik heb er oprecht van genoten om een hele dag in het gezelschap te vertoeven van mensen die menen dat ijzer met handen gebroken kan worden.

Het is fijn om voor de verandering eens niet cynisch en wanhopig te zijn, en te sparren over bottom-up initiatieven. Het is leuk om je voor te stellen dat je het als burger voor het zeggen hebt, terwijl de overheid over zichzelf heen buitelt van bestuurlijke vernieuwingsdrang.

Interessant is ook om dat allemaal te plaatsen tegen de achtergrond van het feit dat Groningen bij de laatste verkiezingen een dappere en min of meer geslaagde poging heeft gedaan zich te ontworstelen aan een eeuwigheid cliëntelistische sociaal-democratie. (Lees: de PvdA een schop onder de kont heeft gegeven.)

Toch kriebelde er iets.

’s Avonds laat bladerde ik nog eens door mijn aantekeningen en de uitgedeelde documenten.

Toen ik de eerste oogst van het Jaar van de Ruimte bestudeerde, begon het te jeuken. Niet lang daarna welde de wanhoop weer in volle hevigheid op.

“Urgentie. Solidariteit. Versnelling,” mompelde ik, “Jaja, maar vooralsnog is de praktijk hier in Groningen héél anders. Mensen gaan kapot, door de bestuurlijke chaos die bijna met opzet lijkt te zijn gecreëerd.”

Ik surfte naar de website en merkte op dat Hans Alders vanuit het Comité van Aanbeveling meekeek naar de ruimte.

Prompt kreeg ik overal rode vlekken.

Want onze Hans is nogal van de old boys methode (top-down), getuige dit overzicht van alle potjes waar deze PvdA-er en ex-gasgebouwman in roert.

Bovendien is hij de naamgever van de Alderstafel, een vorm van nep-democratie die model heeft gestaan voor de Dialoogtafel Groningen.

En over die Dialoogtafel ben ik niet zo te spreken. Het is een overlegorgaan zonder enige beslissingsbevoegdheid, waar een handjevol vertegenwoordigers van goedbedoelende en vaak withete belangengroeperingen het onder leiding van nog meer old boys à la Hans moet opnemen tegen het grove geschut van EZ en de NAM.

Dat werkt niet, en daar schreef ik eerder dit en dit over.

Terwijl ik met alle macht het cynisme over zoveel toevalligheid de kop in probeerde te drukken, kwam mijn man binnen. Bezorgd vroeg hij waarom ik zo moeilijk keek.

Ik vertelde hem over de kernvraag die eerder die dag gesteld was (‘Wie maakt Nederland?’) en over het antwoord van waaruit gewerkt werd (‘Wij maken Nederland’) om de immense opgave in Groningen te lijf te gaan.

“Aha,” zei mijn man, “maar dan vergeten ze die goeie ouwe Napoleon.”

En hij zette een 10 cm hoog borstbeeld van zijn grote liefde – ik ken mijn plek – voor me op tafel. Geprint met zijn eigen 3D-printer, een zelfbouwpakket dat hij met groot technisch vernuft en minimale middelen zó heeft aangepast dat er hele behoorlijke resultaten mee kunnen worden geboekt.

Niet het minste stukje van de opgave

Napoleon was niet alleen een briljante man die hard werkte aan vooruitgang en verandering – hij was ook tuk op oorlog. Dat hij het metrisch stelsel heeft ingevoerd, en de basis heeft gelegd voor gelijke rechten en plichten voor alle burgers (nou ja, alle gegoede burgers), doet daar niks aan af.

Wat deze verlichte despoot betrof heiligde het doel de middelen. Om zijn snel uitdijende rijk een beetje onder de duim te houden, koos Napoleon voor uniformiteit. Binnen zijn leger was die erop gericht iedereen gelijke kansen te bieden. Uitgaan van individuele capaciteiten – weliswaar een nobel streven, maar het resulteerde er voornamelijk in dat de man snel en effectief oorlog kon voeren.

“Als Napoleon nu, in deze tijd, Groningen had ingelijfd in zijn rijk,” aldus mijn man, “had hij er zo snel mogelijk een florerend gebied van willen maken. Dan had hij niet gepiept over kansen creëren terwijl er een tikkende tijdbom onder de grond op hem wachtte. Nee, hij had heel pragmatisch alle voor- en nadelen op een rijtje gezet, en daarna had hij een keuze gemaakt. Of alles platgooien en heel misschien herbouwen, daarbij zodanig compenserend dat het volk zich niet tegen hem zou keren en productief en dienstbaar zou blijven. Of de gaswinners met harde hand de deur uit, en alles op alles zetten om het gebied aan toekomstbestendige inkomstenbronnen te helpen.”

Ik pakte het geprinte borstbeeldje op. De mini-Napoleon woog bijna niks. Onder zijn neus hing een aandoenlijke plastic druppel.

Wat wij in Groningen nodig hebben, is inderdaad een moderne Napoleon, en dan niet de light versie.

Welnee. Ouderwets de beuk erin!

We hebben ons eigen tweekoppige monster nodig. Iemand die zich volledig inzet voor grote veranderingen en daarbij een vleugje berekenend idealisme op z’n tijd niet schuwt. Tegelijkertijd moet het een eersteklas schurk zijn, een man (of vrouw!) die zich met veel strategisch vernuft en een flinke portie koppigheid te buiten gaat aan een stevig potje knokken met de Heilige Drie-eenheid van staat, Shell en Exxon.

Wat me na een dag lang praten over toekomstperspectief voor Groningen uiteindelijk het meest heeft geërgerd, is dit:

Iedereen was het erover eens dat de kraan fors dichter moest om het risico op zware bevingen drastisch te beperken, en dat zowel NAM als EZ nodig een toontje lager moesten zingen.

Maar geen van de aanwezigen beschikte over de middelen om dat doel op korte termijn te verwezenlijken.

Aan grote veranderingen hebben we in Groningen helaas niks zolang dát stukje van de opgave niet gedekt is.

Achter iedere topsector schuilt een topteam

globe-topperEr is de laatste tijd veel gedoe over nevenfuncties van politici. Begrijpelijk, want die lui zijn verkozen om het volk te vertegenwoordigen, en dat gaat wat lastig als ze regelmatig een vorkje meeprikken bij bedrijven waar ze met een kritische blik naar moeten kijken.

Geen mens kan zichzelf in tweeën splitsen. Dus als een VVD-er roept dat-ie zijn persoonlijke contacten met een captain of industry heus wel kan scheiden van zijn portemonnee politieke verantwoordelijkheden, dan concludeer ik dat we met een buitenaards wezen te maken hebben.

Maar over de aliens among us wilde ik het vandaag niet hebben.

Interessanter dan bijklussende politici zijn de ambtenaren die het beleid bepalen. Die hebben pas verantwoordelijkheden!

Mark Dierikx

Neem bijvoorbeeld Mark Dierikx, die bij de Dialoogtafel Groningen het Ministerie van Economische Zaken vertegenwoordigt.

Na een studie organische scheikunde en twee jaar marketing bij Esso Chemie (het huidige ExxonMobil), maakte Mark in 1981 de overstap naar de overheid.

De afgelopen 33 jaar is hij in wisselende functies bij het directoraat-generaal van diverse ministeries betrokken geweest.

Sinds 1 juli 2011 is hij directeur-generaal  Energie, Telecom en Mededinging bij EZ.

Met recht een topambtenaar dus.

Heeft Mark nevenfuncties?

Ja, maar alles in het nette. Als directeur-generaal staat hij mijlenver boven het schnabbelcircuit.

Helaas heeft hij het wel hartstikke druk. Want onze Mark schuift naast zijn werk als DG niet alleen aan bij de Dialoogtafel Groningen, hij is ook lid van het Topteam dat het dagelijks bestuur vormt van de Topsector Energie. (De BV Nederland is onderverdeeld in 9 topsectoren.)

Waar staat die topsector voor?

Schone en efficiënt opgewekte energie, die Nederland economisch sterker maakt.

En hoe doet die topsector dat?

Door nauwe samenwerking tussen bedrijven, wetenschappers en de overheid.

Naast topambtenaar Mark bevat het Topteam ook een duurzaamheidsadviseur van Ecofys, een hoogleraar van TU Delft en een bestuurder van Inventum, producent van onder meer (gasgestookte) boilers.

Kortom, de crème de la crème uit de mapjes ‘Overheid’, ‘Duurzaamheid’, ‘Wetenschap’ en ‘Bedrijfsleven’.

Toch zullen deze toppers het nog best lastig vinden om met z’n vieren “de economische kansen voor Nederlandse bedrijven te vergroten, waardoor onze concurrentiekracht, werkgelegenheid en welvaart toenemen”.

Gelukkig laat het Topteam zich bijstaan door het Regieteam.

Dit team van regisseurs, stuk voor stuk “vooraanstaande stakeholders uit de energiesector”, adviseert over inhoudelijke keuzes en strategie.

Een denktank dus. Voor onze Mark is dat wel prettig, want hij draagt als DG Energie de verantwoordelijkheid voor heel veel centjes, en heel veel levens.

Immers, om het klimaat te redden, en dus onszelf (want: No Man Is An Island), moeten we zo gauw mogelijk van fossiele energie overstappen op duurzame energie.

En dan doet Mark er ook nog eens Telecom en Mededinging bij. Ga er maar aan staan. Zonder die denktank was de beste man nergens.

Nu maar hopen dat er een beetje toekomstgerichte mensen in dat Regieteam zitten. Mensen die de Topsector Energie de juiste kant op kunnen sturen.
regieteam-topsector-energie

De verder best wel duidelijke site van Topsector Energie geeft bij de leden van het Regieteam niet aan wat zij náást hun regievoerende activiteiten allemaal uitspoken. (Bij het Topteam is dat wel gedaan. Beetje inconsequent dus.)

Maar goed, ik ben de beroerdste niet, ik loop ze hieronder in vogelvlucht met u door.

Michiel Boersma (energiereus nr. 1)

Met kleine onderbrekingen heeft Michiel zo’n 30 jaar bij Shell rondgehangen. Daarna heeft hij iets topperigs gedaan bij Essent. Momenteel is hij lekker druk met een handjevol commissariaten.

Jeroen de Haas (energiereus nr. 2)

Jeroen doet iets topperigs bij Eneco, en is heel nederig, al zijn er mensen die hem God noemen.

Jos Keurentjes (duurzame chemische man)

Onze Jos heeft een dubbele pet, hij adviseert namelijk ook bij de Topsector Chemie. Tot vorig jaar deed hij iets in de top van AkzoNobel. Sinds kort doet hij iets topperigs bij TNO. Verder geeft hij les.

Ik vind het heel verstandig van Jos dat hij bij AkzoNobel is weggegaan. Er is een kans op een flinke ramp door een gescheurde chloorleiding of andere bevingsellende op Chemiepark Delfzijl, waar AkzoNobel ook een stekkie heeft. Dat zal het imago van AkzoNobel vast geen goed doen.

Paul Korting (duurzame onderzoeksman)

Omdat Paul gek is op onderzoek, doet hij iets topperigs bij ECN. In een interview in Shell-venster (november 2013) vertelt hij dat Energieonderzoek Centrum Nederland minder overheidssubsidie ontvangt, en dus meer moet samenwerken met bedrijven.

Gevraagd naar het functioneren van het topsectorenbeleid van de overheid, zegt Paul:

De hele grote bedrijven, waaronder Shell, doen helaas beperkt mee in de topsector energie. Dat is jammer. Kunnen we ze niet bieden wat ze nodig hebben, hebben wij niet de juiste kennis? Ik zou het graag willen weten.

Ik hoop dat onze Paul van zijn mederegisseurs inmiddels antwoord heeft gekregen op deze prangende vragen.

Gert Jan Lankhorst (gasdealer)

Oh, boy, oh boy. Gert Jan is wel echt de max. In 2004-2005 was hij directeur-generaal Energie bij EZ. Hij wéét dus hoe zwaar onze Mark het heeft.

Op dit moment doet Gert Jan iets topperigs bij GasTerra (50% overheid, 25% Shell, 25% Exxon). Sinds 2014 regisseert hij ook in Europees verband op hoog niveau, bij belangenbehartiger Eurogas.

Gert Jan kent onze Jeroen trouwens goed, ze zitten samen in het bestuur van de branche-organisatie voor Nederlandse energiebedrijven Energie-Nederland.

Verder ondersteunt onze Gert Jan de maatschappij in allerlei interessante en goedbetaalde nevenfuncties. (Gert Jan doet niet aan politiek en is inmiddels geen topambtenaar meer. Dan mág het.)

In 2009 was Gert Jan namens GasTerra ‘gasgebouwman‘. Hij weet precies wat het betekent om van elkaar afhankelijk te zijn:

De staat heeft 50 procent van GasTerra, niet 51 procent. Dat is een groot blijk van vertrouwen. Als het 51-49 zou zijn geweest, lagen de verhoudingen toch anders. Nu kan de een de ander nooit in de hoek zetten. Met andere woorden: je hebt elkaar nodig.

Coby van der Linde (‘onafhankelijke’ onderzoeksvrouw)

De enige vrouwelijke regisseur is iets topperigs bij Clingendael International Energy Programme. Coby kent Gert Jan goed, want ook bij Clingendael geeft hij adviezen.

(Echt. Zo’n behulpzame man. Net als mede-gasgebouwman Joost van Roost, die iets topperigs doet bij ExxonMobil. Die helpt niet alleen mee bij Gert Jans bedrijf GasTerra, maar ook bij Coby’s club.)

Peter Molengraaf (energiereus nr. 3)

In 2005 is Peter, na bijna 15 jaar Shell, naar Nuon overgestapt. Inmiddels doet hij bij energienetwerkbedrijf Liander iets topperigs dat uiterst goed betaalt.

Dat onze Peter ook regisseur is, lijkt me vooral leuk voor Michiel. Die twee kunnen in de rookpauze tussen al dat regisseren door verhalen over die goeie ouwe tijd bij Shell ophalen. En bankrekeningen vergelijken natuurlijk.

Wim van Saarloos (onderzoeksman pur sang)

De reden dat Wim graag meeregisseert bij Topsector Energie is dat het energieprobleem voor fysici dé maatschappelijke uitdaging van deze tijd is.

Over de wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven zegt onze Wim:

Van onze wetenschappers bestond te vaak het beeld dat ze vooral onderzoek deden naar esoterische onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de oerknal. Veel Nederlanders zagen niet in hoe groot het belang is van wetenschappelijk onderzoek voor onze economische welvaart.

Wim doet iets topperigs bij de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM). In Netherlands Energy Research Alliance werkt hij onder andere samen met Jos en Paul.

Gerald Schotman (gasproducent)

Over dat energieprobleem en die maatschappelijke uitdaging ben ik het, als gedupeerde Groninger, roerend met Wim eens. Daarom is het zo tof dat ook Gerald, sinds 1985 bij Shell, in 2014 nog Innovator of The Year en nu directeur NAM (50% Shell, 50% Exxon), de regie voert bij Topsector Energie.

Onze Gerald moet Wim maar gauw inhuren om handige natuurkundige foefjes te bedenken waarmee Groningen van de ondergang kan worden gered. Uiteraard zonder dat er ook maar één kuub gas minder hoeft te worden geproduceerd.

Als dat eens kon! Wat zou dat een bof zijn voor Geralds baas, tevens de ex-baas van mederegisseurs Michiel en Peter, en aandeelhouder van Gert Jans bedrijf.

Bernard Fortuyn (toeleverancier olie- en gasindustrie)

Onze Bernard doet iets topperigs bij Siemens. Dat stelt Gerald zeer op prijs, want de producten van Bernards bedrijf maken het makkelijker de laatste resten gas uit het Groningenveld te halen.

Naast elektromotoren levert Siemens ook compressoren en transformators aan de onderneming die Gerald voor Shell runt.

Tjerk Wagenaar (milieuman)

Na een paar jaar bij Eneco heeft Tjerk zijn hart gevolgd en is hij iets topperigs gaan doen bij Natuur & Milieu.

Onder zijn bezielende leiding protesteert N&M samen met Greenpeace krachtig tegen de milieuvervuilende kolencentrale van RWE/Essent in de Eemshaven.

Gelukkig zit Michiel niet meer bij Essent – ruziënde regisseurs kan de Topsector Energie niet gebruiken. Dan verovert de BV Nederland nooit die felbegeerde “leidende positie in de wereldwijde nieuwe economie”.

Verder heeft N&M een superlieve actie bedacht om Gronings gas te besparen. (Wij hartje N&M.)

Persoonlijk vind ik het wel een tikje jammer dat N&M niet heeft meegedaan met het beroepschrift gaswinning dat de Groninger Bodem Beweging samen met meerdere milieu-organisaties heeft opgesteld.

Slagkracht

Uit het Jaarbericht van de Topsector Energie blijkt dat het Topteam er samen met het Regieteam uitstekend in is geslaagd om er iets van te maken. Tussen 2010 en 2012 steeg de productie met 3,6 miljard euro. De arbeidsproductiviteit in de sector is zelfs 5x hoger dan het landelijke gemiddelde.

Helemaal toppie dus!

Terug naar de man met wie dit lange en met vele nuttige linkjes opgesierde stuk begon: Mark Dierikx.

Onze Mark vraagt zich ongetwijfeld af waarom de Topsector Energie wél lekker loopt, terwijl het met de Dialoogtafel Groningen maar niet wil vlotten.

Ik denk dat dat komt doordat er iets te veel zeurende bewoners aan die Dialoogtafel zitten, en iets te weinig topregisseurs.

(Eentje maar: Gerald Schotman.)

Want échte slagkracht bereik je in de BV Nederland pas bij een bepaald percentage old boys in de club.

Wat wellicht ook niet helpt is dat onze Mark als commissaris aan Gert Jans bedrijf verbonden is. Want Gert Jan moet wel winst maken, natuurlijk. En dat gaat beter als er veel gas uit de grond gehaald wordt. Maar dat willen die zeurende bewoners dus niet.