Nú. Niet over tien jaar

Was het maar een rode kaart...
Was het maar een rode kaart…

Gisteren werd bekend dat NAM ‘veilig’ meer dan 27 miljard kuub gas denkt te kunnen winnen. Het is moeilijk om in het duistere brein van Shell- en Exxon-medewerkers te kijken, maar dit lijkt zo’n beetje de gedachtegang te zijn:

1) We leveren de BV Nederland een hoop centjes, dus vanuit die hoek geen klachten (en anders kunnen we nog dreigen met juridische stappen omdat we inkomsten derven)

2) We winnen flexibel en grijpen in zodra er een flinke beving plaatsvindt (“als het kalf verdronken is, dempt men de put”, of zoals wij dat bij Shell en Exxon zeggen: “hand aan de kraan” *)

3) We zetten kooiconstructies in sommige huizen om te voorkomen dat ze instorten, en als dat te duur is, gaan we slopen (maar de schade blijft komen, en die wijzen we bij voorkeur af)

Uiteraard buitelen de Groningers over elkaar om er schande van te spreken. Niks méér gas winnen. Minder! Heel veel minder! Klaar met NAM!

Ook politici roepen geïrriteerd dat het alleen maar omlaag mag gaan met die gaswinning. Jan Vos was daar vandaag bij Radio 1 zelfs bozig over. Die verontwaardiging is een beetje vreemd.

In de Prinsjesdagstukken 2015 heeft zijn collega Dijsselbloem voor de periode 2016-2020 33 miljard kuub per jaar laten noteren (pagina 33 van de EZ-begroting). Weliswaar met de kanttekening dat het kabinet eind 2015 een besluit over de toekomst van de gaswinning zou nemen – maar dat besluit is niet genomen. In plaats daarvan heeft de minister zich aan de uitspraak van de Raad van State gehouden. Die geldt tot er een nieuw besluit wordt genomen, ergens in dit jaar.

En nu? Krijgen we een herhaling van zetten? Gaan we weer fijn gasbingo spelen? Of komt de overheid over de brug met échte oplossingen voor de gedupeerde burgers in Groningen?

Overheid en onbehoorlijk gedrag

Laat ik onze eigen situatie als voorbeeld nemen. Na ruim anderhalf jaar heeft NAM / Commissie Bijzondere Situaties zonder enige hulp te bieden ons dossier gesloten. Ik heb begrepen dat de Nationaal Coördinator Groningen in een vrij laat stadium nog een halfhartige poging heeft gedaan om de boel vlot te trekken.

Ik probeer me voor te stellen hoe dat is gegaan:

NCG-medewerker (loopt naar het secretariaat van NAM / Commissie, dat toevallig in hetzelfde pand zit): “Hé, hoi, hoe gaat-ie? Nog iets leuks gepland voor dit weekend?”

NAM / Commissie: “Hoipipeloi. Ja, beetje relaxen, drukke week achter de rug. Veel ingewikkelde dossiers, veel mensen afgewezen.”

NCG-medewerker: “Ach, wat naar voor je… Nou, dan houd ik het kort. Kijk, deze mensen hebben geklaagd, misschien dat jullie toch maar eens hun huis moeten laten taxeren… Is maar een ideetje hoor, voel je niet verplicht of zo.”

NAM / Commissie: “Taxeren? Nee, gaan we niet doen. En in gesprek gaan we ook niet. Dat dossier sluiten we af. Veel te veel gedoe.”

NCG: “OK, jammer dan. Samen lunchen?”

Over de gang van zaken bij de Commissie hebben we een aantal maal geklaagd. Eerst bij de Commissie, toen bij de overheid, onder andere bij EZ. Die gaf de klacht uit handen aan de NCG, en die gaf na ruim vijf maanden bij monde van Hans Alders een (ontwijkend) antwoord. Dat wij daar zo lang op moesten wachten, is natuurlijk absurd. Iedere dag telt als je in de penarie zit en duidelijkheid wilt!

Dat vindt gelukkig ook de Nationale Ombudsman, bij wie wij over het gedrag van EZ/NCG hebben geklaagd. Vandaag publiceerde de Ombudsman een rapport waaruit duidelijk wordt dat EZ en NCG zich in dezen niet behoorlijk hebben gedragen. Onze klacht is dus gegrond verklaard.

Aan de ene kant is dat een mooi signaal. De overheid moet de burgers in Groningen veel sneller duidelijkheid geven. Daarbij moet worden aangesloten bij wat de burgers écht nodig hebben. Dat is een loffelijk streven dat wel met de lippen wordt beleden, maar in de praktijk nauwelijks ten uitvoer wordt gebracht.

Want aan de andere kant zijn onze problemen nog helemaal niet opgelost – en de problemen van vele duizenden andere Groningers ook niet. Onze huizen zijn als gevolg van de gaswinning beschadigd en onveilig, en daardoor slecht of niet verkoopbaar. We moeten vechten voor iedere cent schadevergoeding. En onze leefomgeving staat zwaar onder druk.

De overheid, lokaal, provinciaal en nationaal, luistert slecht en komt met flutoplossingen en extraatjes die nergens op slaan. Veiligheid en rechtvaardigheid – dáár gaat het om. Niet meer, en niet minder.

Het onrecht vreet aan de inwoners van de prachtige provincie Groningen. Zoals de nieuwe Commissaris der Koning René Paas onlangs in een interview op BNR Radio al stelde:

Groningen is behoorlijk mishandeld en dat moet worden rechtgezet.

Overheid en integriteit

Het ministerie van Economische Zaken en de Nationaal Coördinator Groningen hebben bij herhaling laten zien zich niet dienstbaar aan de burger op te stellen. Ook integriteit staat bij hen niet hoog in het vaandel.

Zo worden schrijnende gevallen door de overheid (Onafhankelijk Raadsman en burgemeesters bevingsgebied) doorgeleid naar een commissie die door de veroorzaker van de ellende (NAM) is ingesteld. Het geld voor de eventuele hulp van die Commissie Bijzondere Situaties komt dan ook van NAM. De commissie beschikt niet eens over een eigen bankrekening. En op beslissingen van de commissie heeft de overheid, in casu de NCG, blijkbaar geen enkele invloed.

Maar zelfs als de NCG wél invloed heeft, maakt dit instituut vreemde keuzes. Zo werd recent bekend dat enkele casemanagers die tot eind 2015 namens NAM het leven van ‘complexe gevallen’ zuur maakten, per 1 januari 2016 door NCG zijn ingehuurd om diezelfde complexe gevallen nu vanuit de overheid te ‘begeleiden’.

In feite is het publiek-private gasgebouw niet afgebroken, maar uitgebreid met een Loket Burgerpraatjes. En achter dat loket zitten de oude vertrouwde stakeholders de Groningers op de oude vertrouwde manier te zieken.

Een paar tips voor de overheid

Vele duizenden mensen staan met de rug tegen de muur. Zelf denk ik dat alleen de juridische weg nog soelaas kan bieden. En daarom moet er geld beschikbaar worden gesteld om rechtszaken te kunnen voeren. Geld dat het Rijk en de provincie wél in kas hebben, maar de vrijwel kaalgeplukte Groningers niet.

Tip 1 is dus: trek die portemonnee, en wel nú. Niet over tien jaar. Er gaan nú mensen kapot, er zijn nú concrete stappen nodig om af te dwingen dat situaties op fatsoenlijke en voor iedereen gelijke wijze worden opgelost.

Bij de afwikkeling van problemen laat overheidsinstantie NCG keer op keer steken vallen. Met de juiste (integere) mensen aan het roer kan dat misschien voorkomen worden.

Tip 2 is dus: trek integere mensen aan. Wees niet bang om reeds aangestelde mensen de laan uit te sturen als blijkt dat zij niet vanuit burgerperspectief redeneren, maar vanuit de belangen van Shell, Exxon en het Rijk. Zoek naar mensen met hoofd én hart. Die zijn er. Heus.

En tip 3 is er een in de categorie ‘kansloos’, maar ik noem hem toch:

Ontneem Shell en Exxon de concessie. Nú. Niet over tien jaar. Want veilig gaswinnen kan niet in Groningen. Het experiment moet stoppen.

* Hier een interessant artikel over het hand-aan-de-kraan-principe oftwel ‘traffic light approach’ zoals toegepast in Oklahoma, waar ook veel geïnduceerde bevingen plaatsvinden. Let op de genoemde magnitudes – die zijn veel te hoog voor de situatie in Groningen! Bovendien stoppen bevingen en bodemdaling echt niet direct nadat gaswinning is stilgelegd.

Samen Groningen naar de kloten helpen

spin-aldersDe onderstaande tekst sprak ik op 1 mei 2015 uit tijdens het 1 mei Solidariteitsfestival op het Spuiplein te Den Haag. (Check ook de andere sprekers – wij vechten tegen dezelfde partijen en bedrijven!!!)

Ik heb er wat linkjes in gezet om een en ander te verduidelijken.

Op 2 juli 2014 bestond het Shell Technology Centre in Amsterdam een volle eeuw. Bij die gelegenheid hield Ben van Beurden, de hoogste baas van Shell, ten overstaan van vele Invloedrijke Omes en Tantes, onder wie Koning (en vermoedelijk aandeelhouder) Willem-Alexander, een gloedvolle speech over de afgelopen honderd jaar.

Volgens hem waren het jaren waarin de mensheid door de technologie en techniek van Shell grote hoogtes heeft bereikt.

Volgens mij waren het ook jaren waarin wereldwijd vele oorlogen en conflicten zijn uitgevochten, mede omwille van de fossiele brandstoffen die Shell en soortgelijke bedrijven uit de grond halen.

Gewone burgers worden daar nogal eens de dupe van, maar een multinational als Shell weet altijd wel te profiteren van hoogoplopende ruzies tussen twee of meer landen.

In Nederland ontdekte Shell tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Drentse Schoonebeek een groot olieveld. Op dat moment was exploitatie wat lastig, om het eufemistisch uit te drukken. Maar na de oorlog stond de Nederlandse regering te popelen om met Shell en het Amerikaanse Exxon in zee te gaan. En dus was de Nederlandse Aardolie Maatschappij in 1947 een feit.

Enkele jaren later ontdekte de NAM het Groningenveld – een van de grootste gasvelden ter wereld. Een megavondst! Om de exploitatie daarvan in goede banen te leiden, werd de publiek-private samenwerking tussen de Nederlandse staat en de multinationals vastgelegd in het zogenaamde gasgebouw, dat deels buiten de wet staat en waar een klein groepje old boys tot op heden de dienst uit maakt.

De exploitatie verliep jarenlang probleemloos, en heeft van Nederland een ‘welvarend en sociaal land’ gemaakt.

Zonder de inkomsten uit aardgas hadden we de afgelopen decennia niet van die mooie regelingen kunnen opzetten voor iedereen die om wat voor reden dan ook niet kon werken. Zonder dat geld hadden we nooit zoveel kunnen investeren in onderwijs. Dan hadden we geen hoogwaardige kenniseconomie gehad, en ook geen stabiele middenklasse die zich kan wentelen in méér luxe dan alle generaties hiervoor.

Zonder aardgasbaten was Nederland waarschijnlijk lang een suf aardappel- en knollenland gebleven.

Er zitten echter altijd meerdere kanten aan een verhaal, al willen old boys zoals Ben van Beurden daar niet van horen. Feiten die hem niet goed uitkomen, laat hij gewoon weg.

In zijn speech van juli 2014 wijst hij bijvoorbeeld op enkele grote problemen van onze tijd, zoals armoede, klimaatverandering en luchtvervuiling.

Hij vertelt er niet bij dat armoede in grote delen van de wereld het bijproduct is van de eerder genoemde oorlogen en conflicten over fossiele brandstoffen. Ook omzeilt hij handig het gegeven dat klimaatverandering en luchtvervuiling voor een belangrijk deel te wijten zijn aan de verbranding van de fossiele brandstoffen die hij in zijn toko verkoopt.

Wel praat hij graag over de oplossing die Shell voor al die problemen heeft. En dat is, je raadt het al: aardgas.

Want aardgas is nét een tikkeltje schoner dan kolen en olie, de brandstoffen die de afgelopen honderd jaar het meest in trek waren. En toevallig kan Shell heel veel aardgas leveren. Een afzetmarkt vinden is geen punt. Shell heeft een groot netwerk binnen politiek, overheid en wetenschap. Die zullen dat aardgas wel eventjes bij boeren, burgers en buitenlui door de strot duwen.

Making a Difference

Voor Ben valt dit allemaal onder de noemer ‘Making a Difference’.

Of aardgas het verschil maakt, betwijfel ik, maar het pro-gaswinningsnetwerk van de old boys… nou en of! Daar weten wij in Groningen alles van!

Kijk, we hebben in Groningen te maken met een industriële ramp. De gaswinning veroorzaakt ondiepe bevingen, die door de complexe samenstelling van de Groningse bodem een opmerkelijk schadelijk effect hebben.

Tienduizenden huizen zijn reeds beschadigd, sommige zijn zelfs gesloopt. Eeuwenoude monumenten staan in de stutten. Het toekomstperspectief van honderdduizenden Groningers is voorgoed veranderd.

Bij gelijkblijvende winning is er een grote kans op bevingen met hele stevige grondversnellingen. Daar zijn de huizen, flats, scholen, ziekenhuizen, kerken, kantoorgebouwen en fabrieken in Noordoost-Groningen en een flink deel van de stad Groningen niet op gebouwd.

Als zo’n stevige beving zich voordoet in de buurt van een plaats als Delfzijl, Hoogezand-Sappemeer of Groningen, zullen heel veel gebouwen instorten, met doden en gewonden als gevolg.

Om te voorkomen dat dat gebeurt, moeten 152.000 huizen en 18.000 overige gebouwen worden versterkt. Op basis van de huidige conceptnorm voor bevingsbestendig bouwen kost dat zo’n 30 miljard euro. Dat is een hoop geld, voor een handjevol ouwe bakstenen. Daar kun je beter een bank mee redden. Dan heb je namelijk gelijk een plek waar je weer wat old boys kunt stallen.

Regeren is vooruitzien, dat weet elke multinational

Hoe kunnen de Nederlandse staat, Shell en Exxon onder dat immense bedrag uit komen? Nou, bijvoorbeeld door die bouwnorm naar beneden bij te stellen – dan hoeft er voor de wet minder drastisch te worden versterkt.

Een andere optie is om huizen op te kopen op basis van de WOZ-waarde, die in het bevingsgebied de afgelopen jaren sterk is gedaald. Opgekochte huizen kun je leeg laten staan, en dan hoef je niet te versterken. Dat scheelt weer.

Een derde optie is om de gaskraan fors dichter te draaien. Volgens Staatstoezicht op de Mijnen neemt de kans op zwaardere bevingen in dat geval snel af, al zal de bodem nog lang onrustig blijven:

12 miljard

Bron: Reassessment of the probability of higher magnitude earthquakes in the Groningen field, SodM, januari 2013 – een onderzoek waarover voormalig inspecteur-generaal Jan de Jong in dit van harte aanbevolen stuk in het Financieele Dagblad zegt:

Als wij dat onderzoek niet zelf hadden gedaan dan was waarschijnlijk nu nog altijd niet duidelijk geworden hoeveel gevaar de gaswinning veroorzaakt.

Jan de Jong is overigens in 2014 vervangen door old boy Harry van der Meijden, die ruim 30 jaar bij Shell heeft rondgehangen, onder andere in Nigeria.

Het dichtdraaien van de kraan heeft grote gevolgen voor de Nederlandse schatkist, en voor de Nederlandse energiehuishouding. Onze overheid loopt al jaren aan de leiband van Shell en Exxon. Er zijn nauwelijks duurzame energiebronnen ontwikkeld. Wel is er een gasrotonde gebouwd, zodat we aardgas kunnen blijven importeren en exporteren, lang nadat ons eigen aardgas op is.

Kortom: Nederland is met behulp van aardgas klem gezet, en daar betaalt Groningen het volle pond voor.

Tot slot nog een opmerking over solidariteit – ik ben hier tenslotte op een Solidariteitsfestival.

In het meest ideale geval betekent solidariteit dat je elkaar in staat stelt om van het verblijf op aarde een leerzame ervaring te maken, met meer ups dan downs, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties om hetzelfde te doen.

In het slechtste geval betekent solidariteit dat de ene old boy de andere old boys te hulp snelt als zij in de problemen raken. En daarom verbaast het mij niet dat PvdA-er Hans Alders, die als Commissaris der Koningin nog in het gasgebouw gezeten heeft en zich tegenwoordig actief bezighoudt met het lobbyen voor de belangen van de gasindustrie, is benoemd tot Nationaal Coördinator Groningen.

Waar Hans Alders zijn energie in stopt

In zijn hoedanigheid van Nationaal Coördinator Groningen mag Hans straks fijn knopen doorhakken. Daartoe krijgt hij alle ruimte, want het herstel van Groningen is opgenomen in de Crisis- en Herstelwet. Dat betekent in theorie dat Hans als een soort onderkoning mensen uit hun huis kan laten zetten, om vervolgens te bepalen of hun huis gesloopt wordt, of van een stalen kooiconstructie wordt voorzien.

Ik denk dat Ben erg blij is met de benoeming van old boy Hans. Ook PvdA-er Dick Benschop, die als president-directeur van Shell Nederland binnen het gasgebouw op ten minste twee plekken aanschuift, namelijk de Maatschap Groningen en GasTerra, zal zijn partijgenoot met open armen ontvangen.

Samen Groningen naar de kloten helpen, zodat de laatste druppels aardgas uit de grond kunnen worden gepompt – dat schept immers een band!

Maar voor gedupeerde Groningers is dit de zoveelste klap in het gezicht. Dachten we bij de recente provinciale verkiezingen eindelijk afgerekend te hebben met de PvdA, komen die doorgedraaide sociaal-democraten er via de achterdeur gewoon weer in, met méér zeggenschap dan ooit.

ECHTE solidariteit en de Partij van de Arbeid: het blijft vloeken in de kerk.

“Omstandigheden? Ik bepaal de omstandigheden!”

Napoleon BorstbeeldOmdat geen mens zonder toekomstperspectief kan, en het onze danig is aangetast door de Nederlandse staat, Shell en Exxon, fietste ik gisteren naar Loppersum.

Daar spraken vertegenwoordigers van centrale en regionale overheden, belangenbehartigers van uiteenlopende stichtingen, bedrijven en groepen en overige belangstellenden met elkaar over de ruimtelijke toekomst van Nederland, en meer specifiek Groningen.

Daarbij werd het jaar 2040 als stip aan de horizon gebruikt.

 

Waar staat Groningen over 25 jaar?

Hoe is de provincie dan ingedeeld, welke concrete antwoorden hebben we gegeven op de Grote Vraagstukken, zoals de energietransitie, de krimp op het platteland en de groei van de stad, het watermanagement, onze gezondheid en veiligheid, en bovenal: onze kwaliteit van leven?

Er werd levendig gediscussieerd, en ik heb er oprecht van genoten om een hele dag in het gezelschap te vertoeven van mensen die menen dat ijzer met handen gebroken kan worden.

Het is fijn om voor de verandering eens niet cynisch en wanhopig te zijn, en te sparren over bottom-up initiatieven. Het is leuk om je voor te stellen dat je het als burger voor het zeggen hebt, terwijl de overheid over zichzelf heen buitelt van bestuurlijke vernieuwingsdrang.

Interessant is ook om dat allemaal te plaatsen tegen de achtergrond van het feit dat Groningen bij de laatste verkiezingen een dappere en min of meer geslaagde poging heeft gedaan zich te ontworstelen aan een eeuwigheid cliëntelistische sociaal-democratie. (Lees: de PvdA een schop onder de kont heeft gegeven.)

Toch kriebelde er iets.

’s Avonds laat bladerde ik nog eens door mijn aantekeningen en de uitgedeelde documenten.

Toen ik de eerste oogst van het Jaar van de Ruimte bestudeerde, begon het te jeuken. Niet lang daarna welde de wanhoop weer in volle hevigheid op.

“Urgentie. Solidariteit. Versnelling,” mompelde ik, “Jaja, maar vooralsnog is de praktijk hier in Groningen héél anders. Mensen gaan kapot, door de bestuurlijke chaos die bijna met opzet lijkt te zijn gecreëerd.”

Ik surfte naar de website en merkte op dat Hans Alders vanuit het Comité van Aanbeveling meekeek naar de ruimte.

Prompt kreeg ik overal rode vlekken.

Want onze Hans is nogal van de old boys methode (top-down), getuige dit overzicht van alle potjes waar deze PvdA-er en ex-gasgebouwman in roert.

Bovendien is hij de naamgever van de Alderstafel, een vorm van nep-democratie die model heeft gestaan voor de Dialoogtafel Groningen.

En over die Dialoogtafel ben ik niet zo te spreken. Het is een overlegorgaan zonder enige beslissingsbevoegdheid, waar een handjevol vertegenwoordigers van goedbedoelende en vaak withete belangengroeperingen het onder leiding van nog meer old boys à la Hans moet opnemen tegen het grove geschut van EZ en de NAM.

Dat werkt niet, en daar schreef ik eerder dit en dit over.

Terwijl ik met alle macht het cynisme over zoveel toevalligheid de kop in probeerde te drukken, kwam mijn man binnen. Bezorgd vroeg hij waarom ik zo moeilijk keek.

Ik vertelde hem over de kernvraag die eerder die dag gesteld was (‘Wie maakt Nederland?’) en over het antwoord van waaruit gewerkt werd (‘Wij maken Nederland’) om de immense opgave in Groningen te lijf te gaan.

“Aha,” zei mijn man, “maar dan vergeten ze die goeie ouwe Napoleon.”

En hij zette een 10 cm hoog borstbeeld van zijn grote liefde – ik ken mijn plek – voor me op tafel. Geprint met zijn eigen 3D-printer, een zelfbouwpakket dat hij met groot technisch vernuft en minimale middelen zó heeft aangepast dat er hele behoorlijke resultaten mee kunnen worden geboekt.

Niet het minste stukje van de opgave

Napoleon was niet alleen een briljante man die hard werkte aan vooruitgang en verandering – hij was ook tuk op oorlog. Dat hij het metrisch stelsel heeft ingevoerd, en de basis heeft gelegd voor gelijke rechten en plichten voor alle burgers (nou ja, alle gegoede burgers), doet daar niks aan af.

Wat deze verlichte despoot betrof heiligde het doel de middelen. Om zijn snel uitdijende rijk een beetje onder de duim te houden, koos Napoleon voor uniformiteit. Binnen zijn leger was die erop gericht iedereen gelijke kansen te bieden. Uitgaan van individuele capaciteiten – weliswaar een nobel streven, maar het resulteerde er voornamelijk in dat de man snel en effectief oorlog kon voeren.

“Als Napoleon nu, in deze tijd, Groningen had ingelijfd in zijn rijk,” aldus mijn man, “had hij er zo snel mogelijk een florerend gebied van willen maken. Dan had hij niet gepiept over kansen creëren terwijl er een tikkende tijdbom onder de grond op hem wachtte. Nee, hij had heel pragmatisch alle voor- en nadelen op een rijtje gezet, en daarna had hij een keuze gemaakt. Of alles platgooien en heel misschien herbouwen, daarbij zodanig compenserend dat het volk zich niet tegen hem zou keren en productief en dienstbaar zou blijven. Of de gaswinners met harde hand de deur uit, en alles op alles zetten om het gebied aan toekomstbestendige inkomstenbronnen te helpen.”

Ik pakte het geprinte borstbeeldje op. De mini-Napoleon woog bijna niks. Onder zijn neus hing een aandoenlijke plastic druppel.

Wat wij in Groningen nodig hebben, is inderdaad een moderne Napoleon, en dan niet de light versie.

Welnee. Ouderwets de beuk erin!

We hebben ons eigen tweekoppige monster nodig. Iemand die zich volledig inzet voor grote veranderingen en daarbij een vleugje berekenend idealisme op z’n tijd niet schuwt. Tegelijkertijd moet het een eersteklas schurk zijn, een man (of vrouw!) die zich met veel strategisch vernuft en een flinke portie koppigheid te buiten gaat aan een stevig potje knokken met de Heilige Drie-eenheid van staat, Shell en Exxon.

Wat me na een dag lang praten over toekomstperspectief voor Groningen uiteindelijk het meest heeft geërgerd, is dit:

Iedereen was het erover eens dat de kraan fors dichter moest om het risico op zware bevingen drastisch te beperken, en dat zowel NAM als EZ nodig een toontje lager moesten zingen.

Maar geen van de aanwezigen beschikte over de middelen om dat doel op korte termijn te verwezenlijken.

Aan grote veranderingen hebben we in Groningen helaas niks zolang dát stukje van de opgave niet gedekt is.