In bijna alles het tegenovergestelde

home bitter homeHenk Kamp, Hans Alders, Gerald Schotman en hun vele bestuurlijke vazallen strooien graag met one-liners die hen een invoelend en meelevend aura geven.

“De burger staat centraal, het is tenslotte ingrijpend, het gaat wel om hun huis, hun thuis.”

Zulk soort zinnetjes.

 

Tegelijkertijd doen ze alsof wij in wingewest Groningen slechts last hebben van emoties, door ons een “gevoel van onveiligheid” toe te dichten, in plaats van klip en klaar te zeggen dat we in een onveilige situatie verkeren.

Een onveilige situatie die mogelijk nog decennia zal aanhouden.

Wat er uit de monden van die mensen komt, is eigenlijk één groot PR-praatje. Ik liet het recente RTV Noord-interview met NAM-baas Gerald Schotman daarom zien aan een kennis die goed is in psychologie en weet welke retorische trucjes er in de wereld van PR gebruikt worden.

Het commentaar was niet mals:

* Aardbevingsuitdaging – dat hoort natuurlijk aardbevingsgevaar te zijn. Uitdaging is een eufemisme, en bovendien omzeilt Schotman zo de schuldvraag.

* De uitdaging is zo groot dat er veel partijen nodig zijn, we moeten het met z’n allen doen – zo maakt Schotman andere partijen medeverantwoordelijk voor het abstracte “vooruitgang”.

* Het gaat niet om vertrouwen in NAM, maar om vertrouwen in de toekomst – weer schuld verleggen, door te doen alsof de statistieken niet op de gevolgen van de gaswinning slaan, maar op gevoelens en angsten die bij mensen leven.

* Wat mensen zelf nou eigenlijk willen – ook bij de moeizame afhandeling van de 195 complexe gevallen legt Schotman de schuld buiten zichzelf. In feite zegt hij dat het door de bewoners komt dat er geen voortgang in die gevallen is.

Het PR-praatje lijkt dus vooral bedoeld om de schuld af te schuiven, een beetje op die andere partner in de Maatschap Groningen (de Nederlandse staat, die veel extra partijen heeft gecreëerd om zich tegen Groningen aan te bemoeien), en nogal veel op de gedupeerden. En dat terwijl zich in Groningen toch echt een industriële ramp voltrekt, die voorzien en voorkomen had kunnen worden.

Dat de trukendoos van de veroorzakers niet toereikend is voor het afdekken van deze ramp, blijkt wel uit dit citaat uit een interview met Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders in het ledenblaadje van de Vereniging Eigen Huis:

Ik wil realistisch zijn: dit kan wel eens 10 jaar gaan kosten.

En dat terwijl Alders nog niet eens echt begonnen is.

De door Kamp ingestelde Commissie Meijdam stelt overigens dat iedere Groninger over maximaal 5 jaar even veilig zou moeten kunnen wonen als andere inwoners van Nederland.

Je zou zeggen, dat is een bindend advies, maar nee, de Commissie voegt er gauw aan toe dat dit behoort tot de beleidsruimte van de verantwoordelijke overheden en van de ruimte van de Nationaal Coördinator Groningen.

En die laatste telt er dus bij aanvang van zijn Meerjarenprogramma alvast vijf jaar bij op. Maar, voegt Alders er invoelend aan toe:

Het gaat om schade aan je thuis. Dat is heel ingrijpend.

Wat hebben wij Groningers eigenlijk aan die uitgekauwde invoelendheid? Daarmee krijgen wij toch echt niet terug wat de gaswinners van ons hebben afgepakt: ons thuis.

Ik vroeg medegedupeerden om te beschrijven wat “thuis” voor hen betekent:

  • Thuis staat gelijk aan innerlijke rust. Het is voor velen moeilijk om angst, woede, verdriet en verbolgenheid opzij te schuiven. De nachtrust lijdt eronder. Er is een eindeloze zoektocht naar vrede in het hart. (Denk aan Lao Tse: Om thuis vrede te hebben, moet je hem vinden in je hart.)
  • Thuis is een plek waar je geen gevaar voelt. Je moet je kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden in huis kunnen ontvangen zonder dat deze gevaar lopen voor een gasbeving.
  • Thuis is een plek waar je geen moeite hoeft te doen voor de meest vanzelfsprekende dingen, nauwelijks ergens bij stil hoeft te staan.
  • Thuis is waar je helemaal je eigen leven kunt leiden, in plaats van dat je geleefd wordt. Een plek waar je door normale zaken ziek kan en mag worden, niet door alle gaswinningsellende.
  • Thuis is een plek waar je graag naar toe gaat, niet een plek die je zoveel mogelijk probeert te ontvluchten.
  • Thuis is een plek die je steeds weer naar je eigen zin kunt inrichten, waar je lekker kunt rommelen. Niet een plek waar alles stil staat, omdat je weet dat er moet worden versterkt en/of omdat er van alles gesloopt moest worden om schade te herstellen.

En, als uitsmijter, neem ik hier integraal de uitleg over van een Groninger in hart en nieren:

Thuis is voor mij de regio waar mijn grootouders en voorvaderen woonden. Het gebied waar mijn verleden ligt en mijn heden onzeker is en mijn toekomst uitzichtloos is. Mijn huis, mijn thuis. Mijn veilige haven zou een plek moeten zijn van geborgenheid en rust, een oase in onze drukke wereld. Maar door de schoften uit Den Haag is het een ketting aan mijn been en een steen om mijn nek. En geeft meestal een gevoel van rusteloosheid en bitterheid. Het is bijna in alles het tegenovergestelde van wat het zou moeten zijn.

Oh, hoe bitter.

Hoe de gaswinners omgaan met de gevolgen van de industriële ramp die zij hebben veroorzaakt is in bijna alles het tegenovergestelde van hoe het zou moeten.

En dat is precies de reden dat ook het “thuis” van duizenden Groningers in bijna alles het tegenovergestelde is van wat het zou moeten zijn.

De kloof tussen theorie en praktijk

KloofHet gasdebat van vandaag zal over vele dingen gaan, maar niet of nauwelijks over Winningsplan 2016. Dat is namelijk nog niet af. En omdat Winningsplan 2013 inclusief wijziging is vernietigd door de Raad van State (waarvoor dank), is er op dit moment geen up to date winningsplan.

NAM pompt dus min of meer in een beleidsmatig vacuüm.

De vernietiging van Winningsplan 2013 was een gevoelige nederlaag voor Shell en Exxon. Het hing vooral op de inschatting van de risico’s. Zij zullen er dus alles aan doen om dat onderdeel in Winningsplan 2016 stevig af te dekken. Letten ze bij Groninger huizen niet of nauwelijks op funderingsschade, hun eigen winningsplan bouwen ze het liefst op een fundering die de kritiek van de Raad van State moeiteloos kan doorstaan.

Het gaat er dit keer niet alleen om de risicobeoordeling deugdelijk te laten lijken. Het ding moet ook nog deugdelijk zijn – binnen de kaders die de overheid daarvoor schept. (Addertje onder het gras!)

Namens Kamp heeft een wetenschappelijke adviescommissie, bestaande uit mensen die veelal een link met Shell hebben (dus niet onafhankelijk), de modellen van NAM tegen het licht gehouden. Die commissie heeft onlangs een tussenrapport gepubliceerd – in het Engels.

Erg technisch allemaal. Ik heb het document vertaald in het Nederlands, en probeer hieronder de dingen die ik enigszins snapte in eenvoudige taal te duiden.

  • NAM sorteert voor op ‘veilig produceren’ bij 33 miljard kuub per jaar. De politieke realiteit is echter dat we nooit meer boven de 27 miljard van de Raad van State uit zullen komen. Sterker nog, de maatschappelijke druk om de productie verder te verlagen neemt met de dag toe. Ook tijdens het gasdebat vandaag zal er in enige mate bingo gespeeld worden.
  • In de risicomodellen wordt wél rekening gehouden met instortende gebouwen, maar niet met de externe risico’s en gevaren, zoals industrie, infrastructuur en overstromingen.
  • Ook aan niet-levensbedreigende schade aan gebouwen wordt in de modellen van NAM relatief weinig aandacht besteed. En dat terwijl het aantal beschadigde huizen in Groningen jaar op jaar exponentieel toeneemt.
  • De verdeling van de productie over het veld wordt gebaseerd op operationele beperkingen. Naar risico’s wordt hierbij niet of nauwelijks gekeken. NAM-logica dicteert dat er in de productiemodellen in gebieden met weinig seismiciteit weinig wordt gewonnen, maar in het zuiden en zuidwesten, waar de seismiciteit toeneemt, juist meer.
  • Het “regeldeel” van het Meet- en Regelprotocol is gehuld in nevelen. In dit deel zou NAM concreet kunnen ingaan op twee oplossingen die vanuit de maatschappij worden aangedragen: productietempo omlaag, en injectie van stikstof of water om de druk in het veld op peil te houden. Maar dat doet NAM dus niet – of althans niet openlijk, zodat de adviescommissie er ook naar kan kijken.
  • NAM heeft nog erg veel aannames, en die zijn vooral ‘conservatief’. Ze doen een beetje alsof het knap van ze is dat ze in hun modellen met het allerergste rekening houden, maar aannames, conservatief of niet, vertekenen het beeld. Hoe minder aannames, hoe beter.
  • Een goede simulatie is niet-stationair, dat wil zeggen dat iedere verandering wordt meegenomen in de simulatie vanaf het moment van de verandering. NAM vindt zelf dat hun model niet-stationair is. Maar in de simulatie van de kwetsbaarheid van gebouwen wordt totaal geen rekening gehouden met de effecten van beving op beving op beving. Het is alsof na iedere beving beschadigde of zelfs ingestorte gebouwen direct weer hersteld worden. (Kaboutertjes?)
  • Ook kunnen Groningers in de simulatie van NAM meerdere keren doodgaan. (Dat is de Grunneger wilskracht. We laten ons niet kisten!)
  • In het totaalplaatje zouden álle risico’s moeten worden gesimuleerd, zodanig dat ook de effecten van die risico’s op elkaar zichtbaar worden. Maar dat gebeurt niet. Het risico van vallende objecten wordt bijvoorbeeld apart gemodelleerd.
  • Het effect van versterking op de kwetsbaarheid van gebouwen wordt met de natte vinger ingeschat. Komt onder meer doordat er ruim drie jaar na de Huizinge-beving nog nauwelijks gebouwen versterkt zijn. En dat komt weer doordat er eerst onderzoek moest worden gedaan. Heel veel onderzoek.
  • Het wordt een hele toer om alle huizen te vinden die versterkt moeten worden. De catalogusaanpak (ook een soort natte vinger) moet dat probleem deels ondervangen, maar iedereen is het er over eens dat er een zekere mate van overkill in de versterking zal moeten zitten. Die overkill schat NAM zelf veel te laag in.

En, last but not least, even terug naar het addertje onder het gras:

  • De risico’s worden beoordeeld op basis van criteria die door Commissie Meijdam zijn vastgesteld. Dit is een bestuurlijke commissie, die de opdracht heeft gekregen om te komen tot een ‘maatschappelijk aanvaard risicobeleid’. Dat is een zelfbedachte term. Risico is risico, en wetenschappelijk onderzoek hoort niet beperkt te worden tot iets wat de partijen van de Maatschap Groningen het beste uitkomt, alleen omdat het minder kost.
  • Zie in dit verband ook deze lezenswaardige column van emeritus hoogleraar Veiligheid & Rampenbestrijding Ben Ale, in het tijdschrift Ruimtelijke veiligheid en risicobeleid: ‘Er komt geen redelijk aardgasbeleid‘.

Conclusie

NAM en Kamp moeten nog heel wat rimpeltjes glad strijken voor het gasdebat van komend najaar, als Winningsplan 2016 op de rol staat.

Ik hoop dat de belangrijkste documenten tegen die tijd keurig in het Nederlands vertaald worden, en van een leeswijzer worden voorzien. Het wetenschappelijke jargon maakt dat het zelfs mij soms moeite kost om te zien hoe we nou weer verneukt worden, in de kloof tussen theorie en praktijk.

PS Op- en aanvullingen zijn altijd welkom.

Wie betaalt, bepaalt

vangnet-gatVoor de zoveelste keer neem ik u mee in onze Kafkaiaanse strijd om duidelijkheid te krijgen over de Commissie Bijzondere Situaties. Sinds mijn vorige blogartikel over dit uiterst grofmazige vangnet is er namelijk wel een en ander gebeurd. En omdat u altijd mee hebt gelezen en mee hebt geleefd, hebt u recht op een update.

Vorige keer vertelde ik dat de Commissie het dossier zou sluiten als wij niet op tijd op het aanbod zouden reageren – en dat terwijl onze klacht nog liep.

Ik had u graag willen melden dat ik heb kunnen afdwingen dat het dossier open blijft VANWEGE de klacht. Maar nee. Het dossier blijft weliswaar open, maar alleen omdat de Commissie toch per 1 januari 2016 wordt opgeheven.

We krijgen, zeer genereus, tot die datum de tijd om nog wat na te denken over het aanbod.

Wat gebeurt er na 1 januari met ons dossier?

Dat kan ik u niet vertellen. Vraag het maar aan Hans Alders. U kunt dat doen op woensdag 4 november, als hij zijn plannen presenteert in Loppersum.

Doe hem van mij de onvriendelijke groeten.

Zeg maar dat het fijn was nooit meer wat van hem te horen na de e-mail die ik hem op 25 juni over het Commissie-gedonder stuurde (met CC naar enkele van zijn PvdA-partijgenoten, zoals Tjeerd van Dekken en Jan Vos).

Vraag hem wat “zeer grote spoed en voortvarendheid bij de afhandeling van alle bij de Commissie voorliggende gevallen” inhoudt. (Daar zou hij samen met de provincie Groningen op aangedrongen hebben.)

Vraag hem ook of hij het verschil kan uitleggen tussen “een standpunt bepalen” en mensen compleet negeren.

En tot slot, vraag hem hoe de provincie Groningen erbij komt dat “de zaak ter afhandeling is overgedragen aan de Nationaal Coördinator Groningen”.

Want nogmaals, ik heb van die hele Alders sinds juni dit jaar NIETS meer vernomen. (Van zijn partijgenoten overigens ook niet.)

Nou ja, op de automatische ontvangstbevestiging van die ene e-mail na dan. Met een veelzeggende voetnoot:

Let op: Dit bevestigt alleen dat uw bericht bij de geadresseerde is
weergegeven. Er is geen garantie dat de geadresseerde het bericht
daadwerkelijk heeft gelezen of de inhoud ervan heeft begrepen.

Zijn gemeente, provincie en EZ verantwoordelijk?

Nee. Althans, dat vinden zij zelf van niet. Ik citeer uit een brief van de afdeling Rechtsbescherming van de provincie Groningen:

De Commissie Bijzondere Situaties is een onafhankelijke instantie, ingesteld op verzoek van de minister van Economische Zaken door de NAM in overleg met de provincie Groningen. Zij behoeft over haar werkzaamheden geen verantwoording af te leggen aan de provincie.

Over dit antwoord deed de provincie bijna 16 weken.

Da’s netjes, vergeleken met het ministerie van Economische Zaken, of liever gezegd: de Haagse tak van de Overheidsdienst Groningen. Ondanks vele excuses van de behulpzame ambtenaar die ik bijna wekelijks hierover spreek, is de beantwoording van onze klacht nog altijd niet afgerond. (We zitten nu in week 21.)

Wel is mij telefonisch medegedeeld dat ook EZ de Commissie niet erkent als een regeling die valt onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan. De klacht wordt daarom behandeld als een burgerbrief.

Wie is er dan wél verantwoordelijk?

Dat vroeg ook de Tweede Kamer zich af. Begin dit jaar werd er een Kamervraag over gesteld.

Uit documenten in deze bijlage bij een WOB-besluit over de Commissie Bijzondere Situaties blijkt dat de Kamervraag door EZ is doorgestuurd naar de Commissie.

Kennelijk wist EZ na bijna een jaar nog niet helemaal hoe het zat.

Het antwoord van de Commissie vindt u in document 20 in de WOB-bijlage:

De Commissie is ingesteld op basis van de brief van minister Kamp van 22 januari 2014. De leden van de Commissie zijn door het openbaar bestuur aangezocht. De Commissie is als onafhankelijke instantie werkzaam. De besluiten die de Commissie neemt zijn voor de NAM bindend.

In het officiële antwoord van Kamp maakte EZ daar het volgende van:

De Commissie is als onafhankelijke instantie werkzaam. De besluiten die de Commissie neemt zijn voor NAM bindend. Uiteindelijk ben ik eindverantwoordelijk voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek in Groningen.

En nu moeten meelezende Kamerleden even goed opletten. Er is namelijk een belangrijke zin weggelaten in het officiële antwoord van minister Kamp. Ik herhaal hem hier even:

De leden van de Commissie zijn door het openbaar bestuur aangezocht.

De reden dat deze zin is weggelaten? Het is hoogstwaarschijnlijk een leugen.

Wie betaalt, bepaalt?

Een belangrijk document in de WOB-bijlage is de zogenaamde Factsheet Schrijnende Gevallen.

Dit is, blijkens de correspondentie hierover tussen twee EZ-ambtenaren, een ‘aangepaste versie’. Waarom de WOB-bijlage alle eerdere versies van deze factsheet niet bevat, weet ik niet. Maar dat terzijde.

De factsheet staat bol van de zinnetjes die het aloude gezegde ‘Wie betaalt, bepaalt’ perfect illustreren.

NAM stelt een fonds in voor speciale situaties.

Het geld, 15 miljoen voor een periode van 5 jaar, komt dus van NAM.

Het fonds zal worden beheerd door een onafhankelijke instantie.

Dit is een leugen. Op pagina 8 van deze zelf-evaluatie geeft de Commissie aan dat ze niet over een eigen bankrekening beschikken. Het budget is in beheer bij NAM.

… is NAM gevraagd om, als interim oplossing in overleg met de Provincie, een drietal deskundigen aan te stellen…

Niet EZ, niet de provincie, niet de gemeenten, maar NAM heeft de Commissie aangesteld.

Voor deze interim Commissie heeft NAM de volgende personen benaderd en bereid gevonden:

Waarna een opsomming volgt van de mensen die later inderdaad de Commissie hebben gevormd.

Een beetje ruimer, of een beetje krapper?

In document 13 in de WOB-bijlage geeft een EZ-ambtenaar aan dat een burgemeester zich zorgen maakt over het functioneren van de Commissie. Ze zouden onvoldoende gebruikmaken van hun mandaat.

Iemand van NAM is het daar volgens de ambtenaar roerend mee eens. Maar er komt een oplossing:

Ze zouden beide het gesprek aangaan dat commissie meer gebruik zou moeten maken van hun ‘discretionaire ruimte’. Dit zijn in principe twee opdrachtgevers, dus ik neem aan dat dit gesprek wel wat zal moeten opleveren.

Discretionaire ruimte is ambtenarentaal voor “de vrijheid nemen om zelfstandig te oordelen”.

Ten eerste staat dat dubbele opdrachtgeverschap haaks op de stelling van gemeente Delfzijl, provincie Groningen én EZ dat zij niet verantwoordelijk zijn.

Wie niet verantwoordelijk is, is ook geen opdrachtgever – tenzij de opdracht luidt:

Hé NAM, hier is onze kwetsbaarste groep burgers. Ze hebben financiële problemen, medisch/psychische problemen én een beschadigd huis. Wij trekken onze handen ervan af. Zie maar wat je ermee doet. Doei!

In dat geval heeft degene die over zichzelf zegt dat hij vanuit de overheid eindverantwoordelijk is voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek een probleem. (En wie was dat ook al weer? Oh ja, minister Kamp!)

Ten tweede vraag ik me af of dat gesprek tussen burgemeester(s), NAM en Commissie wel heeft plaatsgevonden. Zo ja, dan heeft het niet veel ‘ruimte’ opgeleverd.

Over het starre handelen van de Commissie is eind november 2014 door RTVNoord-journalist Goos de Boer de rapportage Hulp schrijnende gevallen aardbevingsgebied faalt gemaakt.

Dat is aan bod gekomen tijdens een gesprek tussen de Dialoogtafel en de voorzitter van de Commissie, dhr. Aartsen. In document 15 in de WOB-bijlage toont hij zich verbaasd over de wijze waarop de Commissie in de media is geportretteerd.

Over de RTVNoord-rapportage zegt hij dat daarbij is gewerkt op basis van informatie van een voormalig casemanager van de Commissie. (Daarmee lijkt hij te impliceren dat voormalige casemanagers altijd de feiten verdraaien.)

Op de datum van de uitzending antwoordde Goos de Boer op Twitter op een vraag van Mirjam Wulfse van VVD Groningen echter dat hij met 15 gedupeerden, casemanagers en burgemeesters had gesproken:

goos-mirjam

Ook zei Goos dat de Commissie in een groot deel van de afgesloten zaken niets of weinig voor de mensen heeft gedaan, en weigert commentaar te geven.

Dat de Commissie zich niet in het geschetste beeld herkent, heeft waarschijnlijk vooral te maken met oogkleppen, wensdenken en wegmasseren van ongemakkelijke feiten. (De Dialoogtafel heeft er niet op doorgevraagd. Logisch, want ook daar zaten de ‘opdrachtgevers’ aan tafel.)

Dan is er nog het kostenplaatje, dat ook al weinig ‘ruimte’ uitstraalt.

Uit de zelf-evaluatie van de Commissie maak ik op dat er inmiddels zo’n 3,5 miljoen euro is besteed, aan 131 zaken, waarvan 84 afgehandeld.

Onder ‘afgehandeld’ valt ook ‘afgewezen’, en daar heb ik geen data van kunnen vinden, dus het is een beetje gokken hoeveel er gemiddeld per zaak is besteed. Ervan uitgaande dat de helft uit afwijzingen bestaat (een nogal forse aanname, al zou het me niet verbazen), is er zo’n EUR 83.000 per niet-afgewezen afgehandelde zaak uitgegeven.

Da’s geen vetpot, als je bedenkt dat mensen naast fysieke schade aan het huis ook waardedaling en restschuld bij eventuele (gedwongen) verkoop hebben, en inkomensverlies, en kosten voor psychologische hulp, en nog heel veel meer. Bovendien heeft de Commissie 10 woningen opgekocht – en niet de minste ook. Haal je die kosten eraf, dan zakt het gemiddelde bedrag per afgehandelde zaak aanzienlijk.

Tot slot bevat document 15 nog een curieuze aanwijzing dat de Commissie, of althans dhr. Aartsen, meer op heeft met ‘krapper’ dan met ‘ruimer’.

In een gesprek met de burgemeesters blijkt hij namelijk te hebben aangegeven dat zij hun poortwachtersfunctie wel eens wat kritischer zouden mogen uitvoeren.

De problemen in Groningen stapelen zich huizenhoog op, steeds meer mensen komen in financiële en medisch/psychische nood door de gaswinningsellende, en dus moet er aan de poort meer worden afgewezen, uit budgettaire overwegingen.

Zou dat de gedachte zijn geweest?

Overigens is mij niet duidelijk of Aartsen c.s. betaald worden voor deze geldbesparende tactieken ten faveure van hun opdrachtgevers.

In documenten 8 en 9 in de WOB-bijlage vraagt NAM aan EZ of ze de Commissie niet net zo’n vergoeding moeten aanbieden als Onafhankelijk Raadsman Klaassen. Het is dan april 2014, de Commissie is nog maar net van start.

De NAM-medewerker stelt dat Aartsen er niet zo’n problemen mee heeft om onbezoldigd te werken, maar wie weet is dat sindsdien wel veranderd en heeft deze Wijze van het Noorden toch nog lekker kunnen cashen op het spelletje ‘van ruim naar krap’.

Opvallend is natuurlijk ook dat NAM over die vergoeding met EZ overlegt. Als EZ niet (mede-) verantwoordelijk is voor de Commissie, hoeft EZ toch ook niet om raad te worden gevraagd?

Conclusie

Wie betaalt, bepaalt. Dat geldt al sinds 1963 in Groningen, en niets duidt erop dat dit intussen is veranderd.

Maar dat gemeenten, provincie en EZ zich niet verantwoordelijk achten voor de gedragingen van deze Commissie, is een gotspe. Zij zijn in ieder geval medeplichtig. Ze hebben hun zorgplicht verzaakt. En dat is een zeer ernstige zaak.

Dat, en het feit dat er met de privacy van de gedupeerden van deze Commissie op ronduit schandalige wijze is omgesprongen, is mogelijk de reden waarom de behulpzame EZ-ambtenaar flink wat juristen heeft moeten raadplegen tijdens het verzamelen van informatie voor de beantwoording van onze klacht (pardon, ‘burgerbrief’).