Gek van papieren parallelle werkelijkheid

arghEerder deze week stonden in de rechtbank te Assen Groningse gedupeerden tegenover de Staat en de NAM, inzake immateriële schade en vermogensschade door de gaswinning. De landsadvocate stelde dat de Staat er alles aan deed om de Groningers zo goed mogelijk te beschermen. Daarom is er volgens haar van onrechtmatig handelen geen sprake. De advocaten van de NAM gooiden het over een andere boeg. Eisers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht hadden op vergoeding van smartengeld dan wel vermogensschade door derving van woongenot.

Tijdens de zitting werd verwezen naar alle maatregelen die de Staat en de NAM hadden getroffen. Maar uit het enkele feit dat er (op papier) maatregelen zijn getroffen, kun je niet afleiden dat onze veiligheid gewaarborgd is, noch dat onze rechten voldoende gerespecteerd worden.

Ik kan met gemak een juridisch sluitend betoog houden waaruit blijkt dat het kul is wat de Staat en de NAM beweren. Dat is echter iets voor rechtbanken. In dit artikel zoom ik in op de tekentafelwerkelijkheid waarmee Haagse beleidsmakers en hun ingehuurde knechten zich hebben losgezongen van de realiteit in Groningen.

Versterken

In november 2015 stelde de Raad van State dat niet was gebleken dat het versterkingsprogramma zoals vermeld in het winningsplan onuitvoerbaar zou zijn.

Op een paar dromers ten burele van de NCG na, wist iedereen in Groningen wel beter. En we kregen gelijk. Een jaar later is er nauwelijks versterkt, de inspectie van alle woningen in ‘de kern van het gebied’ is nog niet eens rond. Nu de bevingen zich verplaatsen naar het zuidoosten, reist het circus van Hans Alders mee. Nieuwe plannen, nieuwe inspecties, dit keer in Appingedam en Delfzijl. En weer roeptoetert de man willekeurige cijfers over te inspecteren en versterken woningen.

Bij dit alles grijpt de NCG steevast terug op ‘de norm’. Dat is een door de Commissie Meijdam op verzoek van EZ bekokstoofd allegaartje van risico-wensdenken. Ik schreef daar al eerder over, hier en hier. Die norm past binnen de papieren werkelijkheid waarmee ‘Den Haag’ de ramp terugbrengt tot hanteerbare proporties. (De basis klopt niet, en de uitwerking ervan al helemaal niet.)

In de Commissie Meijdam zat onder andere professor Helsloot. Die schreef onlangs op eigen titel het stuk Aardgas: is het echt onaanvaardbaar dat burgers risico lopen omwille van het algemeen belang? De professor heeft een enorm relativerende helikopterview, getuige dit citaat:

Uitgaande van de huidige inzichten gaat het bij een aardbeving van 5 schaal op de schaal van Richter om mogelijk enkele doden en tientallen gewonden door het instorten van oudere, veelal onverstevigde bouwwerken. Aangenomen dat er elk jaar een zware aardbeving plaatsvindt, dan hebben we het per jaar over een verlies van maximaal honderd levensjaren en enkele honderden miljoenen euro’s aan gebouwen en infrastructuur, wat is dan een redelijke beslissing?

In het rapport Van Rossum ging het nog om 170.000 wooneenheden, de NCG heeft het over 22.000 woningen in ‘de kern van het gebied’, en recent zijn daar dus Appingedam en Delfzijl bij gekomen. Wanneer de bevingen de tekentafelwerkelijkheid achterhalen, komt vanzelf ook de stad Groningen bij, en zijn we weer terug bij de conclusie van het rapport Van Rossum. Dat zijn heus niet allemaal oude gebouwen. Wel zijn ze allemaal onverstevigd. Dat krijg je ervan als de Staat en de NAM decennialang de andere kant op kijken en de vingers in de oren stoppen.

Nationale ramp

In zijn helikopter gaat professor Helsloot eraan voorbij dat er bij een beving van 5.0 op de Schaal van Richter in Groningen nog veel meer aan de hand is dan wat colleteral damage, zoals een paar dooie Groningers en het instorten van wat ouwe meuk in deze met kranten dichtgeplakte uithoek van het land. (Sorry voor mijn cynische weergave van zijn uitspraak. Ik ben een van de mensen wiens levensjaren op het spel staan, daar komt het door.)

Onlangs is in de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen het deeltje PGS6: Aanwijzingen voor de implementatie van het BRZO 2015 verschenen. Daarin is een heel hoofdstuk gewijd aan aardbevingen. En dit is de werkelijkheid die daaruit naar voren komt (cursivering door mij):

Door het ontbreken van een eenduidig landelijk beleidskader ten aanzien van aardbevingen kan van de bevoegde gezagen en van inrichtingen op dit moment geen uitspraak worden verlangd of de risico’s afdoende zijn beheerst. Daarnaast is het zo dat ook openbare voorzieningen zoals stroom- en gasvoorzieningen, dijken door aardbevingen geraakt kunnen worden. Aannemelijk is dat bij een zware aardbeving sprake is van een nationale ramp. De mogelijkheden van inrichtingen om zich voor te bereiden op een algemene uitval van openbare voorzieningen zijn vaak beperkt.

Wat staat hier eigenlijk? Dat er, vier jaar na Huizinge, geen regels zijn waarbinnen de ramp in Groningen te vatten is. Eerlijk gezegd denk ik ook niet dat dat ooit zal gebeuren. Het IS namelijk niet in regels te vatten. Alle risicomodellen ten spijt, is de werkelijkheid in Groningen gewoon te weerbarstig. De onzekerheid is groot en zal nog jaren groot blijven.

Wanneer zich een zwaardere beving voordoet, moeten wij het maar uitzoeken met z’n allen. De enkeling met een versterkte woning kan dan wellicht levend het pand verlaten – om er vervolgens niet in terug te kunnen keren, want de woning zelf is total loss. Mogelijk laat deze bofkont alsnog het leven als gevolg van dijkdoorbraken, kapotte buisleidingen, ellende op Chemiepark Delfzijl en ga zo maar door. Blijft-ie in leven, dan is het maar de vraag of de gedupeerde Groninger ooit fatsoenlijk gecompenseerd zal worden.

Dagelijkse ramp

Want naast deze Ramp der Rampen is er nog de dagelijkse ramp van de loopgravenoorlog waarin steeds meer Groningers verzeild zijn geraakt. Alleen al de afhandeling van de HUIDIGE SCHADE (ruim 77.000 schademeldingen, and counting) verloopt zo ongelooflijk traag en onrechtvaardig dat we er met z’n allen aan onderdoor gaan. Combineer dat met het Zwaard van Damocles dat ons boven het hoofd hangt, en je krijgt een verpletterende realiteit. Gecreëerd en in stand gehouden door de Nederlandse Staat en de NAM (Shell en Exxon).

Katherine Stroebe, hoofddocente Sociale Psychologie aan de RUG, omschrijft de situatie als “een zich langzaam voltrekkende ramp”. In haar artikel Gaswinning schaadt de gezondheid stelt ze:

De schade die de gaswinning veroorzaakt, vormt een groot risico voor de psychische en lichamelijke gezondheid, juist ómdat ze een menselijke oorzaak heeft.

Conclusie

Mevrouw Stroebe heeft het over “gevoel van onveiligheid”, “gevoel van onrecht” en “gevoel de controle over het leven kwijt te zijn”.
Schrap dat woordje gevoel maar. Er is concreet sprake van onveiligheid, onrecht en verlies van controle over ons leven.

Daar komt bij dat de gaswinning, alle excuses ten spijt, door beleidsmakers nog steeds niet gezien wordt als een nationale ramp, maar als een ‘maatschappelijke discussie’, een kille afweging van belangen, waarmee voorbij gegaan wordt aan basale rechten.

Wat wij vinden van het verschuilen van de Staat en de NAM achter hun eigen papieren parallelle werkelijkheid, wordt door Folkert Buiter prima verwoord in zijn stuk Schaamteloze hebberigheid:

Doof, blind en gevoelloos zijn de exploitanten en profiteurs van de gaswinning en met hen, hun woordvoerders en advocaten. De Staat en de NAM zijn verworden tot schaamteloze hebberige hooligans, die dag in dag uit Groningen en de Groningers molesteren.

Verzet u tegen statistisch gelul

Onze enige zorgplicht: Shell en Exxon eruit schoppen
Onze zorgplicht = onze levens

Het plaatje hiernaast komt uit de Risicomethodiek van NAM. NAM heeft bedacht dat wij, als eigenaar / beheerder van onze huizen, zorgplicht hebben, en vult dat namens ons in met ‘achterstallig onderhoud’. Uiteraard neemt NCG die terminologie braaf over. (Good dog!) Maar onze zorgplicht ligt heel ergens anders. Ik leg het aan u uit aan de hand van het recent verschenen Winningsplan en het Meet- en Regelprotocol.

Aardbevingsrisico

In beide documenten wordt gesproken over het zogenaamde ‘aardbevingsrisico’. Dat is niet, zoals je zou verwachten, het risico dat er aardbevingen plaats zullen vinden in Groningen. (Dat risico is namelijk 100%, en als je dat als basis neemt, moet je gewoon stoppen met winnen. Dat willen Shell en Exxon niet. En ‘onze’ overheid wil het ook niet.)

Nee, het aardbevingsrisico is een door de Commissie Meijdam in opdracht van EZ geformuleerd sadistisch statistisch dingetje. Het is de kans dat iemand in de periode van één jaar komt te overlijden als gevolg van een aardbeving.

Meer specifiek heet dit het ‘Objectgebonden Individuele Aardbevingsrisico (OIA)’, en daar schreef ik eerder dit artikel over.

Op dit afgebakende risico is nogal wat aan te merken. Dat het alle andere mijnbouwschade uitsluit bijvoorbeeld. De geïnduceerde bevingen in Groningen vinden heus niet plaats in een vacuüm. Gaswinning heeft nog veel meer (ernstige) gevolgen, en al die gevolgen werken in op elkaar, op ons, en op onze huizen.

Daarnaast is het OIA doortrokken van de aannames over hoe Groningers wonen, werken en leven. Onze kans op overlijden door één van de gevolgen van gaswinning, hangt in de visie van NAM sterk samen met waar wij onze tijd doorbrengen. Maar dat kán helemaal niet in kaart worden gebracht. (Ook niet met de infraroodcamera’s op die zogenaamde aardbevingsauto.) Het gaat om vele tienduizenden mensen, verspreid over een gebied van wel 900 km2!

Kansen verkleinen

In het Meet- en Regelprotocol ratelt NAM:

Het aardbevingsrisico is niet statisch maar verandert voortdurend. Bovengrondse maatregelen zoals het versterken van gebouwen, maar ook informatie uit schadeafhandeling en preventieve inspectie van gebouwen heeft invloed op de inschatting van het aardbevingsrisico.

Kijk, en dáár zit ‘m de kneep.

De kans dat we als gevolg van de gaswinning (blijvend) lichamelijk of psychisch letsel oplopen, wordt nergens vermeld. De kans dat we voor het leven geruïneerd én getraumatiseerd zijn, wordt ook nergens vermeld. De kans dat we er ZELF maar een eind aan maken, omdat we het getreiter van Shell, Exxon en overheid niet meer aan kunnen, wordt zéker niet vermeld.

NAM doet er ondertussen alles aan om die statistische kans op overlijden door een beving op papier nog wat verder te verkleinen.

‘Bouwkundige versterking’ is hierbij het toverwoord. Om tempo te maken, wordt vooral ingezet op het versterken van rijtjeswoningen, bij voorkeur corporatiewoningen, want met één eigenaar is het makkelijker onderhandelen dan met vele duizenden. Of die duizenden particuliere eigenaren überhaupt ‘mogen’ versterken, bepaalt NAM met behulp van door NAM ingehuurde bedrijven. (En NCG helpt hen daar enthousiast bij. Nogmaals: Good dog!)

Of het versterken ooit verder zal gaan dan ‘kooiconstructie-maar-na-zware-beving-total-loss’, tja… In het Winningsplan wordt niks gezegd over funderingen, en dat is niet voor niets. Wie naar funderingen kijkt, komt tot schokkende en verstrekkende conclusies over écht bouwkundig versterken.

De aandacht gaat daarom bij voorkeur uit naar de scheuren in onze muren, en die vallen (aldus NAM) onder de lichte categorieën DS 1 en DS 2. Daarbij komt het goed uit dat NAM een particulier schademeldclubje CVW heeft, dat keurig volgens de NAM-regels schade vaststelt (= afwijst). Dat schiet lekker op.

Kortom: het aardbevingsrisico wordt op papier kleiner doordat er ‘bouwkundig versterkt’ wordt. Ook wordt het kleiner door ‘betere schade-afhandeling’. En tot slot wordt het kleiner omdat er meer ‘informatie uit preventieve inspecties’ is. (Vooralsnog met name de straatfoto’s door ARUP, eventueel gevolgd door miezerige schoorsteen-eraf-adviesjes.)

En zo kan het gebeuren dat we straks helemaal geen ‘aardbevingsrisico’ in Groningen meer hebben, terwijl er wel degelijk aardbevingen zijn. En die veroorzaken wel degelijk schade, zeker in combinatie met alle andere gevolgen van de gaswinning. Maar ja, over de kans op beschadigde, onverkoopbare huizen die langzaam maar zeker met depressieve bewoners en al de grond in zakken gaan de berekeningen van NAM helemaal niet.

Ondertussen baselt NAM nog wat over het ‘te verwachten’ aantal bevingen bij een bepaald productieniveau, en wordt er wat gerommeld met grenswaarden. Denk maar niet dat NAM minder gaat pompen als die zelfbedachte grenswaarden overschreden worden. Nee hoor, dan wordt er volgens goed NAM-gebruik van alles onderzocht en geanalyseerd en gerapporteerd.

Heel misschien wordt er daarna wat aan het ‘aardbevingsrisico’ gemorreld. (“Nou vooruit, misschien toch 0,00005% kans op overlijden.”)

En dat is het dan wel zo’n beetje.

Weiger alle medewerking

De kans op bevingen wordt als een ‘fact of life’ beschouwd en doet er niet toe. De kans op doden wordt op papier tot een minimum beperkt met allemaal statistisch gelul, ondersteund met onderzoeken die nergens op slaan. (Zoals het testen van een nagelnieuw minihuisje zonder binnenmuren, uitbouw of dakkapel op een trilplaat in Italië.)

Shell en Exxon hebben zich samen met ‘onze’ overheid losgerukt van de werkelijkheid. En dus nadert de kans op burgerlijke ongehoorzaamheid de 100%.

We moeten protesteren. Heel veel protesteren. Gigantisch veel protesteren. Ja, we hebben een zorgplicht. Wij zijn de hoeders van ons leven. En dat gaat verder dan die kans op overlijden. Veel verder.

Dat protest kan vele vormen aannemen. Ik noem er hieronder één.

NAM geeft in het Meet- en Regelprotocol aan onder andere in de volgende situatie minder gas te zullen produceren dan het aangegeven jaarvolume:

Als de voortgang van het versterkingsprogramma zodanig achterblijft dat de versterkingsopgave redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd binnen de voorgeschreven termijn van 5 jaar.

U wilt invloed uitoefenen op het achterlijke gaswinningsbeleid? U voelt zich gepiepeld als statistisch ingekaderde Groninger?

Weiger die ‘bouwkundige versterking’. Massaal. Zo wordt binnen de kortste tijd duidelijk dat de voorgeschreven termijn van 5 jaar niet gehaald wordt.

Eerst dat jaarvolume naar 12 miljard kuub of minder. Daarna gaan we wel eens praten over ingrepen in onze huizen.

Als dat dan nog nodig is.

 

Mijnbouwschade en het Burgerlijk Wetboek

wetboekSinds afgelopen zomer zijn we in Groningen twee bestuurlijke instanties rijker: de Nationaal Coördinator Groningen én de Commissie Meijdam. Beiden hebben het voornamelijk over ‘aardbevingen’, en daarmee spelen zij NAM (Shell en Exxon) in de kaart. Ik leg hieronder uit hoe ik tot die conclusie kom.

Burgerlijk Wetboek 6, Artikel 177, Lid 1

In de meeste uitlatingen van minister Kamp en de heren Alders en Meijdam komt het woordje ‘aardbevingsschade’ voor.

In het Tweede Advies van de Commissie Meijdam (dat als basis dient voor de plannen van NCG), wordt zelfs gesteld:

Daarnaast moet alle schade die ontstaat als gevolg van aardbevingen worden vergoed. Dat is een onomstreden en wettelijk bepaald gegeven.

Dat klopt. Maar tegelijkertijd geeft de Commissie hiermee een te beperkte voorstelling van zaken.

Hier volgt de letterlijke tekst van de wet:

BW 6 artikel 177 lid 1

De bodem in Groningen is voortdurend in beweging als gevolg van de gaswinning – op allerlei manieren. En al die bewegingen hebben effect op bijvoorbeeld het grondwaterpeil. Daarnaast is er ook nog wisselwerking tussen de bewegingen van de bodem en het type ondergrond (wat in extreme gevallen tot liquefactie leidt. Dit kan bij de dijken een probleem zijn.)

Iedere dag, ook als er géén beving heeft plaatsgevonden, ondergaan onze huizen de gevolgen van bewegingen in de bodem door exploitatie van de vele mijnbouwwerken die hier al ruim vijftig jaar het gigantische gasveld onder onze voeten leegzuigen.

En dat geeft iedere dag weer een beetje meer schade, want daar zijn onze huizen nooit op gebouwd. Zelfs als er in een straal van 20 km geen krachtige beving heeft plaatsgevonden, kan een huis na verloop van jaren ernstig beschadigd raken door beweging van de bodem als gevolg van mijnbouwexploitatie.

Niet-bevingsgerelateerd? Niet bij NAM/CVW

Een flinke scheur direct na een aardbeving wordt door NAM/CVW nog wel eens als A-schade gezien (‘bevingsgerelateerde schade’).

Maar als je hele huis langzaam wegzakt en scheurt, omdat het door de voortdurende beweging van de bodem uit z’n verband is getrokken, wordt het een ander verhaal.

Dan heet het al gauw een ‘complex geval’, met onder meer ‘zettingsschade’. En daar gaat NAM/CVW niet over.

Hans Alders ook niet, trouwens.

In een artikel in de Groninger Krant wordt dit nader verklaard:

Voor wat betreft zettingsschade, bodemdaling of peilwijzigingen ligt er geen rol voor de NCG. Wordt onomstootbaar vastgesteld dat schade is ontstaan door een van deze oorzaken is er een partij die verantwoordelijk kan worden gehouden. De huiseigenaren zullen dit zelf moeten opnemen en afhandelen.

NCG gaat dus écht enkel en alleen over ‘aardbevingsschade’. Het NCG-plan heet daarom ook ‘Aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen’, en niet ‘Mijnbouwschadebestendig en kansrijk Groningen’.

Bij wie moet je dan wél zijn?

Wijst NAM/CVW de schade aan je huis af, dan kun je proberen je recht te halen bij de Commissie Bodemdaling Groningen.

Deze Commissie is, in tegenstelling tot NCG (die geheel onder EZ valt), een lekker ouderwetse publiek-private samenwerking tussen het Rijk en de provincie Groningen enerzijds, en NAM anderzijds.

NAM/Commissie Bodemdaling Groningen baseert zich op bodemdalingsmodellen van NAM, en heeft als taak vast te stellen:

  • Welke handelingen, werken of werkzaamheden zijn aan te merken als maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn ter voorkoming, beperking of herstel van schade ten gevolge van bodemdaling door aardgaswinning.
  • Welke kosten, hetzij van vorenbedoelde maatregelen, hetzij anderszins (compensaties) zijn aan te merken als kosten welke de NAM overeenkomstig de regels van de bodemdalingsovereenkomst zal vergoeden.

In 2014 heeft de provincie Groningen van NAM/Commissie Bodemdaling Groningen voor ingediende claims een vergoeding van 4 miljoen euro ontvangen. (Het gaat daarbij vooral om kosten voor gemalen en de waterhuishouding.)

Het Rijk heeft geen claim ingediend in dat jaar, en dus ook niets vergoed gekregen.

Negentig particulieren dienden wél een claim in, maar kregen ook niks vergoed, want:

De Commissie is van mening dat er geen causaal verband is tussen de opgetreden bodemdaling en de gemelde schade aan de woningen.

Tja. Dat krijg je als de helft van de leden van zo’n Commissie is benoemd door het bedrijf dat de ellende veroorzaakt. Als NAM/CVW al niet wil vergoeden, dan NAM/Commissie Bodemdaling Groningen ook niet.

Addertjes onder het gras

NAM zou NAM niet zijn, als er niet wat extra schotten tussen Groningers en BW 6 Artikel 177 lid 1 waren geplaatst.

Hier volgt het huidige, zeer ontmoedigende NAM-protocol:

Stap 1: Schademelding NAM/CVW

Je meldt je schade bij NAM/CVW, de VEROORZAKER van de schade.

NAM/CVW stuurt eigen inspecteurs om poolshoogte nemen. Die constateren: de schade is ‘niet-bevingsgerelateerd’.

Er komen andere oorzaken op tafel, zoals ‘zetting’, ‘slappe bodem’, ‘constructiefouten’, ‘achterstallig onderhoud’ en ‘ouderdom’.

Je huurt eventueel nog een contra-expert in, op kosten van NAM/CVW. Die krijgt veel minder uren vergoed dan de expert van NAM/CVW, maar doet toch zijn best.

Er volgt een verbeten gevecht.

NAM/CVW houdt voet bij stuk. De schade is en blijft ‘niet-bevingsgerelateerd’.

Stap 1a: Naar de rechter

De gang naar de rechter is voor mensen in Groningen vrijwel onmogelijk. Het gemiddelde inkomen in Groningen is niet zo hoog, en een rechtsbijstandsverzekering afsluiten is er ook niet meer bij. Staatssecretaris Dijkhof wil bovendien geen apart fonds hiervoor instellen.

De facto is Stap 1a voor het merendeel van de gedupeerden niet haalbaar.

Stap 2: Voorlopige uitspraak NAM/Commissie Bodemdaling Groningen

NAM/CVW verwijst je naar NAM/Commissie Bodemdaling Groningen. Daar klop je aan, en je vraagt om een onderzoek.

Uit dat onderzoek blijkt, hoe verrassend, dat de schade niet het gevolg is van bodemdaling. De voorlopige uitspraak luidt: claim afgewezen.

Stap 3: Naar de TCBB (Technische Commissie BodemBeweging)

Helaas heeft de TCBB slechts een adviserende functie. Bovendien zijn die adviezen niet bindend voor NAM/Commissie Bodemdaling Groningen.

Je gaat dus naar de TCBB, die geeft advies, en dat advies wordt genegeerd. Einde stap 3.

(Het lijkt misschien alsof dit allemaal in moordend tempo gebeurt, maar in werkelijkheid is een gedupeerde die bij stap 3 is aanbeland, al een paar jaar bezig.)

Stap 4: Definitieve beslissing NAM/Commissie Bodemdaling Groningen

Je zet dóór en vraagt om een definitieve beslissing van de NAM/Commissie Bodemdaling Groningen. Dat wil de Commissie je wel geven, maar dan moet je eerst “toetreden tot de Overeenkomst Groningen – NAM”.

In artikel 10 van die overeenkomst staat dat je afstand doet van het recht om op een andere wijze vergoeding van NAM te verlangen.

Je tekent bij het kruisje, NAM/Commissie Bodemdaling Groningen wijst je claim definitief af, en dat is dat.

Geen vergoeding, geen rechten. Zo doen we dat, in wingewest Groningen.

Dankzij NCG beter toegang tot het recht?

Ik heb een paar hele magere bewegingen in de goede richting bespeurd in het conceptvoorstel van NCG, dat vandaag online is verschenen:

De NCG vindt het belangrijk dat aardbevingsgedupeerden op adequate wijze hun schade kunnen verhalen. Daarom zal de NCG in overleg met betrokken partijen bekijken op welke wijze voorzien kan worden in adequate juridische bijstand ter aanvulling op de bestaande mogelijkheden en de reeds ontwikkelde protocollen bij schade en preventie.

En:

De Tcbb is een onafhankelijke commissie die adviseert over het verband tussen opsporing, winning van delfstoffen en bodembeweging. Wanneer schademelders bij de Commissie Bodemdaling geen positieve uitspraak krijgt over de connectie tussen schade en bodemdaling door gaswinning, kunnen ze zich wenden tot de Tcbb. De Arbiter aardbevingsschade kan uitspraken van de Tcbb betrekken in de uitspraak.

Blijkbaar ziet NCG in dat stap 1a (de gang naar de rechter) een volwaardige stap moet zijn. Dat is fijn, al wil ik wel graag weten wie de betrokken partijen zijn waarmee NCG gaat praten over juridische bijstand. Want als een van die partijen toevallig NAM heet, dan houdt het op.

Wat mij niks zint is dat er geen enkele inclinatie bij NCG is om het schadeprotocol uit de handen van NAM/CVW en NAM/Commissie Bodemdaling Groningen te rukken. Een schadeprotocol onder leiding van onafhankelijke (écht onafhankelijke, dus niet ‘Gronings’ onafhankelijke) instanties zou het aantal ‘complexe gevallen’ aanzienlijk verminderen.

Wel voegt NCG een ‘arbiter aardbevingsschade’ toe. (Let op, deze had dus ‘arbiter mijnbouwschade’ moeten heten.)

Met de instelling van een arbiter hebben NAM en CVW al ingestemd. Ons is weer eens niks gevraagd.

Maar, belooft NCG: de uitspraak van zo’n arbiter zal voor NAM bindend zijn, en voor particulieren niet.

Dat is NCG geraden ook.

Een bindende uitspraak van een arbiter zou betekenen dat er een extra schot tussen ons en Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 177 lid 1 wordt geplaatst.

Dat zou heel raar en misschien ook illegaal zijn. Tussen ons en het Burgerlijk Wetboek mogen zelfs Kamp en zijn kornuiten niet komen. (Nog niet.)