Gek van papieren parallelle werkelijkheid

arghEerder deze week stonden in de rechtbank te Assen Groningse gedupeerden tegenover de Staat en de NAM, inzake immateriële schade en vermogensschade door de gaswinning. De landsadvocate stelde dat de Staat er alles aan deed om de Groningers zo goed mogelijk te beschermen. Daarom is er volgens haar van onrechtmatig handelen geen sprake. De advocaten van de NAM gooiden het over een andere boeg. Eisers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht hadden op vergoeding van smartengeld dan wel vermogensschade door derving van woongenot.

Tijdens de zitting werd verwezen naar alle maatregelen die de Staat en de NAM hadden getroffen. Maar uit het enkele feit dat er (op papier) maatregelen zijn getroffen, kun je niet afleiden dat onze veiligheid gewaarborgd is, noch dat onze rechten voldoende gerespecteerd worden.

Ik kan met gemak een juridisch sluitend betoog houden waaruit blijkt dat het kul is wat de Staat en de NAM beweren. Dat is echter iets voor rechtbanken. In dit artikel zoom ik in op de tekentafelwerkelijkheid waarmee Haagse beleidsmakers en hun ingehuurde knechten zich hebben losgezongen van de realiteit in Groningen.

Versterken

In november 2015 stelde de Raad van State dat niet was gebleken dat het versterkingsprogramma zoals vermeld in het winningsplan onuitvoerbaar zou zijn.

Op een paar dromers ten burele van de NCG na, wist iedereen in Groningen wel beter. En we kregen gelijk. Een jaar later is er nauwelijks versterkt, de inspectie van alle woningen in ‘de kern van het gebied’ is nog niet eens rond. Nu de bevingen zich verplaatsen naar het zuidoosten, reist het circus van Hans Alders mee. Nieuwe plannen, nieuwe inspecties, dit keer in Appingedam en Delfzijl. En weer roeptoetert de man willekeurige cijfers over te inspecteren en versterken woningen.

Bij dit alles grijpt de NCG steevast terug op ‘de norm’. Dat is een door de Commissie Meijdam op verzoek van EZ bekokstoofd allegaartje van risico-wensdenken. Ik schreef daar al eerder over, hier en hier. Die norm past binnen de papieren werkelijkheid waarmee ‘Den Haag’ de ramp terugbrengt tot hanteerbare proporties. (De basis klopt niet, en de uitwerking ervan al helemaal niet.)

In de Commissie Meijdam zat onder andere professor Helsloot. Die schreef onlangs op eigen titel het stuk Aardgas: is het echt onaanvaardbaar dat burgers risico lopen omwille van het algemeen belang? De professor heeft een enorm relativerende helikopterview, getuige dit citaat:

Uitgaande van de huidige inzichten gaat het bij een aardbeving van 5 schaal op de schaal van Richter om mogelijk enkele doden en tientallen gewonden door het instorten van oudere, veelal onverstevigde bouwwerken. Aangenomen dat er elk jaar een zware aardbeving plaatsvindt, dan hebben we het per jaar over een verlies van maximaal honderd levensjaren en enkele honderden miljoenen euro’s aan gebouwen en infrastructuur, wat is dan een redelijke beslissing?

In het rapport Van Rossum ging het nog om 170.000 wooneenheden, de NCG heeft het over 22.000 woningen in ‘de kern van het gebied’, en recent zijn daar dus Appingedam en Delfzijl bij gekomen. Wanneer de bevingen de tekentafelwerkelijkheid achterhalen, komt vanzelf ook de stad Groningen bij, en zijn we weer terug bij de conclusie van het rapport Van Rossum. Dat zijn heus niet allemaal oude gebouwen. Wel zijn ze allemaal onverstevigd. Dat krijg je ervan als de Staat en de NAM decennialang de andere kant op kijken en de vingers in de oren stoppen.

Nationale ramp

In zijn helikopter gaat professor Helsloot eraan voorbij dat er bij een beving van 5.0 op de Schaal van Richter in Groningen nog veel meer aan de hand is dan wat colleteral damage, zoals een paar dooie Groningers en het instorten van wat ouwe meuk in deze met kranten dichtgeplakte uithoek van het land. (Sorry voor mijn cynische weergave van zijn uitspraak. Ik ben een van de mensen wiens levensjaren op het spel staan, daar komt het door.)

Onlangs is in de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen het deeltje PGS6: Aanwijzingen voor de implementatie van het BRZO 2015 verschenen. Daarin is een heel hoofdstuk gewijd aan aardbevingen. En dit is de werkelijkheid die daaruit naar voren komt (cursivering door mij):

Door het ontbreken van een eenduidig landelijk beleidskader ten aanzien van aardbevingen kan van de bevoegde gezagen en van inrichtingen op dit moment geen uitspraak worden verlangd of de risico’s afdoende zijn beheerst. Daarnaast is het zo dat ook openbare voorzieningen zoals stroom- en gasvoorzieningen, dijken door aardbevingen geraakt kunnen worden. Aannemelijk is dat bij een zware aardbeving sprake is van een nationale ramp. De mogelijkheden van inrichtingen om zich voor te bereiden op een algemene uitval van openbare voorzieningen zijn vaak beperkt.

Wat staat hier eigenlijk? Dat er, vier jaar na Huizinge, geen regels zijn waarbinnen de ramp in Groningen te vatten is. Eerlijk gezegd denk ik ook niet dat dat ooit zal gebeuren. Het IS namelijk niet in regels te vatten. Alle risicomodellen ten spijt, is de werkelijkheid in Groningen gewoon te weerbarstig. De onzekerheid is groot en zal nog jaren groot blijven.

Wanneer zich een zwaardere beving voordoet, moeten wij het maar uitzoeken met z’n allen. De enkeling met een versterkte woning kan dan wellicht levend het pand verlaten – om er vervolgens niet in terug te kunnen keren, want de woning zelf is total loss. Mogelijk laat deze bofkont alsnog het leven als gevolg van dijkdoorbraken, kapotte buisleidingen, ellende op Chemiepark Delfzijl en ga zo maar door. Blijft-ie in leven, dan is het maar de vraag of de gedupeerde Groninger ooit fatsoenlijk gecompenseerd zal worden.

Dagelijkse ramp

Want naast deze Ramp der Rampen is er nog de dagelijkse ramp van de loopgravenoorlog waarin steeds meer Groningers verzeild zijn geraakt. Alleen al de afhandeling van de HUIDIGE SCHADE (ruim 77.000 schademeldingen, and counting) verloopt zo ongelooflijk traag en onrechtvaardig dat we er met z’n allen aan onderdoor gaan. Combineer dat met het Zwaard van Damocles dat ons boven het hoofd hangt, en je krijgt een verpletterende realiteit. Gecreëerd en in stand gehouden door de Nederlandse Staat en de NAM (Shell en Exxon).

Katherine Stroebe, hoofddocente Sociale Psychologie aan de RUG, omschrijft de situatie als “een zich langzaam voltrekkende ramp”. In haar artikel Gaswinning schaadt de gezondheid stelt ze:

De schade die de gaswinning veroorzaakt, vormt een groot risico voor de psychische en lichamelijke gezondheid, juist ómdat ze een menselijke oorzaak heeft.

Conclusie

Mevrouw Stroebe heeft het over “gevoel van onveiligheid”, “gevoel van onrecht” en “gevoel de controle over het leven kwijt te zijn”.
Schrap dat woordje gevoel maar. Er is concreet sprake van onveiligheid, onrecht en verlies van controle over ons leven.

Daar komt bij dat de gaswinning, alle excuses ten spijt, door beleidsmakers nog steeds niet gezien wordt als een nationale ramp, maar als een ‘maatschappelijke discussie’, een kille afweging van belangen, waarmee voorbij gegaan wordt aan basale rechten.

Wat wij vinden van het verschuilen van de Staat en de NAM achter hun eigen papieren parallelle werkelijkheid, wordt door Folkert Buiter prima verwoord in zijn stuk Schaamteloze hebberigheid:

Doof, blind en gevoelloos zijn de exploitanten en profiteurs van de gaswinning en met hen, hun woordvoerders en advocaten. De Staat en de NAM zijn verworden tot schaamteloze hebberige hooligans, die dag in dag uit Groningen en de Groningers molesteren.

Inspreektekst raad Delfzijl MeerJarenPlan

logo-gemeente-delfzijlGeachte raadsleden,

 

Sommige mensen denken dat de Nationaal Coördinator één persoon is: Hans Alders. Dat is onzin.

De Nationaal Coördinator is een samenwerkingsverband van het Rijk, de provincie en twaalf gemeenten, waaronder Delfzijl. Hans Alders geeft leiding aan de medewerkers van de Nationaal Coördinator. Meer niet.

Als raad vormt u het hoogste bestuursorgaan van de gemeente Delfzijl. Het MeerJarenPlan wordt dus mede in uw opdracht geschreven. Het is daarom aan u om te besluiten of het een goed plan is voor de inwoners van de gemeente Delfzijl.

Zelf heb ik het plan in juridische context beoordeeld. Ik ben geen jurist, maar door alle gaswinningsellende ben ik me wel steeds meer in de wet gaan verdiepen. Je moet wel, als je wilt overleven in wingewest Groningen.

Besluitvormingsproces

Het besluitvormingsproces rondom dit plan vind ik ondemocratisch.

Met de maatschappelijke stuurgroep en de bestuurlijke stuurgroep is er al over het plan gepraat, maar de gekozen volksvertegenwoordigers van de gemeente Delfzijl komen vandaag voor het eerst bijeen om het te bespreken.

En er staat geen enkele raadsvergadering meer gepland vóór begin december, als de definitieve tekst van het plan wordt vastgesteld.

Ik mag toch hopen dat u om meer tijd vraagt. U hebt het plan nog maar een week in uw bezit. Het telt 274 pagina’s. Het gaat om ingrijpende maatregelen. En juridisch schort er wel wat aan.

Alleen door extra tijd in te lassen kunt u gezamenlijk tot een gewogen oordeel komen voor u het plan goedkeurt namens de inwoners van Delfzijl.

Verder heb ik grote problemen met de laatste stap in het besluitvormingsproces.

Wanneer Henk Kamp ná officiële vaststelling van het plan nog met Gerald Schotman moet praten om tot overeenstemming te komen, is er iets niet in de haak.

Een vastgesteld plan is een vastgesteld plan. Daar zou een private partij zoals de NAM geen punt of komma meer aan mogen wijzigen.

Dat is het, en daar moeten ze het mee doen.

Schadeprotocol

Nergens in het plan wordt gesproken over ‘mijnbouwschade’. Terwijl dát toch echt is waar het hier om gaat.

In plaats van al die losse NAM-klonen, zoals Centrum Veilig Wonen en Commissie Bodemdaling, moet er één loket komen, voor alle mijnbouwschade. En dat loket moet onder volledige controle van de overheid staan, niet de NAM.

Ook moet in het plan duidelijk worden gemaakt dat het schadeprotocol niet verplicht is. Gedupeerden mógen van dat protocol gebruikmaken. Maar het hoeft niet.

Hetzelfde geldt voor de arbiter. Gedupeerden mógen er gebruik van maken, maar ze zijn het niet wettelijk verplicht.

Op elk gewenst moment mogen gedupeerden namelijk ook naar de rechter stappen. Artikel 17 van de Grondwet is daar heel duidelijk over: de gang naar de rechter mag niet belemmerd worden.

En daarom is het van groot belang dat alle Groningers rechtsbijstand krijgen – zonder beperkende voorwaarden, en niet betaald door de NAM.

Ik stel voor dat u de Nationaal Coördinator opdraagt de passage over rechtsbijstand scherper te formuleren.

Daadkracht en snelheid

U hebt de eerste input van het college ontvangen. Daarin staat dat afspraken op programmaniveau met de NAM onontbeerlijk lijken om de benodigde daadkracht en snelheid in de uitvoering te organiseren.

Over daadkracht en snelheid in de uitvoering staat op pagina 122 van het plan het volgende:

Er is de laatste jaren veel wetgeving tot stand gekomen die is gericht op efficiëntere en slagvaardigere besluitvorming op dit terrein (bijvoorbeeld Wro, Wabo en Chw).

CHW, dat is de Crisis- en HerstelWet – de Heilige Graal voor partijen die met daadkracht en snelheid alles BOVEN de grond van de kaart zouden willen vegen, zodat datgene wat ONDER de grond zit nog makkelijker omhoog kan worden gehaald.

Ook de WABO is genoemd. Dat hangt samen met Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, oftewel VTH. U hebt daar van mij via de griffie een factsheet Uitvoeringskader over ontvangen.

De mega-operatie die volgend jaar in gang wordt gezet, zal in veel gevallen neerkomen op onteigening, sloop en wederopbouw. Dat betekent dat er een groot beroep zal worden gedaan op VTH.

Uw gemeente kan dat werk niet aan. Om de gemeente te ontlasten, stelt de Nationaal Coördinator daarom voor om rollen te knippen, stappen in procedures over te slaan en toetscriteria aan te passen.

NAM-kloon Centrum Veilig Wonen gaat een groot ICT-systeem optuigen, en daar wordt alles in gekoppeld. Gemeenten controleren steeksproefsgewijs of het wel goed gaat.

Een en ander wordt vastgelegd in het Uitvoeringskader VTH, in het plan ook wel omschreven als een convenant. Is dat nou zo’n afspraak met de NAM die onontbeerlijk lijkt om tot de benodigde daadkracht en snelheid te komen?

Volgens mij hoeft de gemeente Delfzijl met de NAM alleen af te spreken op welke bankrekening de benodigde gelden voor de mega-operatie moeten worden gestort. Meer afspraken zijn echt niet nodig.

VTH moet geheel los van de NAM worden geregeld, zoals ook het schadeprotocol geheel los van de NAM moet staan.

Ook bestuursrechtelijk gaat er iets niet goed met dat Uitvoeringskader.

Pas twee dagen geleden beschikte uw college over het concept van dat zeer bepalende document, dat niet los kan worden gezien van het nu voorliggende plan.

En u, het hoogste bestuursorgaan, krijgt het pas te zien als het college het over een paar weken heeft vastgesteld.

Hoe kunt u nu over dit plan beslissen zonder over het onderliggende Uitvoeringskader VTH te beschikken? Dat gaat niet, en dat weet de Nationaal Coördinator best.

Geachte raadsleden, pas op uw zaak. Het gaat hier wel om de toekomst van Groningen, en om de handhaving van democratische principes.

Neem de tijd. De ellende is groot – die ene maand extra kan er ook nog wel bij.

Doorzettingsmacht

Ik zou nog uren kunnen vertellen, bijvoorbeeld over de chemische industrie.

Onlangs heb ik u, namens een groep bezorgde inwoners, de factsheet aardgascondensaat gestuurd. Deze is ook naar alle statenfracties gestuurd.

In het plan van de Nationaal Coördinator gaat alle aandacht uit naar BRZO- en BEVI-bedrijven. De tanks met aardgascondensaat van de NAM vallen daar echter NIET onder, terwijl dat gezien de aard en hoeveelheid van deze zeer gevaarlijke stof wel zou moeten.

Dat tankenpark staat in een soort regelvrije zone, en dat komt de NAM wel goed uit, maar de inwoners van Delfzijl niet. Doe er wat aan!

Ik zou het ook nog kunnen hebben over de Commissie Bijzondere Situaties – ook al zo’n NAM-kloon, waarnaar ik met mijn gezin vorig jaar door de vorige burgemeester Emme Groot ben doorverwezen.

Dat gaat niet goed – wij worden niet geholpen. En dus heb ik geklaagd bij onder anderen minister Kamp. Die liet Hans Alders antwoorden. Na 23 weken schreef Alders: “Het past mij niet om te treden in de werkzaamheden van de Commissie Bijzondere Situaties.”

Waar is nu die doorzettingsmacht van de Nationaal Coördinator?

Mijn conclusie na lezing van het MeerJarenPlan: De NAM is en blijft aan zet. Zelfs uw eigen college neemt niet echt afstand van NAM-kloon Centrum Veilig Wonen.

En wat doet u?

Als u met het plan instemt zoals het nu is, levert u uw familie, vrienden, buren en collega’s via de bestuurlijke weg uit aan de NAM.

Vooral voor mevrouw Naafs van de VVD – die er vandaag niet is – lijkt me dat een duivels dilemma, daar zij werkt voor de Shell/NAM. Daarom is het maar goed dat zij vanwege mogelijke belangenverstrengeling niet mag meepraten en zich moet onthouden van stemming.

Maar ook voor de andere raadsleden, die in hun dagelijks werk mogelijk zaken doen met de NAM, is het bijzonder moeilijk om een gewetensvolle afweging te maken.

Mijn dringende advies is dit: Schop Centrum Veilig Wonen en alle andere NAM-klonen uit het plan en houd u aan de letter van de wet. Kijk naar de uitspraak van de Raad van State. Het enige wat écht redding kan bieden is het recht.

Ik wens u allen gezamenlijk veel moed en wijsheid toe.

Milieuneutrale praatjes vullen geen gaatjes

Pas op voor Kwik en de BTEX Brothers
Pas op voor Kwik en de BTEX Brothers

De afgelopen weken heb ik samen met Bram Reinders (Groningers in Opstand), Marcel Drenth en andere belanghebbenden uit de gemeente Delfzijl hard gewerkt aan het verzamelen van informatie voor een zienswijze.

Deze zienswijze betreft een vergunningsaanvraag van de NAM voor aanpassingen aan de inrichting OSF (Opslag- en ScheidingsFaciliteit) te Farmsum.

(Farmsum? OSF? Oh ja, van die joekels van tanks vol hypergevaarlijk aardgascondensaat, die op een paar honderd meter van de bebouwde kom niet-bevingsbestendig staan te wezen.)

Over de risico’s van het aardgascondensaat sprak ik tijdens de aandeelhoudersvergadering van Shell in mei dit jaar Ben van Beurden al eens aan, waarna ik hem per brief een lawine aan gedetailleerde vragen stuurde.

Daar kwamen weken later antwoorden op waar ik nog niet echt tevreden mee was. (Bram en Marcel en de andere belanghebbenden ook niet, overigens.)

Ondertussen ontdekten we dat die vermaledijde tanks met condensaat op hetzelfde bedrijventerrein staan als Chemiepark Delfzijl, maar niet onder BEVI of BRZO vallen, terwijl dat voor de buren, die met net zulke zware chemicaliën werken, wél het geval is. Ook blijkt er voor dat bedrijventerrein geen geldend bestemmingsplan te zijn, wat toch een beetje riekt naar een ‘regelvrije zone’.

Om een lang verhaal kort te maken: toen er onlangs in het plaatselijke sufferdje een kennisgeving over die vergunningsaanvraag stond, leek het ons een goed idee om er weer eens helemaal in te duiken, om zodoende meer en betere antwoorden af te dwingen.

Het eerste wat ons opviel was dat de aanvraag nogal summier was. Het leek wel alsof de NAM dacht dat er toch niemand bezwaar zou hebben tegen wat meer geklungel op de inrichting OSF. Misschien dacht men in Assen zelfs dat het al in kannen en kruiken was met de vergunningverlenende instantie.

Op zich begrijpelijk. De vergunningverlenende instantie is namelijk NIET het Ministerie van Infrastructuur, Leefomgeving en Milieu, maar het Ministerie van Economische Zaken. U weet wel, van het illustere trio EZ-Shell-Exxon, in te huren voor al uw industriële rampen en gas-braspartijen.

Toch vind ik het raar dat ILenM hier niks te zeggen heeft. Als er iets is wat nogal impact op het milieu heeft, dan is het wel zwaar giftig, kankerverwekkend aardgascondensaat. En ik weet niet hoe het bij u is, maar bij “verhoogde kwikconcentraties” gaan er bij mij alarmbelletjes af. Tel daar nog eens de Bad-Ass BTEX Brothers (benzeen, tolueen, ethyleen en xyleen) bij op, en de cumulatieve risico’s als gevolg van bodembewegingen door gaswinning, en je kunt bijna niet meer slapen.

Al lezende concludeerden we echter dat het de NAM helemaal niet om het milieu gaat. De “milieuneutrale” aanpassingen zijn bedoeld voor “productoptimalisatie ten bate van de afnemers”.

Nou heb ik me laten vertellen dat de NAM het condensaat doorverkoopt aan de eigen aandeelhouders Shell en Exxon, dus dat van die afnemers is een beetje een vestzak-broekzakverhaal.

Of de Nederlandse staat daar nog een graantje van meepikt in de vorm van “aardgascondensaatbaten”, weet ik niet. Wel weet ik dat er ten onrechte gedaan wordt alsof condensaat een oninteressant bijproduct van de gaswinning is.

Niets is minder waar. Hoogzuiver condensaat is een erg gewild product, met name in Canada en Amerika, waar het voor allerlei interessante doeleinden gebruikt wordt. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Terug naar de aanvraag, die werkelijk een alleraardigst inkijkje geeft in het gedachtegoed van de NAM. Neem bijvoorbeeld deze zin:

De onderhavige veranderingen zijn niet in overeenstemming met de voor locatie Delfzijl OSF verleende milieuvergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften, maar veroorzaken geen andere of grotere nadelige milieugevolgen dan de milieugevolgen die worden gedekt door de vigerende vergunning.

Ik hertaal dat even voor u:

Hallo, wij zijn de Nederlandse Aardolie Maatschappij. We moeten ons net als elk ander bedrijf in Nederland aan allerlei regeltjes houden, maar daar hebben we geen zin in. Kwik is gezellig, de BTEX Brothers houden zich heus wel koest. Kijk in de poppetjes van onze blauwe ogen, kijk in de poppetjes van onze blauwe ogen. Voor. Ons. Gelden. Die. Regeltjes. Niet. Capice?

Enfin. Gaat u er eens lekkertjes voor zitten:

ZIENSWIJZE VERGUNNINGSAANVRAAG INRICHTING OSF

(Wordt ongetwijfeld vervolgd.)