Redelijke Mensen

Redelijke Mensen

Het is zover: ons leven breekt.

Om stamlid 3 te bereiken, trap ik deuren in,

roetsj treden af en overbrug vele meters.

Stamlid 2 alarmeer ik met de afgesproken kreet:

“GERONIMO!”

Hij springt metershoog en tuimelt uit het raam.

Stamleden 4 en 5 jagen reeds op muizen in het veld.

We voegen ons bij hen, en maken oorlogsmaskers van klei.

Twee manen later staan er 150 geklede tweevoeters

rond een krans van geknakte takken.

Er klinkt een saluut van schoten.

Gehurkt achter een bosje grommen we onze tanden bloot.

Ooit waren we Redelijke Mensen.

Nu zijn we vrij.

 

NM

Het Toekomstperspectief

Het Toekomstperspectief

(Teksten uit  Besluit WOB-verzoek over gaswinning in Groningen)

 

Het is winterdag. De zon staat laag.

Terwijl Het Toekomstperspectief z’n zegje doet,

veeg ik de rondgestrooide termen bij elkaar.

“… naartoe gewerkt…”

Veeg. Veeg. Veeg.

“… zo op verheugd…”

Veeg. Veeg. Veeg.

“… gewoon diefstal!”

Verhit vliegt Het Toekomstperspectief het raam uit.

Voor ik grip op hem kan krijgen,

verstuift hij als kaf voor de wind.

De drie mannen staan op.

“Er is kort wat inhoudelijks aan de orde geweest,” moppert de eerste.

“Voortaan méér procesafspraken vooraf,” oppert de tweede.

“Toch hadden we een mooie middag samen!” roept de derde.

Ze proppen mijn mond vol. Ik stik.

 

NM

Het Licht en de Duisternis

Het Licht en de Duisternis

Ik bevind me op een doorgroefde weg.

Verderop proberen wanhopige bochten

de huizen in toom te houden.

Alles staat op knappen. Het land is in barensnood.

Op mijn hoofd ligt een naslagwerk.

Er staan duizend-en-één artikelen in,

bedoeld om het kwaad te bezweren.

Dit is het boek van het Licht.

Ik begin te lopen, met rechte rug.

Weer wordt een monster geboren. Hoe lang nog?

Voorbij de einder zet iemand zijn bril af.

Hij kijkt niet recht in de camera.

Zijn tong likt, terwijl hij slangentaal wikt.

“Tot in de eeuwigheid.”

Dit is de meester van de Duisternis.

 

NM