Huup-huup, Barbatruuk!

huis-barbapapaIn het boek ‘Het huis van Barbapapa’ krijgt Barbapapa het zwaar te verduren.

Het schattige kasteeltje dat hij met Barbamama en de Barbakoters betrekt, wordt ondanks hun felle protesten gesloopt.

Men biedt hen een flat in de stad aan, maar dat voelt als ophokken, en daar worden de Barba’s doodongelukkig van.

Na enkele spannende plotwendingen, waarbij onze held vele malen van gedaante wisselt, volgt een happy end: een heus Barbapapa-huis, omgeven door een permacultuur-achtige tuin.

Een plek waar flora, fauna en mens Barbapapa in harmonie samenleven.

Een blokkendoos is ook een oplossing

Gisteren werd de Crisis- en Herstelwet aangepast, zodat het kabinet het ‘herenakkoord‘ dat over de hoofden van de Groningers heen is gesloten, zonder tussenkomst van burgers en lokale bestuurders versneld kan uitvoeren.

Die analyse baseer ik onder meer op dit kritische stuk. Ook de Groninger Bodem Beweging en GroenLinks plaatsen kanttekeningen bij de nieuwste zet in het Groningse schaakspel.

Misschien dat ik iets te veel Barbapapa heb gelezen en iets te weinig bestuursrechtelijke werkjes, maar het lijkt erop dat men van plan is om ons in het kader van ‘maatregelen voor het vergroten van de veiligheid’ uit ons kasteeltje te halen en in een lelijke blokkendoos te stoppen.

Die blokkendoos zal ongetwijfeld energiezuinig zijn, en geheel volgens de regelen der aardbevingsbestendige kunst gebouwd. Twee grote voordelen ten opzichte van ons kasteel, dat bestaat uit enkele samengevoegde arbeidershuisjes. Met het groeien van de Barbafamilie van de vorige eigenaar zijn daar in de loop der jaren steeds stukjes bij gebouwd.

Toch is een blokkendoos niet helemaal wat wij in gedachten hadden. Zijn we nu de regie over ons leven compleet kwijt? Hoe zal onze toekomst eruitzien?

Joost mag het dan allemaal zo goed weten, maar ik tast vooralsnog in het duister.

Letterlijk: bijna dagelijks droom ik van een pikdonkere kamer, zonder ramen, zonder deuren. Daar jaag ik de hele nacht op de vele fel oplichtende vraagtekens die in denkwolkjes boven mijn hoofd verschijnen.

De ene schade is de andere niet

Verplicht verkassen is geen pretje, maar onze huidige situatie ook niet.

Op de kop af een jaar geleden schreef ik burgemeester Emme Groot van Delfzijl een brandbrief over onze situatie. Na veel gedram mijnerzijds (ambtenaar: “U schreeuwt echt om hulp, hè?”) werden we uiteindelijk doorgestuurd naar de Commissie Bijzondere Situaties.

Die commissie is ingesteld door minister Kamp, als onderdeel van het ‘herenakkoord’. Zij beheren een fonds dat de NAM op last van Kamp voor ‘speciale situaties’ heeft ingesteld. Onder Spoor 2, ‘Schadeafhandeling en waardevermeerdering’, wordt het als volgt geformuleerd:

Een onafhankelijke instantie, samen te stellen uit diverse door de Dialoogtafel aan te wijzen deskundigen met relevante ervaring op dit gebied.

Dat klinkt mooi. Officieel ook.

Maar de secretaris van de commissie vertelde ons in februari, tijdens een persoonlijk gesprek bij ons thuis, dat de commissie “niks” is: geen club, geen vereniging, geen rechtspersoon.

Niks.

Toch eiste de commissie van ons drie rapporten, op basis waarvan zij zouden bepalen of wij wel zo schrijnend zijn:

  1. Rapport ‘Financieel’
  2. Rapport ‘Psychisch’
  3. Rapport ‘Schade’

Om ons te begeleiden bij het verzamelen van de benodigde gegevens, werd ons een casemanager toegewezen. Zij zou ons aanspreekpunt zijn gedurende het hele proces. Met haar heb ik al die tijd via de mail gecommuniceerd, omdat ik me bij telefoongesprekken steeds slechter kan concentreren (rapport ‘Psychisch’). Bovendien leek het me verstandig om alles zwart op wit te hebben.

De eerste twee rapporten kostten al veel tijd en energie (en vormden een inbreuk op ons recht op privacy; daarover een andere keer meer), maar dat derde rapport… amai…

Want die schade bestond niet uit de onverkoopbaarheid van onze woning, of de onveiligheid van onze woning. Nee, de schade bestond uit aantoonbare fysieke schade als gevolg van de gaswinning.

En volgens de expert van de NAM was de schade aan onze woning natuurlijk allemaal C-schade (niet-bevingsgerelateerde schade).

Onze contra-expert maakte korte metten met die conclusie. Daar was de expert van de NAM (die intussen al drie keer van naam en bedrijf was gewisseld) het niet mee eens. Daarop volgde een schimmig steekspel, dat begin maart resulteerde in een overleg tussen expert en contra-expert. Wat dat opleverde, werd niet duidelijk.

Ondertussen ging het met rapport ‘Financieel’ en rapport ‘Psychisch’ bergafwaarts (lees: wij werden steeds armer en steeds bozer en ongeruster), mede doordat er al weer nieuwe schade was ontstaan.

Maar zonder rapport ‘Schade’ kan die nikserige commissie niks, en dus zette ik vorige week alles op alles om de status van de eerste schademelding boven water te krijgen.

Tot mijn vreugde bleek de C-schade inmiddels B-schade te zijn geworden (bestaande schade die is verergerd door de gaswinning). Dat betekende dat rapport ‘Schade’ eindelijk ook rond was.

Alle communicatie over de schade ging per mail. De casemanager kreeg netjes een CC-tje, evenals Commissaris van de Koning Max van den Berg, NAM-directeur Gerald Schotman, diens secretaresse Ageeth Kolenbrander en burgemeester Emme Groot.

Maar die casemanager heeft gewoon een baan, bij een heel andere baas, en doet dit werk erbij. Ze heeft dus weinig tijd om haar mail te lezen. Of misschien is ze op vakantie, of ziek.

Hoe dan ook, mijn CC-tjes drongen niet tot haar door. Ons nieuwste wapenfeit werd niet doorgegeven aan de secretaris van de commissie.

En zo kon het gebeuren dat wij gisteren, na maanden ZELF hard aan allerlei touwtjes te hebben getrokken, onze eerste officiële brief van de commissie ontvingen. Daarin stond dat wij niet ‘schrijnend’ zijn en ons dossier gesloten is.

Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt*

U wilt vast wel weten waarom ik besloten heb de vuile was buiten te hangen, op een openbaar blog nog wel.

Welnu, hierom:

This message was created automatically by mail delivery software.

A message that you sent could not be delivered to one or more of its recipients. This is a permanent error. The following address(es) failed:

meldpuntbijzonderesituaties@ggd.groningen.nl

(ultimately generated from info@vangnetbijzonderesituaties.nl)

In zijn brief over de beslissing van de commissie vermeldde de secretaris zijn e-mailadres.

Omdat ik nu eenmaal een irritante betweter ben, mailde ik de casemanager en de secretaris om ze te vertellen dat zij eens wat beter met elkaar moesten communiceren.

Daarop ontving ik van het e-mailadres van de secretaris de bovenstaande ‘Mail delivery failed’-melding.

En dát, beste lezer, is waar het in de kern om gaat in wingewest Groningen:

yellow-marker

Integendeel. De trein staat gereed, protesteren tegen ophokken heeft geen zin en niemand zal achterblijven.

Ik vrees dat zelfs het aloude “Huup-huup, Barbatruuk” van die slimme Barbapapa niet helpt om deze bestuurlijke janboel te transformeren in iets wat recht doet aan de Groningers en hun problemen.

* Wijze woorden van Johan Cruyff, een man met Barbapapa-achtige kwaliteiten, getuige zijn befaamde uitspraak: “Je kunt beter ten onder gaan met je eigen visie dan met de visie van een ander.”

Het is lastig varen op steeds woeliger baren

Vennen-blog
Koers2022 op de te slopen Vennenflat, geflankeerd door Shell.
Foto door Bram Reinders.

De gemeente Delfzijl (hierna te noemen: de rederij) houdt graag het maritieme karakter van de havenplaats hoog in het vaandel, en heeft daarom een koers naar het jaar 2022 uitgestippeld. De bijbehorende missie is als volgt verwoord:

Sinds enkele jaren is Delfzijl de snelst krimpende gemeente van Nederland, maar dat mag niet leiden tot leegstand en achteruitgang of verloedering maar moet juist uitdagen om met minder mensen beter te wonen, werken en recreëren.

Een nieuw tijdperk, een nieuwe vloot

Begin jaren zestig sloot het concern waar de rederij deel van uitmaakt een lucratief contract met enkele in nevelen gehulde figuren (hierna te noemen: de NAM). Een paar jaar later verkondigde de rederij de blijde boodschap dat het aantal passagiers in Delfzijl en aanpalende zompen dankzij de vestiging van allerhande (zware) industrie zou toenemen tot 100.000 in het jaar 2000.

In die periode verrees onder meer de hierboven afgebeelde Vennenflat. Een tien verdiepingen tellend monument voor vernieuwingsdrang, lelijk in al zijn windbrekende kracht.

Om allerlei redenen was de bezettingsgraad van de vloot niet optimaal. In het jaar 2000 telde Delfzijl nog niet eens één-derde van de gedroomde 100.000 passagiers. Sindsdien loopt het aantal gestaag terug.

Aanleiding voor de rederij om een heel nieuw blik subsidies open te trekken, dit keer niet om het tij te keren, maar om het in het niet te doen vallen tegen de achtergrond van een felblauwe hemel en zachtgeel zonnetje. Op de voorgrond denke men er zelf een mollig kindje in matrozenpakje bij, emmertje en schepje in de hand.

De boodschap is duidelijk: ook eb biedt kansen, al vaart het een stuk lastiger!

De oude vloot is aan vervanging toe

In haar afstudeerscriptie ‘Naar een aardbevingsbestendig sloopbeleid’ betoogt Michelle Hu, studente Aarde en Economie aan de VU, dat een sloopscenario waarbij 10% vaker aardbevingen per jaar plaatsvinden en slechts 50% van de woningen wordt teruggebouwd het meest gunstig is, zowel voor de NAM als voor woningcorporaties.

In het kader van Koers2022 werd in 2012 een actieplan opgesteld, en ja hoor, de Vennenflat moest eraan geloven. Vervelend was wel dat bewoners het eerste bericht over de sloop van de flat moesten vernemen via de pers. Wat communicatie betreft kan de rederij nog wel een tandje bij zetten.

Inmiddels is er een datum geprikt: in 2019 is het zover.

Stel nou dat zich vóór die tijd een geïnduceerde beving met een flinke grondversnelling voordoet, precies onder de Vennenflat.

Hoe gunstig zou dát sloopscenario zijn voor de NAM?

Omdat een dergelijke sloopactie onder het kopje “Nationale Ramp” valt, rukt ongetwijfeld het leger uit. Als Groningen dan toch wemelt van de militairen, kunnen ze gelijk even het puin afvoeren. Dat doen zij vast sneller, efficiënter en goedkoper dan een gelegenheidssyndicaat van commerciële bedrijven.

De beving scoort ongetwijfeld 4,5 of hoger op de schaal van Richter, en dus treedt de Rampenwet in werking. Dat betekent dat minister Plasterk van Binnenlandse Zaken de kosten voor de NAM kan dempen door een maximum voor de vergoeding aan gedupeerde bewoners vast te stellen.

Tot slot zullen er na deze bijzonder effectieve sloopactie vermoedelijk niet zo veel bewoners overblijven om te herhuisvesten.

U ziet: dit scenario heeft zo zijn voordelen.

(Vergeeft u me dat ik menselijk leed bij mijn nare hersenspinsels even buiten beschouwing laat. Dat doen de NAM en de Nederlandse staat met hun “pappen en nathouden”-regime tenslotte ook.)

Recht zo die gaat!

De rederij gooit het roer om: op de plek van de Vennenflat moet iets anders komen. (Wat mij betreft liefst iets wat minstens even goed de wind afvangt.)

Omdat bekend is dat er zwaardere bevingen kunnen plaatsvinden, moet daar bij de bouw natuurlijk rekening mee worden gehouden.

In Nederland is alles omtrent bouwen geregeld in Bouwbesluit 2012. Hoewel er sinds 23 april 2004 een Europese norm voor bevingsbestendig bouwen is (Eurocode 8, EN 1998), wordt over juist die norm in het bouwbesluit niks gezegd.

Wel wordt er keurig verwezen naar Eurocodes 1 t/m 7 en 9.

Gebruik van Eurocode 8 is uit hoofde van het bouwbesluit in Nederland nog niet verplicht, al mogen partijen onderling best afspreken dat ze iets bouwen conform Eurocode 8.

Dat staat haaks op het feit dat landen Eurocode 8 moeten vertalen naar een eigen nationale norm voor veiligheidsniveaus en waarden voor aardbevingsbelasting.

Duitsland en België hebben dat al gedaan. Nederland niet – minpuntje voor het braafste kapiteintje van de zeevaartschool.

Waarom eigenlijk niet?

Al tijden is de noodzaak bekend. In 2010 is het expliciet benoemd in deze paper. De auteurs maken zich hard voor het omzetten van Eurocode 8 in richtlijnen voor bevingsbestendig bouwen ten bate van onder meer Groningen, waar zich immers geïnduceerde bevingen met een kortdurende, maar pittige grondversnelling voordoen.

Twee van die auteurs, te weten mijnheer Van Eck van het KNMI en mijnheer Vrouwenvelder van de TU Delft/TNO, waren in 2011 betrokken bij een rapport over maximale schade door geïnduceerde bevingen (toegespitst op Bergermeer). Daarin wordt wél genoemd dat er in Nederland geen bouwvoorschriften zijn voor belasting van trillingen buiten een gebouw, maar over Eurocode 8 wordt niks gezegd.

In 2012, na de beving bij Huizinge, was de radiostilte niet meer houdbaar. Eindelijk werd besloten vaart te zetten achter het verwerken van de (relatief strenge) Eurocode 8 in een nationale norm.

Omdat zulks een paar jaar duurt, besloot minister Kamp in 2014 een tijdelijke Nederlandse Praktijk Richtlijn te laten ontwikkelen. Ondertussen, zo meende hij, moest men maar bouwen conform Eurocode 8. Die raad is bij mijn weten door niemand in het bevingsgebied opgevolgd.

En nu wreekt het zich dat men zo lang heeft gewacht. Gezien de ernst van de situatie moet er haast worden gemaakt met de pogingen tot bouwkundig versterken. De stuurgroep NPR (waartoe ook mijnheer Vrouwenvelder behoort) hanteert daarom voor bestaande bouw de helft van de NPR-sterkte-eis die geldt voor nieuwbouw.

Pure rechtsongelijkheid dus.

Dit alles kunt u nalezen in het rapport Impact Assessment Nederlandse Praktijk Richtlijn – Aardbevingsbestendig bouwen, dat begin februari 2015 verscheen. De beloofde tijdelijke richtlijn is nog altijd niet definitief.

Voor de bewoners van de Vennenflat is het misschien wel een bof dat hun woning wordt gesloopt. Als er geen zware beving tussendoor komt, krijgen zij straks wellicht een schip dat speciaal voor de meest woelige baren is gebouwd.

Maar voor eigenaren van een bestaande woning in Delfzijl, en voor huurders van een woning die niet op de nominatie staat om gesloopt te worden, is het zuur. Zonder dat ze erom gevraagd hebben, zijn zij veroordeeld tot een slordig opgelapte sloep.

Zij zullen het emmertje van dat schattige matroosje nog hard nodig hebben.

Negatief reisadvies

Bij de koers die de rederij aanhoudt om in 2022 tot “beter wonen, werken en recreëren” te komen, komt de vloot mogelijkerwijs in aanraking met steeds woeliger baren. Het is zéér de vraag of de gehele vloot daar in 2022 tegen bestand zal zijn.

Daarom raad ik mijn medepassagiers aan om bij de eerste de beste gelegenheid van boord te gaan en een dikke claim in te dienen bij het concern waartoe de rederij behoort. Zij hadden beter moeten weten, en zich nooit voor onbeperkte tijd mogen inlaten met de in nevelen gehulde figuren.

En verder hoop ik vurig dat het Shell-tankstation niet terugkeert in het straatbeeld van Delfzijl. Dat zou een fijn symbolisch statement zijn, een opmaat voor een cruise in de verre toekomst, die wellicht wél de gewenste ontspanning brengt.

(Het verhaal van de NPR gaat uiteraard op voor alle gemeenten waar zich bevingen voordoen. Ik heb Delfzijl als voorbeeld gebruikt.)

Over olifanten en (onbenutte) kansen

leeuwin-olifant-vlagGisteren was ik in ’t Zandt, op een informatiebijeenkomst georganiseerd door de Dialoogtafel Groningen.

Voor degenen die daar ook aanwezig waren: mijn excuses voor de interrupties, zeker in het begin. Dat was irritant, ik geef het toe.

Waarom deed ik er dan aan mee?

Omdat ik bij mijn favoriete natuurdocumentaire ook altijd ben vóór de oude, verzwakte olifant die nooit een vlieg kwaad zou doen, en dus tègen de leeuwin die haar brutale, al best wel zelfstandige en weldoorvoede welpen wat extra vlees wil toestoppen.

Vooral het feit dat het grote logge beest niet lijkt te beseffen hoe sterk hij is, grijpt me aan.

Tijdens het kijken word ik iedere keer weer een beetje wee van binnen. Wee en plaatsvervangend opstandig.

Enfin, na een berisping van de sprookjesvertellers voorlichters heb ik me beperkt tot het maken van aantekeningen. Uit die aantekeningen deel ik met u de volgende notities over kansen.

Kans dat Kamp erkent dat de woningmarkt op z’n gat ligt

Bij het onderdeel ‘Waardevermeerderingsregeling’ werd terecht opgemerkt dat die 4000 euro niet opweegt tegen de waardevermindering van onze huizen. Gezien de totaal verkrampte woningmarkt in het bevingsgebied is het bijkans onmogelijk om te verkopen zonder persoonlijk faillissement.

Daarop kwam het gesprek op het woningmarktonderzoek dat de Dialoogtafel laat uitvoeren door Prof. Peter Boelhouwer van de TU Delft.

Wij achten de kans groot dat minister Kamp na ontvangst van onze eigen onderzoeksgegevens zal erkennen dat er echt een woningmarktprobleem is, en daarnaar zal handelen.

Hm… Minister Kamp, dat is toch de man die wél sorry kan zeggen, maar niet adequaat kan/wil handelen naar aanleiding van de erkenning dat er een grote kans is op bevingen met vérstrekkende gevolgen?

We zijn halverwege de aanval. De leeuwin hangt aan één van de voorpoten van de olifant. Hij bloedt. Hij trompettert luid. Hij schudt heen en weer. Maar hij trapt niet.

Kans dat gewone burgers doordringen tot Den Haag

Gelukkig snapte Jan Boer, voormalig VVD-wethouder te Loppersum en namens Groninger Dorpen lid van de Dialoogtafel Groningen, dat ik me vanwege mijn grote zorgen zo irritant opstelde. Omdat hij mij, en alle andere aanwezigen, graag wilde geruststellen, vertelde hij dat het vast en zeker beter zal gaan wanneer de Nationale Coördinator Groningen eenmaal is geïnstalleerd.

Want ondanks het feit dat Mark Dierikx, de rechterhand van VVD-minister Kamp, deelneemt aan de Dialoogtafel, lukt het maar niet om écht tot diezelfde minister door te dringen.

In plaats van zich af te vragen hoe dat nou komt, heeft de Dialoogtafel alle hoop gevestigd op een toeschietelijke en gulle Coördinator die al onze wensen zal vervullen.

Ze verlangen dus naar een soort Sinterklaas. Ik heb daar alle begrip voor. Ik vond het ook niet leuk om te horen dat de NAM die rol niet wilde vervullen. En daar was ik beslist niet de enige in, getuige deze ingezonden brief.

Het is de olifant gelukt om de leeuwin van zich af te schudden. Ze blijft echter om hem heen cirkelen. Hij ziet haar niet, verward, afgeleid door de pijn. “Leeuwin op vijf voor twaalf!” roep ik. “Trap dan!”

Kans dat het bevingsgebied alsnog perspectief biedt

Het Centrum Veilig Wonen hield een gloedvol praatje over de erkenningsregeling voor vaklieden. De redenering was deze: met de juiste competenties en wat extra communicatietraining kunnen we het schadeherstel, de bouwkundige inspecties én de preventieve versterking snel in goede banen leiden.

Dat de bevingen zwaarder worden, en de problemen groter, moesten we niet zien als een domper op ons bestaan.

Integendeel. Jan Emmo Hut stelde:

Het gaat om de kans die erin zit om te kijken om datgene wat er gebeuren moet te combineren met economisch perspectief, zodat zich uiteindelijk zelfs méér mensen hier willen vestigen.

Had de olifant nou maar die trap gegeven. Nu heeft de leeuwin er haar jongere zus bij gehaald! Ik zit op het puntje van mijn stoel. “Twee tegen één, durven jullie wel!”

Kans dat Veiligheidsregio Groningen juist handelt

Toen ik de mevrouw van de Veiligheidsregio Groningen onderbrak om aan te geven dat er in het Incidentbestrijdingsplan Aardbevingen een verkeerd uitgangspunt wordt gehanteerd, viel dat niet in goede aarde.

Ietwat verbolgen merkte ze op dat er naast het criterium ‘doden’ nog vele andere criteria meewegen bij het opstellen van een risicoprofiel, en dat er op basis van al die criteria bij elkaar een plan is opgesteld.

Dat een risicoprofiel niet afhangt van één enkel criterium snap ik wel.

Maar het lijkt mij dat een juiste inschatting van het aantal te verwachten doden nogal essentieel is – al was het maar omdat je dan een beetje weet hoeveel bodybags je op voorraad moet hebben.

De olifant siddert. Aan iedere achterpoot hangt een leeuwin. Een oor is gescheurd, en zie ik daar een beetwond op zijn slurf? “Hou vol,” gil ik, “hou vol!”

Kans dat we een veel groter risico lopen dan gedacht

Tot slot het verhaal van mijnheer De Haan (NAM). Hij zei trots dat er steeds meer en beter wordt gemeten. En al die meetgegevens worden door wetenschappers uit de hele wereld onderzocht. De bedoeling is om te komen tot een nauwkeuriger inschatting van de risico’s.

Want, aldus mijnheer de Haan:

De kans op een beving van 4,8 zoals we die nu hebben berekend, is gebaseerd op een model met veel onzekere factoren, en daarom is deze berekening aan de conservatieve kant.

O-kee…

Sinds de risicoanalyse van Staatstoezicht op de Mijnen weten we dat er bij een zwaardere beving in één klap meer slachtoffers kunnen vallen dan bij bijvoorbeeld een ramp bij Schiphol. Het groepsrisico in het gebied beïnvloed door de Huizinge-beving is volgens het SodM zelfs vergelijkbaar met het landelijk groepsrisico bij overstromingen.

Maar blijkbaar is dat achterhaalde informatie. De kans dat we dat groepsrisico in de praktijk gaan ervaren, is onmetelijk groot.

Terwijl de doden zich in mijn hoofd opstapelden, sprak mijnheer de Haan de volgende cryptische woorden:

U moet niet de werkelijkheid omdraaien naar wat u wilt zien.

De olifant is moe, doodmoe. Terwijl hij kreunend in elkaar zakt, nog vóór de eerste stukken van zijn lijf worden gescheurd, zet ik de DVD-speler uit. Hoe vaak ik deze documentaire ook kijk, ik haal nooit de aftiteling. Dat trek ik niet.

Nee, dat trek ik niet.