Achter iedere topsector schuilt een topteam

globe-topperEr is de laatste tijd veel gedoe over nevenfuncties van politici. Begrijpelijk, want die lui zijn verkozen om het volk te vertegenwoordigen, en dat gaat wat lastig als ze regelmatig een vorkje meeprikken bij bedrijven waar ze met een kritische blik naar moeten kijken.

Geen mens kan zichzelf in tweeën splitsen. Dus als een VVD-er roept dat-ie zijn persoonlijke contacten met een captain of industry heus wel kan scheiden van zijn portemonnee politieke verantwoordelijkheden, dan concludeer ik dat we met een buitenaards wezen te maken hebben.

Maar over de aliens among us wilde ik het vandaag niet hebben.

Interessanter dan bijklussende politici zijn de ambtenaren die het beleid bepalen. Die hebben pas verantwoordelijkheden!

Mark Dierikx

Neem bijvoorbeeld Mark Dierikx, die bij de Dialoogtafel Groningen het Ministerie van Economische Zaken vertegenwoordigt.

Na een studie organische scheikunde en twee jaar marketing bij Esso Chemie (het huidige ExxonMobil), maakte Mark in 1981 de overstap naar de overheid.

De afgelopen 33 jaar is hij in wisselende functies bij het directoraat-generaal van diverse ministeries betrokken geweest.

Sinds 1 juli 2011 is hij directeur-generaal  Energie, Telecom en Mededinging bij EZ.

Met recht een topambtenaar dus.

Heeft Mark nevenfuncties?

Ja, maar alles in het nette. Als directeur-generaal staat hij mijlenver boven het schnabbelcircuit.

Helaas heeft hij het wel hartstikke druk. Want onze Mark schuift naast zijn werk als DG niet alleen aan bij de Dialoogtafel Groningen, hij is ook lid van het Topteam dat het dagelijks bestuur vormt van de Topsector Energie. (De BV Nederland is onderverdeeld in 9 topsectoren.)

Waar staat die topsector voor?

Schone en efficiënt opgewekte energie, die Nederland economisch sterker maakt.

En hoe doet die topsector dat?

Door nauwe samenwerking tussen bedrijven, wetenschappers en de overheid.

Naast topambtenaar Mark bevat het Topteam ook een duurzaamheidsadviseur van Ecofys, een hoogleraar van TU Delft en een bestuurder van Inventum, producent van onder meer (gasgestookte) boilers.

Kortom, de crème de la crème uit de mapjes ‘Overheid’, ‘Duurzaamheid’, ‘Wetenschap’ en ‘Bedrijfsleven’.

Toch zullen deze toppers het nog best lastig vinden om met z’n vieren “de economische kansen voor Nederlandse bedrijven te vergroten, waardoor onze concurrentiekracht, werkgelegenheid en welvaart toenemen”.

Gelukkig laat het Topteam zich bijstaan door het Regieteam.

Dit team van regisseurs, stuk voor stuk “vooraanstaande stakeholders uit de energiesector”, adviseert over inhoudelijke keuzes en strategie.

Een denktank dus. Voor onze Mark is dat wel prettig, want hij draagt als DG Energie de verantwoordelijkheid voor heel veel centjes, en heel veel levens.

Immers, om het klimaat te redden, en dus onszelf (want: No Man Is An Island), moeten we zo gauw mogelijk van fossiele energie overstappen op duurzame energie.

En dan doet Mark er ook nog eens Telecom en Mededinging bij. Ga er maar aan staan. Zonder die denktank was de beste man nergens.

Nu maar hopen dat er een beetje toekomstgerichte mensen in dat Regieteam zitten. Mensen die de Topsector Energie de juiste kant op kunnen sturen.
regieteam-topsector-energie

De verder best wel duidelijke site van Topsector Energie geeft bij de leden van het Regieteam niet aan wat zij náást hun regievoerende activiteiten allemaal uitspoken. (Bij het Topteam is dat wel gedaan. Beetje inconsequent dus.)

Maar goed, ik ben de beroerdste niet, ik loop ze hieronder in vogelvlucht met u door.

Michiel Boersma (energiereus nr. 1)

Met kleine onderbrekingen heeft Michiel zo’n 30 jaar bij Shell rondgehangen. Daarna heeft hij iets topperigs gedaan bij Essent. Momenteel is hij lekker druk met een handjevol commissariaten.

Jeroen de Haas (energiereus nr. 2)

Jeroen doet iets topperigs bij Eneco, en is heel nederig, al zijn er mensen die hem God noemen.

Jos Keurentjes (duurzame chemische man)

Onze Jos heeft een dubbele pet, hij adviseert namelijk ook bij de Topsector Chemie. Tot vorig jaar deed hij iets in de top van AkzoNobel. Sinds kort doet hij iets topperigs bij TNO. Verder geeft hij les.

Ik vind het heel verstandig van Jos dat hij bij AkzoNobel is weggegaan. Er is een kans op een flinke ramp door een gescheurde chloorleiding of andere bevingsellende op Chemiepark Delfzijl, waar AkzoNobel ook een stekkie heeft. Dat zal het imago van AkzoNobel vast geen goed doen.

Paul Korting (duurzame onderzoeksman)

Omdat Paul gek is op onderzoek, doet hij iets topperigs bij ECN. In een interview in Shell-venster (november 2013) vertelt hij dat Energieonderzoek Centrum Nederland minder overheidssubsidie ontvangt, en dus meer moet samenwerken met bedrijven.

Gevraagd naar het functioneren van het topsectorenbeleid van de overheid, zegt Paul:

De hele grote bedrijven, waaronder Shell, doen helaas beperkt mee in de topsector energie. Dat is jammer. Kunnen we ze niet bieden wat ze nodig hebben, hebben wij niet de juiste kennis? Ik zou het graag willen weten.

Ik hoop dat onze Paul van zijn mederegisseurs inmiddels antwoord heeft gekregen op deze prangende vragen.

Gert Jan Lankhorst (gasdealer)

Oh, boy, oh boy. Gert Jan is wel echt de max. In 2004-2005 was hij directeur-generaal Energie bij EZ. Hij wéét dus hoe zwaar onze Mark het heeft.

Op dit moment doet Gert Jan iets topperigs bij GasTerra (50% overheid, 25% Shell, 25% Exxon). Sinds 2014 regisseert hij ook in Europees verband op hoog niveau, bij belangenbehartiger Eurogas.

Gert Jan kent onze Jeroen trouwens goed, ze zitten samen in het bestuur van de branche-organisatie voor Nederlandse energiebedrijven Energie-Nederland.

Verder ondersteunt onze Gert Jan de maatschappij in allerlei interessante en goedbetaalde nevenfuncties. (Gert Jan doet niet aan politiek en is inmiddels geen topambtenaar meer. Dan mág het.)

In 2009 was Gert Jan namens GasTerra ‘gasgebouwman‘. Hij weet precies wat het betekent om van elkaar afhankelijk te zijn:

De staat heeft 50 procent van GasTerra, niet 51 procent. Dat is een groot blijk van vertrouwen. Als het 51-49 zou zijn geweest, lagen de verhoudingen toch anders. Nu kan de een de ander nooit in de hoek zetten. Met andere woorden: je hebt elkaar nodig.

Coby van der Linde (‘onafhankelijke’ onderzoeksvrouw)

De enige vrouwelijke regisseur is iets topperigs bij Clingendael International Energy Programme. Coby kent Gert Jan goed, want ook bij Clingendael geeft hij adviezen.

(Echt. Zo’n behulpzame man. Net als mede-gasgebouwman Joost van Roost, die iets topperigs doet bij ExxonMobil. Die helpt niet alleen mee bij Gert Jans bedrijf GasTerra, maar ook bij Coby’s club.)

Peter Molengraaf (energiereus nr. 3)

In 2005 is Peter, na bijna 15 jaar Shell, naar Nuon overgestapt. Inmiddels doet hij bij energienetwerkbedrijf Liander iets topperigs dat uiterst goed betaalt.

Dat onze Peter ook regisseur is, lijkt me vooral leuk voor Michiel. Die twee kunnen in de rookpauze tussen al dat regisseren door verhalen over die goeie ouwe tijd bij Shell ophalen. En bankrekeningen vergelijken natuurlijk.

Wim van Saarloos (onderzoeksman pur sang)

De reden dat Wim graag meeregisseert bij Topsector Energie is dat het energieprobleem voor fysici dé maatschappelijke uitdaging van deze tijd is.

Over de wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven zegt onze Wim:

Van onze wetenschappers bestond te vaak het beeld dat ze vooral onderzoek deden naar esoterische onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de oerknal. Veel Nederlanders zagen niet in hoe groot het belang is van wetenschappelijk onderzoek voor onze economische welvaart.

Wim doet iets topperigs bij de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM). In Netherlands Energy Research Alliance werkt hij onder andere samen met Jos en Paul.

Gerald Schotman (gasproducent)

Over dat energieprobleem en die maatschappelijke uitdaging ben ik het, als gedupeerde Groninger, roerend met Wim eens. Daarom is het zo tof dat ook Gerald, sinds 1985 bij Shell, in 2014 nog Innovator of The Year en nu directeur NAM (50% Shell, 50% Exxon), de regie voert bij Topsector Energie.

Onze Gerald moet Wim maar gauw inhuren om handige natuurkundige foefjes te bedenken waarmee Groningen van de ondergang kan worden gered. Uiteraard zonder dat er ook maar één kuub gas minder hoeft te worden geproduceerd.

Als dat eens kon! Wat zou dat een bof zijn voor Geralds baas, tevens de ex-baas van mederegisseurs Michiel en Peter, en aandeelhouder van Gert Jans bedrijf.

Bernard Fortuyn (toeleverancier olie- en gasindustrie)

Onze Bernard doet iets topperigs bij Siemens. Dat stelt Gerald zeer op prijs, want de producten van Bernards bedrijf maken het makkelijker de laatste resten gas uit het Groningenveld te halen.

Naast elektromotoren levert Siemens ook compressoren en transformators aan de onderneming die Gerald voor Shell runt.

Tjerk Wagenaar (milieuman)

Na een paar jaar bij Eneco heeft Tjerk zijn hart gevolgd en is hij iets topperigs gaan doen bij Natuur & Milieu.

Onder zijn bezielende leiding protesteert N&M samen met Greenpeace krachtig tegen de milieuvervuilende kolencentrale van RWE/Essent in de Eemshaven.

Gelukkig zit Michiel niet meer bij Essent – ruziënde regisseurs kan de Topsector Energie niet gebruiken. Dan verovert de BV Nederland nooit die felbegeerde “leidende positie in de wereldwijde nieuwe economie”.

Verder heeft N&M een superlieve actie bedacht om Gronings gas te besparen. (Wij hartje N&M.)

Persoonlijk vind ik het wel een tikje jammer dat N&M niet heeft meegedaan met het beroepschrift gaswinning dat de Groninger Bodem Beweging samen met meerdere milieu-organisaties heeft opgesteld.

Slagkracht

Uit het Jaarbericht van de Topsector Energie blijkt dat het Topteam er samen met het Regieteam uitstekend in is geslaagd om er iets van te maken. Tussen 2010 en 2012 steeg de productie met 3,6 miljard euro. De arbeidsproductiviteit in de sector is zelfs 5x hoger dan het landelijke gemiddelde.

Helemaal toppie dus!

Terug naar de man met wie dit lange en met vele nuttige linkjes opgesierde stuk begon: Mark Dierikx.

Onze Mark vraagt zich ongetwijfeld af waarom de Topsector Energie wél lekker loopt, terwijl het met de Dialoogtafel Groningen maar niet wil vlotten.

Ik denk dat dat komt doordat er iets te veel zeurende bewoners aan die Dialoogtafel zitten, en iets te weinig topregisseurs.

(Eentje maar: Gerald Schotman.)

Want échte slagkracht bereik je in de BV Nederland pas bij een bepaald percentage old boys in de club.

Wat wellicht ook niet helpt is dat onze Mark als commissaris aan Gert Jans bedrijf verbonden is. Want Gert Jan moet wel winst maken, natuurlijk. En dat gaat beter als er veel gas uit de grond gehaald wordt. Maar dat willen die zeurende bewoners dus niet.

Uiteindelijk zijn we allemaal een complex geval

Bingo CardsVandaag wilde ik het eens hebben over de ‘complexe gevallen’. Want die zijn er in overvloed, in wingewest Groningen. En er komen er dagelijks meer bij.

Mensen die dolgraag dóór willen met hun leven, maar gevangen zitten in hun onverkoopbare, risicovolle woningen en een gekmakend juridisch steekspel met de NAM.

(Ik weet waar ik het over heb. Op papier lijk ik heel wat, maar in real life ben ik, mét mijn gezin, inmiddels hartstikke complex. Complex en schrijnend. Dankzij de NAM en de Nederlandse staat leiden wij in allerlei opzichten een nogal uitzichtloos bestaan. Dat gaat zelfs een evenwichtig mens niet in de kouwe kleren zitten.)

Volgens minister Kamp valt het allemaal wel mee met die aanwas van complexe gevallen. In reactie op PvdA-er Jan Vos zei de minister tijdens de Herhaling van de Gasbingo het debat-in-hoofdlijnen over het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid:

“De heer Vos sprak over een aantal schrijnende gevallen. Hem kennende bedoelt hij de complexe gevallen die er op dit moment zijn, gevallen die je niet gemakkelijk tot een conclusie kunt brengen, maar waaraan allerlei aspecten verbonden zijn en waarbij knopen moeten worden doorgehakt. Hij zei dreigend dat hij voor omkering van de bewijslast is als die 250 gevallen er voor het eind van dit jaar nog zijn. Ik laat graag aan de heer Vos over wanneer hij welke standpunten inneemt, maar ik kan hem zeggen dat ik het met hem eens ben over die 250 complexe gevallen. Die moeten voor het eind van het jaar tot een uitkomst gebracht worden. 75 gevallen zijn al tot een uitkomst gebracht, terwijl 75 gevallen worden opgenomen in de aanpak preventief versterken en daarmee ook zijn opgelost. Dan houd je nog zo’n 100 gevallen over die op dit moment in behandeling zijn. Die moeten voor het eind van dit jaar afgerond zijn.

Ik vind dat de werkelijke schade ruimhartig vergoed moet worden en dat de 250 complexe gevallen voor het eind van het jaar opgelost moeten zijn. Ik denk dat dat van groot belang is voor de sfeer en Groningen en ook voor de voortgang van het hele proces. De heer Vos legt daar terecht de nadruk op en ik zie dat als een aansporing om te doen wat ik net heb gezegd.”

(Stenogram teruglezen? Klik op deze link, scroll naar item 5 onderaan.)

Het klinkt allemaal zo lekker voortvarend, vindt u niet? Voor mensen die niet in het bevingsgebied wonen, klinkt het misschien zelfs wel cool. Wat goed, denken zij, een man die doet wat hij zegt. (De VVD-ers onder hen zeggen het een beetje corpsballerig: “Die kerel déúgt, zeg. Kamp for president”.)

Ruimhartig. Eind van het jaar opgelost. Wat zeuren die Groningers nog?

Maar wacht… over complexe gevallen hoorde ik onlangs, tijdens een raadsvergadering in de gemeente Delfzijl, hele andere cijfers, uit de mond van burgemeester Emme Groot.

Er zijn op dit moment wel 1.000 complexe gevallen, gaf hij aan, en daarnaast zijn er nog eens 3.000 iets minder complexe gevallen, en die moeten allemaal worden opgelost.

Ook meende de burgemeester er goed aan te doen de gemeenteraad eens ernstig toe te spreken. (Want de raadsleden deden een spelletje dat verdacht veel op een ‘Gasbingo for Dummies’ leek.)

Emme Groot is niet zo outspoken, dus toen hij de woorden “vreselijk moreel dilemma” in de mond nam, wist ik hoe laat het was. Alles gaat hier naar de mallemoere. Kan kort duren, kan lang duren. Weg huis, weg geld, weg alles wat je ooit opgebouwd had in je leven.

Enfin. Ik doe een kleine voorspelling. (Sommige dingen kan ik niet goed meer, door de zorgen enzo, maar voorspellen lukt nog wel.)

En die voorspelling is: over een jaar of vijf zijn er niet 1.000, maar 10.000 complexe gevallen. Minstens.

En Kamp, of zijn opvolger (is er eigenlijk wel een VVD-er te vinden die daadkrachtig genoeg is om in zijn voortvarende voetsporen te treden?), zal onderzoek na onderzoek na onderzoek laten doen.

(Nog een voorspellinkje, een macabere: er is een kans dat een van die onderzoeken zal gaan over het opmerkelijk hoge aantal zelfmoorden in Groningen. Want het spel áchter de gasbingo wordt hard gespeeld, door Shell en ExxonMobil, en door “onze” overheid.)

Veiligheidsregio Groningen hanteert verkeerd uitgangspunt

je hebt meer in huis dan je denktOp de site van Veiligheidsregio Groningen staat het Incidentbestrijdingsplan Aardbevingen (februari 2014), hierna te noemen IBP.

Dat is mooi, want in Groningen worden steeds zwaardere geïnduceerde bevingen verwacht. En bij zwaardere bevingen zijn “incidenten” zoals instortende huizen, wegvallende nutsvoorzieningen, industriële ongelukken en andere rampspoed niet uitgesloten.

Veiligheidsregio Groningen hanteert volgens mij een scenario dat op de verkeerde leest is geschoeid. Ik leg hieronder uit hoe ik tot die conclusie ben gekomen.

Grondversnelling (PGA-waarden)

De versnelling is de mate waarin de grond tijdens een beving heen en weer beweegt. Veiligheidsregio Groningen meldt dat er bevingen met een kracht tot 4,1 op de schaal van Richter kunnen plaatsvinden, met een berekende grondversnelling van 0,12 g (oftewel 120 cm/s2).

Dat is informatie die minister Kamp in januari 2014 naar buiten heeft gebracht.

Vanuit de gedachte “better safe than sorry” heeft Veiligheidsregio Groningen zich voorbereid op een nóg forsere beving: 5,0 op de schaal van Richter.

Over de grondversnelling die bij een dergelijke beving hoort, wordt in het document met geen woord gerept.

Wel verwijst Veiligheidsregio Groningen indirect naar de risico-analyse die SodM in januari 2013 publiceerde.

Deze analyse bevat de volgende berekende PGA-waarden voor een zware beving bij Huizinge (epicentrum van de beving op 16 augustus 2012):

PGA + Doden Huizinge

Zoals u ziet, varieert de berekende grondversnelling van 0,08 tot 0,49 g (oftewel 80 tot 490 cm/s2).

Intensiteit

De schaal van Richter zegt alleen iets over de vrijgekomen energie bij een beving. Het is de intensiteit die aangeeft welke schade er aan de oppervlakte ontstaat.

Intensiteit kun je bepalen door na iedere beving te inventariseren wat mensen precies ervaren hebben en welke schade er is ontstaan. Voor zover mij bekend stelt het KNMI de intensiteit vast op basis van meldingen (telefonisch en via hun website).

Veiligheidsregio Groningen gaat voor het geschetste scenario uit van intensiteit VII op de Europese Macroseismische Schaal (EMS).

Daar horen de onderstaande gevolgen bij:

“Veel mensen zijn geschrokken en rennen naar buiten. Velen hebben moeite om zich staande te houden. Meubilair verschuift en topzwaar meubilair kan omvallen. Voorwerpen vallen van schappen, water spoelt over uit vaten, tanks en zwembaden. Gebouwen vertonen aanzienlijke tot zware schade, van scheuren in muren, dakpannen die wegglijden tot schoorstenen die afbreken en in een enkel geval (gedeeltelijke) instorting/bezwijken van constructies.”

Koppeling intensiteit en grondversnelling

In onderstaand grafiekje van de RUG wordt de EMS-intensiteit gekoppeld aan de grondversnelling:

EMS en PGA

Bij de grondversnellingen zoals berekend door SodM komen we uit op intensiteit VIII tot IX – wat gepaard gaat met dramatisch forsere schade!

Zouden we dat terugvertalen naar de schaal van Richter, dan komt dit overeen met een beving met een kracht van 6,0 – 7,0:

Relatie EMS en Richter

PGA-waarden tijdens de Huizinge-beving

De beving bij Huizinge had volgens het KNMI een kracht van 3,6 op de schaal van Richter en een EMS-intensiteit van VI.

Die intensiteit valt niet te rijmen met de PGA-waarden van de versnellingsmeters in het betreffende gebied:

Relatie EMS en Richter

(Bron: KNMI, via website NAM)

Uitgaande van een PGA-waarde van 17,7 tot 85 cm/s2 komen we met behulp van het grafiekje van de RUG voor het gebied het dichtst bij het epicentrum uit op een intensiteit van VI tot VIII.

Dat klopt aardig met de ervaringen in en rond Huizinge. Woningen golfden en schokten op en neer en heen en weer, diverse kanten op. Mensen konden zich niet goed staande houden. Sommigen renden geschrokken naar buiten. Meer dan de helft van de gemetselde woningen in Middelstum (grootste plaats in het gebied) raakte beschadigd.

Kans op doden

Voor het scenario met een beving van 5,0 op de schaal van Richter komt Veiligheidsregio Groningen uit op score B (= “onwaarschijnlijk”) voor het criterium “Doden”:

Criteria IBP "Doden"

Dat lijkt mij iets te optimistisch ingeschat in het licht van de berekende aantallen doden in de tabel van het SodM (scroll naar boven).

Het maximale aantal doden bij een beving van 5,0 op de schaal van Richter is voor een gebied tot 15 km afstand van Huizinge berekend op 118. Wat zou het zijn voor een gebied tot 15 km afstand van Groningen, of tot 15 km afstand van Delfzijl + Chemiepark?

Samenvatting en conclusie

De Veiligheidsregio Groningen gaat in het IBP uit van een beving van 5,0 op de schaal van Richter, met een EMS-intensiteit van VII.

Dat is een onrealistisch scenario. Voor de beving bij Huizinge (“slechts” 3,6 op de schaal van Richter) is al een EMS-intensiteit van VI-VIII aannemelijk gemaakt.

Bovendien heeft het SodM voor een zware beving een bandbreedte met vrij hoge PGA-waarden berekend.

Baseert Veiligheidsregio Groningen zich op de risico-analyse van het SodM, dan moet men bij een beving van 5,0 op de schaal van Richter uitgaan van EMS-intensiteit VIII tot IX.

En daar horen hele andere scores op het risicoprofiel bij…

(Voor opmerkingen bij en aanvullingen op dit verhaal houd ik mij aanbevolen. Zie Contact voor mijn gegevens.)