Categorie├źn
Droomgedicht

Droom 8

Het huis kent vele trappen
en ik loop ze allemaal op en af,
sommige zelfs twee keer achter elkaar.
Bovenaan een hele lange trap blijf ik staan.
Er is geen overloop.
Er is geen licht.
Er is niets wat op een vervolg duidt.
Ik roep: “Vooruit met de geit!”
Achter me hoor ik een zacht mekkeren.
De trap begint te zwenken en blijkt
bij nader inzien een hangbrug.
Er klautert een vriendelijk kwispelende geit
langs me heen, die zich voortvarend
in het duister stort.
Mokkend volg ik haar.
We landen tussen de sappige grashalmen.
Ook schijnt de zon.

NM, 2011