Categorie├źn
Droomgedicht

Droom 6

Ik sta op een kale berg.

De wind rukt de kleren van mijn lijf.

Veren vullen de ruimte links en rechts achter mijn schouderbladen.

Tegelijk voel ik langzaam mijn voortanden verschuiven.

Het centenbakje draait uit op een tuutbek.

Ik zet mijn rechtervoet vooruit.

Althans, dat probeer ik.

Maar de zorgen hangen zwaar aan mijn vlees,

en de stap blijft ver achter bij mijn wil.

Ook de vleugels doen niet wat ik vraag.

Naakt en trillend onder de hete zon tuur ik in de diepte.

Als mens ben ik z├│ ver gekomen.

Als vogel krijg ik niets voor elkaar.

NM, 2011