Categorieën
Droomgedicht

Droom 21

Met een grobbebol in mijn hoofd word ik wakker.
Ik glijd uit bed,kruip naar de badkamer,
hijs me op aan het meubel
dat fier de afstand tussen vloer en wastafel overbrugt.
De spiegel inspecteert mijn huig, voelt mijn vurige adem
en trekt met ingezogen wangen haar hitteschild op.
“Lieverd, het spijt me,” aai ik haar weerzin weg.
“Laat me even in je buikje, daar ligt de oplossing.”
Ik wrik. Ze kreunt. In haar binnenste begint een
wekker verontwaardigd te tikken.
Precies op het moment dat de zwarte wijzer de rode inhaalt,
steek ik mijn tong uit en lik.

NM, 2013