Categorie├źn
Droomgedicht

Droom 20

Mijn bed prikt. Ik strijk over het

tijk, trek droge strootjes uit de

gaten, vermorzel een vlo.

Wat moet ik anders

nu de wonderdokter op zich laat wachten?

Het licht verschuift,

mijn blik schuift mee,

over het vermolmde plafond.

Ruim na het donker hoor ik

hoeven over de deurkruk schrapen.

Ik klem het schaamlederen beursje

onder mijn oksel

en bijt mijn laatste tanden stuk.

Hij houdt het kort.

“Sta op en wandel!”

Ik doe wat hij zegt.

Mijn beursje weigert hij.

“Talenten blief ik niet.

Ik wil je kracht hebben –

en daar lag je net nog middenin.”

NM, 2013