Categorie├źn
Droomgedicht

Droom 19

Ik wil het bloed eens flink rondpompen,

maar mijn fiets denkt daar heel anders over.

Terwijl ik het dorp uit rij,

begint het achterwiel te schommelen.

Ter hoogte van de Grote Weg,

die ik in razende vaart wil doorklieven,

staat een koe uit haar neusgaten belletjes te blazen.

Zodra ze mij en mijn wiel in de gaten krijgt,

komt ze in actie. Van de zadelstang en de dissident

maakt ze een megablazer. Een sliert grijs-doorzichtige

vogels pakt de zware bellen op

en vliegt wenkend de wolken in.

“Zeg, wie is hier de leider?” mopper ik,

en ik volg.

NM, 2013