Categorieën
Droomgedicht

Droom 17

Mijn krullen zijn grijs geknot,
mijn vleugels zijn bros. Gelukkig
is mijn voorraad airmiles oneindig.
Op het vliegveld wordt
mijn handwerktasje in beslag genomen.
“Dit zijn moordwapens,”
stelt de douanetolk.
Ik stamel dat ik vroeger altijd
met liefde heb geschoten – meestal raak.
Nu, in mijn nieuwe werk, laat ik
geen steek vallen.
“Uw werk? Laat zien!”
Ik sla mijn kuitlange parka open.
Hij wrijft over de tere draadkruizen.
Ineenkrimpend van de pijn wijs ik op de vorm:
“Pa-bam! Pa-bam!”
“Dat klinkt bekend,” mompelt hij,
maar voor de zekerheid plaatst hij mij
en mijn gestikte boodschap
in quarantaine.

Droom 17

NM, 2013