Categorieën
Droomgedicht

Droom 14

Ik zit op het strand en geniet van de laatste zonnestralen.
Naast me zit een zware, kale man in kleermakerszit.
“Wat ben jij dik,” zeg ik.
“Als je doodgaat, pas je niet eens in de kist.”
De man werpt een handvol kleurige snoepjes
in zijn mond, kauwt, maar slikt niet door.
Even later spuugt hij de stukjes uit.
Tientallen vliegjes storten zich op de buit.
Als de avond invalt
begint zijn schedeldak te gloeien.
De vliegjes raken in verwarring:
doorsnoepen in het donker, of de schemer ontvluchten?
“Ik ga niet dood,” zegt de man met een vadsige grijns.

NM, 2012