Categorieën
Droomgedicht

Droom 3

Er staat een boom voor de deur.

De takken schieten alle kanten op.

Ik hoor de kogels fluiten.

Ik zie de vogels vallen.

Zodra ze dood zijn, verdwijnt hun kleur.

De boom is bestuurbaar.

Met mijn handen als pistool ineen gevouwen richt ik.

Het schot is raak.

Voor me ligt een boek met een gat erin.

Het is een dik boek met een paarse kaft.

Alle pagina’s zijn in het Latijn.

Er staan veel geheimzinnige codes in.

Toch is het niet de bijbel.

Achter mij zegt iemand: “Maar ik houd wel van je.”

Toch is dat niet God.

NM, 2011

Categorieën
Droomgedicht

Droom 2

Er is een smal stalen frame op tafelhoogte.

Daarop neem ik plaats.

Mijn polsen en enkels worden vastgebonden.

Naast mijn hoofd duikt een vrouw in doktersjas op.

Ze geeft injecties.

In mijn lippen, wangen, kin, voorhoofd.

En oorlelletjes.

De volgende stap begint als de verdoving werkt.

Rechts van mij (voor de kijkers links) staat A.

Hij raakt mijn wang aan.

Dan is het de beurt aan B en C.

Daarna volgt een hele trits familie, vrienden en bekenden.

Het duurt ontzettend lang.

Pas aan het eind voel ik iets.

Een kriebel op mijn neus.

Het enige onverdoofde stukje.

NM, 2011

Categorieën
Droomgedicht

Droom 1

Ik sta in een blauwe kamer.

Mijn rug wordt gedrenkt in zonneschijn.

Op tafel ligt een lange appelschil met dito schaduw.

Ik staar naar de schil.

Als de schil aan de binnenkant bruin is, gaat de bel.

Ik kijk om me heen.

Er zijn drie deuren.

Een met een slot, en twee met een kruk.

Ik neem de rechterdeur met kruk.

Die leidt naar een hal.

Er is een matglazen voordeur.

Ik doe open.

Voor me staat de zon.

“Bent u hier wel aan het juiste adres?” vraag ik.

“Jazeker, want ik kom u wekken,” zegt de zon.

NM, 2010