Help mee mijnbouwonrecht te bestrijden

In de provincie Groningen voltrekt zich een ramp in slow motion. Door de gaswinning wordt de ondergrond kapotgemaakt. Dat veroorzaakt heel veel schade.

Het gas wordt uit de grond gehaald door Shell en Exxon (NAM). Deze multinationals hebben heel veel macht. Het is moeilijk om hen te bestrijden. Daar heb je heel veel kennis voor nodig. Technische kennis. Juridische kennis.

In Groningen besteden diverse mensen op de achtergrond al jaren erg veel tijd en energie aan de strijd tegen mijnbouwonrecht. Dat zijn mensen met heel veel technische en juridische kennis. Voor hun hulp aan belangengroepen, bestuurders, (landelijke) politici en gedupeerde Groningers worden zij niet betaald.

Sinds de beving bij Zeerijp op 8 januari 2018 is het nog belangrijker dat mijnbouwonrecht in Groningen keihard bestreden wordt. Het is essentieel dat het gasverslaafde Nederland zich ontworstelt aan de verstikkende invloed van de Olies. Dat betekent alle hens aan dek. Alle beschikbare kennis moet nu zo effectief mogelijk worden ingezet. Er is geen tijd te verliezen!

Met uw donatie helpt u de mensen op de achtergrond om het vol te houden. En dat helpt Groningen om overeind te blijven.

Samen sterk!

Klik om nu te doneren via GoFundMe of neem contact met me op voor andere mogelijkheden om deze mensen te steunen.

Als mens weet je: dit kan zo niet

Let op:  hangende de rechtszaak geven wij geen nadere informatie en geen interviews aan de media. We stellen uw begrip op prijs.

Wij zijn gewone burgers. Jarenlang hebben we op allerlei deuren geklopt met als doel een deugdelijke oplossing te bewerkstelligen die recht doet aan alle schade. In onze zoektocht naar veiligheid, zekerheid en duidelijkheid hebben we meer moeite gedaan dan je zou mogen verwachten in een land dat te boek staat als een democratische rechtsstaat, met een minister-president die vindt dat het netjes is geregeld in Groningen. Toch is het niet gelukt, en daarom zitten we hier.

We klopten onder andere aan bij de Commissie Bijzondere Situaties. De deur ging op een kier open. De Commissie zei: “U mag pas binnenkomen als u een briefje heeft van de schadeveroorzaker, waarop staat dat hij vindt dat de schade door hem is veroorzaakt. Ook willen we een briefje van de huisarts, de psycholoog, de bank, de belastingdienst, enzovoorts.” Pas toen we na veel gedoe aan alle eisen hadden voldaan, mochten we naar binnen. Even later stonden we weer op straat, met een aanbod dat nergens op sloeg. Volgens de Commissie konden we zo “op eigen kracht” verder. Maar dat konden we niet. Dat kunnen we nog steeds niet.

Toen we bij de Commissie aanklopten met klachten en vragen over gegevensverwerking, bleef de deur potdicht. Ook de overheid gaf geen thuis. Ambtenaren vertelden ons dat zij geen idee hadden hoe het er bij de Commissie aan toe ging. “Het is voor ons een groot zwart gat.” Maar die Commissie is het hart van de governance, de publiek-private afspraken over schadeafhandeling tussen NAM en de Nederlandse overheid. Als het hart, de plek waar mensen met een kwetsbare positie naartoe worden gestuurd, al een groot zwart gat is, hoe zit het dan met de rest van die governance?

We hebben ook aangeklopt bij de Nationale Ombudsman. Die deed onderzoek, en dat resulteerde in het rapport Bestuurlijke Spaghetti. Dat is inmiddels een gevleugelde term in Groningen. Juristen citeren het rapport regelmatig en wijzen erop dat het zó niet moet. EZ en de NCG hebben er echter nooit op gereageerd.

De gaswinning in Groningen is een industriële ramp – eentje die vermeden had kunnen worden. De manier waarop er met ons en onze schade wordt omgegaan, maakt het alleen maar erger. Dat is de ramp in de ramp. Onze belangen, als gezin met twee kinderen van inmiddels 12 en 15, worden nauwelijks erkend. Het lijkt erop dat we voor zowel NAM als de Nederlandse staat collateral damage in een zakendeal zijn. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat er maar één partij is die onze belangen wél mee zal wegen, en dat is de rechterlijke macht.

Als de vertegenwoordigers van de tegenpartijen onze situatie als mens op zich zouden laten inwerken, dan denk ik dat het hen net zo naar de keel zou grijpen als ons. Want als mens weet je: dit kan zo niet. Hier moet snel een eind aan komen. Dat is beter dan jarenlang procederen. De rechtsgang kost veel tijd, energie en geld, en intussen loopt de schade op. Ons huis is stuk, ons gezinsleven staat onder grote druk, en jaar in jaar uit ondergaan we gedwongen de slopende gevolgen van onveiligheid, onzekerheid en onduidelijkheid.

Kortom: De gaswinning en de governance hebben een puinhoop van ons leven gemaakt. Het zal ons veel moeite kosten om er op een veilige plek als co-ouders nog wat van te maken. Een deugdelijke oplossing die recht doet aan alle schade, materieel en immaterieel, lijkt ons daarom niet teveel gevraagd. Het is onbegrijpelijk dat we daarvoor alleen nog kunnen aankloppen bij de rechter.

Uitgesproken op 13 november 2017, tijdens de eerste comparitiezitting in onze zaak tegen NAM, EBN, Maatschap Groningen en de Nederlandse Staat

Het vlaggen beheerste hij in hoge mate

Vlaggen is helemaal hot, anno 2017. Er gaat zelfs in de Tweede Kamer gevlagd worden! Dat nieuws deed me denken aan een feuilleton dat ik jaren geleden schreef over Bertus, die het vlaggen in hoge mate beheerste. Helaas liep het met hem slecht af – al heb ik tot afgrijzen van mijn trouwe lezersschare nooit duidelijk gemaakt waaróm….
Dit zijn de overgebleven palen van Bertus’ huisje. Of liever gezegd, van zijn uitkijktoren.

Bertus’ wonen en werken was ineengevlochten. ’s Nachts sliep hij in het stenen huisje vlak aan de kust, naast de toren op palen. Overdag keek hij uit.

Waar Bertus naar uit keek? Nu, de gebruikelijke dingen toch zeker. Een zacht zonnetje, een frisse wind. Soms keek hij uit naar een bakje koffie. (Maar alleen als er ook gezelschap aan vast hing. Dan keek hij eigenlijk meer uit naar het gezelschap dan de koffie. Dat was dus dubbel zo hard werken voor Bertus. Op de keeper beschouwd maar goed dat hij niet al te vaak bezoek kreeg. Een overwerkte uitkijk, daar heb je niets aan.)

Bertus’ toren keek, gek genoeg, nooit uit naar hèm. Had het ooit wel snor gezeten tussen die twee? Het blijft gissen, maar men denkt dat er van het begin af aan onderhuidse spanningen waren. Dat zie je misschien ook wel aan Bertus’ huisje:


Of zou Bertus iets hebben willen binnenhouden?

In ieder geval was er een hoop te zien en te beleven aan Bertus en zijn toren.

Jaar in jaar uit hing er bijvoorbeeld iedere week een andere vlag te wapperen vanaf de dakgoot van de toren. Niet altijd ging het om bestaande vlaggen – Bertus naaide zelf een aardig moppie. Dat was één van de dingen waar hij met graagte naar uitkeek. Wat dat betreft had hij een gouden job.

Heel af en toe was de toren vlagloos. Dan hield Bertus inventaris. Urenlang telde hij de vlaggen, die keurig op kleur gerangschikt in grote kasten op de eerste verdieping van de toren lagen opgeborgen. Hij gebruikte daarvoor een telraam, met zeven kralen per staander. De optelsom was heel complex, maar Bertus wist er altijd weer een sluitend geheel van te maken. Tot op de laatste vlag was alles doorgerekend, nooit was er een vlag te veel of te weinig.

Liet Bertus de vlag tot op de grond hangen, dan wist je wel hoe laat het was. Dan nam je je hengeltje en emmertje en ging je bij de pier een eind verderop pootje baden. Want wat er later ook van Bertus is gezegd, het vlaggen beheerste hij in hoge mate. Dat kan niemand weerspreken.