Het Licht en de Duisternis

Het Licht en de Duisternis

Ik bevind me op een doorgroefde weg.

Verderop proberen wanhopige bochten

de huizen in toom te houden.

Alles staat op knappen. Het land is in barensnood.

Op mijn hoofd ligt een naslagwerk.

Er staan duizend-en-één artikelen in,

bedoeld om het kwaad te bezweren.

Dit is het boek van het Licht.

Ik begin te lopen, met rechte rug.

Weer wordt een monster geboren. Hoe lang nog?

Voorbij de einder zet iemand zijn bril af.

Hij kijkt niet recht in de camera.

Zijn tong likt, terwijl hij slangentaal wikt.

“Tot in de eeuwigheid.”

Dit is de meester van de Duisternis.

 

NM