Het is lastig varen op steeds woeliger baren

Vennen-blog
Koers2022 op de te slopen Vennenflat, geflankeerd door Shell.
Foto door Bram Reinders.

De gemeente Delfzijl (hierna te noemen: de rederij) houdt graag het maritieme karakter van de havenplaats hoog in het vaandel, en heeft daarom een koers naar het jaar 2022 uitgestippeld. De bijbehorende missie is als volgt verwoord:

Sinds enkele jaren is Delfzijl de snelst krimpende gemeente van Nederland, maar dat mag niet leiden tot leegstand en achteruitgang of verloedering maar moet juist uitdagen om met minder mensen beter te wonen, werken en recreëren.

Een nieuw tijdperk, een nieuwe vloot

Begin jaren zestig sloot het concern waar de rederij deel van uitmaakt een lucratief contract met enkele in nevelen gehulde figuren (hierna te noemen: de NAM). Een paar jaar later verkondigde de rederij de blijde boodschap dat het aantal passagiers in Delfzijl en aanpalende zompen dankzij de vestiging van allerhande (zware) industrie zou toenemen tot 100.000 in het jaar 2000.

In die periode verrees onder meer de hierboven afgebeelde Vennenflat. Een tien verdiepingen tellend monument voor vernieuwingsdrang, lelijk in al zijn windbrekende kracht.

Om allerlei redenen was de bezettingsgraad van de vloot niet optimaal. In het jaar 2000 telde Delfzijl nog niet eens één-derde van de gedroomde 100.000 passagiers. Sindsdien loopt het aantal gestaag terug.

Aanleiding voor de rederij om een heel nieuw blik subsidies open te trekken, dit keer niet om het tij te keren, maar om het in het niet te doen vallen tegen de achtergrond van een felblauwe hemel en zachtgeel zonnetje. Op de voorgrond denke men er zelf een mollig kindje in matrozenpakje bij, emmertje en schepje in de hand.

De boodschap is duidelijk: ook eb biedt kansen, al vaart het een stuk lastiger!

De oude vloot is aan vervanging toe

In haar afstudeerscriptie ‘Naar een aardbevingsbestendig sloopbeleid’ betoogt Michelle Hu, studente Aarde en Economie aan de VU, dat een sloopscenario waarbij 10% vaker aardbevingen per jaar plaatsvinden en slechts 50% van de woningen wordt teruggebouwd het meest gunstig is, zowel voor de NAM als voor woningcorporaties.

In het kader van Koers2022 werd in 2012 een actieplan opgesteld, en ja hoor, de Vennenflat moest eraan geloven. Vervelend was wel dat bewoners het eerste bericht over de sloop van de flat moesten vernemen via de pers. Wat communicatie betreft kan de rederij nog wel een tandje bij zetten.

Inmiddels is er een datum geprikt: in 2019 is het zover.

Stel nou dat zich vóór die tijd een geïnduceerde beving met een flinke grondversnelling voordoet, precies onder de Vennenflat.

Hoe gunstig zou dát sloopscenario zijn voor de NAM?

Omdat een dergelijke sloopactie onder het kopje “Nationale Ramp” valt, rukt ongetwijfeld het leger uit. Als Groningen dan toch wemelt van de militairen, kunnen ze gelijk even het puin afvoeren. Dat doen zij vast sneller, efficiënter en goedkoper dan een gelegenheidssyndicaat van commerciële bedrijven.

De beving scoort ongetwijfeld 4,5 of hoger op de schaal van Richter, en dus treedt de Rampenwet in werking. Dat betekent dat minister Plasterk van Binnenlandse Zaken de kosten voor de NAM kan dempen door een maximum voor de vergoeding aan gedupeerde bewoners vast te stellen.

Tot slot zullen er na deze bijzonder effectieve sloopactie vermoedelijk niet zo veel bewoners overblijven om te herhuisvesten.

U ziet: dit scenario heeft zo zijn voordelen.

(Vergeeft u me dat ik menselijk leed bij mijn nare hersenspinsels even buiten beschouwing laat. Dat doen de NAM en de Nederlandse staat met hun “pappen en nathouden”-regime tenslotte ook.)

Recht zo die gaat!

De rederij gooit het roer om: op de plek van de Vennenflat moet iets anders komen. (Wat mij betreft liefst iets wat minstens even goed de wind afvangt.)

Omdat bekend is dat er zwaardere bevingen kunnen plaatsvinden, moet daar bij de bouw natuurlijk rekening mee worden gehouden.

In Nederland is alles omtrent bouwen geregeld in Bouwbesluit 2012. Hoewel er sinds 23 april 2004 een Europese norm voor bevingsbestendig bouwen is (Eurocode 8, EN 1998), wordt over juist die norm in het bouwbesluit niks gezegd.

Wel wordt er keurig verwezen naar Eurocodes 1 t/m 7 en 9.

Gebruik van Eurocode 8 is uit hoofde van het bouwbesluit in Nederland nog niet verplicht, al mogen partijen onderling best afspreken dat ze iets bouwen conform Eurocode 8.

Dat staat haaks op het feit dat landen Eurocode 8 moeten vertalen naar een eigen nationale norm voor veiligheidsniveaus en waarden voor aardbevingsbelasting.

Duitsland en België hebben dat al gedaan. Nederland niet – minpuntje voor het braafste kapiteintje van de zeevaartschool.

Waarom eigenlijk niet?

Al tijden is de noodzaak bekend. In 2010 is het expliciet benoemd in deze paper. De auteurs maken zich hard voor het omzetten van Eurocode 8 in richtlijnen voor bevingsbestendig bouwen ten bate van onder meer Groningen, waar zich immers geïnduceerde bevingen met een kortdurende, maar pittige grondversnelling voordoen.

Twee van die auteurs, te weten mijnheer Van Eck van het KNMI en mijnheer Vrouwenvelder van de TU Delft/TNO, waren in 2011 betrokken bij een rapport over maximale schade door geïnduceerde bevingen (toegespitst op Bergermeer). Daarin wordt wél genoemd dat er in Nederland geen bouwvoorschriften zijn voor belasting van trillingen buiten een gebouw, maar over Eurocode 8 wordt niks gezegd.

In 2012, na de beving bij Huizinge, was de radiostilte niet meer houdbaar. Eindelijk werd besloten vaart te zetten achter het verwerken van de (relatief strenge) Eurocode 8 in een nationale norm.

Omdat zulks een paar jaar duurt, besloot minister Kamp in 2014 een tijdelijke Nederlandse Praktijk Richtlijn te laten ontwikkelen. Ondertussen, zo meende hij, moest men maar bouwen conform Eurocode 8. Die raad is bij mijn weten door niemand in het bevingsgebied opgevolgd.

En nu wreekt het zich dat men zo lang heeft gewacht. Gezien de ernst van de situatie moet er haast worden gemaakt met de pogingen tot bouwkundig versterken. De stuurgroep NPR (waartoe ook mijnheer Vrouwenvelder behoort) hanteert daarom voor bestaande bouw de helft van de NPR-sterkte-eis die geldt voor nieuwbouw.

Pure rechtsongelijkheid dus.

Dit alles kunt u nalezen in het rapport Impact Assessment Nederlandse Praktijk Richtlijn – Aardbevingsbestendig bouwen, dat begin februari 2015 verscheen. De beloofde tijdelijke richtlijn is nog altijd niet definitief.

Voor de bewoners van de Vennenflat is het misschien wel een bof dat hun woning wordt gesloopt. Als er geen zware beving tussendoor komt, krijgen zij straks wellicht een schip dat speciaal voor de meest woelige baren is gebouwd.

Maar voor eigenaren van een bestaande woning in Delfzijl, en voor huurders van een woning die niet op de nominatie staat om gesloopt te worden, is het zuur. Zonder dat ze erom gevraagd hebben, zijn zij veroordeeld tot een slordig opgelapte sloep.

Zij zullen het emmertje van dat schattige matroosje nog hard nodig hebben.

Negatief reisadvies

Bij de koers die de rederij aanhoudt om in 2022 tot “beter wonen, werken en recreëren” te komen, komt de vloot mogelijkerwijs in aanraking met steeds woeliger baren. Het is zéér de vraag of de gehele vloot daar in 2022 tegen bestand zal zijn.

Daarom raad ik mijn medepassagiers aan om bij de eerste de beste gelegenheid van boord te gaan en een dikke claim in te dienen bij het concern waartoe de rederij behoort. Zij hadden beter moeten weten, en zich nooit voor onbeperkte tijd mogen inlaten met de in nevelen gehulde figuren.

En verder hoop ik vurig dat het Shell-tankstation niet terugkeert in het straatbeeld van Delfzijl. Dat zou een fijn symbolisch statement zijn, een opmaat voor een cruise in de verre toekomst, die wellicht wél de gewenste ontspanning brengt.

(Het verhaal van de NPR gaat uiteraard op voor alle gemeenten waar zich bevingen voordoen. Ik heb Delfzijl als voorbeeld gebruikt.)