De Verkeersregelaar

De Verkeersregelaar

Ik lijd onder koude rillingen.

Mijn rug is gebroken,

de huid van mijn buik schilfert,

en mijn ledematen doen raar.

In mijn gekneusde darmen

probeert De Verkeersregelaar

een oneindige deskundigenstroom

in goede banen te leiden.

De diagnose is allang gesteld.

Mij beter maken vinden ze te duur.

De vraag is niet óf ik sterf, maar hoe.

Draait iemand de knop om? Zo ja, wanneer?

“Wil dan niemand mij redden?” roep ik.

De Verkeersregelaar rukt zijn hesje stuk,

en geeft mij de bovenste helft.

“Je moet jezelf redden,” fluistert hij.

“Trek je voeten uit de klei en gá.”

NM