Aard

Aard

Kennen jullie mijn benedenbuurman Aard?

Da’s echt een toffe gast.

We zijn goede vrienden geworden

want we hebben veel gemeen.

Zo hadden we allebei ooit een vertrouwd leven,

maar dat is voorbij, voorbij o en voorgoed voorbij.

Nu kampen we met schade en scheuren,

terwijl we langzaam verdwijnen.

Holletje voor holletje worden we leeggezogen,

door onze gedeelde vijand.

’s Avonds, als mijn vriend Aard

onder z’n dekentje van zout ligt,

en ik onder m’n dekentje van wol,

laten we elkaar steeds hetzelfde weten.

De vijand luistert af en schrijft dikke rapporten

over onze gedeelde hartslag.

Niets begrijpt hij. Niets.



NM