Als mens weet je: dit kan zo niet

Let op:  hangende de rechtszaak geven wij geen nadere informatie en geen interviews aan de media. We stellen uw begrip op prijs.

Wij zijn gewone burgers. Jarenlang hebben we op allerlei deuren geklopt met als doel een deugdelijke oplossing te bewerkstelligen die recht doet aan alle schade. In onze zoektocht naar veiligheid, zekerheid en duidelijkheid hebben we meer moeite gedaan dan je zou mogen verwachten in een land dat te boek staat als een democratische rechtsstaat, met een minister-president die vindt dat het netjes is geregeld in Groningen. Toch is het niet gelukt, en daarom zitten we hier.

We klopten onder andere aan bij de Commissie Bijzondere Situaties. De deur ging op een kier open. De Commissie zei: “U mag pas binnenkomen als u een briefje heeft van de schadeveroorzaker, waarop staat dat hij vindt dat de schade door hem is veroorzaakt. Ook willen we een briefje van de huisarts, de psycholoog, de bank, de belastingdienst, enzovoorts.” Pas toen we na veel gedoe aan alle eisen hadden voldaan, mochten we naar binnen. Even later stonden we weer op straat, met een aanbod dat nergens op sloeg. Volgens de Commissie konden we zo “op eigen kracht” verder. Maar dat konden we niet. Dat kunnen we nog steeds niet.

Toen we bij de Commissie aanklopten met klachten en vragen over gegevensverwerking, bleef de deur potdicht. Ook de overheid gaf geen thuis. Ambtenaren vertelden ons dat zij geen idee hadden hoe het er bij de Commissie aan toe ging. “Het is voor ons een groot zwart gat.” Maar die Commissie is het hart van de governance, de publiek-private afspraken over schadeafhandeling tussen NAM en de Nederlandse overheid. Als het hart, de plek waar mensen met een kwetsbare positie naartoe worden gestuurd, al een groot zwart gat is, hoe zit het dan met de rest van die governance?

We hebben ook aangeklopt bij de Nationale Ombudsman. Die deed onderzoek, en dat resulteerde in het rapport Bestuurlijke Spaghetti. Dat is inmiddels een gevleugelde term in Groningen. Juristen citeren het rapport regelmatig en wijzen erop dat het zó niet moet. EZ en de NCG hebben er echter nooit op gereageerd.

De gaswinning in Groningen is een industriële ramp – eentje die vermeden had kunnen worden. De manier waarop er met ons en onze schade wordt omgegaan, maakt het alleen maar erger. Dat is de ramp in de ramp. Onze belangen, als gezin met twee kinderen van inmiddels 12 en 15, worden nauwelijks erkend. Het lijkt erop dat we voor zowel NAM als de Nederlandse staat collateral damage in een zakendeal zijn. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat er maar één partij is die onze belangen wél mee zal wegen, en dat is de rechterlijke macht.

Als de vertegenwoordigers van de tegenpartijen onze situatie als mens op zich zouden laten inwerken, dan denk ik dat het hen net zo naar de keel zou grijpen als ons. Want als mens weet je: dit kan zo niet. Hier moet snel een eind aan komen. Dat is beter dan jarenlang procederen. De rechtsgang kost veel tijd, energie en geld, en intussen loopt de schade op. Ons huis is stuk, ons gezinsleven staat onder grote druk, en jaar in jaar uit ondergaan we gedwongen de slopende gevolgen van onveiligheid, onzekerheid en onduidelijkheid.

Kortom: De gaswinning en de governance hebben een puinhoop van ons leven gemaakt. Het zal ons veel moeite kosten om er op een veilige plek als co-ouders nog wat van te maken. Een deugdelijke oplossing die recht doet aan alle schade, materieel en immaterieel, lijkt ons daarom niet teveel gevraagd. Het is onbegrijpelijk dat we daarvoor alleen nog kunnen aankloppen bij de rechter.

Uitgesproken op 13 november 2017, tijdens de eerste comparitiezitting in onze zaak tegen NAM, EBN, Maatschap Groningen en de Nederlandse Staat

Het vlaggen beheerste hij in hoge mate

Vlaggen is helemaal hot, anno 2017. Er gaat zelfs in de Tweede Kamer gevlagd worden! Dat nieuws deed me denken aan een feuilleton dat ik jaren geleden schreef over Bertus, die het vlaggen in hoge mate beheerste. Helaas liep het met hem slecht af – al heb ik tot afgrijzen van mijn trouwe lezersschare nooit duidelijk gemaakt waaróm….
Dit zijn de overgebleven palen van Bertus’ huisje. Of liever gezegd, van zijn uitkijktoren.

Bertus’ wonen en werken was ineengevlochten. ’s Nachts sliep hij in het stenen huisje vlak aan de kust, naast de toren op palen. Overdag keek hij uit.

Waar Bertus naar uit keek? Nu, de gebruikelijke dingen toch zeker. Een zacht zonnetje, een frisse wind. Soms keek hij uit naar een bakje koffie. (Maar alleen als er ook gezelschap aan vast hing. Dan keek hij eigenlijk meer uit naar het gezelschap dan de koffie. Dat was dus dubbel zo hard werken voor Bertus. Op de keeper beschouwd maar goed dat hij niet al te vaak bezoek kreeg. Een overwerkte uitkijk, daar heb je niets aan.)

Bertus’ toren keek, gek genoeg, nooit uit naar hèm. Had het ooit wel snor gezeten tussen die twee? Het blijft gissen, maar men denkt dat er van het begin af aan onderhuidse spanningen waren. Dat zie je misschien ook wel aan Bertus’ huisje:


Of zou Bertus iets hebben willen binnenhouden?

In ieder geval was er een hoop te zien en te beleven aan Bertus en zijn toren.

Jaar in jaar uit hing er bijvoorbeeld iedere week een andere vlag te wapperen vanaf de dakgoot van de toren. Niet altijd ging het om bestaande vlaggen – Bertus naaide zelf een aardig moppie. Dat was één van de dingen waar hij met graagte naar uitkeek. Wat dat betreft had hij een gouden job.

Heel af en toe was de toren vlagloos. Dan hield Bertus inventaris. Urenlang telde hij de vlaggen, die keurig op kleur gerangschikt in grote kasten op de eerste verdieping van de toren lagen opgeborgen. Hij gebruikte daarvoor een telraam, met zeven kralen per staander. De optelsom was heel complex, maar Bertus wist er altijd weer een sluitend geheel van te maken. Tot op de laatste vlag was alles doorgerekend, nooit was er een vlag te veel of te weinig.

Liet Bertus de vlag tot op de grond hangen, dan wist je wel hoe laat het was. Dan nam je je hengeltje en emmertje en ging je bij de pier een eind verderop pootje baden. Want wat er later ook van Bertus is gezegd, het vlaggen beheerste hij in hoge mate. Dat kan niemand weerspreken.

Geluk in wingewest Groningen?

De blauwe zone waarin we tegen onze wil gedropt zijn

We willen hier in Noord-Nederland gelukkig worden, zie ik voorbij flitsen op social media. Een beetje een open deur, want wie wil dat nou niet? Je bent gelukkig, en dan wil je dat blijven. Of je bent niet gelukkig, en dan wil je dat worden. Of althans, een beetje gelukkig. 100% gelukkig is ook weer niet goed, dan heb je niks om over te zeuren. Zonder Zwart geen Wit, enzovoorts.

Nou blijkt het ietsjes anders te liggen dan de clickbait-titel suggereert.

Het geluk is vooral bedoeld voor een netwerk van ondernemers, onderzoekers en ambtenaren. Zij denken dat geluk binnen te slepen door veel werk voor zichzelf te creëren met wat in de basis niets meer is dan Rust, Reinheid en Regelmaat.

We moeten een blauwe zone worden, is het motto van het gelegenheidsconsortium. Blauwe zones zijn gebieden in de wereld waar de bevolking aantoonbaar langer leeft. Afgelegen regio’s waar in de loop der jaren, min of meer spontaan, iets is ontstaan wat zich laat samenvatten als een ‘duurzame leefstijl’.

Tot op heden is het nog nooit gelukt om met voorbedachte rade een blauwe zone te maken (of je moet het spiegelend oppervlak van mega-fiasco Blauwestad meetellen), maar met de juiste hoeveelheid subsidie en een uitgekiende PR-strategie zal het vast lukken om ons naast de Bevingsapp ook een of andere handige Gezondheidsapp aan te smeren. En dat geeft de app-ontwikkelaars vast een gelukkig gevoel.

Helaas voor de economische kansenpakkers ben ik smartphoneloos en dat wil ik graag zo houden. Maar misschien kan ik wel iets met de tips van de blauwe-zone-goeroes die in een apart kadertje bij het artikel gegeven worden. ‘ns Kijken… gezond eten, voldoende bewegen, mediteren, stoppen met klagen en zelf in actie komen…

Nou ja, zeg, DAT DOE IK ALLEMAAL AL!*

Zal ik die mensen van HANNN een mailtje sturen en aanbieden om tegen mijn reguliere uurvergoeding in een helder betoog uiteen te zetten hoe ik dag in dag uit voldoende groente en fruit naar binnen weet te werken, hoe ik op allerlei manieren de spieren weet te trainen en wat een keur aan mogelijkheden ik heb ontdekt om iets meer tot rust te komen? Terwijl ik ook nog probeer om via de rechter mijn leven terug te krijgen?

Dan kunnen al die plotseling werkloos en ongelukkig geraakte maakbaarheidsidealisten zich richten op die ene concrete gezondheidsbedreiging die niemand, ook ik niet met mijn dagelijkse routine, in wingewest Groningen weet te vermijden: de gaswinning.

Want zolang NAM en Staat niet aan banden worden gelegd, zullen huizen, scholen en gebouwen in dit gebied nooit gaan ‘bijdragen aan het welbevinden en de kwaliteit van leven’. We worden tegen onze wil gedropt in een heel andere blauwe zone, en de boete voor langparkeren is geheel en al voor onze eigen rekening…

Zelfs een mensenrechtencommissie van de VN vindt het nu welletjes met dat gas-gesodemieter. En die heeft best een aardige kijk op wat je zoal nodig hebt om gelukkig te zijn.

* Om zo goed mogelijk overeind te blijven, hetgeen het maximale is wat ik kan bereiken in mijn huidige situatie.