Subliminale Soepzooi

Ik heb het wel zo’n beetje gehad.
In 2012 m’n peperdure glazen bol,
ooit aangeschaft op aanraden van.
In 2013, 2014, 2015, 2016 én 2017
m’n gramzurige verzameling
wassen neuzen.
En nu dat verdomde vaasje.
Werkelijk álles trilt hier stuk.
Dáár hoor je De Lach niet over.
Ik tel de woorden.
Binnen m’n zelfgekozen
format heb ik er nog 40
te gaan. “Hier,” roep ik
tegen de Subliminale
Soepzooi, “een zwik
zinderende zinnen
waarin ik de diepste
gedachten van het win-
gewest dicht……” En ik tik:

Subliminale Soepzooi

De Verkeersregelaar

De Verkeersregelaar

Ik lijd onder koude rillingen.

Mijn rug is gebroken,

de huid van mijn buik schilfert,

en mijn ledematen doen raar.

In mijn gekneusde darmen

probeert De Verkeersregelaar

een oneindige deskundigenstroom

in goede banen te leiden.

De diagnose is allang gesteld.

Mij beter maken vinden ze te duur.

De vraag is niet óf ik sterf, maar hoe.

Draait iemand de knop om? Zo ja, wanneer?

“Wil dan niemand mij redden?” roep ik.

De Verkeersregelaar rukt zijn hesje stuk,

en geeft mij de bovenste helft.

“Je moet jezelf redden,” fluistert hij.

“Trek je voeten uit de klei en gá.”

NM

Het Gevaar

Het Gevaar

Ik zit in de put en dat is dat.

De vraag is of het veilig is.

Het Puttenhoofd vindt van wel.

“De put is diep.

Zonder hulp komt u er nooit meer uit.

Daarmee is Het Gevaar geweken.”

Ik kijk om me heen.

In de keuken kookt Woede,

aan tafel eet Verdriet zich op.

In bed ligt Hoop te bidden,

en op de bank hangt Angst.

Met zulke huisgenoten kan ik het wel schudden.

Dan bonst mijn hart. Ik doe open.

Er rolt een ladder uit, geknoopt van

alles wat zich geroepen voelt.

Dat is nog best veel.

 

NM